Uitslag bekend, afkomst (nog steeds) onbekend

We hebben er lang op moeten wachten, de uitslag van de DNA test met de zus van de halfbroer. Ons geduld werd echt op de proef gesteld. Net op het moment dat ik de onrust wat heb kunnen laten varen en niet meer stond af te tellen, kreeg ik een appje van de zus.

Ze liet me weten dat de resultaten binnen waren, en dat het mysterie rond mijn afkomst nog niet opgelost was, integendeel. Haar broer blijkt slechts half verwant aan haar te zijn. De printscreen van hun DNA-match dat ze me toestuurde, bevestigde die conclusie.

Het nieuws kwam bij haar als een mokerslag binnen. Hoe kan haar broer nu slechts half verwant aan haar zijn, terwijl haar ouders hun nooit de indruk hadden gegeven dat hun oorsprong verschillend lag?

Ik werd overmand door een droefheid voor hen, omdat ik als geen ander weet hoe het voelt om erachter te komen dat een voorgeschotelde realiteit niet meer dan een halve leugen blijkt te zijn. Maar ook het besef dat je broer of zus een helft van zichzelf met een hoop onbekenden deelt waar jezelf niets mee deelt, is me ook niet vreemd.

Die avond heb ik met mijn halfbroer gebeld om te horen hoe het nieuws bij hem was binnengekomen. Hij had altijd gezegd dat hij met elke wending ok was. En lord and behold: voor hem verandert het niets. Wel was hij aangedaan door hetgeen het bij zijn zus teweeg had gebracht.

Ondertussen werd bij hun moeder verhaal gehaald. We wisten dat ze het moeilijk had gehad om zwanger te worden. Zij en haar man hadden namelijk ‘hulp’ nodig gehad bij het krijgen van hun eerste kind, maar we wisten niet wat dit exact had ingehouden.

Aanvankelijk vertelde ze dat het waarschijnlijk om vergissing bij de fertiliteitsarts zou gaan. Hij zou een verkeerd spermastaal of cocktail van verschillende stalen hebben toegediend. Zelf was ze in shock door die vaststelling.

Ik wou graag met haar praten en kreeg van haar kinderen de toestemming haar te ontmoeten. En zo teende ik vorige zondag richting haar huis. Ik zag een kleine en oudere dame die het fascinerend vond dat ik groot was. Voor zij die me ooit ontmoet hebben, groot ben ik niet echt. Maar als je zelf klein bent, lijkt al de rest uiteraard groot.

Ze zag niet meteen gelijkenissen tussen haar zoon en ik. Ik vroeg haar of ze me kon vertellen bij wie ze 40 jaar geleden was langs geweest om haar kinderwens in te vullen. Ze liet me weten dat zij en haar man verschillende jaren hadden geprobeerd om zwanger te geraken. Na twee miskramen werden ze uiteindelijk via hun gynaecoloog naar een specialist doorverwezen.

Dit bleek fertiliteitsarts Robert Schoysman te zijn. Laat dit nu net de arts zijn die mijn ouders aan ook kinderen had geholpen. En toen zei ze: ‘Niemand zou er ooit achter komen’. Ik vroeg door. ‘Hoe bedoelt u: niemand zou erachter komen?’. ‘Wel, dat er een cocktail van het sperma van mijn man en een andere man zou toegediend worden’, repliceerde ze. ‘Dus u wist dat u werd behandeld met een cocktail van verschillende spermastalen?’, vroeg ik haar.

Ze gaf toe dat Schoysman haar en haar man had voorgesteld om bij de volgende eisprong met een cocktail van spermastalen te insemineren. Het zaad van haar man zat mee in de cocktail om toch nog de kans of illusie te wekken dat indien er een zwangerschap uit volgde het kind mogelijks toch van haar man zou kunnen zijn.

Ze werd zwanger van de eerste inseminatie. De zwangerschap verliep voorspoedig en liep zelfs uit: de halfbroer zag pas het levenslicht 10 dagen na de uitgerekende bevallingsdatum. Ikzelf ben een maand te vroeggeboren wegens te weinig plek door broer en zus. Mijn moeder werd geïnsemineerd in mei ’78. Zijn moeder dus een maand eerder. Zou het zaad dan toch in verschillende rietjes in een tank hebben gestoken of was het een man die vers aan huis leverde?

 

assorted_miniature_plastic_babies.jpg

Ik vroeg haar hoeveel zij hadden moeten betalen. Ze vertelde me dat ze van de arts mochten geven wat ze wouden. Spontaan dacht ik aan de dansende Hare Krishna’s die ooit mij pad hadden gekruist: die vroegen ook altijd wat je voor een boek wou geven. Maar hier ging het niet om één of ander boek, het ging om één of ander kind. Zijn ouders zijn er wel goedkoper van af gekomen dan de mijne.

De mama gaf toe dat ze altijd het vermoeden had gehad dat haar zoon niet van haar man afstamde. Haar echtgenoot had echter nooit die twijfel gehad: hij beschouwde hem en de latere zus, die er wel natuurlijk kwam, als gelijk.

Ze zei me dat haar zoon het haar kwalijk nam dat ze hem hierover niet had ingelicht. ‘Het was een geheim, volgens de arts zou het top secret blijven’ pleitte ze in haar voordeel. ‘Dingen die enkel op jouw leven slaan mag je inderdaad voor jezelf houden. Maar dit gaat over hem. Als ouder heb je de plicht je kind te informeren of zaken die hem of haar aanbelangen, zelfs al druisen ze tegen jouw belangen in. Je zoon heeft alle recht om je de leugen kwalijk te nemen en jij hebt het recht niet (meer) om je achter het onderonsje te verschuilen.’ hoorde ik mezelf opwerpen.

Zelf wou ze niet zoeken naar de onbekende man die haar een kind had geschonken. Alle informatie die ze ooit van de arts over hem had ontvangen had ze ondertussen al lang verbrand.

Ze was er ook van overtuigd dat we hem nooit zouden kunnen vinden. Ik lichtte haar toe dat haar zoon net verwant is aan dat ene donorkind dat mee een organisatie oprichtte om onbekende vaders te traceren. En dat ik er eentje ben dat door zal blijven graven tot ik gevonden heb.

‘Of ik de identiteit van onze biologische vader zou meedelen eens ik hem gevonden heb?’ vroeg ze me. ‘Tuurlijk’, was mijn antwoord, ‘want ook jij hebt het recht te weten wie hij is, maar ik zal het eerst aan je zoon en je dochter vertellen’.

Groet,
Steph

cropped-mailchimp-header-1-2.jpg

Advertenties

Crazy little thing called … a half brother

Hij is exact 12 dagen jonger dan ik. Vreemd om te beseffen dat hij en ik in tijd en ruimte niet zo ver van elkaar gescheiden waren, doch vonden we elkaar 40 jaar later pas. Ik ben geboren in Mechelen, hij ergens in het Brusselse. Hij zelf zou later in het gezin waar hij opgroeide nog een zus krijgen. Eentje die hij wel van in het begin mocht kennen. Ikzelf werd op mijn beurt meteen vergezeld door mijn broer en zus. Drie jaar later zouden mijn ouders nog een zoon krijgen. Mijn jongste broer deelt zijn geboortedag met de halfbroer. Vreemd, raar en absurd.

little brother

 

Mijn halfbroer plaagt me soms (zoals broers dat horen te doen) door te stellen dat hij jonger is. Ik schud dan het hoofd en vertel hem dat vrouwen er d’office jonger uitzien en ik een maand te vroeg geboren ben. In wezen is hij volgens conceptie dus ouder: hij werd namelijk voor mij verwekt. Meteen vraag ik me ook af of zijn ouders ook langs dezelfde fertiliteitsarts zijn gepasseerd, maar hem hier nooit over hebben ingelicht. Zouden we uit dezelfde batch van spermarietjes komen? Of was het een overschotstaal dat ergens binnen handbereik lag toen mijn ouders zich voor hun afspraak aanmeldde?

De arts was naast een donorkinderen-verwekker tevens een gewone fertiliteitsarts. Hij ‘hielp’ ook andere koppels om met hun eigen materiaal zwanger te worden. Hierbij diende de echtgenoot een spermastaal af te leveren, werd de vruchtbaarheidscyclus van de vrouw zodanig geregeld zodat ze er op het juiste moment mee geïnsemineerd kon worden. Per poging werd niet al het zaad van de echtgenoot gebruikt. Misschien heeft de arts de overschot in het reservekastje gestoken? Uit research weet ik dat uit één kwak 12 rietjes gevuld kunnen worden en dat die praktijk niet ongewoon was, want wie zou er ooit echter komen?

Het mysterie bij ons is nog groter daar mijn drielingszus een andere biologische vader bleek te hebben. Eén van de medewerkers van de arts suggereerde ooit dat er waarschijnlijk wat zaad van een vorige klant aan de handschoenen van de arts was blijven plakken dat er voor had gezorgd dat er toch twee vreemde spermatozoïden ‘Look who’s talking’- gewijs hun weg naar de eicellen hadden kunnen vinden.

Een andere fertiliteitsarts opperde dan weer om in gedachte te houden dat mijn moeder rond die periode een affaire kon gehad hebben. Misschien ben ik dan toch uit liefde ontstaan en niet uit klinisch gemanipuleerd bouwpakket? Ikzelf dacht nog aan een onbevlekte ontvangenis ware het niet dat ik niet gelovig ben en mijn buik een beetje vol heb van alle mogelijke pistes die ik als kind dien te overwegen om toch maar iets dichter tegen de waarheid te geraken.

Desalniettemin ben ik blij met de halfbroer en tot op heden is dit gevoel wederzijds. Maar ik blijf het een fucked up situatie vinden om te beseffen dat een hoop volwassenen als officiële instanties het ok vond (en nog steeds vinden) om heel bewust broers en zussen van elkaar te scheiden. En dit alles zonder te willen beseffen of te erkennen dat de impact van de ontworteling, leugens en misleiding tav de kinderen verder reikt dan de leegte die kost wat kost ingevuld diende te worden.

Groet,
Steph

Soundtrack van mijn zoektocht – part 8

Hey,

Gelukkig is de schaduw een vertrouwde plek, want je kan niet altijd in het zonlicht staan. Op zoek naar een deken dat me omhult en me de troost biedt die ik af en toe gewoon heel hard nodig heb.

  1. Gravity – John Mayer
  2. No rain – Blind Melon
  3. When you gonna learn – Jamiroquai
  4. Het doet me toch iets – Bazart (Radio 1 sessie)
  5. Poplife – Prince
  6. The Living Years – Mike & The Mechanics
  7. Don’t give up – Peter Gabriel (ft. Kate Bush)

Groet,
Steph

4013ba158ed01f6c24a263383d7b8f4c

St-(4)0-rm

Het stormt, niet alleen van buiten maar ook van binnen. Ik zit met een onrust waar ik niet van weet waar ze precies vandaan komt of wat ik er tegen kan doen. Is het omdat ik nog niet zo lang geleden een nieuw levensdecenium aanboorde, of komt het door de drukte van het leven en werk dat harder op me begint door te wegen? Misschien ligt het aan de verhalen en vragen van donorkinderen die blijven binnenkomen. Stuk voor stuk lieve mensen zoekend naar antwoorden op de vraagtekens die achter hun bestaan werden gezet.

Of is het omdat we van DNA databank vernamen dat de resultaten van de zus van mijn halfbroer veel langer op zich laten wachten? Normaliter hadden we vorige week binnengekomen maar mijn lijst met matches bleef onaangeroerd. De zus appte dat My Heritage per mail had laten weten dat door een update van het systeem het 3 tot 6 weken langer duren kan. ‘Tuurlijk duurt het bij mij het langst’ bedacht ik me met een vleugje cynisme. Waarom makkelijk als het ook moeilijk kan, niet?

En ookal weet ik rationieel dat een paar weken extra niet erg is en maak ik mezelf wijs dat op het einde van de rit daardoor iets echt heel moois op me zit te wachten, in zijn geheel is en blijft het iets heel verknipt.

Ik heb er nooit om gevraagd om mijn afkomst niet te kennen. Een arts en ouders (incl. mijn biologische vader) bedachten deze constructie uit die in hun ogen enkel voordelen had. Iedereen wint: de één wat geld, de ander kind. Dat ik, en vele anderen, vandaag de gebroken en ontbrekende stukken aan elkaar te trachten te lijmen, beseffen weinigen. Zij die de gaten veroorzaakten verschuilen zich nog steeds achter het scherm der nobele barmhartigheid. Ondertussen probeer ik zo ‘normaal’ mogelijk te functioneren in een samenleving dat de massale ontworteling van generaties gefaciliteerd doogt.

Ja, want we doen er goed aan om zoveel mogelijk volwassenen van kinderen te voorzien ongeacht de gevolgen voor dat kind. Broers en zussen scheiden? Tuurlijk, waarom niet? Iedereen toch recht op een gepersonaliseerd schattig ukkie? Wat zeg je, het kind kan ernstige psychologische en medische issues ervaren? Niet bij ons kind, hoor. De theoriëen van Freud, Jung en Adler zij namelijk enkel van toepassing voor die mensen die bij hun echte familie opgroeien. Medische problemen? De arts beloofde ons het materiaal van een übermensch. Dat je wil weten en nu moet ploeteren is jouw probleem, niet het onze. En hop, de hoofden gaan massaal de grond terug in.

In de zoektocht en de hulp aan anderen zit de wind vaak tegen. Ze komt van alle kanten, slechts zelden voel ik ze in de rug. Maar ik blijf doortrappen ookal ben ik soms zo ontzettend moe. Een winterslaap zou goed doen. Maak me wakker als het allemaal niet meer in de bak van de kinderen wordt gegooid.

Het meisje met de fluo-jas,
Steph – Gravity, John Mayer

 

185954.jpg

The waiting is almost over

‘Vertel nooit meer op nationale TV wanneer je de uitslag van een DNA test verwacht’, dacht ik bij mezelf toen vorige week een pak mensen me hoopvol aanstaarden of een berichtje stuurden om te vragen of de resultaten al bekend waren. Aan de ene kant is het heel fijn te weten hoeveel mensen met me meeleven,  doch kan ik niet ontkennen dat het de stress die ik net voor me had kunnen uitschuiven terug dichterbij brengt.

giphy.gif

En voor wie nu nieuwsgierig is maar en het misschien niet meer durft te vragen: neen, de resultaten zijn nog niet binnen. Hoe ik dat weet? Wel, elke dag duw ik een twintig keer op de refresh button van website van de DNA databank waar het resultaat binnen moet rollen. Ik heb ook eens bij de (hopelijke) halfzus gepolst, want als zij niet aan mij verwant is, zal ze natuurlijk niet in mijn lijst van matches verschijnen. Het antwoord ligt binnen in handbereik, nu moeten we gewoon nog een paar dagen geduld opbrengen.

Ik durf niet te hopen maar uiterdaard doe ik dat wel. Zou het dat hun vader mijn biologische vader is? Zal ik mijn zoektocht eindelijk kunnen afsluiten? Ben ik klaar om mijn hart voor nieuwe familie open te zetten: een halfzus, neefjes, nichtjes, een grootmoeder, .. ? Ik verlang naar rust, naar het me niet meer hoeven af te vragen: zou het dan eindelijk zover zijn?

Maar misschien valt het kwartje geheel anders en blijkt mijn halfbroer een donorkind. Een jongen die nooit verteld kreeg dat hij met het zaad van een onbekende verwekt werd. Toen we elkaar ontmoet hebben, polste ik of hij hier al had bij stilgestaan. Hij zei dat het voor hem niet veel zou uitmaken. Hij zou het vooral voor mij erg vinden omdat ik dan zogezegd niet verder in mijn zoektocht zou staan. Hij beseft niet dat ik in mijn zoektocht niet achteruit kan gaan. Een halfbroer is d’office winst, of zo zie ik het toch althans.

Ik maak me dan weer zorgen om hem. Want stel dat hij een donorkind is, dan krijgt hij er een pak vragen bij en worden relaties onvermijdelijk (aan)geraakt. Want hoe losjes je er ook in staat, het besef komt soms harder toe dan aanvankelijk ingeschat.

Hoe dan ook: let’s brace for impact.

Groet,
Steph

De dag na de ontmoeting met mijn halfbroer (insert dramatic music here)

Gisteren rond deze tijd verschenen de eerste kriebels in de buik. Ik denk dat ik drie keer van outfit ben veranderd om dan terug te eindigen met hetgeen ik als eerste keuze had klaargelegd. En dan hop, de fiets op naar de afgesproken locatie in Antwerpen. De weergoden waren me iets minder goed gezind dan ik had gehoopt, dus in volle regen-plunje en met een grote bezorgdheid over mijn haar en make-up stelde ik mezelf uiteindelijk gerust dat ze de wilde look eventueel ook zouden kunnen appreciëren.

Ik zeg ‘ze’ want zijn zus kwam ook mee. Yep, hij heeft een zus waarvan ik nu nog niet weet of ze ook mijn (half)zus is. Vrijdag had ze me al wat privé WhatsApps-jes gestuurd waarin ze meedeelde dat ze best toch ook wel nieuwsgierig was: naar mij als persoon en het waarom onze levens elkaar kruisen. Ze kondigde aan dat zij en haar broer best wel verschillend waren: zij is eerder een spring in t’ veld, extravert, eentje dat eerder doet en dan pas denkt. Haar broer is eerder gereserveerd, een observator, afwachtend maar ook iemand met een warm hart.

Ik was iets vroeger in het caféetje dan gepland. Het liet me toe om de haren toch wat beter in plooi te krijgen en een tafeltje te kiezen waar we het meest op ons gemak zouden zitten. Strategisch had ik me richting voordeur gezet zodat ik ze kon zien binnenkomen. In afwachting van hun komst, sloeg ik ter afleiding mijn pc open. Ik betrapte mezelf dat ik toch wel wat zenuwachtig begon te worden. Mijn fellow Donor Detectives stuurden nog snel een berichtje dat ik niet mocht vergeten ervan te genieten.

FullSizeRender.jpg

De deur ging open. Ik herkende hen en liep ze tegemoet. Hoe begroet je mensen die je nooit gekend maar waarvan DNA-testing uitwijst dat je aan elkaar verwant bent? Ik liet mijn gevoel spreken en gaf zijn zus een grote knuffel en de traditionele 3 kennismakingszoenen. Haar broer kreeg enkel de drie zoenen (ik  ben niet zo voor het knuffelen van vreemde mannen 🙃).

Soit. Ik begeleidde hen naar tafeltje en stelde voor dat ze over mij gingen zitten zodat we elkaar goed konden bestuderen. Ze waren openhartig: over zichzelf, over het leven dat ze tot op heden had gekend, hun jeugd en de relatie met hun ouders. Zijn zus nam vooral het woord, maar dat was helemaal niet erg. Beiden hebben ze een cynisch gevoel voor humor dat ik wel smaken kan en voor een stukje ook herken.

Wat me meteen opviel toen hij woord nam, is dat hij echt wel trekken van mijn broer heeft. Ikzelf heb nooit gevonden dat ik fysiek op hem lijk. Misschien het voorhoofd en de aanleg voor moedervlekken, maar voor de rest vind ik niet dat je aan ons ziet dat we volle siblings zijn. Ook in de foto’s van vroeger zie ik haast geen gelijkenissen tussen ons: hij was blond met blauw/groene ogen, ik had bruin haar en bruine ogen. Wat wel keer op keer vreemd doet is dat in bepaalde foto’s mijn zoon hard op mijn broer wegheeft. Soms zijn de gelijkenissen zo treffend dat het lijkt alsof iemand zich Photoshop-gewijs heeft uitgeleefd.

Maar terug naar het caféetje in Antwerpen. Zijn lichaamspostuur deed me aan die van mijn broer denken maar ook zijn lichaamstaal evenals de kleine bewegingen die hij met zijn handen maakte als hij aan het woord was, verrasten me. Mijn broer kan in conversaties zijn bovenlichaam en schouders ook naar achter trekken. Raar om een kenmerk waarvan ik dacht dat deze aan één iemand eigen was bij een ander op te merken. Ik hoop van harte dat we ooit allemaal eens een keertje samen kunnen afspreken om te nagaan of het klopt wat ik zie en het niet louter een projectie van me is.

Zijn zus had een resem foto’s mee: van hun ouders, grootouders en van toen ze klein waren. Ze vertelde dat ze de afgelopen week was beginnen graven in documenten en haar licht had opgestoken bij mensen die mogelijks meer konden vertellen. Zo wist ze dat hun ouders moeite hebben gehad om zwanger te worden. Na een aantal miskramen kregen ze met ‘een beetje hulp’ hun eerste kind: een zoon. Wat die hulp was had ze niet kunnen achterhalen. Haar moeder is namelijk al op leeftijd en haalt fictie en realiteit soms door elkaar. Nooit is er bij hen thuis gesproken over een specialist noch over een behandeling met donormateriaal. 2 jaar na de geboorte van haar broer werd haar moeder natuurlijk zwanger van haar. Zij werd omschreven als het mirakel kind, eentje dat er zogezegd nooit had kunnen komen zonder hulp.

Broer en zus lijken fysiek niet echt op elkaar. Het verschil in uiterlijk heeft hun jeugd wel gekenmerkt. Zo passeerde de zin ‘jij moet er eentje van de facteur zijn’ ook bij hen regelmatig de revue.

Hun vader is ondertussen overleden, aan hem kunnen ze dus niets meer vragen. De zus heeft de afgelopen week contact opgenomen de vroegere beste vrienden van haar vader. Eén van hen had wel iets bijzonders te vertellen. Haar vader zou voor een bevriende fertiliteitsarts in de jaren zeventig sperma hebben gedoneerd. Het niet dezelfde arts als diegene die mij, mijn broer en zus verwekt heeft, doch situeert deze arts zich ook in het Brusselse. Sperma werd in die tijd al ingevroren en door artsen onderling uitgewisseld. Ik ben momenteel naarstig op zoek naar een of dè link tussen hen beiden.

In afwachting van dit alles blijft natuurlijk de vraag hoe het precies komt dat we aan gelinkt werden. Samen denken we dat er 2 opties mogelijk zijn: ofwel werd mijn halfbroer ook verwekt met donormateriaal zonder dat dit hem ooit werd meegedeeld, ofwel is hun vader mijn biologische vader.

Two-Roads.jpg

Tapdansend tussen die twee opties, hebben we gisteren getracht het antwoord te kunnen afleiden in hetgeen we vandaag de dag al weten èn wat werd afgetoetst bij onze dierbaren. Zo denkt de halfzus en haar fanbase dat mijn onderkin als lippen d’office het familiekenmerk is dat ik van haar vader heb overgeërfd. Aan andere kant heb je het verhaal van de broer die zich altijd als een vreemde eend in het nest heeft gevoeld. Het kwartje kan nog steeds aan beide kanten vallen. Kwestie van de spanning erin te houden. I always liked suspense thrillers, dus waarom dit ook niet toepassen op het leven?

De zus heeft zelf nog geen DNA-test gedaan. Haar broer heeft ondertussen wel voor haar een test gekocht. Mocht hij dat niet gedaan hebben, dan stak er eentje in mijn rugzak klaar om aan haar te geven. Binnenkort zal ze haar wangen schrapen en de stalen richting de DNA-databank opsturen in de hoop dat haar DNA een antwoord bieden kan op vragen die reeds lang sluimeren.

Needless to say dat ik benieuwd ben, maar vooral blij om aan de andere kant van de wand twee lieve als fijne mensen te mogen ontmoeten. En dat ongeacht hoe dit verhaal verder verlopen zal, ik alvast vind dat meer dan enkel wat DNA ons met elkaar verbindt.

Groet,
Steph

(Ik wou in mijn voetnoot even de schoonvader van de halbroer bijzonder bedanken dat hij wegens fascinatie en interesse voor genealogie gans zijn familie voorzag van een DNA-test. Dit deed hij om zijn stamboom accurater en voller te krijgen. Ondertussen is die familie wild enthousiast over de match en de wending die ook hun boom wat meer swung geven zal.)

ThankYouTree.jpg

Ik heb een halfbroer (en ga hem vandaag voor het eerst ontmoeten)

Ik heb het zo lang dicht bij mij gehouden dat het vreemd doet om dit eindelijk te delen. Ik was er nog niet aan toe en ergens ben ik dat nog steeds niet doch hoop ik dat door gedachten en gevoelens neer te schrijven ik mezelf dit geweldig nieuws eindelijk echt gunnen en aanvaarden kan.

Ik heb namelijk een eerste halfbroer gevonden. Ik kan het nog steeds niet geloven. Benieuwd maar ook wat bang voor het vervolg omdat ik nu nog niet inschatten kan wat het brengen zal. Zal ik anders even beginnen bij het begin?

Ik herinner me de avond alsof het gisteren was. Het was een zondagavond in november en zoals bijna alle zondagavonden zat ik op de bank met de laptop op de schoot. De TV stond op. Manlief had nog even vrij spel in keuze van het tv-programma waar we de dag mee afsluiten zouden. Ik surfte nog snel langs alle sites waar mijn DNA-profiel opgeslagen staat. Naast mijn eigen profiel, beheer ik ook wat DNA-profielen van anderen. Als ik mijn matches check, check ik ook meteen die van de anderen.

De aanblik van mijn DNA matches-pagina is al 2 jaar ongeveer hetzelfde: vanboven staat mijn zus te blinken. Die zus die haar profielfoto verticaal oplaadde zodat ik het hoofd keer op keer schuin dien te draaien.

Met een half oog op de TV refreshte ik de DNA matches-pagina. De pagina laadde opnieuw op. In mijn ooghoeken zag ik dat de lijst er anders uitzag. Ik keek wat gerichter. Bovenaan stond er een naam die ik niet kende. Even veronderstelde ik dat ik niet naar mijn eigen DNA-profiel aan het kijken was en dat ik zo meteen iemand anders een berichtje van een vette match mocht sturen.

Ik keek naar het aantal gemeenschappelijk DNA en geschatte verwantschap. Ik las 1.783,8‎ cM. Dan las ik de woorden ‘oom, neef of halfbroer’. Ik keek bovenaan de pagina en zag mijn naam staan. Mijn brein viel even stil.

giphy.gif

Ik draaide me naar links en zei tegen mijn man: ‘ik denk dat ik een match met een halfbroer heb’. Zijn brein sloot nu even kort en de ogen gingen wijd open. ‘Hoe, je hebt een match met een halfbroer?’ hoor ik hem mijn gedachten uitspreken. Een gevoel van gereserveerdheid overmeestert me. Het lijf en hart geven teken dat ze nog niet goed weten hoe te reageren.

Deze situatie is geheel nieuw voor me. En ookal zie ik dit regelmatig bij anderen van ver of dichtbij gebeuren, de tsunami van gevoelens bleef uit als een strand dat werd geëvacueerd waar de vloedgolf nooit aan land zou komen.

De andere Donor Detectives gingen wel meteen wild en voor ik deftig zijn naam had kunnen googlen kreeg ik een landing aan potentiële visualisaties van de halfbroer. Maar je weet pas zeker als iemand die iemand is als je rechtstreeks contact kan leggen.

Ik gaf hem een week om te zien dat we met elkaar gematched waren en hij zelf contact zou zoeken. Een contactname van zijn kant bleef uit. Ik  vermoedde dat dat lag aan ofwel het nog niet opgemerkt te hebben of nog niet correct kunnen inschatten dat we effectief half aan elkaar verwant waren.

Ik stuurde hem via de site een bericht en wachtte. Ondertussen zat ik met een klein bastion aan wachtende supporters. Helaas kwam er geen bericht van hem en ik verweet het (weer) aan de onhandige message-tool van My Heritage. Ik dacht hem op Facebook gevonden te hebben en probeerde het langs die weg. Alvorens hem een bericht te sturen verzond ik hem een vriendschapsverzoek, zo wist ik zeker dat hij dit zou zien.

Hij liet me drie dagen wachten, maar ik had geen haast. Als ik één ding in mijn zoektocht heb geleerd is dat geduld een trouwe metgezel is. Ik zat net helemaal alleen in Nederland op een hotelkamer toen hij mij een eerste berichtje stuurde. Hij bleek Franstalig te zijn. Ikke: ‘merde, tijd om mijn beste google translate boven te halen’. Na wat voorzichtig heen- en weer te appen, vroeg ik hem of hij misschien voor een ontmoeting openstond.

Hij weet ondertussen van mij dat ik een donorkind ben. Ik weet momenteel niet of hij er ook eentje is (mogelijks weet hij het zelf nog niet) oftewel is hij het juridische als biologische kind van de man waar ik (ook) van afstam. Ingewikkeld, niet?

Vorige maandag includeerde hij me in het Whatsapp-groepje met zijn zus en neef. Een groepje dat werd opgericht omdat we elkaar vandaag voor het eerst gaan ontmoeten. De zenuwen zijn inmiddels ook komen bovendrijven. Ik ben reuzebenieuwd doch ben ik me er ook van bewust dat deze ontmoeting onvermijdelijk levens veranderen zal.

broad-jump1.jpg

Met een open geest als hart spring ik onbekende in. Evenwel kan ik niet ontkennen dat een dubbel gevoel een schaduwzijde kenmerkt. Ofwel stopt mijn zoektocht omdat ik heb gevonden maar evenzeer kan een jongen, een zus en neef ontdekken dat de realiteit anders is dan ze werd voorgeschoteld.

Groet,
Steph

 

Familie gevonden! (with a twist)

Niets had me kunnen doen vermoeden dat een DNA match langs moederszijde me nieuwe familie opleveren zou. Ik neem je even mee naar augustus 2018. Ik kreeg een mail van de DNA databank My Heritage om aan te kondigen dat nieuwe DNA matches me te beurt waren gevallen. Los van de aankondiging zie je in zulke mails ook meteen de namen van die nieuwe verwanten evenals hoeveel DNA je precies gemeenschappelijk hebt. Met mijn nieuwe match deelde ik 272,6‎ cM.

Voor diegenen die nog niet zoveel van DNA of cM weten: matches van die aard geven reden om lichtjes enthousiast door de living te beginnen lopen. Als een donorkind soortgelijke match ontvangt, dan betekent dit meestal dat de onbekende vader heel dicht vertoeft en het een kwestie van dagen is voor er een naam of gezicht opgeplakt kan worden.

Het spreekt voor zich dat mijn hart hier sneller van begon te kloppen. Ik ging naar mijn lijst van matches kijken, en ja hoor, daar stond ie op de 2eplaats onder de match met mijn zus. En toen nam de ratio het over. Een DNA match kan namelijk niet enkel aan vaderszijde vallen, het kan ook aan moederskant zitten. Omdat mijn zus en ik een andere biologische vader hebben kan ik makkelijk mijn matches filteren: diegenen die ik met haar deel liggen langs moederszijde. Hetgeen overblijft zijn de kruimels die me de weg naar mijn onbekende vader leiden.

Ik filterde de matches en zag dat ik hem mijn zus deelde. Van enthousiast ging ik naar iets minder enthousiast, maar ik was wel nieuwsgierig want ik herkende die persoon niet meteen. Ik dacht aan 1 van mijn neefjes die ik al jaren niet meer had gezien en besloot hem via de site een berichtje te sturen.

Hij antwoordde niet. Een maand later stuurde ik hem nog een berichtje. Wederom bleef het stil aan de andere kant van het scherm. Omdat My Heritage een ietwat onhandige message- tool heeft, gokte ik op het vermoeden dat hij mogelijks mijn berichtjes nog niet had gezien. Eind oktober deed ik een laatste poging. In dat berichtje vermeldde ik de naam van mijn moeder.

21 december 2018 ontving ik een mailtje. Het was de jongeman. Hij had inderdaad mijn berichtjes nog niet gelezen. Hij vertelde dat onze match geen toeval kon zijn. Zijn moeder was namelijk een buitenechtelijk kind wiens echte afkomst lang een geheim en zelfs een heus taboe was. Na wat heen en weer gemail stelden we vast wie uit mijn familie haar biologische vader moet zijn geweest. Moet zijn geweest, want haar biologische vader is ondertussen overleden.

Ik geef toe dat het even raar deed om een familiegeheim te ontdekken omdat je zoiets niet verwacht, maar het gewicht van dat geheim op de dochter doet me meer. Zij heeft namelijk geen schuld noch bijdrage aan het gegeven dat haar leven op één of andere manier toch heeft getekend. Ik heb haar zoon voorgesteld dat indien ze vragen had of met ons in contact wou treden, dat dit kon en mocht. Uiteraard op haar tempo en aangeven.

En toen kwam ons eerste telefoongesprekje. Ik hoorde dat ze zenuwachtig was. Ik zei: “ Voor we elkaar beter leren kennen, wil ik je laten weten dat hoe onverwacht je ook in ons leven kwam: je bent meer dan welkom. Je bent de dochter van en zo zal ik je altijd beschouwen ookal heb je die erkenning nooit gekregen. Ik kan het verleden niet rechtzetten of de fouten van een ander herstellen, maar ik beloof je vanaf dit heden het juiste te doen. Jou vinden is hoe dan ook winst en ik ben heel benieuwd om je te ontmoeten mocht je dat willen.”

Gisteren was het zover. Mijn zus en ik reden naar haar huis toe. Ze deed de voordeur open. Meteen volgde een eerste knuffel en warme begroeting. Maar er was ook instant herkenning: ze lijkt echt wel op hem evenals op van één van onze tantes.

Zelf had ze geen enkele foto van haar vader. Ondertussen heb ik haar een lading bezorgd en hoop ik dat we haar helpen kunnen in het beantwoorden van een aantal vragen waar ze mee worstelt. Het doet vreemd om aan de andere kant van de wand te staan, doch dan ook weer helemaal niet omdat je als geen ander weet hoe is om in een schaduw te moeten leven.

De eerste bubbels voor het nieuwe jaar werden met èn op haar geklonken. Dat het licht, voorspoed, herstel en nog meer ontdekkingen, of herontdekkening, teweeg mag brengen. Ik ben alvast klaar voor 2019. Bring it on, baby.

Groet,
Steph

3188260349_7243dd3c6e_b.jpg

De lege doos van een vader

Mijn ouders zitten al een tijdje in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. Ik denk dat ik 18 of 19 jaar oud was toen ik een advocaat op de stoep van mijn ouderlijk huis vond die er de start van kwam aankondigen.

Het werd een lange strijd. Eentje waarvan ik altijd gevoel dat beide partijen hoopten dat een natuurlijk overlijden aan de andere kant niet alleen de boel versnellen zou, het zou ook enig voordeel opleveren kunnen. Maar niemand ging vroegertijdig dood. En hoe ze beiden halstarrig aan het leven vasthielden, zo hielden ze ook vast aan de spullen die vroeger van hen beiden waren.

Heel wat jaren terug had ik mijn vader verzocht om onze oude jeugdfoto’s en filmpjes aan ons te geven. Dat wou hij niet. Niet omdat hij ze zelf wou, hij hield ze gewoon achter de hand zodat hij bij nakende onderhandelingen deze inzetten kon om andere spullen te kunnen behouden. En zo geschiedde.

Mijn moeder had meer begrip voor mijn vraag en zette ze op haar lijstje van goederen die na de scheiding verdeeld zouden worden. Een kleine maand geleden reed ik naar haar toe om de herinneringen aan mijn jeugd op te halen.

De oogst was groot: 2 dozen vol met fotozakjes, 54 x 8mm filmpjes, de uurwerkjes die we ooit voor onze 1stecommunie hadden gekregen, doopkaarsen, … Als een kind in een snoepwinkel heb ik die dag niets anders gedaan dan in volle verwondering alles te doorbladeren. Er zitten foto’s tussen van ons die ik nog nooit heb gezien. Het is vreemd te beseffen dat deze ooit ergens in huis hebben gelegen, ergens verscholen maar dat ik ze nooit ben tegengekomen. Dat huis is trouwens al lang voor mij geen thuis meer: mijn vader sloot ons letterlijk buiten toen de waarheid van onze afkomst aan het licht kwam.

Grasduinend door het verleden voel ik niet alleen warmte maar ook wat verdriet. Verdriet omdat het lijkt dat mijn ouders alles hadden om gelukkig te zijn en te blijven, maar toch liep het ergens verkeerd en werden we meegesleurd in het slagveld van twee volwassenen.

Ook raar is dat in de dozen niet alleen foto’s van ons zitten, maar ook van vakanties van voor dat wij er überhaupt waren: foto’s van mijn vader toen hij jong was, van zijn zus, mijn vroegere nicht, … Mijn vader heeft niet eens de moeite genomen om ze te bekijken en te triëren voor ze van de zolder naar de autokoffer van mijn moeder ging. Hij hield geen enkele foto van zichzelf, noch van ons moeder of van ons. Alsof je gewoonweg een stuk uit je verleden en leven knipt in een poging iets te doen verdwijnen door het bestaan er van te vermijden.

Op een aantal van de foto’s lijkt hij ooit wel een lieve vader voor ons te zijn geweest. En ergens denk ik dat hij in al zijn onkunde dat ook wel was. Maar niets zal ooit kunnen verantwoorden waarom hij een ontkennende en verwerpende (groot)vader werd.

Groet,
Steph

onzejeugd718.jpeg

Medeplichtigen aan de leugen

Met 8 waren ze, de mensen die naast mijn ouders op hoogte waren dat onze oorsprong ergens anders lag dan de aangeboden Brabantse klei. Mijn 4 grootouders, de zus van mijn vader en diens echtgenoot, de zus van mijn moeder maar ook de huisarts maakten deel uit van het pact om ons in een leugen te laten opgroeien. Onder het motto ‘wat niet weet, deert niet’ dachten elk van hen er goed aan te doen de waarheid voor ons te verzwijgen.

IMG_8455.jpg

 

Het clubje steeg in aantal naarmate er neefjes, nichtjes en nieuwe partners bijkwamen. Elk van hen wist wat wij niet over onszelf mochten weten. Nu nog steeds vraag ik me af of een liefde echt puur en oprecht kan zijn als je bereid bent te liegen over iets dat de ander aanbelangt. Liegen of niet vertellen doe je namelijk niet uit het belang van het kind, meestal wegen andere belangen net iets harder door.

Ik kan begrijpen dat de gedachte dat het niet aan jou is om de kinderen in te lichten of een vrees dat complicaties optreden zullen eens de waarheid wordt verteld, mogelijks mensen tegenhouden om door de appel heen te bijten. Maar niet vertellen maakt je schuldig aan medeplichtigheid aan een grove leugen. Een soort van schuldig verzuim daar verantwoordelijkheden worden verzaakt ten aanzien van het kind of het nu je neefje, nicht, … of kleinkind is.

Er zijn heel wat donorkinderen die nu nog steeds niet weten dat ze van andere makelij zijn dan de afkomst hen werd aangemeten. Weet wel dat als het donorkind erachter komt, het d ‘office nagaan zal wie allemaal op de hoogte was en dus naliet het eerder in te lichten.

Ikzelf wist het pas op mijn 25ste. Veel te laat. Zo laat dat zelfs psychologen sympathiek knikkend een luisterend oor aanbieden. Tuurlijk had ik het liever vroeger geweten. Naast een onvermijdelijke identiteitscrisis deed het ook mijn al relaties vraag stellen. Want als de mensen die het dichtst bij me staan zulke fundamentele leugen lieten manifesteren, wat heeft de rest dan voor me in petto?

Groet,
Steph