Soundtrack van mijn zoektocht – part 10

Muziek was en is een rode draad doorheen al die jaren van zoeken, denken, vinden en voelen. Voor zij die er nood (of troost) aan hebben:

Groet,
Steph

crying-anime-girls-3164.jpg

Doodgeboren vader 

Ik had mezelf voorgenomen dat als ik mijn biologische vader uiteindelijk zou vinden ik mijn collega’s zou trakteren. Dat en confetti. Er liggen al jaren een aantal confetti-schieters klaar om gelanceerd te worden mocht ik eindelijk die fundamentele vraag over mezelf kunnen beantwoorden. 

Maar dit voelt niet aan als een feest. Integendeel. Het lijkt een geboorte en begrafenis tegelijkertijd. Als een koffietafel met suikerbonen of beschuiten. Het is koesteren maar ook meteen afscheid moeten nemen. Als een doodgeboren kind maar dan in omgekeerde richting: een doodgeboren ouder. Zo lang en zo hard naar verlangd. Ik zocht met als doel om hem te kunnen ontmoeten, begroeten, bekijken, bevragen, … Niets van dit alles valt mij of hem te beurt. Hij is er niet meer en zal nooit meer zijn. Man, wat wou ik dat er een teletijdmachine of de spaceraket van Kommil Foo echt bestond. 
 
Wist hij dat ik bestond? Heeft hij zich ooit iets afgevraagd? Had hij het willen weten? Lijken we op elkaar? Had hij me graag willen ontmoeten? Hoe heeft hij zijn laatste levensjaar beleefd? Was hij alleen toen hij stierf? Aan wat is hij gestorven want sterven doe je namelijk niet op zulke jonge leeftijd. 
 
Het is vreemd rouwgevoelens te ervaren voor iemand die ik niet heb gekend of waar ik 100% zeker van ben dat hij het echt is. Maar er is niemand anders in de boom die het kan zijn. Dit is iets meer dan een vermoeden of een wilde gok. Het is DNA die me de weg heeft gewezen. 
 
Door mijn research weet ik dat hij een zus heeft. Zijn ouders zijn helaas al overleden. Er zit niets anders op dan contact met haar te zoeken in de hoop dat ze openstaat om te helpen in het finaal kunnen weten en niet langer te gissen. 
 
Ik ben bang voor de volgende stap, bang voor de deur in het gezicht, bang voor de blinde vlek, de woekering in hart en hoofd, … Als donorkind ben je getraind het slechtste te denken of verwachten. Het is jezelf beschermen, als het op voorhand in je huid krassen zodat het dikker wordt en een volgende weerslag beter geïncasseerd wordt. Wat je niet doorhebt is dat de zelf aangemeten eetlaag een arsenaal aan interne blauwe plekken toedekt. Misschien onzichtbaar voor het oog, des te harder voelbaar van binnenuit. 
 
Ik duw het nog even voor me uit. 
 
Groet, 
Steph 
1*lzamQ9Id-C6HD5MbzppfgQ.jpeg

Is hij dood?

Het nieuws van zijn overlijden slaat in als een bom. Dit kan toch niet waar zijn? Ik zoek online naar zijn rouwbrief maar vind er geen. Misschien is hij toch niet dood? Misschien is hij helemaal niet mijn bio vader. Momenteel heb ik enkel matches langs de vaderlijke tak van zijn boom. Andere kinderen komen nog in aanmerking.

Ik graaf en google. Ik vind niets terug. Het kan toch niet dat hij overleden is? Hij was jong, niet ouder dan 60 jaar. Een paniek slaat me om het hart. Het einde van mijn zoektocht is toch niet het graf van mijn biologische vader? Ik vraag vrienden om me te helpen, maar ook zij vinden niet meteen iets dat op een vroegtijdig vertrek aanstuurt. Hoop overwint het van angst. Eerst trachten te achterhalen of ik me zorgen maak om de juiste persoon.

Mijn drielingsbroer had een verre DNA match in één van de databanken. Een hele tijd terug had ik contact met die match opgenomen in de hoop de kunnen achterhalen waar onze bomen elkaar mogelijks sneden. De man was zo lief om te reageren en deelde de achternamen van zijn voorouders mee. Er was 1 achternaam die me meteen opviel. Had ik die niet ergens tegen gekomen? Ik ging mijn bomen af en zag dat de grootmoeder van mijn vermoedelijke vader langs moederszijde dezelfde achternaam had.

‘Laat het niet waar zijn’, hoor ik mezelf smeken: ‘Laat niet net daar die boom de andere kruisen …’ Ik blader door online geboorteregisters op zoek naar aanknopingspunten. Het duurt niet lang voor ik de link ontdek: de overgrootvader van mijn vermoedelijke vader was de broer van de overgrootvader van die verre DNA match. Mijn hart zakt in mijn schoenen. Het kan nu bijna niet meer anders dan dat hij mijn biologische vader moet zijn.

Hij is dood. Hij bestond, liep rond maar nu niet meer. Ik ga snel terug naar zijn facebookprofiel. Daar zie ik dat zijn laatste openbare post van november 2016 dateert. Ik ben al van 2012 superactief aan het zoeken … de tijd en ruimte waar ik zo lang en zo hard op zoek naar was, is me in een flits ontnomen. Just like that en onomkeerbaar.

Mijn hart breekt in stukken als de puzzel die ik trachtte te leggen. Misschien was het voorbestemd?

Groet,
Steph

unnamed.jpg

 

Van 2 takken naar 1 straat 

Ik zoek me plat naar de zoon van mijn vermoedelijke biologische grootvader. Zij die mijn vorige blog lazen, merkten op dat hij niet op de doodsbrief van zijn moeder vermeld stond. Veel aanknopingspunten heb ik dus niet.
 
Ik google zijn naam. De search leidt me naar verschillende mannen met dezelfde naam. De online ‘Wie is het?’-versie kan beginnen. Ondertussen ook horendol van het zoeken naar foto’s van onbekenden waar ik mezelf, of mijn broers als halfzus in herken. Ik heb er al zo vaak naast gezeten dat ik mijn intuitie niet meer durf te vertrouwen. Enkel zwart op wit-bewijs zal uitsluitsel kunnen brengen. 
 
Ik stoot op een man met zijn naam op Facebook. Geboren in het buitenland maar nu wonende in Brussel. Ik vind een foto welke me aantoont dat het gaat om de zoon van de man beschreven in het boek van de journalist die ik contacteerde. Hij moet het zijn. 
 
Ik kijk naar zijn profielfoto. De goden kunnen me niet harder uitlachen: het is een foto van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt. Really? Moet het zo? Ik moet het doen met de vorm van de handen en de neus die ik door zijn handen kan ontwarren. 
 
Zijn er neusale gelijkenissen? Met de mijne alleszins niet. Misschien met die van mijn halfbroer, als je je ogen half dichtknijpt. Ik stuur hem een facebook-vriendschapsverzoek en een berichtje. Ik wacht, maar geen antwoord noch een vol vinkje verschijnt onder de eerste woorden die ik aan hem richt.
 
Omdat een hardware-iaanse blokkade me niet tegenhouden kan, google ik me te pleuris. Ik stoot op een artikel waarin een man met zijn naam aan het woord komt. Het gaat om een protest dat hij startte nav de afbraak van een huis in de buurt. Zou dit de straat zijn waar hij woont? 
 
Google-maps is slechts één click verwijderd. Digitaal wandel ik door ‘zijn vermoedelijke straat’. Door de ramen zoek ik naar een glimp van hem. Misschien zet hij net het vuilnis buiten? Ookal is hij dan misschien geblurred, nog nooit was ik zo dichtbij. 
 

Ik vraag aan mijn ventje of hij misschien deze zondag met mij richting Brussel wil tenen om er deurbellen aandachtig te bestuderen. Bel ik aan? Misschien moet ik een briefje maken à la ‘gezocht: mijn kat’ maar dan ‘gezocht: mijn vader’. Ik blijf het debiel vinden dat ik het internet en straten afschuimen moet omdat ik zogezegd niet het recht heb om te weten waar ik vandaan kom.

 

Schermafbeelding 2020-03-19 om 19.24.35.png
In aanloop van de father-sightseeing citytrip zend ik wat berichtjes uit naar mensen op facebook waar ik van vermoedde dat ze hem in het echte leven kennen. Eén iemand reageerde op mijn berichtje en we bellen.
 
Ik licht hem toe waarom ik op zoek ben naar iemand die hij kent. Hij vertelt me dat hij zich wat ongemakkelijk voelt om te vertellen over een oude vriend aan een onbekende. Ik snap hem ergens ook, ookal weet ik van mezelf dat mijn intenties echt oprecht zijn. 
 
En dan zegt hij mij het volgende: ‘ik vind het jammer u dit te moeten zeggen, maar hij is een tijdje geleden overleden’.
Mijn bloed trekt weg richting hart om de net plaatsgevonden scheur te bepleisteren. ‘Overleden zegt u?’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Dat is jammer, niet alleen voor hem zelf en de mensen die hem gekend hebben’ terwijl ik tevens denk ‘maar ook heel jammer voor diegenen die hem graag hadden gekend’. 
 
‘Mocht u zijn biologische dochter blijken te zijn, dan wil ik u gerust wel een keertje ontmoeten om over hem vertellen’ sloot hij het gesprek af. Een soelaas voor iemand die hem zo graag ontmoet had, als broodkruimels die van tafel vallen.
 
Groet, 
Steph 

Van een heel bos naar slechts 2 takken

Het gaat snel, het snoeien in het doolhof dat de afgelopen drie jaar een dagelijkse routine is geworden. De grootvader van mijn laatste DNA match bracht me naar zijn broers en zussen. In totaal had hij er 5. Slechts twee ervan kregen ook kinderen. Voorlopig heb ik het raden naar hoeveel dat er precies zijn want op een doodsbrief vond ik enkel de woordelijke vermelding van ‘kinderen’ naast hun naam. Als alles een beetje meezit is 1 van hen mijn biologische vader. Ik schuim het internet af op zoek naar kruimels van hun bestaan, maar het is niet makkelijk. Her en der vind ik de puzzelstukken die van de delen een geheel maken. Zou het me dan toch echt lukken?

Bij 1 van de broers vind ik enkel 1 kind doch viel het gezinsgeluk hem meervoudig te beurt. Enige tegenstrijdigheid duikt op als ik het overlijdensbericht van zijn echtgenote vind. Op de doodsbrief wordt slechts 1 kind vermeld: een dochter.

Een volgende google search brengt me naar een scriptie met een citaat uit een boek van een Belgische journalist. In het citaat wordt de broer met naam genoemd. Hij spreekt er over zijn vrouw en kind-eren. Zou deze persoon dè persoon zijn wiens kinderen ik zoek?

Ik neem met de journalist contact op en bel hem. We praten over de man die hij een twintig jaar geleden voor zijn boek heeft geïnterviewd. Hij kan hem zich namelijk nog tamelijk goed herinneren. Niet veel later vertel ik hem waarom ik op zoek ben naar die persoon: de man die hij ooit heeft gesproken zou mogelijks mijn biologische grootvader kunnen zijn. De journalist stuurt me zijn boek in pdf door. Een Crtl + F brengt me naar 15 fragmenten over hem en zijn gezin. Daar spreekt hij over twee kinderen: een meisje en een jongen.

Beide kinderen zagen het levenslicht midden jaren ’50. De leeftijd klopt, nu nog de locatie.

Groet,
Steph

labyrinth-2730731__340.png

 

U heeft nieuwe DNA matches!

Zij die reeds in een commerciële DNA databank geregistreerd staan kennen de opflakkering in hoofd en hart wanneer een mail met zulk onderwerp je postvak instroomt. Tot op heden was ik zulke automatisch gegeneerde update-mails altijd voor omdat ik regelmatig rechtstreeks in de lijst van matches ging kijken.

Ik verwachtte dus geen echt grote verrassingen toen mijn gsm me liet weten dat er nieuwe matches waren bijgekomen. Ik scrolde in het bericht naar beneden en zag opeens 191 cM onder een onbekende naam staan. 191 cM? Dat is meer dan die match van 104 cM waar ik de afgelopen 3 jaren een heuse stamboom wist rond te bouwen.

Ik log in en ga naar het overzicht van mijn matches. Ja, hij staat er tussen. Meteen ga ik na of ik deze match deel met mijn drielingsbroer, halfbroers en halfzus. Yep, hij matcht ook met hen, zelfs meer dan met mij. In click op het profiel en zie een kleine stamboom staan. Ik zie hem en een vermelding van ouders als grootouders langs zijn moederskant. De voor- en achternaam van de grootvader trekken mijn aandacht. Ik denk na en bedenk me dat ik die ergens al eerder ben tegengekomen.

Ik ga naar de stamboom van mijn vorige grootste match en probeer te achterhalen of de grootvader van mijn nieuwe match er in voorkomt. Fuck! De namen en hun echtgenotes komen overeen.

Twee bomen die elkaar kruisen. Het hart gaat een versnelling hoger. Ik besef dat door het raakpunt als grote in DNA match de schatkaart naar mijn onbekende biologische vader aanzienlijk kleiner is geworden. Is er dan eindelijk land in zicht? Zou in die familie mijn oorsprong dan echt liggen?

Groet,
Steph

12112236_994994877208503_4672561897852604077_n.jpg

 

Een nieuwe halfbroer (!)

Ken je het gevoel wanneer je op een roetsjbaan zit, eentje waar je bent ingestapt omdat je dacht dat het al bij al zou meevallen, maar bij elke bocht de rit net iets heftiger wordt? Je kan er niet af en begint te vrezen dat de stelling vroeg of laat samen met jou ineen zal stuiken. Je hunkert naar een moment dat iets minder hard mag gaan. Hoe gek dit misschien ook klinkt maar de komst van een nieuwe halfbroer deed me terug weer een beetje naar adem happen.

Even onverwacht als de vorige keren zag ik een nieuwe naam bovenaan de lijst van matches verschijnen. Even weer die verwarring, toch nog keer dubbelchecken of ik effectief naar mijn lijst aan het kijken was, maar toen ik de namen van de eerste twee onder zijn naam geparkeerd zag, drong het door. Een nieuwe halfbroer is zonet in de lijst van DNA-matches verschenen.

In zijn profiel had hij zijn naam vermeld als een indicatie van leeftijd opgegeven. Zou hij ook in 1979 geboren zijn? Waren zijn ouders ook langs Schoysman gepasseerd? Zou hij weten dat hij een donorkind is?

Ik breng mijn halfbroer en halfzus op de hoogte. Of het ok is dat ik met hem contact maak? Beiden hebben er geen problemen mee. Voorzichtig stuur ik hem een eerste berichtje.

Het duurt twee dagen voor hij reageert. Zijn reactie is open, hartelijk en eerlijk. Hij weet nog niet zo lang dat hij een donorkind is. De test deed hij uit nieuwsgierigheid maar had nooit gedacht dat hij meteen met halfbroers of -zussen zou matchen. Emailadressen en telefoonnummers worden uitgewisseld.

Al snel volgen de eerste foto’s. Ik vind dat hij er Hollands uitziet en niet echt op mij of de anderen lijkt. Maar dan zijn er weer mensen rondom me die wel gelijkenissen (denken te) zien. Ben benieuwd om hem een keertje in levenden lijve te ontmoeten.

Ik vind hem alleszins wel leuk. Officieel is hij nu de jongste van ons groepje, hij is namelijk in 1981 geboren. Een week geleden wist ik niet van zijn bestaan af, en nu is er is geen ontkennen meer aan. Ik heb een halfbroer en ik ben er blij mee.

Groet,
Steph

Unknown.jpeg

Rouwverlof

Afgelopen week was weer een heftige week. Ik verloor namelijk wat ik dacht in hoofd en hart erbij gewonnen te hebben.

Een maand geleden werd het vermoeden van een nieuwe halfbroer aangewakkerd. Toen manlief en dochter krak dezelfde gelijkenissen zagen, was ik er echt van overtuigd weer een stukje gevonden te hebben. Ik weet het: de puzzel is groot, maar elk stukje ik gelegd krijg schetst het geheel waar ik zo naar verlang. ‘t Is keer op keer trachten te v(erb)inden wat uit- of doorgeknipt werd.

Ik zocht contact en gaf hem tijd als ruimte om voor zichzelf te beslissen het antwoord te willen weten. Je moet daar namelijk met twee voor zijn. Zonder dat ik het wist had hij na ons eerste gesprek een DNA test besteld. Wat hij dan weer niet wist is dat ik hem de afgelopen weken een zekere genegenheid ben beginnen toeschrijven. Het is vreemd maar als je iets van je zelf of van een dierbare in een ander herkent, zet dat op één of andere manier een kamer in je hart voor een (on)bekende open.

Deze week was het resultaat gekend: hij en ik zijn niet aan elkaar verwant. Wat ik dacht erbij te hebben, voelde als een oprecht verlies aan. Ik wou naar huis, me op de bank in een dons oprollen en de rolluiken van het leven tijdelijk laten zakken.

Op het werk raadpleegde ik het arbeidsreglement en zag dat er enkel rouwverlof bij verlies van juridische 1e, 2e en 3e graad (schoon)familie toegekend wordt. Donorkinderen horen over hun andere familieleden maar te rouwen in eigen tijd. Nochtans is dat verlies en verdriet even reëel als het andere.

Daarom pleit ik bij deze om voor ons een bijkomend officieel rouwverlof beschikbaar te maken als volgende gevallen zich voordoen:

  • Als je ontdekt dat over je echte afkomst werd gelogen
  • Als de schaal aan leugens en medeplichtigen zichtbaar worden
  • Als blijkt dat je broer of zus slechts half aan jou verwant is
  • Als je vaststelt dat je onbekende bio ouder of andere verwanten gestorven blijken te zijn
  • Als je denkt familie te hebben gevonden, maar het niet zo blijkt te zijn
  • Als je contact zoekt maar afgewezen, doodgezwegen of genegeerd wordt
  • Als iemand bewust je relatie met een naverwante probeert te saboteren
  • Als anderen jouw belangen en welzijn (blijven) onderschikken

Maar voor nu rouw ik enkel tijdens werkpauzes, na de uren of in het weekend.

Groet,
Steph (Ze huilt maar ze lacht, Maan)

2019 – What a year it has been

Ik ben het meisje met het grote verlanglijstje en de hoge lat. Zelden is het genoeg of duurt het niet lang voor de focus zich richt op hetgeen dat nog niet bereikt werd. Want het kan altijd meer én beter. Dat zorgt voor onrust maar het geeft me ook extra wind in de zeilen als er tegen de stroom ingevaard moet worden.

Om te weten wie je bent, hoor te weten waar je vandaan komt. Ookal kan ik die ene fundamentele vraag nog niet beantwoorden en zit ik nog steeds met een gemis: het afgelopen jaar heeft me veel bijgebracht.

Loop je even mee?

Dit jaar ontmoette ik mijn eerste halfbroer. Een toevalligheid deed ons pad kruisen: nietsvermoedend had hij een DNA test gedaan bij een databank waar ik ook geregistreerd stond. Hij wist toen nog niet dat hij een donorkind was, want zijn ouders hadden hem hierover nooit ingelicht. Achteraf zou hij me vertellen dat hij de nieuwsgierigheid in mijn eerste voorzichtige berichtjes tussen de regeltjes door had kunnen ontwarren. Hij was en is zo superchill met het gegeven, met mij, met ons. Op één of andere manier hebben we een evenwicht gevonden in de absurditeit waarin halfbroers en -zussen doelbewust werden gescheiden en elkaar zogezegd nooit mochten kennen. Onze takken zijn voor het eerst terug aan elkaar verbonden. Maar ook zijn zus heeft een plek in mijn hart gekregen, ookal is ze niet aan me verwant. Ze is superlief en aardig.

Ook was er die man die het niet erg zou gevonden hebben om mijn biologische vader te zijn. Ja hoor, zulke mannen bestaan. Hij nam contact op nadat hij een interview met me had gelezen. Het jaartal, de locatie van verwekking: het kon kloppen. Ietwat bevreemdend was toen ik zijn ingescande toestemmingsformulier van het verwantschapsonderzoek doorgemaild kreeg. Helaas was de uitslag negatief. Ondertussen staat hij ook een internationale DNA databank en hoop ik van harte dat hij en zijn (donor)kinderen elkaar vinden.

En er was er ook die periode dat ik dacht het bijna van de daken te kunnen schreeuwen. Mijn zus had namelijk iemand op het internet gevonden die aan mijn broers deed denken. Toen ik meer leden van zijn familie vond en verschillende gelijkenissen aantrof, was ik er van overtuigd dat het einde van mijn zoektocht in zicht was. Nog nooit had ik me aan 1 familie zo kunnen weerspiegelen, nog nooit had ik me vanbinnen zo thuis gevoeld. Maar het bleek niet zo te zijn. Toch wel even toegeven dat de boom van die familie nog ergens op mijn pc opgeslagen staat, mochten er alsnog andere aanknopingspunten aan de horizon verschijnen #justsaying .

Op het moment dat ik DNA resultaten zat af te wachten kreeg ik een DNA match met een eerste halfzus binnen. Zij had besloten zich te laten testen toen ze mijn interview in de Interne Keuken op Radio 1 had gehoord. Zelf dacht ze niet aan mij verwant te zijn, tot het gemeenschappelijk DNA percentage het tegendeel bewees. We hebben elkaar ondertussen 1 keertje ontmoet. Ergens is ze wel nieuwsgierig maar ze zit al 22 jaar in de donorkind-kast opgesloten: niemand mag weten dat ze er eentje is. Ik laat het aan haar om het tempo in een eventuele relatie/band te bepalen.

Het persoonlijke hoogtepunt aller tijden was toen we met een groep donorkinderen van over heel de wereld een presentatie op de V.N. in Genève hebben gegeven. Verbonden in verhalen en onrechten stonden we er als een front, moedig doch kwetsbaar met de hoop een verschil voor anderen te kunnen maken.

Maar dit jaar was echter ook een heftig jaar voor mijn gezin en familie. Zij zitten namelijk op de eerste rij als klappen geïncasseerd en avonturen worden aangegaan. Iets meer tranen werden in dit jaartal gedroogd, meer knuffels uitgereikt en vaker werd er in de zetel genesteld. Zonder hun steun en liefde zou ik het gevecht niet aandurven noch overleven.

Zoonlief kreeg een 5 o’clock shadow op zijn bovenlip en de dochter verlegde haar grenzen door een grotere wereld te willen verkennen. Manlief vond dit jaar een groter evenwicht tussen professioneel en privé leven, which is really nice.

Boodschap aan mijn niets(of alles)vermoedende biologische vader: hope to find you soon. Benieuwd wat het nieuwe jaar voor ons in petto heeft. Ik kan jullie alvast 1 TV-tip meegeven: allemaal kijken naar Vandaag over een jaar op donderdag 13 februari op Eén. En zet de zakdoeken alvast gereed.

Groet,
Steph

tenor.gif

Lees verder

Brief aan mijn opvoedvader

Vorige zomer stak mijn zus een brief in de bus van onze opvoedvader. Heel wat was namelijk onuitgesproken gebleven toen hij nu een 14 jaar geleden besloot om ons systematisch uit zijn leven weg te gommen.

Phie’s brief was eerlijk en oprecht. Niet dat ze verwachtte dat hij de moeite zou nemen om haar erna te contacteren. Hij hulde haar, zoals hij dat vaak had gedaan, in een stille verloochening. Niet veel later had Phie een nachtmerrie. Ze droomde dat hij dit jaar nog zou sterven.

Geen van ons allen is een eeuwig leven geschonken. Ooit zal hij ook komen te gaan. Ikzelf heb hem al jaren niet meer gesproken of gezien. De laatste keer dat ik hem zag was toen ik hem voor mijn kinderen vanachter een omheining aanwees. Want hij verloochent niet alleen ons, hij verloochent iedereen die aan ons verbonden is.

Laatst vroeg ik me af of ik hem eigenlijk nog iets te zeggen heb. Iets dat hij weten mag voor hij zijn laatste adem uitblaast. Of neem ik genoegen met de slachtofferrol die hij zichzelf  toekende en laat ik hem – maar ook anderen – in de illusie dat hij een goede vader was?

Voor mezelf heb ik allang beslist niet meer in de leugens of schijn van anderen te willen leven. Ik heb het recht om zaken daadwerkelijk te benoemen. So here goes:

Antwerpen, 10 dec 2019

Beste Walter (want vader noem ik je al lang niet meer),

Hier Steph, die dochter die je om tal van redenen liever niet had gehad. Het laatste dat ik via via van je heb gehoord is toen een student je een drietal jaar geleden voor zijn eindwerk had gecontacteerd om jouw kant in het donorconceptie-verhaal te belichten.

Je had de jongeman vriendelijk bedankt en verteld dat je geen interviews gaf. Je gaf hem ook te kennen dat het je stoort dat ik af en toe in de media verschijn. Naar het schijnt beschouw je mijn queeste om de fundamentele rechten van donorkinderen toegekend te krijgen als een persoonlijke aanval. Vreemd, daar mijn strijd niet om jou draait. Ik tracht er gewoon te zorgen dat volgende generaties niet of minder hard horen te vechten voor zaken die hen toebehoren.

Ik weet nog hoe je ons op een zondag op het internaat in Dilbeek afzette. We waren tieners, toen één van de andere internen ons in de gang kruiste. Géraldine was haar naam. Tot op vandaag ben ik haar naam niet vergeten. Ze was het standaard meisje dat daar schoolliep: een klassieke schoonheid. Eentje met opgestoken haar, een gedistingeerde wandel en parels in de oren. Je mijmerde iets van: “Waarom lijken jullie niet op haar?”.

Op dat moment wist ik nog niet precies wat je bedoelde. Achteraf besefte ik dat je alludeerde op de teleurstelling die je had ondervonden omdat je kinderen moest grootbrengen die niet echt de jouwe waren. Het was je vrouw die je emotioneel ertoe had gedwongen, als de arts die je had meegedeeld dat je zogezegd onvruchtbaar was.

De rode draad door ons bestaan was je herhaaldelijke kennisgave dat je liever geen kinderen had gehad. Karma leek dan ook een gigantische bitch toen je vrouw van een drieling zwanger werd.

Verschillende keren vertelde je ons dat je ons enkel als baby wel schattig vond. Maar dat vanaf het moment dat we lopen konden, je ons liever niet meer in huis had. Dat was lang voor de tijd dat we wisten dat we donorkinderen waren. Nog zuurder werd de appel toen je vrouw twee jaar later spontaan van je eigen biologische zoon zwanger werd.

Misschien is het tot hier dat ik de wendingen in ons verhaal begrijpen kan. Ik kan zelfs enige empathie opbrengen om hetgeen het met jou moet gedaan hebben toen je besefte dat je vrouw en een ‘gerenommeerde’ arts je geheel onterecht in onomkeerbaar parcours geduwd hadden. Maar dit gegeven zal nooit kunnen rechtvaardigen hoe je ons behandeld hebt en bleef behandelden.

Als ik je herinner als ‘vader’ dan herinner ik je me vooral als iemand die zich maar al te graag in een slachtofferrol wentelde. Je werd altijd gedwongen of zat vast in een leven dat je niet wou. Alle excuses waren goed genoeg om je verantwoordelijkheden niet ten volle te moeten opnemen. Doch was je één van de volwassen die ik bij aanvang in mijn leven het liefste dichtbij me had, zelfs met al je imperfecties.

Gebeurtenissen die jou voor mij als mens en surrogaatvader definiëren zijn: je afwezigheid en desinteresse ten aanzien van ons. Je stak het op je werk. Ik zie het eerder als vluchten van een leven en gezin dat je niet wou. Maar niet alleen je afwezigheid en afwijzing typeert je. Een gebrek aan ruggengraat is ook iets wat ik aan jou toewijzen kan.

Je liet jarenlang toe dat je vrouw, onze moeder, ons mishandelde. Je zus informeerde je ooit dat het lichaampje van je driejarige biologische zoon bont en blauw zag. Doch nam je geen enkel initiatief om ons te beschermen of veilig(er) te stellen. Meer meldingen van mishandelingen zouden jaar na jaar volgen, maar ook daar deed je niets mee. Kop in het zand en hopen dat je er niet op aangesproken wordt. Indien toch het geval, je zieligste blik boven halen in de hoop aan sympathie te winnen. Negeren en ontkennen is ook een manier van leven, niet?

Af en toe participeerde je zelf in het geweld. Zoals die keer dat je op commando van je vrouw je oudste (wettelijke) zoon bij elkaar sloeg daar in de gang van de garage naar de keuken. Hij was zogezegd te laat thuisgekomen en moest dit aan den lijve ondervinden. Het was die avond dat Marijn, je schoonmoeder, besloot om nooit meer bij ons te logeren.

Of weet je nog die tijd dat je zus je jongste zoon in het gezicht had geslagen? Hij was toen twintig jaar oud. Je zus had hem geslagen omdat hij haar absurde opgelegde regeltjes niet tot in de puntjes had nageleefd. Je moeder was hem achternagelopen om hem te troosten. Toen ze je zus hierover achteraf aansprak moest oma het ook ontgelden. Zes maanden zou ze door haar beide kinderen genegeerd worden. Jij moest ‘meedoen’ want het kon niet dat je zus in de fout was.

Ooit heb ik je gesmeekt om ruimte en gelegenheid te laten aan diegenen die nog tijd met elkaar wilden doorbrengen. Jarenlang heb je je best gedaan om dit voor oma en ons zo moeilijk mogelijk te maken. Oma woonde bij jou en je zus maar werd regelmatig in een rusthuis gedropt als je zus genoeg van haar had. Gelukkig kende ik iemand in het rusthuis die me op de hoogte bracht wanneer ze er zat, zodat ze toch iets van bezoek kreeg.

Tijd samen moest stiekem want het werd door jullie niet toegelaten. De geboortekaartjes van onze kinderen, die aangetekend naar oma werden verzonden, werden onderschept en haar nooit bezorgd. Foto’s van haar achterkleinkinderen werden uit haar kamer meegenomen. We slikten keer op keer. Ik heb oma nooit zoveel weten huilen, niet alleen bij ons maar ook bij de verpleging omdat ze niet begreep waarom haar kinderen haar zo behandelden.

Het was je zus die oma in de laatste week van haar leven wou laten sterven in een versleten pyjama omdat ze aan haar geen geld meer wou spenderen. Weet je dat ik die week pyjama’s voor oma ben gaan kopen zodat ze waardiger heen kon gaan?

Het was jij die besloot ons, de drieling, op haar doodsbrief niet als haar kleinkinderen te vermelden ook al had ze dat zelf wel gewild. Jij belde een paar dagen voor haar begrafenis om te zeggen dat we op de koffietafel niet gewenst waren. En het was jouw nicht die me na de begrafenis van oma terugmailde en me aansprak met het woord ‘bastaard’, want het venijn kruipt ook daar waar het niet gaan kan.

Een paar jaar voor haar heengaan bood ik jou een plek in het leven mijn zoon toen hij nog in mijn buik zat. Je bedankte hiervoor met als repliek: ‘Je denkt toch niet dat ik meer moeite voor hem ga doen, dan ik voor jullie heb gedaan’ en een ‘het hoeft niet voor mij’. Na zijn geboorte of die van mijn dochter liet je na iets van je te laten horen.

Ondertussen weet ik dat mijn kinderen en ik beter af zijn zonder jou, ook al had ik hen graag een fijne grootvader gegund. Mochten ze je ooit willen ontmoeten, weet dat het mogelijk is dat ik ooit op een dag met hen aan de voordeur van mijn ouderlijk huis sta. Het huis dat ze nog nooit bezochten omdat er voor hen als voor mij geen plaats was. Het is dè plek waar al onze foto’s werden weggehaald, lang nog voor enig interview werd gegeven.

Ik herinner me dat je me ooit in een ruzie toeriep: ‘Wacht maar tot als jij kinderen hebt’, ik repliceerde: ‘Slechter als jullie kan ik het toch niet doen’. Profetische woorden daar jij en mijn moeder de maatstaf werden om het vooral anders aan te pakken. En ja, perfect ben ik ook niet, maar hier wel de capaciteit om te reflecteren en trachten zo goed mogelijk voor mijn kinderen te zorgen. Hun bestaan doet het voorrecht te erkennen om in dit leven naast hen te mogen wandelen.

Weet dat ik gelukkig ben, misschien zelfs het gelukkigst dan ik ooit ben geweest. Ik heb nu door dat opgelegde verwachtingen enkel verachtingen van jouw kant zijn geweest. Ik besef des te langer dat het niet aan mij lag, maar aan jouw incompetentie om een goede vader te zijn. Ik hoef mezelf niet meer te verloochenen ook al deed jij dat wel.

Jij bent niet de vader die ik mezelf gegund of toegewenst had. Jij bent dat nooit geweest, ook al voorzag mijn kinderhart een grote plek voor je. Ik verdiende beter en meer. Ons leven had anders kunnen zijn, had je ooit iets meer mens en iets minder van excuus geweest.

Als ik je visualiseer denk ik aan een grijze man, die nog steeds aan diezelfde keukentafel met een fles wijn en sigaret in de hand zich beklaagt over het leven. Aan de overkant je zus die je inlepelt wat je denken, voelen en doen moet. Hier ergens ook opgelucht dat ik daar geen deel meer van uitmaak.

Laten we vooral stellen dat ik blij ben verlost te zijn van het korset waar mijn ziel nooit in paste en nooit in zal passen. En dat door deze brief te schrijven ik een deel van de ballast dat ik al veertig jaar met me meesleur, eindelijk wat uit mijn rugzakje kan halen.

Het gaat je goed en waarschijnlijk tot nooit meer.

Groet,
Steph

STP 2.jpeg