Detectie, reflectie, affectie

Zondag is mijn wekelijks update-momentje met de nieuwe halfbroer. Ik laat hem weten hoe het met me gaat en breng hem over de laatste stand van zaken over de zoektocht op de hoogte.

Ik vind het fijn dat hij er is. Het DNA dat we delen is het vertrekpunt van onze band, al moet ik toegeven dat elkaar zo laat in het leven vinden een bepaalde evenwichtsoefening met zich meebrengt.

Relaties zijn per definitie complex, doch bij ons zit er ook een onnatuurlijk gegeven in verweven. Door het ontwarren trachten we het natuurlijke van het on-natuurlijke te onderscheiden. Als een goudzoeker met een schaal kantelend in het hand in de hoop dat de deeltjes met een hogere dichtheid of herkenbaarheid zichtbaar worden.

We zijn nu met 5 (2 halfbroers, 1 halfzus, 1 volle broer en ik). Leg je onze foto’s naast elkaar dan zou je nooit kunnen vermoeden wat we aan elkaar verwant zijn. Allen zo verschillend doch zijn er zaken die ik bij mezelf of bij de anderen onderling herken. Ook: je ziet meer als je elkaar in het echt ontmoet.

We zagen elkaar al 1 keer hetzij digitaal via Zoom nu een maand geleden. Het viel me op dat hij ook een beetje zenuwachtig was. Het is ook wel wat raar die eerste face to face begroeting met iemand die je voorheen niet kende maar wel de helft van je biologische stamboom met je deelt.

Aanstaande woensdag gaan we elkaar in real life ontmoeten want hij en ik hebben in het vertrouwde Brussel afgesproken. Mijn beste Frans wordt uit de kast gehaald, desnoods schakelen we over naar het Engels. Misschien kan ik met hem langs het huis waar onze vermoedelijke biologische vader heeft gewoond. Het is een buurt waar mijn zus en zus zo vaak hebben rond gehangen, de alternatieve chicka’s die we toen waren.

Maar ik kijk vooral uit naar het zien van iemand aan wie ik verwant ben: het detecteren en reflecteren ten aanzien van elkaar, op zoek naar die gemeenschappelijke potgrond en kenmerken die ons verbinden.

Laat maar komen die ontmoeting.

Groet,
Steph

images.jpeg

Onward

Vlak voor de lockdown ging de film Onward in première. Door ons filmabonnement kregen we kans Pixar’s nieuwe telg als eersten te bewonderen. Omdat ik graag onbevangen naar een film kijk, had ik bewust de trailers en reviews vermeden.

Met zoete popcorn in hand, en goed gezelschap aan beide zijden, plofte ik de zetel in klaar voor de welgekome afleiding en een dosis verwondering.

Wat ik niet wist, is dat hij harder zou binnenkomen dan verwacht. Nog geen 5 minuten de film in leken de stoelen rondom me te verdwijnen en zat ik er nog maar alleen. Even geen masker, harnas of afschutting te bespeuren: de poort naar de burcht rond mijn hart stond plots wagewijd open.

251feef7-1d4a-4c6a-8326-176ea398b3b7-large16x9_ONWARDONLINEUSEt186_21d_pub.pub16.293

Dikke tranen rolden naar beneden, mijn kwetsbaarheid lag open en bloot. Ik verschoot van de puurheid van emoties die ik herbeleefde omdat ik ze met het hoofdpersonage deelde. Alsof iemand de waterput van mijn diepste pijnen gevonden had en er in was geslaagd een emmer op te halen.

De film gaat niet alleen over een gemis, verdriet of zoektocht. Zoals de titel misschien al verklapt gaat het om voorwaarts te gaan. Het verleden kan je niet meer veranderen, maar je kan er wel een andere inkleuring aan geven en koesteren wat je nog koesteren kan.

Bij deze: Onward is really on to watch en je kan hem vanaf nu thuis streamen of bestellen. En niet naar de trailers gaan kijken. It will spoil the true emotions.

Groet,
Steph

Blank space

Het nieuws dat ze geen contact met me wensen heeft er hard ingehakt. Ik nam afstand en tijd om wonden te verzorgen. Ik schreef hen nog één laatste bericht.

Dag XX,

Het is even geleden dat ik je mailtje heb binnengekregen. Ik heb nog niet gereageerd want toen mijn leven na je mailtje even stil viel, kwam het hele land door de COVID-19 epidemie tot stilstand. Ik werk in een cruciale sector en het was alle hens aan dek om onze medewerkers (verder) te helpen. De sluiting van de scholen deed de werk/gezin/vrije tijd-balans ook wat wankelen.

Nu structuur wat is terug gekeerd, neem ik het klavier nog een keertje ter hand om je te schrijven. Je mail deed me verdriet, niet zozeer omdat je geen contact wil (daar kan ik jou of een ander niet toe verplichten) maar omdat je mijn vraag niet harder had kunnen afketsen.

Ik ben niet op zoek naar contact, ik ben enkel op zoek naar een mogelijkheid om een fundamentele vraag over mezelf eindelijk te kunnen beantwoorden. Het is een vraag die me nu al 16 jaar bezig houdt, misschien in mijn onderbewustzijn nog langer. Het tekende me omdat ik niet weet wie ik ben daar ik niet weet waar ik echt vandaan kom. Daarnaast beïnvloedde het gegeven familiale relaties, maar ook andere banden bleven niet onaangetast.

Mijn leven staat los van het jouwe en omgekeerd, doch bevind ik me op een kruispunt met jouw familie. Ik vraag niet om paden naast elkaar te laten lopen, maar gewoon om te willen helpen zodat ik (weer) verder kan. Mijn onderzoek doet me ondertussen vermoeden – maar 100% zeker ben ik niet – dat je oom of je grootvader mogelijks mijn biologisch vader zou kunnen zijn. Ik denk eerder je oom gezien de leeftijd en het gegeven dat hij in Brussel studeerde toen ik verwekt werd.

Ik kan er zelf niet aandoen dat ik mijn afkomst niet ken, daar ben ik namelijk niet verantwoordelijk voor. Diegenen die hier wel een aandeel in hadden zijn ondertussen overleden. Ik zou niet liever willen dat je oom of grootvader nog leefden, dan kon ik hen mijn vraag rechtstreeks voorleggen. Maar dat gaat niet (meer), hoe hard ik altijd heb verlangd mijn biologische vader in levende lijve te kunnen ontmoeten.

De kern van mijn vraag naar jou (of jullie toe) is een vraag van empathie en wat bereidwilligheid. Ik hoef niets van jullie (geen geld, geen elkaar moeten leren kennen of andere zaken). Ik ben ook bereid om de DNA-test te betalen. De uitslag van zo een test is op geen enkele manier bindend: niet op juridisch maar ook niet op emotioneel vlak. Zijn we niet aan elkaar verwant, dan weet ik dat dat de antwoorden ergens anders moeten liggen. Of als je weet hebt dat je oom kinderen had, dan kan ik hen hierover bevragen. Voor zover ik weet had hij er geen.

De afgelopen jaren heb ik mijn zoektocht redelijk publiekelijk gedeeld. No worries: ik ben altijd zeer discreet als ik iets neerpen of een interview geef. De afgelopen blogs gaan over de ontwikkelingen van vorige maand. Misschien krijg je dan een beter beeld over mezelf en intenties. I really mean no harm.

Met vriendelijke groet,
Steph
78cd5fcb54acb0455d7f8da63a67264d

Broodje afwijzing

Het is meer dan een week geleden dat ik met één van mijn vermoedelijke nichten belde. Weer slaat de twijfel toe: had ik wel naar het juiste emailadres gemaild? Misschien wou ze me wel contacteren maar kon ze niet omdat ik tijdens het telefoongesprek mijn gsmnummer niet had vermeld.

Ik besluit terug te bellen. Deze keer zit ze niet aan haar bureau en vraag ik haar collega mijn naam en nummer te noteren. Een dag gaat voorbij en ik hoor of lees niets van haar. Die avond stuur ik haar een tweede mailtje en ga ik wachtronde 5 in. 

Er gaat een dag voorbij. Ik plof mijn tas neer en vertel mijn gezin dat ik nog altijd niets heb vernomen. Na het avondeten neem ik mijn laptop ter hand. Rechtsboven zie ik een pop up mail-icoontje met haar naam verschijnen. Ze heeft terug gemaild. Stress slaat me om het hart. Ik durf het bericht niet te openen. Mijn elfjarige dochter pakt de computer, opent de mail en leest hem voor. 

Hallo Steph,

Zowel mijn moeder, zus en ikzelf hebben jouw mail gelezen. Wij wensen echter geen contactname en hopen dat u dit zal respecteren.

Met vriendelijke groet, XX

76664766_xl-kopie-604x270.jpg

Mijn hart breekt doch probeer ik me sterk te houden. Ik zie in de ogen van mijn kinderen en manlief dat ze beseffen dat ik net afgewezen werd, maar begrijpen doen ze het niet. Ze komen rond me staan om de net ingeslagen krater met hun liefde te kunnen opvullen. Ik wuif hun bezorgdheden weg, zeg dat het me niet veel doet omdat ik toch nog een plan B heb klaar staan. 

Die avond leg ik mijn kinderen te slapen. Ik kijk naar mijn dochter en voel de tranen op zwellen. Ze legt haar hand op mijn arm en tracht me met haar blik te troosten. Ik zeg haar dat ik niet droevig wil zijn, maar dat ik het wel ben. Dat het me verdriet doet om zomaar opzij geschoven te worden nog voor ik hen oprecht mijn verhaal en vragen voorleggen kan. Dat ik meer en beter verdien dan de manier waarop ik behandeld wordt. Dat ik er niet aan kan doen dat ik besta – ik had er namelijk geen enkel aandeel in – en me afvraag waarom net de mensen bij wie ik (h)erkenning zoek me precies constant het gevoel geven dat ik er niet mag zijn.

Als een broodje dubbele afwijzing: aan de ene kant heb je mijn niet-biologische familie die me verwierp omdat ik hun bloed en genen niet had, aan de andere heb je mijn biologische familie die niet met mijn bestaan geconfronteerd wil worden. Als een straathond word je keer op keer aan de kant geschopt.

Maar ik ben er en ben het beu om altijd voorzichtig met iedereen rekening te moeten houden terwijl die ander vaak niet bereid is hetzelfde te doen. Tuurlijk had ik mijn vragen rechtstreeks aan mijn potentiële biologische vader willen stellen, maar hij is naar alle waarschijnlijkheid overleden. Ik had hem kunnen kennen, maar ik mocht niet. Meer nog: een hoop mensen hebben ontzettend hun best gedaan om het me (ons) zo moeilijk mogelijk te maken.

Ik heb het recht om te weten waar ik echt vandaan. Me negeren, cuplpabilseren of afwijzen doet me niet verdwijnen.

Groet,
Steph

Lege stoel

Drie jaar lang is Nighthawks van Edward Hopper de bureaubladachtergrond op mijn laptop geweest. Toeval deed me op deze prent botsen en ik besloot om hem tot dagelijkse metgezel te dopen daar dit beeld voor een stuk mijn zoektocht symboliseert.

Nighthawkss-644x429.jpeg

Ik hield het voor ogen omdat het een einddoel omvatte. Door het raam zie je een man met zijn rug naar je toe aan de bar zitten. Ik beeldde me in dat ik ooit op een dag op weg zou zijn naar een locatie van zijn keuze om elkaar voor het eerst in het echt te begroeten. Een omgekeerde evenredigheid zou vastgesteld worden in de hoeveelheid kriebels in de buik en de afstand die steeds kleiner werd.

Nog 1 keer diep ademhalen voor ik in het café binnen wandel. Hij kijkt op en draait zich om, zijn gelaat eindelijk zichtbaar èn in bewegende vorm. Ik zou naast hem plaats nemen en hem het eerste halfuur grondig bestuderen. Alles wat ik fysiek aan die onbekende kant toeschreef zou ik instant vergelijken: ogen, voorhoofd, handen, het putje in de kin van mijn zoon, … Ik vraag me nog steeds af of ik echt herkenning zou gezien of gevoeld hebben. Maar ook hoe het voor hem had geweest om in de nabijheid van een biologische dochter te vertoeven.

Maar het café is en blijft leeg. Niet omdat we in Corona-lockdown zitten, maar omdat hij er niet meer is.

89760353_10222298731839790_4862222400084770816_n.jpgGroet,
Steph

 

Contact

Geen van beide zussen geeft blijk mijn bericht te hebben gelezen. Het leesballetje op facebook blijft leeg en ook het vriendschapsverzoek onbeantwoord. Ik zoek verder naar mogelijkheden om hen rechtstreeks te kunnen bereiken. Van één van hen vind ik een hotmailadres. Zou het nog werken? Ik heb niets te verliezen en stuur het facebookbericht door. Ik steek er ook wat foto’s bij zodat ze zien kan dat ik en mijn kinderen echt zijn. En weer wacht ik.

Schermafbeelding 2020-04-25 om 12.37.28.png

Het wachten geeft me tijd. Tijd om na te denken en contact proberen te zoeken met andere mensen uit de familie. Een vermoedelijke achternicht vindt het alvast geweldig dat een onverwachte appel uit de stamboom gevallen is. We bellen en ik vertel haar al een deel van mijn verhaal maar ook de verschillende redenen waarom ik net denk dat mijn oorsprong in haar familie zou liggen. Ze vindt het allemaal spannend en stelt voor dat we elkaar ooit in het echt begroeten. De gemoedelijkheid van ons gesprek verwarmt mijn hart.

Ik laat haar weten wie uit haar boom mogelijks mijn biologische vader is. Wanneer ik vertel dat hij een aantal jaren geleden gestorven is schrikt ze. Ze wist het niet. Het contact tussen de afzonderlijke familietakken was het laatste decenium verwaterd. Vaag kon ze zich een vete tussen broer en zus herinneren. Niet veel later zou een oude schoolvriend me bevestigen dat ze inderdaad in onmin leefden. Zou dit de reden zijn waarom zijn zus geen contact met me wil? Word ik afgerekend voor het verleden dat ze deelden? Ik sta daar toch los van?

Vragen kunnen pas beantwoord worden als ik effectief de kans krijg om ze te stellen. Misschien is een proactieve aanpak beter dan een mail of brief te sturen? Online vind ik van 1 van de dochters het werktelefoonnummer. Weet je wat, ik ga ze gewoon bellen en vragen of ze mijn mailtje heeft gelezen.

En zo geschiedt: ik voel mijn hart weer iets harder pompen en mijn telefoon op mijn rechteroor drukken. ‘Of ik XX even kan spreken?’ vraag ik aan de receptionist. Hij verbindt me door. Ze neemt op, ik stel me voor en veronderschuldig me dat ik haar op haar werk contacteer. ‘Ik heb je een tijdje terug via facebook en hotmail een bericht gestuurd, maar weet niet of je het ontvangen en gelezen hebt.’ leid ik het gesprek in. Ze  geeft aan dat ze haar inboxen niet vaak checkt en dus nog niets had zien verschijnen.

‘De reden waarom ik je contacteer is omdat ik denk aan jou verwant te zijn. Meer uitleg kan je in het bericht terug vinden.’ zet ik het gesprek verder. ‘Het spijt me dat ik je hier nu een beetje mee overval en neem gerust wat tijd om het te bevatten. Ik hoop van harte dat je voor contact open zal staan.’ Ze belooft het mailtje te lezen en we sluiten het gesprek af.

Hop naar wachtronde 4.

Groet,
Steph

Zij-sporen

Twee weken lang heb ik geprobeerd haar te spreken, maar ze nam nooit meer op. Het begint me te dagen dat ze me niet wil spreken. Op zich niet erg, maar me negeren doet me niet in het niets verdwijnen. Ik begrijp niet waarom het zo moeilijk is om me te woord te staan. Ik stel toch gewoon maar een vraag.

Schermafbeelding 2020-04-18 om 11.36.00.png

In afwachting van enige reactie werk ik aan mijn stamboom naarstig verder en ontdek dat ze twee dochters heeft. Beiden zijn volwassen. Misschien staan zij wel open voor de vragen die ik me stel? Misschien zien zij de dingen anders en zijn ze toegankelijker? Ik schuim het net af en vind al snel hun facebookprofielen. Bij één van de dochters zie ik dezelfde ogen als mijn zoon. Zouden ze ook gelijkenissen zien? Ik moet aan hen verwant zijn, alleen weet ik nog niet hoe ver of hoe dicht.

Ik kruip in mijn pen en stuur hen het volgende:

Dag XX, 

Mijn naam is Steph. We kennen elkaar niet. Het is een lange persoonlijke zoektocht dat me vandaag over de streep trekt om contact met je te zoeken. Ik denk aan jou verwant te zijn (familie), meer bepaald: ik denk een achternicht, misschien zelfs een nicht van je te zijn.

De afgelopen 3 jaar zocht ik naar mijn onbekende afkomst. Ik kende mijn moeder maar niet mijn biologische vader. Door te testen bij internatoniale DNA databanken en het uittekenen van stambomen van mijn DNA matches, ben ik bij een tak uitgekomen waarvan ik denk dat daar mijn echte afkomst zou moeten liggen. Ik ben nog niet voor 100% zeker, but I’m getting close. Jij en je zus komen uit die tak voort.

Weet dat mijn intenties puur en oprecht zijn. Ik ben er niet op uit om levens te verstoren, wil gewoon weten waar ik echt vandaan komt zodat ik het me niet meer hoef af te vragen en eindelijk het gat in mijn identiteit kan dichten. Daarnaast zou het fijn zijn om je te leren kennen.

Ik ben 41 jaar oud, mama van twee kinderen en woon met mijn gezinnetje in Antwerpen. Mijn jeugd was niet zo geweldig, doch trots op hetgeen ik heb bereikt en ben geworden. Ik werk als management assitent op het Tropisch Instituut van Antwerpen, ben redelijk creatief, recht toe recht aan en leeft eerder vanuit het hart. Ik heb twee broers en een zus in het gezin waar ik in opgroeide. 

Ik zou je graag willen voorleggen of vertellen hoe het komt dat ik denk dat wij mogelijks aan elkaar verwant zijn. Zou je hiervoor openstaan?

Met een warme groet.
Steph 

Wat hoop ik dat ze een teken van leven geven.

Hello from the other side?

Zes dagen geleden reed ik naar het huis van iemand waarvan ik vermoed verwant aan te zijn. Ze was niet thuis dus liet ik een brief achter. Ik merk dat ik iets regelmatiger naar mijn telefoon en mails ga kijken. Zou ze mijn brief hebben gelezen? Hoe lang zou ik moeten wachten voor ze iets van zich laat horen? Bij elk onbekende beller schiet mijn hartslag de hoogte in. Instinctief check ik elke ruimte op de mogelijkheid me apart te kunnen zetten mocht ze bellen.

Maar ze belt niet. Mijn inbox blijft leeg. Wat nu? De 1207 search leverde me niet alleen aan adres, er stond ook een telefoonnummer bij vermeldt. Ik besluit haar te bellen, maar wanneer? Ik stel nog even uit. Net na het werk? Neen, dan niet want dan moet ik naar huis fietsen. Als ik thuis ben gekomen? Neen, want dan moeten we eten. Na het eten? Ja, dat kan of toch maar niet?  Vragen en antwoorden pingpongen door het hoofd. Mijn maag draait in een knoop.

Ik overleg met manlief en stel hem de vraag waarom ik me zo zenuwachtig voel. Is omdat uiteindelijke antwoorden binnen handbereik liggen, me stress geeft? Wat maakt me zo onzeker? Ik weet het niet. Ik haal me vroegere momenten voor mijn geest dat me als stoere griet typeren. Neen, ik hoef me voor niets te schamen, ik kan en mag dit.

images.jpeg

Ik druk haar telefoonnummer in en begeef me naar de gang in ons huis waar ik op de trap ga zitten. De beltoon gaat, ik voel mijn hart pompen en ik haal diep adem. Ik bedenk me dat ik me zoveel beter ga voelen als ik haar aan de lijn heb gehad en het eerste gesprek heeft plaatsgevonden.

Er wordt opgenomen. Een vrouwenstem begroet me en ik zeg: ‘Goedenavond, spreek ik met XX?’. De lijn valt weg. Even denk ik dat het een slechte verbinding was en bel ik terug. Ze neemt niet meer op. Ik neem me voor om het de komende dagen het nog keer te proberen.

Groet,
Steph

Alternatieve route

Ondertussen heb ik de stamboom van mijn vermoedelijke biologische grootouders uitgewerkt. Zelf  hadden ze twee kinderen maar hun familie telt ook een handvol achterneven en -nichten. Voorzichtig verstuur ik wat berichten uit in de hoop contact te leggen.

Om dat mijn vermoedelijke biologische vader overleden is en zijn beide ouders niet meer leven, ligt het sluitend antwoord mbt mijn afkomst bij het dichtst mogelijke familielid. In mijn geval is dat zijn zus.

Op het overlijdensbericht van hun moeder vind ik een adres terug. Een 1207 search bevestigt wat ik dacht: het is het adres van zijn zus.

Ik besluit om op een zondagmiddag er naar toe te rijden. De stress slaat rond mijn maag. Angst en onzekerheid proberen twijfel te zaaien. Het is gek hoe de aanhoudende verloochening van je gevoelens, rechten en verlangens door anderen jezelf hebben wijsgemaakt dat het donker de plek is waar je thuishoort. Het is de plek die je werd aangewezen en je uiteindelijk ook hebt aangemeten.

Maar ik heb geen jaren gezocht en geploeterd om onder een steen te kruipen, zeker niet nu ik zo dicht ben. Ik stel een brief op voor het geval ze niet  thuis is en bak mijn lekkerste cake. Want stel dat ze thuis is en me binnen laat, dan hebben we toch iets om bij de koffie te serveren.

Het stormt op de baan. Ik volg de route die mijn gps aangeeft en besef dat hij hier waarschijnlijk ook vaak heeft rondgereden. Het doet vreemd. De hartslag gaat de hoogte in als ik de straat van zijn zus inrij. Ik parkeer mijn wagen en veeg mijn zweethandjes aan mijn broek af. Ik haal diep adem, stap uit en wandel richting haar voordeur. De rolluiken zijn naar beneden.

Er hangen twee deurbellen. Eén lijkt kapot. Op de andere staat haar achternaam. Oef, ik zit juist. Nog 1 keer diep adem halen, ik druk op de bel.

Mijn hart gaat hard te keer en probeer mezelf te kalmeren. Ben benieuwd om haar te zien en misschien iets van mezelf, mijn kinderen of van de anderen te herkennen. Maar de deur blijft dicht. Ook de rolluiken blijven onaangeroerd. Ze is niet thuis. Ietwat teleurgesteld steek ik mijn brief in haar brievenbus.

Nu hopen en wachten dat ze hem leest en contact met me opneemt.

Groet,
Steph

images.jpeg

 

(p.s.: deze blog is voor de COVID19-pandemie geschreven)

Droevige mama 

De afgelopen weken waren ook niet makkelijk voor mijn kinderen. Ze zagen me vroeger al een aantal keren verdrietig, deze week was toch anders. Leven met een open hart – of ik het nu zelf heb opengezet of er een gat werd ingeslagen – doet intens leven en beleven. Ze kennen mijn hoogtes en laagtes. Samen vormen we een geheel en zijn we meer dan enkel de delen samen.

Ze zijn een spiegel, hoe confronterend dit bij momenten kan zijn. Ze leren me zoveel: niet alleen over zich- en mezelf, ze leren me ook wat belangrijk is en wat minder. Het leven gaat niet altijd hoe je het zelf wil. Daar waar geluk is, zit ook verdriet. Verdriet mag er zijn, want dat wil zeggen dat er liefde was ookal kwam het misschien slechts van één kant.

Maar kinderen zouden hun ouders niet hoeven te troosten, omdat de ouders van hun ouder hen met een leegte opzadelde. Ze weten dat het verdriet dat ik in me draag, niet door hen komt. Integendeel, ze zorgen er net voor dat ik het kan kanaliseren, als kraantjes op een emmer gevuld met tranen.

Ze zitten naast me op de rollercoaster van mijn zoektocht. Met zakdoeken en knuffels bij de hand, proberen ze me ook de andere dingen te laten zien die ik misschien uit het oog verlies omdat pijn je nu eenmaal in een holletje doet kruipen. Zo heeft mijn dochter een popje gemaakt dat ik meenemen kan zodat ik niet alleen ben. De keren dat zoonlief over mijn rugje is komen wrijven om me te vertellen dat het niet zo erg is dat hij mogelijks is overleden, kan ik niet meer op mijn vingers tellen.

Ik heb verdriet om wat niet is, nooit is geweest en niet meer kan zijn. Ik rouw, doch is het heden waar ik me aan dien vast te houden. Het is het hier en nu dat telt. Ik heb de kans om mijn kinderen te kennen, voor hen te zorgen, van hen te houden en er voor te zorgen dat we zoveel mogelijk samen kunnen beleven. Want het zijn die momenten die hen troost zullen bieden als ik er zelf niet meer ben.

Groet,
Steph

moer_bg-650x337.jpg