Computer says no(t related)

Nog nooit was ik zo ver uit mijn goal gekomen. Never ever had ik gedacht zo dicht tegen mijn onbekende familie te zitten. Voor wie mijn zoektocht een beetje volgt, weet dat ik vorige zomer via een toevallige vondst door mijn zus op LinkedIn op een man ben gebotst die toch wel wat fysieke gelijkenissen met zowel mijn volle broer als halfbroer vertoont.

Voor donorkinderen die vandaag willen weten zijn er maar twee mogelijkheden: ofwel zoeken via DNA of zoeken naar mensen die op je lijken. Die laatste dien je dan nog wel met een DNA test te verifiëren want het kan ook zijn dat die fysieke gelijkenissen louter op toeval berusten. Om het toeval wat uit te sluiten zocht ik naar foto’s van andere familieleden om na te gaan of daar ook gemeenschappelijke fysieke kenmerken konden vastgesteld worden. Na wat zoekwerk van een vriend (Max De Bie, hier is je eervolle vermelding 😉 ) vond ik foto’s van onder meer zijn vader als zijn neven. Ik kan je alleen maar meegeven dat de aanblik ervan niet alleen mij maar ook anderen kippenvel bezorgde. Nog nooit heb ik me zo kunnen weerspiegelen in mensen die ik nooit heb gekend.

Het zou even duren voor ik contact durfde te leggen. Maar uiteindelijk sprong ik, want wat had ik te verliezen? Yep, niets. Ik verzond een bericht en niet veel later werd er heen- en weer gemaild. Uiteraard was mijn eerste vraag: hebt u ooit sperma gedoneerd? Kwestie van meteen met de deur in huis te vallen. Hij kon mijn directheid appreciëren, maar moest me teleurstellen daar hij nooit gedoneerd had.

Hij vond het jammer dat hij me de antwoorden waar ik zo naar op zoek was niet geven kon. Ik legde uit dat hij me wel verder kon helpen door een test bij een DNA databank te overwegen. Want ook al was hij niet mijn biologische vader, mijn roots konden in zijn familie liggen. Ik weet het, het was een wilde gok maar het was er één die ik moest wagen. Want verder in dubio leven helpt niemand vooruit doch geef ik toe dat de finale antwoorden me ergens angst ook inboezemen. Onwetendheid biedt je op een verknipte manier ook veiligheid omdat je er al zo lang in vertoeft. Maar fuck it, we gaan voor the truth and nothing but the truth.

Ik zond hem een DNA test welke haast meteen met het nodige wangslijm richting databank vertrok. Het leuke aan de databank is dat je het traject van je test kan volgen: van toekomen, tot het doorlopen van alle stappen en het uiteindelijke resultaat. De test is daar 11 september gearriveerd. Vandaag ken ik de uitslag. Ik kan niet ontkennen dat ik met bepaalde verwachtingen uitkeek naar het moment dat we in elkaars matches verschijnen zouden.

07c09564126487520dced287468562be--mom-and-me-ugly-duckling.jpg

Maar tot mijn grote spijt zegt het resultaat dat we totaal niet aan elkaar verwant zijn. Zelfs niet in de verste verte wat de hoop om mijn afkomst daar te vinden doet smelten als sneeuw in de zon. We delen zelfs geen verre achter-achter-achter-achter neef of nicht met elkaar. Wat had ik hen graag in mijn boom kunnen hangen. Maar het is wat het is, doch regent het vanbinnen wel een beetje. Voor donorkinderen liggen hoop en teleurstelling vaak dicht tegen elkaar. Als het peper en zout vaatje dat standaard naast ons bord werd gezet. Zout voor de wonden, en wat peper als je een opflakkering in mogelijk vinden ervaart. Het is absurd dat zovelen van ons dezelfde eenzame lijdensweg voorgeschoteld krijgen.

Bij deze ga ik terug naar ‘Start’ op het grote kennis-Monopoly spel van de industrie zonder iets te ontvangen. Met de dobbelstenen in de hand blijf ik echter hopen dat de kaarten ooit in mijn voordeel zullen vallen.

Met een ‘toch wel wat hard aan het balen’-groet,
Steph

Schermafbeelding 2019-10-02 om 07.40.07.png

 

Help, ik heb een halfzus (en weet ff nog niet wat ik hiermee moet)

Zaterdag landde ik met het vliegtuig terug op Belgische bodem. Ik had er net twee dagen Genève op zitten om er de rechten van mensen die uit donorconceptie en draagmoederschap geboren worden te bepleiten. Vlak voor de aankomsthal in de luchthaven kwam ik de woorden ‘do you have something to declare’ tegen. Even hield ik halt en keek ik om me heen. Ja, ik had iets aan te geven. Iets wat ik nog niet bij me had toen ik vertrok: ik kwam namelijk met de kennis over een halfzus terug.

Een halfzus, ik kan er nog steeds niet bij. Het kwam weer zo onverwacht, maar nu precies onverwachter omdat ik het echt niet had verwacht. Na de match met mijn halfbroer nu een jaar geleden was ik gewoon geworden aan hoe mijn lijst met DNA matches er nu uit ziet. Omdat ik iets meer DNA met de halfbroer dan met mijn zus deel, staat hij nu reeds een 400 dagen lang boven aan de lijst te prijken. Onder hem, maar daarom niet minder belangrijk staat mijn zus. Nog steeds met haar verticale foto waardoor de linkerkant van mijn nek ook dit jaar meer lichaamsbeweging kreeg dan de andere kant.

Vrijdagochtend, ik was vroeg wakker en beantwoordde een vraag over een DNA match van iemand uit onze groep. Ik bedacht me dat er misschien bij mij ook wat nieuwe matches uit de hemel waren gevallen, maar dan eerder in de lijn dat ik de grote schatkaart richting biologische vader misschien iets scherper ingesteld kon krijgen.

Ik refreshte mijn lijst aan matches en werd gewaar dat hij er iets anders uitzag dan daarvoor. Boven mijn zus zag ik twee DNA matches staan. Van boven stond nog steeds de halfbroer, maar tussen hem en mijn zus stond een nieuwe match. Het duurde even voor de woorden naast het gedeelde DNA me doordrongen. Er stond halfzus, nicht of tante.

Ik las haar naam en zag haar leeftijd. Zij kon geen nicht of tante zijn. Neen, dit is een match met een halfzus. Even blinde paniek. Even niet goed weten  wat te doen. Ik appte de meiden van de Donor Detectives. Meteen daarna volgde een telefoontje aan het thuisfront. Manlief en kinderen zaten net aan de ontbijttafel toen ik met de deur in huis viel: “Ik denk dat ik een halfzus heb”.

Schermafbeelding 2019-09-24 om 00.46.18.png

Het voelde zo raar. Ik was er niet aan toe. Daar zat ik dan helemaal alleen en gereed voor een dag vol besprekingen met allerlei mensen die ik niet ken, terwijl zich net een aardverschuiving in mijn bestaan had plaatsgevonden. Zaterdag had ik zelfs ook nog een presentatie te geven. Op één of andere manier heb ik een automatische schakelaar ingebouwd die wisselen kan in een versie van mezelf die op dat moment nodig is. Echt dealen met stuff kan ik pas als ik mezelf de tijd en ruimte voor geef. En zelfs dan nog: mijn rugzakje heeft heel wat verborgen compartimenten.

Ik appte mijn zus om haar het nieuws mee te delen. Ook hier weer een vreemd gevoel. Het bracht me terug naar de tijd dat zij me opbelde om te vertellen dat ze een match met een halfzus had. Haar grootste bezorgheid toen was dat ik me gekwetst of zelfs gepasseerd zou voelen. Wat niet is natuurlijk. Maar iemand nieuw doet bestaande structuren bewegen. Binnenin voelt het alsof loyaliteit en nieuwsgierigheid met elkaar in strijd gaan.

Ik ben trouw aan diegenen die me dierbaarst zijn. Doch kan ik de lokroep naar antwoorden over mezelf niet negeren. Wel weet ik dat die twee best naast elkaar kunnen en mogen bestaan. Maar ik heb tijd nodig om te weten wat ik zelf wil dan me te laten sturen door wat anderen (van me) willen.

Ergens heb ik het vermoeden dat zij mogelijks ook een donorkind is, maar ik weet niet of ze dit zelf al weet. Ik maak me zorgen om haar. De kans zit er in dat ze de match heeft gezien en het kwartje is beginnen te vallen. Ik geef het nog wat tijd voor ik de hand uitreik.

Groet,
Steph

Ode aan mijn zus

Vier minuten ouder is ze en één van de weinige constanten in mijn leven. Haar ken ik, naast mijn drielingsbroer, het langst. Als goeie wijn heeft onze relatie moeten rijpen, want in het begin vond ik haar toch maar wat vreemd.

Ze was (en is) zo anders dan ik. Niet alleen van uiterlijk, maar ook qua karakter verschilden we ontzettend: zij was ordelijk, ik één en al chaos. Zij lustte alles, ik zo goed als niks. Tekenfilms, videogames, muziek en horrorfilms het zei haar nul komma nul. Als ze niet aan het studeren was, zat Phie te tekenen.

Schermafbeelding 2019-07-14 om 19.29.38.png

Pas toen we met ons tweetjes op internaat werden gestuurd, leerde ik haar voor het eerst echt kennen. Zij deed Latijnse (she got the brains) en ik Moderne Talen (‘cause life is too short to study a lot). We hadden andere vrienden maar het gedeeld verleden als het heden bracht ons samen.

Het duurde niet lang voor we vaststelden dat we eenzelfde verdriet, angst en schaamte in ons meedroegen. Gecombineerd met wat we in andere gezinnen konden observeren als we bijvoorbeeld een sleepover bij vriendjes hadden, begon het te dagen dat het er bij ons thuis helemaal niet ok aan toe ging.

Die 5 dagen per week op internaat werd onze safe haven, ookal was het er geen echte thuis. Op die dagen hoefden we namelijk de toorn van onze moeder niet te vrezen en kon ze ons niet raken.

Toch moesten we elk weekend terug naar huis, wetende dat hoe hoog we op de tippen van onze tenen zouden lopen, er d’office een moment zou komen waarop de blik in haar ogen veranderen zou, we op een rij in de keuken moesten staan en één voor één haar woede incasseren zouden. Mijn vader, familie en vrienden van mijn ouders gedoogden het allemaal, niemand heeft ons ooit beschermd because nobody really cared.

Als ik terug aan toen denk, kan ik me het geweld altijd al herinneren. Als kind wil je alleen maar koestering en zorg van diegenen die het dichtst bij jou staan. Jarenlang wandelden we kinderlijk naief steeds weer het mijnenveld op.

Systematisch en onophoudelijk werden we keer op keer verwond en dit van de leeftijd van 4 jaar. Na elke blow stonden we terug op. Met open hart en armen liepen we diegene tegemoet waar we het meest een knuffel van verlangden. Needless to say, veel werd er niet geknuffeld. Dit maakt dat heel wat van onze littekens aan de binnenkant zitten.

Als ik foto’s van ons van vroeger terug zie, wens ik nog steeds dat het ooit op een dag mogelijk is om er te kunnen binnen wandelen en ons mee te nemen, weg van al hetgeen we hebben moeten doorstaan.

Mijn zus leek van staal. Niets kon haar van haar stuk brengen, terwijl ikzelf bij momenten een tranenfontein leek. Statig en met gestrekte rug ging ze alles tegemoet: als een soldaat die zijn weg verder zet ondanks de herhaaldelijke inslagen van sluipschutters.

Incasseren doen we nog steeds. Misschien niet meer op de mat in de keuken, maar wel in het leven door al diegenen die vandaag nog niet toegeven willen dat ze haar (en ons) te kort deden.

Ik ben boos op hen omdat ze mijn zus een verdriet hebben bezorgd waar ze zelf nooit een aandeel in had, maar bij momenten ontzettend hard van afziet. Als ik kon zou ik deel van dat verdriet in mijn rugzakje willen steken. Want ze verdient beter dan ze hetgeen ze heeft gekregen.

Ik zeg het haar niet vaak genoeg, maar ik ben ontzettend trots op haar. Ik vind haar een geweldig persoon, heel pienter, lief, attentvol ookal luistert ze meestal maar half en praat ze door films, is ze een lieve moeder voor haar twee kinderen en de beste zus die ik me ooit wensen kon. Ze is meer dan de persoon die anderen haar toelieten te zijn.

Ik hoop dat we samen nog heel wat en heel lang f*ck you’s uitdelen kunnen. En uiteraard ook knuffels voor diegenen die het echt verdienen.

Phieke, there is a knuffel coming up als ik je terug zie,

Groet,
Steph

Schermafbeelding 2019-07-14 om 19.04.00.png

Soundtrack van mijn zoektocht – part 9

Hey,

Voor zij die er nood (en troost) aan hebben, hier de muziek die oren en hart bijstaan:

Groet,
Steph

 

240_F_123259639_1oA0MAff9R0tJdooQzgqEVxu6kxOcmNU.jpg

 

Voor zij die Spotify hebben (of overwegen).

Terug-(bl)-ik

30 juni 2016. Ik zie mezelf daar nog zitten in die overvolle trein op weg naar een meeting in Brussel. De meeting was die dag een bijzaak daar er iets veel grootster speelde. Het was namelijk dè dag dat ik eindelijk voor de resultaten van onze DNA-test kon bellen.

Mijn drielingsbroer, – zus en ik hadden namelijk een maand daarvoor de binnenkant van onze wangen vakkundig laten schrapen om te kunnen achterhalen of we dezelfde biologische vader hadden. “Huh?”, hoor ik je denken.  Het vermoeden dwaalde al langer in mijn gedachten rond. Ik wou een zwart op wit antwoord daar ik ondertussen weet dat artsen maar ook naasten niet altijd even eerlijk zijn. Zeker niet, als er iets toegedekt moet worden.

De eerste drie weken van wachten gingen nog, maar naarmate D(NA)-day eraan kwam, ontpopten de rupsen in het lijf tot een onrustige vlindertuin.  Ik kon bellen vanaf 9u. Maar daar zat ik dan tussen al die mensen in de wagon. Omdat ik vond dat mijn geduld echt wel al lang genoeg op de proef gesteld was, dacht ik “F*ck it, ik bel gewoon. Ik zie mensen toch niet meer terug en wie weet houden zij er een good dinner story aan over”.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.07.45.png

Met mijn verificatiecode in de hand bel ik het nummer dat op het kaartje vermeld stond. De secretaresse neemt op. Ik probeer mijn zenuwachtigheid te onderdrukken en vraag naar de resultaten. Ze tokkelt op het klavier. Er valt een stilte. ‘Ik vind u niet terug in het systeem. Is het goed dat de professor uw straks even opbelt?’.  Teleurgesteld stem ik daar mee in. Van binnen denk ik ‘Typisch dat ze weer mij niet vinden. En kak, wat als er een fout is gebeurd en de resultaten er niet zijn dan moeten we nog langer wachten’.  De trein komt aan en wat droef zet ik mijn weg verder.

De meeting vond plaats in een restaurant. Ik bedacht me dat ik geen cash geld bij me had en sprong nog even snel een bankcontact binnen. Opeens gaat mijn gsm af. Op het scherm zie ik het 016 zonenummer. Ik neem op. De professor stelt zich voor en vertelt dat de resultaten binnen zijn. Hersenen als emoties trachten van een ‘terug naar af’ naar een ‘brace yourself’ modus te schakelen. De innerlijke versnellingspook blijft even steken.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.19.27.png

Hij zegt: “Sophie heeft een andere biologische vader dan jij en je broer.”. Ik sta verstomd en weet het ff niet meer. “Gaat het met je?” hoor ik de professor vragen. “Ik weet niet hoe het nu met me gaat. Dit had ik niet zien aankomen. Ik had altijd gedacht dat als we verschillende vaders hadden, ik diegene was met een andere vader, niet mijn zus of mijn broer. Dit herschikt weer alles.” De professor wenste me sterkte toe. Needless to say dat die dag in mijn ziel gegrift staat.

Nu drie jaar later kijk ik terug op zoveel emoties, heb ik zoveel van me afgeschreven maar er werd ook gevonden. Mijn zus heeft ondertussen haar biologische vader en 5 halfzussen getraceerd (de kinderen van de man in kwestie trouwens meegeteld).  Ikzelf heb een eerste halfbroer bij toeval gevonden. Maar ik loop vandaag ook met een groot buikgevoel rond dat ik bijna weet wie mijn biologische vader is. Het is een kwestie van de losse eindjes aan elkaar te knopen. Zou ik al die jaren eindelijk mijn cirkel rondkrijgen?

Groet,
Steph

Docu Three identical strangers: eentje om te zien, want anders geloof je het niet

Wat als je een identieke broer of zus rondlopen hebt zonder dat je van elkaars bestaan afweet? Het is een wending die je most likely in een fictiereeks verwacht, maar zou dit ook in het echte leven kunnen? 

De documentaire Three Identical Strangers neemt je mee op de rollercoaster van drie broers en hun familie. Wie goed oplet, zal bij aanvang hartslagen horen als een omen dat er naar het hart gegrepen zal worden.

Als eerste ontmoeten we Bobby. Hij zet zich neer, kijkt recht in de camera en tracht te vertellen wat hij vandaag nog steeds niet volledig uitgelegd krijgt omdat het zo absurd en twisted is.   

58 jaar geleden werd hij geboren, maar het lot zou pas verschijnen als hij op 19 jarige leeftijd de campus van de hogeschool oploopt. Nooit was hij echt een populaire jongen. Dat een hoop onbekenden hem die dag ontzettend hartelijk begroetten, deed vreemd maar dat lag misschien aan de omgang daar? En toen zei iemand “Welcome back Eddy”. Dat was raar, doch is Bobby zich nog van niets bewust.

Er wordt op de deur van zijn studentenkamer geklopt. Bobby draait zich om. In de deuropening staat een jongen wiens aangezicht bleek slaat. Het is Michael die niet kan geloven dat de dubbelganger van zijn beste vriend Eddy voor zijn neus staat. Hij vraagt Bobby of hij geadopteerd en wanneer hij jarig is. ‘Ja, ik ben geadopteerd en geboren op 12 juli’, repliceert Bobby. Zelfs het Joods adoptiebureau blijkt hetzelfde te zijn.

Wat volgt is verstomming, fascinatie en euforie als een sprint naar het dichtstbijzijnde telefoonkotje om Eddy het nieuws mee te delen. Michael en Bobby besluiten die avond om nog naar hem toe te rijden. Zenuwen gieren, het gaspedaal stevig ingedrukt.

1530915174150-1-TIS_Courtesy-of-NEON.jpeg
En dan heb je daar die eerste foto van hun twee samen. De natuurlijke cohesie tussen hen is instant duidelijk en laat niet onberoerd. De beste vriend van Eddy omschrijft het als twee spiegelbeelden die oog in oog met elkaar staan. De omgeving vervaagt. Wat er overblijft zijn twee broers die altijd al bij elkaar hoorden.

Het duurt niet lang of het onwaarschijnlijke verhaal wordt door een krant opgepikt. Niet zo ver daar vandaan botst een vriend op een zekere David en overhandigt hem een krantenartikel met de woorden ‘Looks familiar?’. Het artikel gaat over de tweelingsbroers die elkaar onverwacht vonden. David is eerst wat sceptisch maar kijkt dan naar de foto bij het artikel. Hij herkent zichzelf en langzaam aan begint het door te dringen. Hij denkt: ‘Wauw. Dit is groots en kan geen toeval zijn’.  Bij thuiskomst zit zijn moeder met hetzelfde krantenartikel klaar. 

David besluit contact te zoeken met één van de jongens. Hij belt en krijgt uiteindelijk de moeder van Eddy aan de lijn. ‘Hallo, ik ben David. Is Eddy thuis?’. ‘Neen. Wie en waarom bel je?’ vraagt ze. ‘Wel, mijn naam is David. Ik ben ook geadopteerd èn jarig op 12 juli. Ik zie twee van mezelf als ik naar de foto in de krant kijk’. Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoort David haar zeggen: ‘OMG, they are coming out of the woodwork’. Wat zoveel wil zeggen als: ze blijven maar komen.

Schermafbeelding 2019-06-21 om 22.25.21.png
Het duurt niet lang voor de drie jongens elkaar ontmoeten. Voor eenieder is het duidelijk: ze behoren elkaar toe en eindelijk bij elkaar. Eén van hun tantes benoemt de scheiding letterlijk als deprivation: een beroving.

De media heeft een field day met het opvoeren van de drieling en het hartverwarmend sprookje dat ze belichamen. Het was Eddy die stelde: ‘Ofwel wordt dit een geweldig of afschuwelijk verhaal.’ Hij kon niet dichter tegen de uiteindelijke waarheid zitten.

Aangetrokken door gelijkenissen lijken ze meer clones dan broers van elkaar. Opvallend is dat naast hun parelle levens ze in totaal verschillende gezinnen opgroeiden. David werd door laaggeschoolde ouders grootgebracht, Eddy kwam in een matig geschoold middenklas gezin terecht en Bobby belandde bij hooggeschoolde tweeverdieners. Alle broers hadden een twee jaar oudere geadopteerde zus.

Hun adoptieouders waren de eersten die kritische vragen begonnen te stellen. Want hoe kon het dat een identieke drieling op 6 maanden van elkaar gescheiden werd en ze nooit verteld kregen hun zoon nog broers had?

Ik kan en wil geen spoilers weggeven, maar wat ik je wel kan vertellen is dat de schaduwzijde van hun verhaal donkerder is dan je ooit voor mogelijk achtte. Een rilling van herkenning had ik toen één van de ouders vertelde dat hij had gezien hoe de mensen van het adoptiebureau champagne zaten te toasten nadat ze succesvol de onthulling van de waarheid hadden kunnen afwenden. Het bracht me terug naar mijn eigen verhaal waar dezelfde flessen opengetrokken werden en schouderklopjes uitgedeeld als het zoveelste donorkind verwekt was. 

Deze documentaire moet je zien, want anders geloof je het niet. Daarnaast je krijgt ook een inzicht over hoe het voor een geadopteerde of donorkind is om te achterhalen dat jouw belangen nooit echt van tel zijn geweest. En hoe het Gods complex van anderen mensenlevens fundamenteel tekenen kan.

Groet,
Steph

De docu Three Identical Strangers wordt door Dalton Distribution verdeeld en kan je vanaf 26 juni gaan zien in:

 

Hij kwam (klaar), zag (een exit) en (ver)won(de)

Als je seks tussen je twee ouders al akward vindt, wat maak je dan van de gedachte dat je biologische vader ergens in een klein lokaaltje – mogelijks een schimmig toilet – met zijn broek tot aan zijn enkels over een oude Playboy stond te masturberen? Of misschien had hij enkel zijn fantasie en de hoop zo snel, als zoveel mogelijk, sperma gericht in een beker te kunnen schieten?

Trousers-down.jpg

Visueel genoeg voor jullie? Voor mij is het een gedachte die af en toe voorbij flitst. Het is namelijk de enige zekerheid die ik over mijn vader heb: een man die nadat hij was klaargekomen de deur achter zich dicht trok. En die met diezelfde handen het witte goud in wat zak-geld omruilde (pun intended).

Stam ik van zijn eerste commerciële kwak af? Of was hij regelmatige leverancier bij de arts en ben ik er eentje uit kwak nr. 10? Werd hij beter in het projectiel-ejaculeren of gingen tientallen halfbroers en -zussen verloren toen hij regelmatig er gedeeltelijk naast schoot? Had hij toen zelf al kinderen? En heeft ie ooit stilgestaan bij de mogelijkheid dat er kopietjes van hem en hen rondlopen kunnen?

Mijn halfbroer en ik schelen 12 dagen. Het vermoeden is er dat wij uit dezelfde spermaplas komen. Het is een vreemde gewaarwording, beseffen dat het moment dat ik het dichtst bij mijn halfbroer vertoefde was toen de spermatozoïden die voor onze verwekking zouden zorgen in aparte rietjes door de arts werden opgetrokken.  Zijn we dan niet ergens half-tweelingen van elkaar, ook al ontwikkelden we in verschillende (baar)moeders?

Ik kan en wil niet vatten dat een man – mijn vader – zomaar van zijn nageslacht wegwandelen kon. Zich nooit de bedenking maakt of èn wie die kinderen zijn die op een ander werden grootgebracht. Doof en blind voor het effect op een kind dat met een halve of valse identiteit opgroeien moet. Een mensje dat daarbovenop verwerken moet dat het door eigen vlees en bloed verstoten werd nog voor het bestond. Er bestaat geen grotere afwijzing dan afgestoten of verworpen te worden door de mens(en) waar je van afstamt. Diep en haast onherstelbaar is de krater na inslag.

Dus voor zij die overwegen ei- of zaadcellen te doneren: just don’t. De kans zit er namelijk dik in dat een ander donorkind over twintig jaar het verdriet, gemis en onrecht van zich probeert af te snijden.

Groet,
Steph

O Brother, Where Art Thou?

Snapchat heeft een nieuwe leuke filter. Zo leuk dat ie ondertussen wereldwijd werd opgepikt en mensen massaal hun genderswitch delen. De gimmick is simpel, je kan er visueel mee van geslacht veranderen. Het geeft een indicatie hoe je er had kunnen uitzien indien de bevruchtende zaadcel van je biologische vader een X-of Y-chromosoom met zich meedroeg.

Je biologisch geslacht wordt hier namelijk door bepaald. Bevatte de zaadcel een X-chromosoom, dan ben je een meisje geworden. Droeg het de Y-chromosoom met zich mee, dan werd je een jongen. Wist je dat tot de eerste negen à tien weken van de zwangerschap mannelijke en vrouwelijke embryo’s zich hetzelfde ontwikkelen? Het is pas op de 11ste week dat de piemel zich bij de jongetjes ontwikkelt en via echo het geslacht van een kind afgeleid kan worden.

Maar terug naar gimmick :).  Het blijkt ook een handige tool voor donorkinderen die op zoek zijn naar een hint hoe een halfbroer, halfzus en hun onbekende biologische ouder er zouden kunnen uitzien. En yep, uiteraard is zo goed als iedereen in onze groep aan het Snapchatten gegaan om met eigen ogen zichzelf in het andere geslacht weerspiegeld te zien.

Hieronder een potentiële versie van een halfbroer van me. Mocht iemand iets van gelijkenissen zien met een bestaand persoon, dan ben ik hier nog altijd steeds bereid mezelf aan een vergelijkend onderzoek te onderwerpen.

Groet,
Steph

IMG_2527.PNG

Uitslag bekend, afkomst (nog steeds) onbekend

We hebben er lang op moeten wachten, de uitslag van de DNA test met de zus van de halfbroer. Ons geduld werd echt op de proef gesteld. Net op het moment dat ik de onrust wat heb kunnen laten varen en niet meer stond af te tellen, kreeg ik een appje van de zus.

Ze liet me weten dat de resultaten binnen waren, en dat het mysterie rond mijn afkomst nog niet opgelost was, integendeel. Haar broer blijkt slechts half verwant aan haar te zijn. De printscreen van hun DNA-match dat ze me toestuurde, bevestigde die conclusie.

Het nieuws kwam bij haar als een mokerslag binnen. Hoe kan haar broer nu slechts half verwant aan haar zijn, terwijl haar ouders hun nooit de indruk hadden gegeven dat hun oorsprong verschillend lag?

Ik werd overmand door een droefheid voor hen, omdat ik als geen ander weet hoe het voelt om erachter te komen dat een voorgeschotelde realiteit niet meer dan een halve leugen blijkt te zijn. Maar ook het besef dat je broer of zus een helft van zichzelf met een hoop onbekenden deelt waar jezelf niets mee deelt, is me ook niet vreemd.

Die avond heb ik met mijn halfbroer gebeld om te horen hoe het nieuws bij hem was binnengekomen. Hij had altijd gezegd dat hij met elke wending ok was. En lord and behold: voor hem verandert het niets. Wel was hij aangedaan door hetgeen het bij zijn zus teweeg had gebracht.

Ondertussen werd bij hun moeder verhaal gehaald. We wisten dat ze het moeilijk had gehad om zwanger te worden. Zij en haar man hadden namelijk ‘hulp’ nodig gehad bij het krijgen van hun eerste kind, maar we wisten niet wat dit exact had ingehouden.

Aanvankelijk vertelde ze dat het waarschijnlijk om vergissing bij de fertiliteitsarts zou gaan. Hij zou een verkeerd spermastaal of cocktail van verschillende stalen hebben toegediend. Zelf was ze in shock door die vaststelling.

Ik wou graag met haar praten en kreeg van haar kinderen de toestemming haar te ontmoeten. En zo teende ik vorige zondag richting haar huis. Ik zag een kleine en oudere dame die het fascinerend vond dat ik groot was. Voor zij die me ooit ontmoet hebben, groot ben ik niet echt. Maar als je zelf klein bent, lijkt al de rest uiteraard groot.

Ze zag niet meteen gelijkenissen tussen haar zoon en ik. Ik vroeg haar of ze me kon vertellen bij wie ze 40 jaar geleden was langs geweest om haar kinderwens in te vullen. Ze liet me weten dat zij en haar man verschillende jaren hadden geprobeerd om zwanger te geraken. Na twee miskramen werden ze uiteindelijk via hun gynaecoloog naar een specialist doorverwezen.

Dit bleek fertiliteitsarts Robert Schoysman te zijn. Laat dit nu net de arts zijn die mijn ouders aan ook kinderen had geholpen. En toen zei ze: ‘Niemand zou er ooit achter komen’. Ik vroeg door. ‘Hoe bedoelt u: niemand zou erachter komen?’. ‘Wel, dat er een cocktail van het sperma van mijn man en een andere man zou toegediend worden’, repliceerde ze. ‘Dus u wist dat u werd behandeld met een cocktail van verschillende spermastalen?’, vroeg ik haar.

Ze gaf toe dat Schoysman haar en haar man had voorgesteld om bij de volgende eisprong met een cocktail van spermastalen te insemineren. Het zaad van haar man zat mee in de cocktail om toch nog de kans of illusie te wekken dat indien er een zwangerschap uit volgde het kind mogelijks toch van haar man zou kunnen zijn.

Ze werd zwanger van de eerste inseminatie. De zwangerschap verliep voorspoedig en liep zelfs uit: de halfbroer zag pas het levenslicht 10 dagen na de uitgerekende bevallingsdatum. Ikzelf ben een maand te vroeggeboren wegens te weinig plek door broer en zus. Mijn moeder werd geïnsemineerd in mei ’78. Zijn moeder dus een maand eerder. Zou het zaad dan toch in verschillende rietjes in een tank hebben gestoken of was het een man die vers aan huis leverde?

 

assorted_miniature_plastic_babies.jpg

Ik vroeg haar hoeveel zij hadden moeten betalen. Ze vertelde me dat ze van de arts mochten geven wat ze wouden. Spontaan dacht ik aan de dansende Hare Krishna’s die ooit mij pad hadden gekruist: die vroegen ook altijd wat je voor een boek wou geven. Maar hier ging het niet om één of ander boek, het ging om één of ander kind. Zijn ouders zijn er wel goedkoper van af gekomen dan de mijne.

De mama gaf toe dat ze altijd het vermoeden had gehad dat haar zoon niet van haar man afstamde. Haar echtgenoot had echter nooit die twijfel gehad: hij beschouwde hem en de latere zus, die er wel natuurlijk kwam, als gelijk.

Ze zei me dat haar zoon het haar kwalijk nam dat ze hem hierover niet had ingelicht. ‘Het was een geheim, volgens de arts zou het top secret blijven’ pleitte ze in haar voordeel. ‘Dingen die enkel op jouw leven slaan mag je inderdaad voor jezelf houden. Maar dit gaat over hem. Als ouder heb je de plicht je kind te informeren of zaken die hem of haar aanbelangen, zelfs al druisen ze tegen jouw belangen in. Je zoon heeft alle recht om je de leugen kwalijk te nemen en jij hebt het recht niet (meer) om je achter het onderonsje te verschuilen.’ hoorde ik mezelf opwerpen.

Zelf wou ze niet zoeken naar de onbekende man die haar een kind had geschonken. Alle informatie die ze ooit van de arts over hem had ontvangen had ze ondertussen al lang verbrand.

Ze was er ook van overtuigd dat we hem nooit zouden kunnen vinden. Ik lichtte haar toe dat haar zoon net verwant is aan dat ene donorkind dat mee een organisatie oprichtte om onbekende vaders te traceren. En dat ik er eentje ben dat door zal blijven graven tot ik gevonden heb.

‘Of ik de identiteit van onze biologische vader zou meedelen eens ik hem gevonden heb?’ vroeg ze me. ‘Tuurlijk’, was mijn antwoord, ‘want ook jij hebt het recht te weten wie hij is, maar ik zal het eerst aan je zoon en je dochter vertellen’.

Groet,
Steph

cropped-mailchimp-header-1-2.jpg

Crazy little thing called … a half brother

Hij is exact 12 dagen jonger dan ik. Vreemd om te beseffen dat hij en ik in tijd en ruimte niet zo ver van elkaar gescheiden waren, doch vonden we elkaar 40 jaar later pas. Ik ben geboren in Mechelen, hij ergens in het Brusselse. Hij zelf zou later in het gezin waar hij opgroeide nog een zus krijgen. Eentje die hij wel van in het begin mocht kennen. Ikzelf werd op mijn beurt meteen vergezeld door mijn broer en zus. Drie jaar later zouden mijn ouders nog een zoon krijgen. Mijn jongste broer deelt zijn geboortedag met de halfbroer. Vreemd, raar en absurd.

little brother

 

Mijn halfbroer plaagt me soms (zoals broers dat horen te doen) door te stellen dat hij jonger is. Ik schud dan het hoofd en vertel hem dat vrouwen er d’office jonger uitzien en ik een maand te vroeg geboren ben. In wezen is hij volgens conceptie dus ouder: hij werd namelijk voor mij verwekt. Meteen vraag ik me ook af of zijn ouders ook langs dezelfde fertiliteitsarts zijn gepasseerd, maar hem hier nooit over hebben ingelicht. Zouden we uit dezelfde batch van spermarietjes komen? Of was het een overschotstaal dat ergens binnen handbereik lag toen mijn ouders zich voor hun afspraak aanmeldde?

De arts was naast een donorkinderen-verwekker tevens een gewone fertiliteitsarts. Hij ‘hielp’ ook andere koppels om met hun eigen materiaal zwanger te worden. Hierbij diende de echtgenoot een spermastaal af te leveren, werd de vruchtbaarheidscyclus van de vrouw zodanig geregeld zodat ze er op het juiste moment mee geïnsemineerd kon worden. Per poging werd niet al het zaad van de echtgenoot gebruikt. Misschien heeft de arts de overschot in het reservekastje gestoken? Uit research weet ik dat uit één kwak 12 rietjes gevuld kunnen worden en dat die praktijk niet ongewoon was, want wie zou er ooit echter komen?

Het mysterie bij ons is nog groter daar mijn drielingszus een andere biologische vader bleek te hebben. Eén van de medewerkers van de arts suggereerde ooit dat er waarschijnlijk wat zaad van een vorige klant aan de handschoenen van de arts was blijven plakken dat er voor had gezorgd dat er toch twee vreemde spermatozoïden ‘Look who’s talking’- gewijs hun weg naar de eicellen hadden kunnen vinden.

Een andere fertiliteitsarts opperde dan weer om in gedachte te houden dat mijn moeder rond die periode een affaire kon gehad hebben. Misschien ben ik dan toch uit liefde ontstaan en niet uit klinisch gemanipuleerd bouwpakket? Ikzelf dacht nog aan een onbevlekte ontvangenis ware het niet dat ik niet gelovig ben en mijn buik een beetje vol heb van alle mogelijke pistes die ik als kind dien te overwegen om toch maar iets dichter tegen de waarheid te geraken.

Desalniettemin ben ik blij met de halfbroer en tot op heden is dit gevoel wederzijds. Maar ik blijf het een fucked up situatie vinden om te beseffen dat een hoop volwassenen als officiële instanties het ok vond (en nog steeds vinden) om heel bewust broers en zussen van elkaar te scheiden. En dit alles zonder te willen beseffen of te erkennen dat de impact van de ontworteling, leugens en misleiding tav de kinderen verder reikt dan de leegte die kost wat kost ingevuld diende te worden.

Groet,
Steph