Rouwverlof

Afgelopen week was weer een heftige week. Ik verloor namelijk wat ik dacht in hoofd en hart erbij gewonnen te hebben.

Een maand geleden werd het vermoeden van een nieuwe halfbroer aangewakkerd. Toen manlief en dochter krak dezelfde gelijkenissen zagen, was ik er echt van overtuigd weer een stukje gevonden te hebben. Ik weet het: de puzzel is groot, maar elk stukje ik gelegd krijg schetst het geheel waar ik zo naar verlang. ‘t Is keer op keer trachten te v(erb)inden wat uit- of doorgeknipt werd.

Ik zocht contact en gaf hem tijd als ruimte om voor zichzelf te beslissen het antwoord te willen weten. Je moet daar namelijk met twee voor zijn. Zonder dat ik het wist had hij na ons eerste gesprek een DNA test besteld. Wat hij dan weer niet wist is dat ik hem de afgelopen weken een zekere genegenheid ben beginnen toeschrijven. Het is vreemd maar als je iets van je zelf of van een dierbare in een ander herkent, zet dat op één of andere manier een kamer in je hart voor een (on)bekende open.

Deze week was het resultaat gekend: hij en ik zijn niet aan elkaar verwant. Wat ik dacht erbij te hebben, voelde als een oprecht verlies aan. Ik wou naar huis, me op de bank in een dons oprollen en de rolluiken van het leven tijdelijk laten zakken.

Op het werk raadpleegde ik het arbeidsreglement en zag dat er enkel rouwverlof bij verlies van juridische 1e, 2e en 3e graad (schoon)familie toegekend wordt. Donorkinderen horen over hun andere familieleden maar te rouwen in eigen tijd. Nochtans is dat verlies en verdriet even reëel als het andere.

Daarom pleit ik bij deze om voor ons een bijkomend officieel rouwverlof beschikbaar te maken als volgende gevallen zich voordoen:

  • Als je ontdekt dat over je echte afkomst werd gelogen
  • Als de schaal aan leugens en medeplichtigen zichtbaar worden
  • Als blijkt dat je broer of zus slechts half aan jou verwant is
  • Als je vaststelt dat je onbekende bio ouder of andere verwanten gestorven blijken te zijn
  • Als je denkt familie te hebben gevonden, maar het niet zo blijkt te zijn
  • Als je contact zoekt maar afgewezen, doodgezwegen of genegeerd wordt
  • Als iemand bewust je relatie met een naverwante probeert te saboteren
  • Als anderen jouw belangen en welzijn (blijven) onderschikken

Maar voor nu rouw ik enkel tijdens werkpauzes, na de uren of in het weekend.

Groet,
Steph (Ze huilt maar ze lacht, Maan)

2019 – What a year it has been

Ik ben het meisje met het grote verlanglijstje en de hoge lat. Zelden is het genoeg of duurt het niet lang voor de focus zich richt op hetgeen dat nog niet bereikt werd. Want het kan altijd meer én beter. Dat zorgt voor onrust maar het geeft me ook extra wind in de zeilen als er tegen de stroom ingevaard moet worden.

Om te weten wie je bent, hoor te weten waar je vandaan komt. Ookal kan ik die ene fundamentele vraag nog niet beantwoorden en zit ik nog steeds met een gemis: het afgelopen jaar heeft me veel bijgebracht.

Loop je even mee?

Dit jaar ontmoette ik mijn eerste halfbroer. Een toevalligheid deed ons pad kruisen: nietsvermoedend had hij een DNA test gedaan bij een databank waar ik ook geregistreerd stond. Hij wist toen nog niet dat hij een donorkind was, want zijn ouders hadden hem hierover nooit ingelicht. Achteraf zou hij me vertellen dat hij de nieuwsgierigheid in mijn eerste voorzichtige berichtjes tussen de regeltjes door had kunnen ontwarren. Hij was en is zo superchill met het gegeven, met mij, met ons. Op één of andere manier hebben we een evenwicht gevonden in de absurditeit waarin halfbroers en -zussen doelbewust werden gescheiden en elkaar zogezegd nooit mochten kennen. Onze takken zijn voor het eerst terug aan elkaar verbonden. Maar ook zijn zus heeft een plek in mijn hart gekregen, ookal is ze niet aan me verwant. Ze is superlief en aardig.

Ook was er die man die het niet erg zou gevonden hebben om mijn biologische vader te zijn. Ja hoor, zulke mannen bestaan. Hij nam contact op nadat hij een interview met me had gelezen. Het jaartal, de locatie van verwekking: het kon kloppen. Ietwat bevreemdend was toen ik zijn ingescande toestemmingsformulier van het verwantschapsonderzoek doorgemaild kreeg. Helaas was de uitslag negatief. Ondertussen staat hij ook een internationale DNA databank en hoop ik van harte dat hij en zijn (donor)kinderen elkaar vinden.

En er was er ook die periode dat ik dacht het bijna van de daken te kunnen schreeuwen. Mijn zus had namelijk iemand op het internet gevonden die aan mijn broers deed denken. Toen ik meer leden van zijn familie vond en verschillende gelijkenissen aantrof, was ik er van overtuigd dat het einde van mijn zoektocht in zicht was. Nog nooit had ik me aan 1 familie zo kunnen weerspiegelen, nog nooit had ik me vanbinnen zo thuis gevoeld. Maar het bleek niet zo te zijn. Toch wel even toegeven dat de boom van die familie nog ergens op mijn pc opgeslagen staat, mochten er alsnog andere aanknopingspunten aan de horizon verschijnen #justsaying .

Op het moment dat ik DNA resultaten zat af te wachten kreeg ik een DNA match met een eerste halfzus binnen. Zij had besloten zich te laten testen toen ze mijn interview in de Interne Keuken op Radio 1 had gehoord. Zelf dacht ze niet aan mij verwant te zijn, tot het gemeenschappelijk DNA percentage het tegendeel bewees. We hebben elkaar ondertussen 1 keertje ontmoet. Ergens is ze wel nieuwsgierig maar ze zit al 22 jaar in de donorkind-kast opgesloten: niemand mag weten dat ze er eentje is. Ik laat het aan haar om het tempo in een eventuele relatie/band te bepalen.

Het persoonlijke hoogtepunt aller tijden was toen we met een groep donorkinderen van over heel de wereld een presentatie op de V.N. in Genève hebben gegeven. Verbonden in verhalen en onrechten stonden we er als een front, moedig doch kwetsbaar met de hoop een verschil voor anderen te kunnen maken.

Maar dit jaar was echter ook een heftig jaar voor mijn gezin en familie. Zij zitten namelijk op de eerste rij als klappen geïncasseerd en avonturen worden aangegaan. Iets meer tranen werden in dit jaartal gedroogd, meer knuffels uitgereikt en vaker werd er in de zetel genesteld. Zonder hun steun en liefde zou ik het gevecht niet aandurven noch overleven.

Zoonlief kreeg een 5 o’clock shadow op zijn bovenlip en de dochter verlegde haar grenzen door een grotere wereld te willen verkennen. Manlief vond dit jaar een groter evenwicht tussen professioneel en privé leven, which is really nice.

Boodschap aan mijn niets(of alles)vermoedende biologische vader: hope to find you soon. Benieuwd wat het nieuwe jaar voor ons in petto heeft. Ik kan jullie alvast 1 TV-tip meegeven: allemaal kijken naar Vandaag over een jaar op donderdag 13 februari op Eén. En zet de zakdoeken alvast gereed.

Groet,
Steph

tenor.gif

Lees verder

Brief aan mijn opvoedvader

Vorige zomer stak mijn zus een brief in de bus van onze opvoedvader. Heel wat was namelijk onuitgesproken gebleven toen hij nu een 14 jaar geleden besloot om ons systematisch uit zijn leven weg te gommen.

Phie’s brief was eerlijk en oprecht. Niet dat ze verwachtte dat hij de moeite zou nemen om haar erna te contacteren. Hij hulde haar, zoals hij dat vaak had gedaan, in een stille verloochening. Niet veel later had Phie een nachtmerrie. Ze droomde dat hij dit jaar nog zou sterven.

Geen van ons allen is een eeuwig leven geschonken. Ooit zal hij ook komen te gaan. Ikzelf heb hem al jaren niet meer gesproken of gezien. De laatste keer dat ik hem zag was toen ik hem voor mijn kinderen vanachter een omheining aanwees. Want hij verloochent niet alleen ons, hij verloochent iedereen die aan ons verbonden is.

Laatst vroeg ik me af of ik hem eigenlijk nog iets te zeggen heb. Iets dat hij weten mag voor hij zijn laatste adem uitblaast. Of neem ik genoegen met de slachtofferrol die hij zichzelf  toekende en laat ik hem – maar ook anderen – in de illusie dat hij een goede vader was?

Voor mezelf heb ik allang beslist niet meer in de leugens of schijn van anderen te willen leven. Ik heb het recht om zaken daadwerkelijk te benoemen. So here goes:

Antwerpen, 10 dec 2019

Beste Walter (want vader noem ik je al lang niet meer),

Hier Steph, die dochter die je om tal van redenen liever niet had gehad. Het laatste dat ik via via van je heb gehoord is toen een student je een drietal jaar geleden voor zijn eindwerk had gecontacteerd om jouw kant in het donorconceptie-verhaal te belichten.

Je had de jongeman vriendelijk bedankt en verteld dat je geen interviews gaf. Je gaf hem ook te kennen dat het je stoort dat ik af en toe in de media verschijn. Naar het schijnt beschouw je mijn queeste om de fundamentele rechten van donorkinderen toegekend te krijgen als een persoonlijke aanval. Vreemd, daar mijn strijd niet om jou draait. Ik tracht er gewoon te zorgen dat volgende generaties niet of minder hard horen te vechten voor zaken die hen toebehoren.

Ik weet nog hoe je ons op een zondag op het internaat in Dilbeek afzette. We waren tieners, toen één van de andere internen ons in de gang kruiste. Géraldine was haar naam. Tot op vandaag ben ik haar naam niet vergeten. Ze was het standaard meisje dat daar schoolliep: een klassieke schoonheid. Eentje met opgestoken haar, een gedistingeerde wandel en parels in de oren. Je mijmerde iets van: “Waarom lijken jullie niet op haar?”.

Op dat moment wist ik nog niet precies wat je bedoelde. Achteraf besefte ik dat je alludeerde op de teleurstelling die je had ondervonden omdat je kinderen moest grootbrengen die niet echt de jouwe waren. Het was je vrouw die je emotioneel ertoe had gedwongen, als de arts die je had meegedeeld dat je zogezegd onvruchtbaar was.

De rode draad door ons bestaan was je herhaaldelijke kennisgave dat je liever geen kinderen had gehad. Karma leek dan ook een gigantische bitch toen je vrouw van een drieling zwanger werd.

Verschillende keren vertelde je ons dat je ons enkel als baby wel schattig vond. Maar dat vanaf het moment dat we lopen konden, je ons liever niet meer in huis had. Dat was lang voor de tijd dat we wisten dat we donorkinderen waren. Nog zuurder werd de appel toen je vrouw twee jaar later spontaan van je eigen biologische zoon zwanger werd.

Misschien is het tot hier dat ik de wendingen in ons verhaal begrijpen kan. Ik kan zelfs enige empathie opbrengen om hetgeen het met jou moet gedaan hebben toen je besefte dat je vrouw en een ‘gerenommeerde’ arts je geheel onterecht in onomkeerbaar parcours geduwd hadden. Maar dit gegeven zal nooit kunnen rechtvaardigen hoe je ons behandeld hebt en bleef behandelden.

Als ik je herinner als ‘vader’ dan herinner ik je me vooral als iemand die zich maar al te graag in een slachtofferrol wentelde. Je werd altijd gedwongen of zat vast in een leven dat je niet wou. Alle excuses waren goed genoeg om je verantwoordelijkheden niet ten volle te moeten opnemen. Doch was je één van de volwassen die ik bij aanvang in mijn leven het liefste dichtbij me had, zelfs met al je imperfecties.

Gebeurtenissen die jou voor mij als mens en surrogaatvader definiëren zijn: je afwezigheid en desinteresse ten aanzien van ons. Je stak het op je werk. Ik zie het eerder als vluchten van een leven en gezin dat je niet wou. Maar niet alleen je afwezigheid en afwijzing typeert je. Een gebrek aan ruggengraat is ook iets wat ik aan jou toewijzen kan.

Je liet jarenlang toe dat je vrouw, onze moeder, ons mishandelde. Je zus informeerde je ooit dat het lichaampje van je driejarige biologische zoon bont en blauw zag. Doch nam je geen enkel initiatief om ons te beschermen of veilig(er) te stellen. Meer meldingen van mishandelingen zouden jaar na jaar volgen, maar ook daar deed je niets mee. Kop in het zand en hopen dat je er niet op aangesproken wordt. Indien toch het geval, je zieligste blik boven halen in de hoop aan sympathie te winnen. Negeren en ontkennen is ook een manier van leven, niet?

Af en toe participeerde je zelf in het geweld. Zoals die keer dat je op commando van je vrouw je oudste (wettelijke) zoon bij elkaar sloeg daar in de gang van de garage naar de keuken. Hij was zogezegd te laat thuisgekomen en moest dit aan den lijve ondervinden. Het was die avond dat Marijn, je schoonmoeder, besloot om nooit meer bij ons te logeren.

Of weet je nog die tijd dat je zus je jongste zoon in het gezicht had geslagen? Hij was toen twintig jaar oud. Je zus had hem geslagen omdat hij haar absurde opgelegde regeltjes niet tot in de puntjes had nageleefd. Je moeder was hem achternagelopen om hem te troosten. Toen ze je zus hierover achteraf aansprak moest oma het ook ontgelden. Zes maanden zou ze door haar beide kinderen genegeerd worden. Jij moest ‘meedoen’ want het kon niet dat je zus in de fout was.

Ooit heb ik je gesmeekt om ruimte en gelegenheid te laten aan diegenen die nog tijd met elkaar wilden doorbrengen. Jarenlang heb je je best gedaan om dit voor oma en ons zo moeilijk mogelijk te maken. Oma woonde bij jou en je zus maar werd regelmatig in een rusthuis gedropt als je zus genoeg van haar had. Gelukkig kende ik iemand in het rusthuis die me op de hoogte bracht wanneer ze er zat, zodat ze toch iets van bezoek kreeg.

Tijd samen moest stiekem want het werd door jullie niet toegelaten. De geboortekaartjes van onze kinderen, die aangetekend naar oma werden verzonden, werden onderschept en haar nooit bezorgd. Foto’s van haar achterkleinkinderen werden uit haar kamer meegenomen. We slikten keer op keer. Ik heb oma nooit zoveel weten huilen, niet alleen bij ons maar ook bij de verpleging omdat ze niet begreep waarom haar kinderen haar zo behandelden.

Het was je zus die oma in de laatste week van haar leven wou laten sterven in een versleten pyjama omdat ze aan haar geen geld meer wou spenderen. Weet je dat ik die week pyjama’s voor oma ben gaan kopen zodat ze waardiger heen kon gaan?

Het was jij die besloot ons, de drieling, op haar doodsbrief niet als haar kleinkinderen te vermelden ook al had ze dat zelf wel gewild. Jij belde een paar dagen voor haar begrafenis om te zeggen dat we op de koffietafel niet gewenst waren. En het was jouw nicht die me na de begrafenis van oma terugmailde en me aansprak met het woord ‘bastaard’, want het venijn kruipt ook daar waar het niet gaan kan.

Een paar jaar voor haar heengaan bood ik jou een plek in het leven mijn zoon toen hij nog in mijn buik zat. Je bedankte hiervoor met als repliek: ‘Je denkt toch niet dat ik meer moeite voor hem ga doen, dan ik voor jullie heb gedaan’ en een ‘het hoeft niet voor mij’. Na zijn geboorte of die van mijn dochter liet je na iets van je te laten horen.

Ondertussen weet ik dat mijn kinderen en ik beter af zijn zonder jou, ook al had ik hen graag een fijne grootvader gegund. Mochten ze je ooit willen ontmoeten, weet dat het mogelijk is dat ik ooit op een dag met hen aan de voordeur van mijn ouderlijk huis sta. Het huis dat ze nog nooit bezochten omdat er voor hen als voor mij geen plaats was. Het is dè plek waar al onze foto’s werden weggehaald, lang nog voor enig interview werd gegeven.

Ik herinner me dat je me ooit in een ruzie toeriep: ‘Wacht maar tot als jij kinderen hebt’, ik repliceerde: ‘Slechter als jullie kan ik het toch niet doen’. Profetische woorden daar jij en mijn moeder de maatstaf werden om het vooral anders aan te pakken. En ja, perfect ben ik ook niet, maar hier wel de capaciteit om te reflecteren en trachten zo goed mogelijk voor mijn kinderen te zorgen. Hun bestaan doet het voorrecht te erkennen om in dit leven naast hen te mogen wandelen.

Weet dat ik gelukkig ben, misschien zelfs het gelukkigst dan ik ooit ben geweest. Ik heb nu door dat opgelegde verwachtingen enkel verachtingen van jouw kant zijn geweest. Ik besef des te langer dat het niet aan mij lag, maar aan jouw incompetentie om een goede vader te zijn. Ik hoef mezelf niet meer te verloochenen ook al deed jij dat wel.

Jij bent niet de vader die ik mezelf gegund of toegewenst had. Jij bent dat nooit geweest, ook al voorzag mijn kinderhart een grote plek voor je. Ik verdiende beter en meer. Ons leven had anders kunnen zijn, had je ooit iets meer mens en iets minder van excuus geweest.

Als ik je visualiseer denk ik aan een grijze man, die nog steeds aan diezelfde keukentafel met een fles wijn en sigaret in de hand zich beklaagt over het leven. Aan de overkant je zus die je inlepelt wat je denken, voelen en doen moet. Hier ergens ook opgelucht dat ik daar geen deel meer van uitmaak.

Laten we vooral stellen dat ik blij ben verlost te zijn van het korset waar mijn ziel nooit in paste en nooit in zal passen. En dat door deze brief te schrijven ik een deel van de ballast dat ik al veertig jaar met me meesleur, eindelijk wat uit mijn rugzakje kan halen.

Het gaat je goed en waarschijnlijk tot nooit meer.

Groet,
Steph

STP 2.jpeg

Interview HUMO: the uncut (aka unfuck*d) version

Voor zij die de HUMO afgelopen week opensloegen, merkte mogelijks een kort interview met me op. Zelf had ik het nog niet kunnen lezen, wegens even andere prioriteiten (iets met Genève, UN, kinderrechten, ..). Toen ik gisterenavond landde en manlief terug zag, trachtte hij me voorzichtig te waarschuwen dat de gepubliceerde versie mogelijks enige frustratie bij me opwekken kon.

Nu ik het blad zelf in handen heb, kan ik niet ontkennen dat de eindredactie van de HUMO er keihard in gesnoeid heeft.  De journaliste zelf verwijt ik niets: het was echt een tof interview waaruit ze een correcte weerspiegeling in woorden, toon en inhoud had gedestilleerd.

4vrm5t4hk2p21.jpg

Aan diegene die besloot het artikel zodanig te verminken: bij deze gaat de volgende metaforische primeurkelk aan jullie voorbij.  En voor de geïnteresseerden: hieronder kan je de juiste versie van het interview terugvinden.

Groet,
Steph

Het ambtetantse donorkind van België, zo noemt Steph Raeymaekers zichzelf. Ze voert al enkele jaren een dubbele strijd: ze zoekt verbeten naar haar biologische vader, de man die ergens vóór mei ‘78 zijn kwakje dropte in een spermabank, en intussen vecht ze al even verbeten voor de rechten van alle donorkinderen. Straks, op 20 november, voert haar strijd haar naar Genève, waar ze, naar aanleiding van de 30ste verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, bij de VN zal pleiten voor meer rechten voor haar soort.

Dat klinkt cru, jouw soort. Voelt het dan alsof je tot een andere soort behoort?
STEPH RAEYMAEKERS «Ja. Wij hebben bepaalde mensenrechten niet die een ander wel heeft. Het recht op medische informatie, het recht op afkomst, het recht op familie… Dat maakt ons minderwaardig als mens. Om onze eis bij de VN kracht bij te zetten, zal iemand uit onze groep zijn geboortecertificaat voor de ogen van de aanwezigen verscheuren. Voor ons is dat geboortecertificaat een frauduleus document, dat eerder als eigendomsbewijs voor ouders dient dan de echte waarheid over het kind schetst.

»Ik weet dat de term ‘soort’ cru klinkt, maar ik benoem de dingen graag zoals ze zijn. Ik heb het ook over mijn ‘opvoedvader’ en mijn ‘100 procent-broer’. Ik heb het gehad met de termen die fertiliteitscentra ons opleggen. Ze praten over ‘de donor’, ‘behandeling’ en laten contracten ondertekenen.  Het belichaamt een kille transactie. Maar een transactie doe je met producten, niet met een mens.

»Ik maak deel uit van een drieling. Mijn broer, zus en ik zijn ooit verwekt met donorzaad. De arts van mijn ouders, Robert Schoysman, runde een privé-fertiliteitskliniek in het Brusselse. 8 jaar hadden ze geprobeerd  zwanger te worden, toen ze bij hem aanklopten. Dokter Schoysman zei hen dat het zo pover gesteld was met de zwemmers van mijn opvoedvader, dat hij onmogelijk een kind kon verwekken. Omdat in onze samenleving de kinderwens boven alles primeert, zou Schoysman dat wel even fiksen: hij insemineerde mijn moeder met donorzaad.»

Niet zomaar donorzaad: het was een cocktail van verschillende donoren.
RAEYMAEKERS «Dat zijn we pas veel later te weten gekomen. Op het feestje voor onze 25ste verjaardag heeft mijn broer ons verteld dat we donorkinderen zijn. Hij was het te weten gekomen omdat een tante zich had versproken. Ik neem die tante niks kwalijk. Integendeel, ik ben haar dankbaar. Opeens had ik een verklaring voor de onrust die al jaren in mij woedde. Waarom had ik zo’n slechte band met mijn opvoedvader? Dat ik geen spat DNA met hem deel, deed puzzelstukken in mekaar passen.

»Pas een jaar of 4 geleden heb ik besloten het mysterie van onze afkomst te ontrafelen. Mijn broer, zus en ik hebben ons DNA laten testen. Ook mijn moeder stemde toe haar DNA te laten onderzoeken. Ik wilde zekerheid. Als je op je 25ste te weten komt dat de man die je altijd papa hebt genoemd, niet je vader is, vertrouw je niets of niemand meer. Mijn moeder bleek wel degelijk mijn moeder, maar mijn zus bleek niet dezelfde vader te hebben als mijn broer en ik. Dat was opnieuw schrikken. Schoysman heeft, zonder dat mijn moeder op de hoogte was, haar geïnsemineerd met het zaad van minstens twee donoren.»

Heeft dat alles de relatie met je moeder verzuurd?
RAEYMAEKERS «Nee. De relatie met mijn opvoedvader is wel verzuurd – we zien elkaar al een tijd niet meer. In het begin hebben mijn moeder en ik wel heftige gesprekken gevoerd, maar ze heeft mijn zus en mij altijd gesteund in onze zoektocht naar onze vaders. Mijn broer heeft beslist niet op zoek gegaan, maar dat neemt niet weg dat ook in hem een onrust woedt. Hij is dan misschien niet de DNA-databanken aan het doorploegen zoals mijn zus en ik, maar hij , gaat vaak op buitenlandse mindfulness-retraite. Ook hij is aan een zoektocht bezig.»

Jullie hebben ook nog een jongere broer.
RAEYMAEKERS «Hij is, 3 jaar na ons, op natuurlijke wijze verwekt. Zoveel bleek er dus niet mis te zijn met de zwemmers van mijn opvoedvader. Sindsdien ga ik niet meer af op wat een arts zegt. Toen het nieuws kwam dat wij met z’n drieën donorkinderen zijn, is mijn broertje huilend naar het toilet gelopen. ‘Ik ben je broer niet meer,’ zei hij. Toen begreep ik dat gevoel niet. Nu wel: toen bleek dat mijn zus niet dezelfde donor deelde als mijn broer en ik, voelde ik me ook vervreemd. Opeens moesten mijn zus en ik elk op zoek naar een andere vader.»

In 2017 stond je mee aan de wieg van Donor Detectives, waar kinderen van donoren, draagmoeders en adopties terecht kunnen voor hulp bij het doorsnuffelen van DNA-databanken. Dat leverde al tal van matches op, ook voor jou en je zus.
RAEYMAEKERS «Ik heb 2 jaar geleden een halfbroer gevonden. Ik check geregeld mijn account. De mensen met wie je DNA deelt, staan er gerangschikt van grootste naar kleinste match. Mijn zus had altijd op de hoogste plaats gestaan, tot ik op een dag mijn account refreshte en er een onbekende man bovenaan floepte: mijn halfbroer. We schelen amper 12 dagen. We vermoeden dus dat we uit hetzelfde kwakje komen. Toen we elkaar de eerste keer ontmoetten, was er geen instant herkenning – mijn halfbroer ziet er totaal anders uit, met ros haar en blauwe ogen – maar er was wel meteen een gevoel van genegenheid.»

Vieren jullie nu samen kerst?
RAEYMAEKERS «Nee, maar volgende week gaan we wel samen met onze gezinnen paintballen (lacht).

»Een paar maanden terug had ik opnieuw prijs: ik vond een halfzus. We hebben elkaar ook al ontmoet, maar bij haar ligt de situatie moeilijker. Buiten haar ouders, zus en man is niemand op de hoogte dat ze een donorkind is. Maar we nemen onze tijd. Nu we weten dat we verwant zijn, hoeven we ons niet te haasten. Ik weet niet met hoeveel broers en zussen ik zal eindigen. In Nederland zijn de Karbaat-kinderen intussen met 75. Het maakt ook niet uit: mijn stamboom is nu al een onoverzichtelijk kluwen, met uitklapbare zijtakken. Die van John Snow uit ‘Game of Thrones’ is er niks bij (lacht).»

Karbaat gebruikte zijn eigen zaad om vrouwen te bevruchten. Bestaat de kans dat de arts van je moeder hetzelfde deed?
RAEYMAEKERS «Ja, maar ik kan het niet achterhalen. Hij is er niet meer en al zijn medische dossiers heeft hij verbrand. Ik heb zijn dochter om een DNA-staal gevraagd, maar haar antwoord was kort: no way.»

Het zal ongetwijfeld een opluchting zijn als je ooit je vader vindt. Maar zal het ook het einde van je onrust betekenen?
RAEYMAEKERS (stellig) «Ja. Dan moet ik me eindelijk niet meer afvragen waar ik vandaan kom. Nu screen ik elke kamer die ik binnenkom: zou mijn vader ertussen zitten? Aan elke man die in de juiste leeftijdscategorie zit, vraag ik of hij ooit zaad heeft gedoneerd. Vind ik dat er fysieke gelijkenissen zijn, dan vraag ik op de man af of ze hun DNA willen laten testen. Alles om hem te vinden. Het zou me niks verbazen als mijn vader straks een detective of journalist blijkt te zijn (lacht).

»Ik weet dat er ook een keerzijde is. Ik heb gezien wat het met mijn zus deed, toen zij haar vader vond. Het bracht ook verdriet. Haar vader is een Nederlander, die ooit één jaar in Brussel heeft gestudeerd. In die tijd vroegen proffen vaak aan hun studenten om zaad te doneren. Ze kwamen ermee op een goed blaadje te staan bij de prof, die hen vertelde dat ze met hun zaad iemand gelukkig konden maken. Soms kregen ze er zelfs een boekenbon voor.»

We hebben er vandaag veel meer voor over om een kind te krijgen. Het is big business.
RAEYMAEKERS «Mijn ouders hebben destijds 50.000 frank betaald voor ons. Tegenwoordig organiseren ze zelfs dure reizen om, pakweg in een kliniek op Cyprus, een kind te gaan construeren uit een gekochte zaad- en eicel. Het doneren van je zaad- of eicellen schuift dan ook veel geld. Dat zorgt ervoor dat we in een absurde situatie zijn beland: het is vandaag makkelijker een kind te kopen of te verkopen, dan om je eigen familie te kennen.

»Er wordt altijd geschermd met de kinderwens. Ergens snap ik die wens ook wel, maar ik geloof niet meer in het riedeltje: ‘Ik verlangde zo hard naar een kind dat ik geen andere keuze had.’ Natuurlijk heb je een keuze. Waarom zou iedereen het recht moeten hebben op een kind? We hebben toch ook niet allemaal het recht op een lief? We zijn systematisch opgeschoven van wens naar recht, en het aantal groepen dat zich beroept op dat recht, is alleen maar groter geworden: onvruchtbare koppels, lesbiennes, homo’s, alleenstaande vrouwen, tot nu ook alleenstaande mannen met een diepe kinderwens. Maar wanneer gaan we het eindelijk eens over de rechten van die kinderen hebben? Ik snap niet dat we vandaag constructies faciliteren die kinderen fundamenteel verwondt.. Je ontzegt kinderen hun broers en zussen, de helft van hun stamboom… Donorkinderen kunnen in een heel liefdevol nest zijn opgegroeid, mét de wetenschap dat ze het kind zijn van een donor, maar toch met een gapend gat rondlopen. Een vriend van mij omschrijft het zo: ze hebben onze achteruitkijkspiegel eraf geklopt. Ik kan vooruit kijken, maar niet achterom.»

Credit to journaliste Hanne Van Tendeloo.

Computer says no(t related)

Nog nooit was ik zo ver uit mijn goal gekomen. Never ever had ik gedacht zo dicht tegen mijn onbekende familie te zitten. Voor wie mijn zoektocht een beetje volgt, weet dat ik vorige zomer via een toevallige vondst door mijn zus op LinkedIn op een man ben gebotst die toch wel wat fysieke gelijkenissen met zowel mijn volle broer als halfbroer vertoont.

Voor donorkinderen die vandaag willen weten zijn er maar twee mogelijkheden: ofwel zoeken via DNA of zoeken naar mensen die op je lijken. Die laatste dien je dan nog wel met een DNA test te verifiëren want het kan ook zijn dat die fysieke gelijkenissen louter op toeval berusten. Om het toeval wat uit te sluiten zocht ik naar foto’s van andere familieleden om na te gaan of daar ook gemeenschappelijke fysieke kenmerken konden vastgesteld worden. Na wat zoekwerk van een vriend (Max De Bie, hier is je eervolle vermelding 😉 ) vond ik foto’s van onder meer zijn vader als zijn neven. Ik kan je alleen maar meegeven dat de aanblik ervan niet alleen mij maar ook anderen kippenvel bezorgde. Nog nooit heb ik me zo kunnen weerspiegelen in mensen die ik nooit heb gekend.

Het zou even duren voor ik contact durfde te leggen. Maar uiteindelijk sprong ik, want wat had ik te verliezen? Yep, niets. Ik verzond een bericht en niet veel later werd er heen- en weer gemaild. Uiteraard was mijn eerste vraag: hebt u ooit sperma gedoneerd? Kwestie van meteen met de deur in huis te vallen. Hij kon mijn directheid appreciëren, maar moest me teleurstellen daar hij nooit gedoneerd had.

Hij vond het jammer dat hij me de antwoorden waar ik zo naar op zoek was niet geven kon. Ik legde uit dat hij me wel verder kon helpen door een test bij een DNA databank te overwegen. Want ook al was hij niet mijn biologische vader, mijn roots konden in zijn familie liggen. Ik weet het, het was een wilde gok maar het was er één die ik moest wagen. Want verder in dubio leven helpt niemand vooruit doch geef ik toe dat de finale antwoorden me ergens angst ook inboezemen. Onwetendheid biedt je op een verknipte manier ook veiligheid omdat je er al zo lang in vertoeft. Maar fuck it, we gaan voor the truth and nothing but the truth.

Ik zond hem een DNA test welke haast meteen met het nodige wangslijm richting databank vertrok. Het leuke aan de databank is dat je het traject van je test kan volgen: van toekomen, tot het doorlopen van alle stappen en het uiteindelijke resultaat. De test is daar 11 september gearriveerd. Vandaag ken ik de uitslag. Ik kan niet ontkennen dat ik met bepaalde verwachtingen uitkeek naar het moment dat we in elkaars matches verschijnen zouden.

07c09564126487520dced287468562be--mom-and-me-ugly-duckling.jpg

Maar tot mijn grote spijt zegt het resultaat dat we totaal niet aan elkaar verwant zijn. Zelfs niet in de verste verte wat de hoop om mijn afkomst daar te vinden doet smelten als sneeuw in de zon. We delen zelfs geen verre achter-achter-achter-achter neef of nicht met elkaar. Wat had ik hen graag in mijn boom kunnen hangen. Maar het is wat het is, doch regent het vanbinnen wel een beetje. Voor donorkinderen liggen hoop en teleurstelling vaak dicht tegen elkaar. Als het peper en zout vaatje dat standaard naast ons bord werd gezet. Zout voor de wonden, en wat peper als je een opflakkering in mogelijk vinden ervaart. Het is absurd dat zovelen van ons dezelfde eenzame lijdensweg voorgeschoteld krijgen.

Bij deze ga ik terug naar ‘Start’ op het grote kennis-Monopoly spel van de industrie zonder iets te ontvangen. Met de dobbelstenen in de hand blijf ik echter hopen dat de kaarten ooit in mijn voordeel zullen vallen.

Met een ‘toch wel wat hard aan het balen’-groet,
Steph

Schermafbeelding 2019-10-02 om 07.40.07.png

 

Help, ik heb een halfzus (en weet ff nog niet wat ik hiermee moet)

Zaterdag landde ik met het vliegtuig terug op Belgische bodem. Ik had er net twee dagen Genève op zitten om er de rechten van mensen die uit donorconceptie en draagmoederschap geboren worden te bepleiten. Vlak voor de aankomsthal in de luchthaven kwam ik de woorden ‘do you have something to declare’ tegen. Even hield ik halt en keek ik om me heen. Ja, ik had iets aan te geven. Iets wat ik nog niet bij me had toen ik vertrok: ik kwam namelijk met de kennis over een halfzus terug.

Een halfzus, ik kan er nog steeds niet bij. Het kwam weer zo onverwacht, maar nu precies onverwachter omdat ik het echt niet had verwacht. Na de match met mijn halfbroer nu een jaar geleden was ik gewoon geworden aan hoe mijn lijst met DNA matches er nu uit ziet. Omdat ik iets meer DNA met de halfbroer dan met mijn zus deel, staat hij nu reeds een 400 dagen lang boven aan de lijst te prijken. Onder hem, maar daarom niet minder belangrijk staat mijn zus. Nog steeds met haar verticale foto waardoor de linkerkant van mijn nek ook dit jaar meer lichaamsbeweging kreeg dan de andere kant.

Vrijdagochtend, ik was vroeg wakker en beantwoordde een vraag over een DNA match van iemand uit onze groep. Ik bedacht me dat er misschien bij mij ook wat nieuwe matches uit de hemel waren gevallen, maar dan eerder in de lijn dat ik de grote schatkaart richting biologische vader misschien iets scherper ingesteld kon krijgen.

Ik refreshte mijn lijst aan matches en werd gewaar dat hij er iets anders uitzag dan daarvoor. Boven mijn zus zag ik twee DNA matches staan. Van boven stond nog steeds de halfbroer, maar tussen hem en mijn zus stond een nieuwe match. Het duurde even voor de woorden naast het gedeelde DNA me doordrongen. Er stond halfzus, nicht of tante.

Ik las haar naam en zag haar leeftijd. Zij kon geen nicht of tante zijn. Neen, dit is een match met een halfzus. Even blinde paniek. Even niet goed weten  wat te doen. Ik appte de meiden van de Donor Detectives. Meteen daarna volgde een telefoontje aan het thuisfront. Manlief en kinderen zaten net aan de ontbijttafel toen ik met de deur in huis viel: “Ik denk dat ik een halfzus heb”.

Schermafbeelding 2019-09-24 om 00.46.18.png

Het voelde zo raar. Ik was er niet aan toe. Daar zat ik dan helemaal alleen en gereed voor een dag vol besprekingen met allerlei mensen die ik niet ken, terwijl zich net een aardverschuiving in mijn bestaan had plaatsgevonden. Zaterdag had ik zelfs ook nog een presentatie te geven. Op één of andere manier heb ik een automatische schakelaar ingebouwd die wisselen kan in een versie van mezelf die op dat moment nodig is. Echt dealen met stuff kan ik pas als ik mezelf de tijd en ruimte voor geef. En zelfs dan nog: mijn rugzakje heeft heel wat verborgen compartimenten.

Ik appte mijn zus om haar het nieuws mee te delen. Ook hier weer een vreemd gevoel. Het bracht me terug naar de tijd dat zij me opbelde om te vertellen dat ze een match met een halfzus had. Haar grootste bezorgheid toen was dat ik me gekwetst of zelfs gepasseerd zou voelen. Wat niet is natuurlijk. Maar iemand nieuw doet bestaande structuren bewegen. Binnenin voelt het alsof loyaliteit en nieuwsgierigheid met elkaar in strijd gaan.

Ik ben trouw aan diegenen die me dierbaarst zijn. Doch kan ik de lokroep naar antwoorden over mezelf niet negeren. Wel weet ik dat die twee best naast elkaar kunnen en mogen bestaan. Maar ik heb tijd nodig om te weten wat ik zelf wil dan me te laten sturen door wat anderen (van me) willen.

Ergens heb ik het vermoeden dat zij mogelijks ook een donorkind is, maar ik weet niet of ze dit zelf al weet. Ik maak me zorgen om haar. De kans zit er in dat ze de match heeft gezien en het kwartje is beginnen te vallen. Ik geef het nog wat tijd voor ik de hand uitreik.

Groet,
Steph

Ode aan mijn zus

Vier minuten ouder is ze en één van de weinige constanten in mijn leven. Haar ken ik, naast mijn drielingsbroer, het langst. Als goeie wijn heeft onze relatie moeten rijpen, want in het begin vond ik haar toch maar wat vreemd.

Ze was (en is) zo anders dan ik. Niet alleen van uiterlijk, maar ook qua karakter verschilden we ontzettend: zij was ordelijk, ik één en al chaos. Zij lustte alles, ik zo goed als niks. Tekenfilms, videogames, muziek en horrorfilms het zei haar nul komma nul. Als ze niet aan het studeren was, zat Phie te tekenen.

Schermafbeelding 2019-07-14 om 19.29.38.png

Pas toen we met ons tweetjes op internaat werden gestuurd, leerde ik haar voor het eerst echt kennen. Zij deed Latijnse (she got the brains) en ik Moderne Talen (‘cause life is too short to study a lot). We hadden andere vrienden maar het gedeeld verleden als het heden bracht ons samen.

Het duurde niet lang voor we vaststelden dat we eenzelfde verdriet, angst en schaamte in ons meedroegen. Gecombineerd met wat we in andere gezinnen konden observeren als we bijvoorbeeld een sleepover bij vriendjes hadden, begon het te dagen dat het er bij ons thuis helemaal niet ok aan toe ging.

Die 5 dagen per week op internaat werd onze safe haven, ookal was het er geen echte thuis. Op die dagen hoefden we namelijk de toorn van onze moeder niet te vrezen en kon ze ons niet raken.

Toch moesten we elk weekend terug naar huis, wetende dat hoe hoog we op de tippen van onze tenen zouden lopen, er d’office een moment zou komen waarop de blik in haar ogen veranderen zou, we op een rij in de keuken moesten staan en één voor één haar woede incasseren zouden. Mijn vader, familie en vrienden van mijn ouders gedoogden het allemaal, niemand heeft ons ooit beschermd because nobody really cared.

Als ik terug aan toen denk, kan ik me het geweld altijd al herinneren. Als kind wil je alleen maar koestering en zorg van diegenen die het dichtst bij jou staan. Jarenlang wandelden we kinderlijk naief steeds weer het mijnenveld op.

Systematisch en onophoudelijk werden we keer op keer verwond en dit van de leeftijd van 4 jaar. Na elke blow stonden we terug op. Met open hart en armen liepen we diegene tegemoet waar we het meest een knuffel van verlangden. Needless to say, veel werd er niet geknuffeld. Dit maakt dat heel wat van onze littekens aan de binnenkant zitten.

Als ik foto’s van ons van vroeger terug zie, wens ik nog steeds dat het ooit op een dag mogelijk is om er te kunnen binnen wandelen en ons mee te nemen, weg van al hetgeen we hebben moeten doorstaan.

Mijn zus leek van staal. Niets kon haar van haar stuk brengen, terwijl ikzelf bij momenten een tranenfontein leek. Statig en met gestrekte rug ging ze alles tegemoet: als een soldaat die zijn weg verder zet ondanks de herhaaldelijke inslagen van sluipschutters.

Incasseren doen we nog steeds. Misschien niet meer op de mat in de keuken, maar wel in het leven door al diegenen die vandaag nog niet toegeven willen dat ze haar (en ons) te kort deden.

Ik ben boos op hen omdat ze mijn zus een verdriet hebben bezorgd waar ze zelf nooit een aandeel in had, maar bij momenten ontzettend hard van afziet. Als ik kon zou ik deel van dat verdriet in mijn rugzakje willen steken. Want ze verdient beter dan ze hetgeen ze heeft gekregen.

Ik zeg het haar niet vaak genoeg, maar ik ben ontzettend trots op haar. Ik vind haar een geweldig persoon, heel pienter, lief, attentvol ookal luistert ze meestal maar half en praat ze door films, is ze een lieve moeder voor haar twee kinderen en de beste zus die ik me ooit wensen kon. Ze is meer dan de persoon die anderen haar toelieten te zijn.

Ik hoop dat we samen nog heel wat en heel lang f*ck you’s uitdelen kunnen. En uiteraard ook knuffels voor diegenen die het echt verdienen.

Phieke, there is a knuffel coming up als ik je terug zie,

Groet,
Steph

Schermafbeelding 2019-07-14 om 19.04.00.png

Soundtrack van mijn zoektocht – part 9

Hey,

Voor zij die er nood (en troost) aan hebben, hier de muziek die oren en hart bijstaan:

Groet,
Steph

 

240_F_123259639_1oA0MAff9R0tJdooQzgqEVxu6kxOcmNU.jpg

 

Voor zij die Spotify hebben (of overwegen).

Terug-(bl)-ik

30 juni 2016. Ik zie mezelf daar nog zitten in die overvolle trein op weg naar een meeting in Brussel. De meeting was die dag een bijzaak daar er iets veel grootster speelde. Het was namelijk dè dag dat ik eindelijk voor de resultaten van onze DNA-test kon bellen.

Mijn drielingsbroer, – zus en ik hadden namelijk een maand daarvoor de binnenkant van onze wangen vakkundig laten schrapen om te kunnen achterhalen of we dezelfde biologische vader hadden. “Huh?”, hoor ik je denken.  Het vermoeden dwaalde al langer in mijn gedachten rond. Ik wou een zwart op wit antwoord daar ik ondertussen weet dat artsen maar ook naasten niet altijd even eerlijk zijn. Zeker niet, als er iets toegedekt moet worden.

De eerste drie weken van wachten gingen nog, maar naarmate D(NA)-day eraan kwam, ontpopten de rupsen in het lijf tot een onrustige vlindertuin.  Ik kon bellen vanaf 9u. Maar daar zat ik dan tussen al die mensen in de wagon. Omdat ik vond dat mijn geduld echt wel al lang genoeg op de proef gesteld was, dacht ik “F*ck it, ik bel gewoon. Ik zie mensen toch niet meer terug en wie weet houden zij er een good dinner story aan over”.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.07.45.png

Met mijn verificatiecode in de hand bel ik het nummer dat op het kaartje vermeld stond. De secretaresse neemt op. Ik probeer mijn zenuwachtigheid te onderdrukken en vraag naar de resultaten. Ze tokkelt op het klavier. Er valt een stilte. ‘Ik vind u niet terug in het systeem. Is het goed dat de professor uw straks even opbelt?’.  Teleurgesteld stem ik daar mee in. Van binnen denk ik ‘Typisch dat ze weer mij niet vinden. En kak, wat als er een fout is gebeurd en de resultaten er niet zijn dan moeten we nog langer wachten’.  De trein komt aan en wat droef zet ik mijn weg verder.

De meeting vond plaats in een restaurant. Ik bedacht me dat ik geen cash geld bij me had en sprong nog even snel een bankcontact binnen. Opeens gaat mijn gsm af. Op het scherm zie ik het 016 zonenummer. Ik neem op. De professor stelt zich voor en vertelt dat de resultaten binnen zijn. Hersenen als emoties trachten van een ‘terug naar af’ naar een ‘brace yourself’ modus te schakelen. De innerlijke versnellingspook blijft even steken.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.19.27.png

Hij zegt: “Sophie heeft een andere biologische vader dan jij en je broer.”. Ik sta verstomd en weet het ff niet meer. “Gaat het met je?” hoor ik de professor vragen. “Ik weet niet hoe het nu met me gaat. Dit had ik niet zien aankomen. Ik had altijd gedacht dat als we verschillende vaders hadden, ik diegene was met een andere vader, niet mijn zus of mijn broer. Dit herschikt weer alles.” De professor wenste me sterkte toe. Needless to say dat die dag in mijn ziel gegrift staat.

Nu drie jaar later kijk ik terug op zoveel emoties, heb ik zoveel van me afgeschreven maar er werd ook gevonden. Mijn zus heeft ondertussen haar biologische vader en 5 halfzussen getraceerd (de kinderen van de man in kwestie trouwens meegeteld).  Ikzelf heb een eerste halfbroer bij toeval gevonden. Maar ik loop vandaag ook met een groot buikgevoel rond dat ik bijna weet wie mijn biologische vader is. Het is een kwestie van de losse eindjes aan elkaar te knopen. Zou ik al die jaren eindelijk mijn cirkel rondkrijgen?

Groet,
Steph

Docu Three identical strangers: eentje om te zien, want anders geloof je het niet

Wat als je een identieke broer of zus rondlopen hebt zonder dat je van elkaars bestaan afweet? Het is een wending die je most likely in een fictiereeks verwacht, maar zou dit ook in het echte leven kunnen? 

De documentaire Three Identical Strangers neemt je mee op de rollercoaster van drie broers en hun familie. Wie goed oplet, zal bij aanvang hartslagen horen als een omen dat er naar het hart gegrepen zal worden.

Als eerste ontmoeten we Bobby. Hij zet zich neer, kijkt recht in de camera en tracht te vertellen wat hij vandaag nog steeds niet volledig uitgelegd krijgt omdat het zo absurd en twisted is.   

58 jaar geleden werd hij geboren, maar het lot zou pas verschijnen als hij op 19 jarige leeftijd de campus van de hogeschool oploopt. Nooit was hij echt een populaire jongen. Dat een hoop onbekenden hem die dag ontzettend hartelijk begroetten, deed vreemd maar dat lag misschien aan de omgang daar? En toen zei iemand “Welcome back Eddy”. Dat was raar, doch is Bobby zich nog van niets bewust.

Er wordt op de deur van zijn studentenkamer geklopt. Bobby draait zich om. In de deuropening staat een jongen wiens aangezicht bleek slaat. Het is Michael die niet kan geloven dat de dubbelganger van zijn beste vriend Eddy voor zijn neus staat. Hij vraagt Bobby of hij geadopteerd en wanneer hij jarig is. ‘Ja, ik ben geadopteerd en geboren op 12 juli’, repliceert Bobby. Zelfs het Joods adoptiebureau blijkt hetzelfde te zijn.

Wat volgt is verstomming, fascinatie en euforie als een sprint naar het dichtstbijzijnde telefoonkotje om Eddy het nieuws mee te delen. Michael en Bobby besluiten die avond om nog naar hem toe te rijden. Zenuwen gieren, het gaspedaal stevig ingedrukt.

1530915174150-1-TIS_Courtesy-of-NEON.jpeg
En dan heb je daar die eerste foto van hun twee samen. De natuurlijke cohesie tussen hen is instant duidelijk en laat niet onberoerd. De beste vriend van Eddy omschrijft het als twee spiegelbeelden die oog in oog met elkaar staan. De omgeving vervaagt. Wat er overblijft zijn twee broers die altijd al bij elkaar hoorden.

Het duurt niet lang of het onwaarschijnlijke verhaal wordt door een krant opgepikt. Niet zo ver daar vandaan botst een vriend op een zekere David en overhandigt hem een krantenartikel met de woorden ‘Looks familiar?’. Het artikel gaat over de tweelingsbroers die elkaar onverwacht vonden. David is eerst wat sceptisch maar kijkt dan naar de foto bij het artikel. Hij herkent zichzelf en langzaam aan begint het door te dringen. Hij denkt: ‘Wauw. Dit is groots en kan geen toeval zijn’.  Bij thuiskomst zit zijn moeder met hetzelfde krantenartikel klaar. 

David besluit contact te zoeken met één van de jongens. Hij belt en krijgt uiteindelijk de moeder van Eddy aan de lijn. ‘Hallo, ik ben David. Is Eddy thuis?’. ‘Neen. Wie en waarom bel je?’ vraagt ze. ‘Wel, mijn naam is David. Ik ben ook geadopteerd èn jarig op 12 juli. Ik zie twee van mezelf als ik naar de foto in de krant kijk’. Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoort David haar zeggen: ‘OMG, they are coming out of the woodwork’. Wat zoveel wil zeggen als: ze blijven maar komen.

Schermafbeelding 2019-06-21 om 22.25.21.png
Het duurt niet lang voor de drie jongens elkaar ontmoeten. Voor eenieder is het duidelijk: ze behoren elkaar toe en eindelijk bij elkaar. Eén van hun tantes benoemt de scheiding letterlijk als deprivation: een beroving.

De media heeft een field day met het opvoeren van de drieling en het hartverwarmend sprookje dat ze belichamen. Het was Eddy die stelde: ‘Ofwel wordt dit een geweldig of afschuwelijk verhaal.’ Hij kon niet dichter tegen de uiteindelijke waarheid zitten.

Aangetrokken door gelijkenissen lijken ze meer clones dan broers van elkaar. Opvallend is dat naast hun parelle levens ze in totaal verschillende gezinnen opgroeiden. David werd door laaggeschoolde ouders grootgebracht, Eddy kwam in een matig geschoold middenklas gezin terecht en Bobby belandde bij hooggeschoolde tweeverdieners. Alle broers hadden een twee jaar oudere geadopteerde zus.

Hun adoptieouders waren de eersten die kritische vragen begonnen te stellen. Want hoe kon het dat een identieke drieling op 6 maanden van elkaar gescheiden werd en ze nooit verteld kregen hun zoon nog broers had?

Ik kan en wil geen spoilers weggeven, maar wat ik je wel kan vertellen is dat de schaduwzijde van hun verhaal donkerder is dan je ooit voor mogelijk achtte. Een rilling van herkenning had ik toen één van de ouders vertelde dat hij had gezien hoe de mensen van het adoptiebureau champagne zaten te toasten nadat ze succesvol de onthulling van de waarheid hadden kunnen afwenden. Het bracht me terug naar mijn eigen verhaal waar dezelfde flessen opengetrokken werden en schouderklopjes uitgedeeld als het zoveelste donorkind verwekt was. 

Deze documentaire moet je zien, want anders geloof je het niet. Daarnaast je krijgt ook een inzicht over hoe het voor een geadopteerde of donorkind is om te achterhalen dat jouw belangen nooit echt van tel zijn geweest. En hoe het Gods complex van anderen mensenlevens fundamenteel tekenen kan.

Groet,
Steph

De docu Three Identical Strangers wordt door Dalton Distribution verdeeld en kan je vanaf 26 juni gaan zien in: