De dag na de ontmoeting met mijn halfbroer (insert dramatic music here)

Gisteren rond deze tijd verschenen de eerste kriebels in de buik. Ik denk dat ik drie keer van outfit ben veranderd om dan terug te eindigen met hetgeen ik als eerste keuze had klaargelegd. En dan hop, de fiets op naar de afgesproken locatie in Antwerpen. De weergoden waren me iets minder goed gezind dan ik had gehoopt, dus in volle regen-plunje en met een grote bezorgdheid over mijn haar en make-up stelde ik mezelf uiteindelijk gerust dat ze de wilde look eventueel ook zouden kunnen appreciëren.

Ik zeg ‘ze’ want zijn zus kwam ook mee. Yep, hij heeft een zus waarvan ik nu nog niet weet of ze ook mijn (half)zus is. Vrijdag had ze me al wat privé WhatsApps-jes gestuurd waarin ze meedeelde dat ze best toch ook wel nieuwsgierig was: naar mij als persoon en het waarom onze levens elkaar kruisen. Ze kondigde aan dat zij en haar broer best wel verschillend waren: zij is eerder een spring in t’ veld, extravert, eentje dat eerder doet en dan pas denkt. Haar broer is eerder gereserveerd, een observator, afwachtend maar ook iemand met een warm hart.

Ik was iets vroeger in het caféetje dan gepland. Het liet me toe om de haren toch wat beter in plooi te krijgen en een tafeltje te kiezen waar we het meest op ons gemak zouden zitten. Strategisch had ik me richting voordeur gezet zodat ik ze kon zien binnenkomen. In afwachting van hun komst, sloeg ik ter afleiding mijn pc open. Ik betrapte mezelf dat ik toch wel wat zenuwachtig begon te worden. Mijn fellow Donor Detectives stuurden nog snel een berichtje dat ik niet mocht vergeten ervan te genieten.

FullSizeRender.jpg

De deur ging open. Ik herkende hen en liep ze tegemoet. Hoe begroet je mensen die je nooit gekend maar waarvan DNA-testing uitwijst dat je aan elkaar verwant bent? Ik liet mijn gevoel spreken en gaf zijn zus een grote knuffel en de traditionele 3 kennismakingszoenen. Haar broer kreeg enkel de drie zoenen (ik  ben niet zo voor het knuffelen van vreemde mannen 🙃).

Soit. Ik begeleidde hen naar tafeltje en stelde voor dat ze over mij gingen zitten zodat we elkaar goed konden bestuderen. Ze waren openhartig: over zichzelf, over het leven dat ze tot op heden had gekend, hun jeugd en de relatie met hun ouders. Zijn zus nam vooral het woord, maar dat was helemaal niet erg. Beiden hebben ze een cynisch gevoel voor humor dat ik wel smaken kan en voor een stukje ook herken.

Wat me meteen opviel toen hij woord nam, is dat hij echt wel trekken van mijn broer heeft. Ikzelf heb nooit gevonden dat ik fysiek op hem lijk. Misschien het voorhoofd en de aanleg voor moedervlekken, maar voor de rest vind ik niet dat je aan ons ziet dat we volle siblings zijn. Ook in de foto’s van vroeger zie ik haast geen gelijkenissen tussen ons: hij was blond met blauw/groene ogen, ik had bruin haar en bruine ogen. Wat wel keer op keer vreemd doet is dat in bepaalde foto’s mijn zoon hard op mijn broer wegheeft. Soms zijn de gelijkenissen zo treffend dat het lijkt alsof iemand zich Photoshop-gewijs heeft uitgeleefd.

Maar terug naar het caféetje in Antwerpen. Zijn lichaamspostuur deed me aan die van mijn broer denken maar ook zijn lichaamstaal evenals de kleine bewegingen die hij met zijn handen maakte als hij aan het woord was, verrasten me. Mijn broer kan in conversaties zijn bovenlichaam en schouders ook naar achter trekken. Raar om een kenmerk waarvan ik dacht dat deze aan één iemand eigen was bij een ander op te merken. Ik hoop van harte dat we ooit allemaal eens een keertje samen kunnen afspreken om te nagaan of het klopt wat ik zie en het niet louter een projectie van me is.

Zijn zus had een resem foto’s mee: van hun ouders, grootouders en van toen ze klein waren. Ze vertelde dat ze de afgelopen week was beginnen graven in documenten en haar licht had opgestoken bij mensen die mogelijks meer konden vertellen. Zo wist ze dat hun ouders moeite hebben gehad om zwanger te worden. Na een aantal miskramen kregen ze met ‘een beetje hulp’ hun eerste kind: een zoon. Wat die hulp was had ze niet kunnen achterhalen. Haar moeder is namelijk al op leeftijd en haalt fictie en realiteit soms door elkaar. Nooit is er bij hen thuis gesproken over een specialist noch over een behandeling met donormateriaal. 2 jaar na de geboorte van haar broer werd haar moeder natuurlijk zwanger van haar. Zij werd omschreven als het mirakel kind, eentje dat er zogezegd nooit had kunnen komen zonder hulp.

Broer en zus lijken fysiek niet echt op elkaar. Het verschil in uiterlijk heeft hun jeugd wel gekenmerkt. Zo passeerde de zin ‘jij moet er eentje van de facteur zijn’ ook bij hen regelmatig de revue.

Hun vader is ondertussen overleden, aan hem kunnen ze dus niets meer vragen. De zus heeft de afgelopen week contact opgenomen de vroegere beste vrienden van haar vader. Eén van hen had wel iets bijzonders te vertellen. Haar vader zou voor een bevriende fertiliteitsarts in de jaren zeventig sperma hebben gedoneerd. Het niet dezelfde arts als diegene die mij, mijn broer en zus verwekt heeft, doch situeert deze arts zich ook in het Brusselse. Sperma werd in die tijd al ingevroren en door artsen onderling uitgewisseld. Ik ben momenteel naarstig op zoek naar een of dè link tussen hen beiden.

In afwachting van dit alles blijft natuurlijk de vraag hoe het precies komt dat we aan gelinkt werden. Samen denken we dat er 2 opties mogelijk zijn: ofwel werd mijn halfbroer ook verwekt met donormateriaal zonder dat dit hem ooit werd meegedeeld, ofwel is hun vader mijn biologische vader.

Two-Roads.jpg

Tapdansend tussen die twee opties, hebben we gisteren getracht het antwoord te kunnen afleiden in hetgeen we vandaag de dag al weten èn wat werd afgetoetst bij onze dierbaren. Zo denkt de halfzus en haar fanbase dat mijn onderkin als lippen d’office het familiekenmerk is dat ik van haar vader heb overgeërfd. Aan andere kant heb je het verhaal van de broer die zich altijd als een vreemde eend in het nest heeft gevoeld. Het kwartje kan nog steeds aan beide kanten vallen. Kwestie van de spanning erin te houden. I always liked suspense thrillers, dus waarom dit ook niet toepassen op het leven?

De zus heeft zelf nog geen DNA-test gedaan. Haar broer heeft ondertussen wel voor haar een test gekocht. Mocht hij dat niet gedaan hebben, dan stak er eentje in mijn rugzak klaar om aan haar te geven. Binnenkort zal ze haar wangen schrapen en de stalen richting de DNA-databank opsturen in de hoop dat haar DNA een antwoord bieden kan op vragen die reeds lang sluimeren.

Needless to say dat ik benieuwd ben, maar vooral blij om aan de andere kant van de wand twee lieve als fijne mensen te mogen ontmoeten. En dat ongeacht hoe dit verhaal verder verlopen zal, ik alvast vind dat meer dan enkel wat DNA ons met elkaar verbindt.

Groet,
Steph

(Ik wou in mijn voetnoot even de schoonvader van de halbroer bijzonder bedanken dat hij wegens fascinatie en interesse voor genealogie gans zijn familie voorzag van een DNA-test. Dit deed hij om zijn stamboom accurater en voller te krijgen. Ondertussen is die familie wild enthousiast over de match en de wending die ook hun boom wat meer swung geven zal.)

ThankYouTree.jpg

Advertenties

Ik heb een halfbroer (en ga hem vandaag voor het eerst ontmoeten)

Ik heb het zo lang dicht bij mij gehouden dat het vreemd doet om dit eindelijk te delen. Ik was er nog niet aan toe en ergens ben ik dat nog steeds niet doch hoop ik dat door gedachten en gevoelens neer te schrijven ik mezelf dit geweldig nieuws eindelijk echt gunnen en aanvaarden kan.

Ik heb namelijk een eerste halfbroer gevonden. Ik kan het nog steeds niet geloven. Benieuwd maar ook wat bang voor het vervolg omdat ik nu nog niet inschatten kan wat het brengen zal. Zal ik anders even beginnen bij het begin?

Ik herinner me de avond alsof het gisteren was. Het was een zondagavond in november en zoals bijna alle zondagavonden zat ik op de bank met de laptop op de schoot. De TV stond op. Manlief had nog even vrij spel in keuze van het tv-programma waar we de dag mee afsluiten zouden. Ik surfte nog snel langs alle sites waar mijn DNA-profiel opgeslagen staat. Naast mijn eigen profiel, beheer ik ook wat DNA-profielen van anderen. Als ik mijn matches check, check ik ook meteen die van de anderen.

De aanblik van mijn DNA matches-pagina is al 2 jaar ongeveer hetzelfde: vanboven staat mijn zus te blinken. Die zus die haar profielfoto verticaal oplaadde zodat ik het hoofd keer op keer schuin dien te draaien.

Met een half oog op de TV refreshte ik de DNA matches-pagina. De pagina laadde opnieuw op. In mijn ooghoeken zag ik dat de lijst er anders uitzag. Ik keek wat gerichter. Bovenaan stond er een naam die ik niet kende. Even veronderstelde ik dat ik niet naar mijn eigen DNA-profiel aan het kijken was en dat ik zo meteen iemand anders een berichtje van een vette match mocht sturen.

Ik keek naar het aantal gemeenschappelijk DNA en geschatte verwantschap. Ik las 1.783,8‎ cM. Dan las ik de woorden ‘oom, neef of halfbroer’. Ik keek bovenaan de pagina en zag mijn naam staan. Mijn brein viel even stil.

giphy.gif

Ik draaide me naar links en zei tegen mijn man: ‘ik denk dat ik een match met een halfbroer heb’. Zijn brein sloot nu even kort en de ogen gingen wijd open. ‘Hoe, je hebt een match met een halfbroer?’ hoor ik hem mijn gedachten uitspreken. Een gevoel van gereserveerdheid overmeestert me. Het lijf en hart geven teken dat ze nog niet goed weten hoe te reageren.

Deze situatie is geheel nieuw voor me. En ookal zie ik dit regelmatig bij anderen van ver of dichtbij gebeuren, de tsunami van gevoelens bleef uit als een strand dat werd geëvacueerd waar de vloedgolf nooit aan land zou komen.

De andere Donor Detectives gingen wel meteen wild en voor ik deftig zijn naam had kunnen googlen kreeg ik een landing aan potentiële visualisaties van de halfbroer. Maar je weet pas zeker als iemand die iemand is als je rechtstreeks contact kan leggen.

Ik gaf hem een week om te zien dat we met elkaar gematched waren en hij zelf contact zou zoeken. Een contactname van zijn kant bleef uit. Ik  vermoedde dat dat lag aan ofwel het nog niet opgemerkt te hebben of nog niet correct kunnen inschatten dat we effectief half aan elkaar verwant waren.

Ik stuurde hem via de site een bericht en wachtte. Ondertussen zat ik met een klein bastion aan wachtende supporters. Helaas kwam er geen bericht van hem en ik verweet het (weer) aan de onhandige message-tool van My Heritage. Ik dacht hem op Facebook gevonden te hebben en probeerde het langs die weg. Alvorens hem een bericht te sturen verzond ik hem een vriendschapsverzoek, zo wist ik zeker dat hij dit zou zien.

Hij liet me drie dagen wachten, maar ik had geen haast. Als ik één ding in mijn zoektocht heb geleerd is dat geduld een trouwe metgezel is. Ik zat net helemaal alleen in Nederland op een hotelkamer toen hij mij een eerste berichtje stuurde. Hij bleek Franstalig te zijn. Ikke: ‘merde, tijd om mijn beste google translate boven te halen’. Na wat voorzichtig heen- en weer te appen, vroeg ik hem of hij misschien voor een ontmoeting openstond.

Hij weet ondertussen van mij dat ik een donorkind ben. Ik weet momenteel niet of hij er ook eentje is (mogelijks weet hij het zelf nog niet) oftewel is hij het juridische als biologische kind van de man waar ik (ook) van afstam. Ingewikkeld, niet?

Vorige maandag includeerde hij me in het Whatsapp-groepje met zijn zus en neef. Een groepje dat werd opgericht omdat we elkaar vandaag voor het eerst gaan ontmoeten. De zenuwen zijn inmiddels ook komen bovendrijven. Ik ben reuzebenieuwd doch ben ik me er ook van bewust dat deze ontmoeting onvermijdelijk levens veranderen zal.

broad-jump1.jpg

Met een open geest als hart spring ik onbekende in. Evenwel kan ik niet ontkennen dat een dubbel gevoel een schaduwzijde kenmerkt. Ofwel stopt mijn zoektocht omdat ik heb gevonden maar evenzeer kan een jongen, een zus en neef ontdekken dat de realiteit anders is dan ze werd voorgeschoteld.

Groet,
Steph

 

Familie gevonden! (with a twist)

Niets had me kunnen doen vermoeden dat een DNA match langs moederszijde me nieuwe familie opleveren zou. Ik neem je even mee naar augustus 2018. Ik kreeg een mail van de DNA databank My Heritage om aan te kondigen dat nieuwe DNA matches me te beurt waren gevallen. Los van de aankondiging zie je in zulke mails ook meteen de namen van die nieuwe verwanten evenals hoeveel DNA je precies gemeenschappelijk hebt. Met mijn nieuwe match deelde ik 272,6‎ cM.

Voor diegenen die nog niet zoveel van DNA of cM weten: matches van die aard geven reden om lichtjes enthousiast door de living te beginnen lopen. Als een donorkind soortgelijke match ontvangt, dan betekent dit meestal dat de onbekende vader heel dicht vertoeft en het een kwestie van dagen is voor er een naam of gezicht opgeplakt kan worden.

Het spreekt voor zich dat mijn hart hier sneller van begon te kloppen. Ik ging naar mijn lijst van matches kijken, en ja hoor, daar stond ie op de 2eplaats onder de match met mijn zus. En toen nam de ratio het over. Een DNA match kan namelijk niet enkel aan vaderszijde vallen, het kan ook aan moederskant zitten. Omdat mijn zus en ik een andere biologische vader hebben kan ik makkelijk mijn matches filteren: diegenen die ik met haar deel liggen langs moederszijde. Hetgeen overblijft zijn de kruimels die me de weg naar mijn onbekende vader leiden.

Ik filterde de matches en zag dat ik hem mijn zus deelde. Van enthousiast ging ik naar iets minder enthousiast, maar ik was wel nieuwsgierig want ik herkende die persoon niet meteen. Ik dacht aan 1 van mijn neefjes die ik al jaren niet meer had gezien en besloot hem via de site een berichtje te sturen.

Hij antwoordde niet. Een maand later stuurde ik hem nog een berichtje. Wederom bleef het stil aan de andere kant van het scherm. Omdat My Heritage een ietwat onhandige message- tool heeft, gokte ik op het vermoeden dat hij mogelijks mijn berichtjes nog niet had gezien. Eind oktober deed ik een laatste poging. In dat berichtje vermeldde ik de naam van mijn moeder.

21 december 2018 ontving ik een mailtje. Het was de jongeman. Hij had inderdaad mijn berichtjes nog niet gelezen. Hij vertelde dat onze match geen toeval kon zijn. Zijn moeder was namelijk een buitenechtelijk kind wiens echte afkomst lang een geheim en zelfs een heus taboe was. Na wat heen en weer gemail stelden we vast wie uit mijn familie haar biologische vader moet zijn geweest. Moet zijn geweest, want haar biologische vader is ondertussen overleden.

Ik geef toe dat het even raar deed om een familiegeheim te ontdekken omdat je zoiets niet verwacht, maar het gewicht van dat geheim op de dochter doet me meer. Zij heeft namelijk geen schuld noch bijdrage aan het gegeven dat haar leven op één of andere manier toch heeft getekend. Ik heb haar zoon voorgesteld dat indien ze vragen had of met ons in contact wou treden, dat dit kon en mocht. Uiteraard op haar tempo en aangeven.

En toen kwam ons eerste telefoongesprekje. Ik hoorde dat ze zenuwachtig was. Ik zei: “ Voor we elkaar beter leren kennen, wil ik je laten weten dat hoe onverwacht je ook in ons leven kwam: je bent meer dan welkom. Je bent de dochter van en zo zal ik je altijd beschouwen ookal heb je die erkenning nooit gekregen. Ik kan het verleden niet rechtzetten of de fouten van een ander herstellen, maar ik beloof je vanaf dit heden het juiste te doen. Jou vinden is hoe dan ook winst en ik ben heel benieuwd om je te ontmoeten mocht je dat willen.”

Gisteren was het zover. Mijn zus en ik reden naar haar huis toe. Ze deed de voordeur open. Meteen volgde een eerste knuffel en warme begroeting. Maar er was ook instant herkenning: ze lijkt echt wel op hem evenals op van één van onze tantes.

Zelf had ze geen enkele foto van haar vader. Ondertussen heb ik haar een lading bezorgd en hoop ik dat we haar helpen kunnen in het beantwoorden van een aantal vragen waar ze mee worstelt. Het doet vreemd om aan de andere kant van de wand te staan, doch dan ook weer helemaal niet omdat je als geen ander weet hoe is om in een schaduw te moeten leven.

De eerste bubbels voor het nieuwe jaar werden met èn op haar geklonken. Dat het licht, voorspoed, herstel en nog meer ontdekkingen, of herontdekkening, teweeg mag brengen. Ik ben alvast klaar voor 2019. Bring it on, baby.

Groet,
Steph

3188260349_7243dd3c6e_b.jpg

De lege doos van een vader

Mijn ouders zitten al een tijdje in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. Ik denk dat ik 18 of 19 jaar oud was toen ik een advocaat op de stoep van mijn ouderlijk huis vond die er de start van kwam aankondigen.

Het werd een lange strijd. Eentje waarvan ik altijd gevoel dat beide partijen hoopten dat een natuurlijk overlijden aan de andere kant niet alleen de boel versnellen zou, het zou ook enig voordeel opleveren kunnen. Maar niemand ging vroegertijdig dood. En hoe ze beiden halstarrig aan het leven vasthielden, zo hielden ze ook vast aan de spullen die vroeger van hen beiden waren.

Heel wat jaren terug had ik mijn vader verzocht om onze oude jeugdfoto’s en filmpjes aan ons te geven. Dat wou hij niet. Niet omdat hij ze zelf wou, hij hield ze gewoon achter de hand zodat hij bij nakende onderhandelingen deze inzetten kon om andere spullen te kunnen behouden. En zo geschiedde.

Mijn moeder had meer begrip voor mijn vraag en zette ze op haar lijstje van goederen die na de scheiding verdeeld zouden worden. Een kleine maand geleden reed ik naar haar toe om de herinneringen aan mijn jeugd op te halen.

De oogst was groot: 2 dozen vol met fotozakjes, 54 x 8mm filmpjes, de uurwerkjes die we ooit voor onze 1stecommunie hadden gekregen, doopkaarsen, … Als een kind in een snoepwinkel heb ik die dag niets anders gedaan dan in volle verwondering alles te doorbladeren. Er zitten foto’s tussen van ons die ik nog nooit heb gezien. Het is vreemd te beseffen dat deze ooit ergens in huis hebben gelegen, ergens verscholen maar dat ik ze nooit ben tegengekomen. Dat huis is trouwens al lang voor mij geen thuis meer: mijn vader sloot ons letterlijk buiten toen de waarheid van onze afkomst aan het licht kwam.

Grasduinend door het verleden voel ik niet alleen warmte maar ook wat verdriet. Verdriet omdat het lijkt dat mijn ouders alles hadden om gelukkig te zijn en te blijven, maar toch liep het ergens verkeerd en werden we meegesleurd in het slagveld van twee volwassenen.

Ook raar is dat in de dozen niet alleen foto’s van ons zitten, maar ook van vakanties van voor dat wij er überhaupt waren: foto’s van mijn vader toen hij jong was, van zijn zus, mijn vroegere nicht, … Mijn vader heeft niet eens de moeite genomen om ze te bekijken en te triëren voor ze van de zolder naar de autokoffer van mijn moeder ging. Hij hield geen enkele foto van zichzelf, noch van ons moeder of van ons. Alsof je gewoonweg een stuk uit je verleden en leven knipt in een poging iets te doen verdwijnen door het bestaan er van te vermijden.

Op een aantal van de foto’s lijkt hij ooit wel een lieve vader voor ons te zijn geweest. En ergens denk ik dat hij in al zijn onkunde dat ook wel was. Maar niets zal ooit kunnen verantwoorden waarom hij een ontkennende en verwerpende (groot)vader werd.

Groet,
Steph

onzejeugd718.jpeg

Medeplichtigen aan de leugen

Met 8 waren ze, de mensen die naast mijn ouders op hoogte waren dat onze oorsprong ergens anders lag dan de aangeboden Brabantse klei. Mijn 4 grootouders, de zus van mijn vader en diens echtgenoot, de zus van mijn moeder maar ook de huisarts maakten deel uit van het pact om ons in een leugen te laten opgroeien. Onder het motto ‘wat niet weet, deert niet’ dachten elk van hen er goed aan te doen de waarheid voor ons te verzwijgen.

IMG_8455.jpg

 

Het clubje steeg in aantal naarmate er neefjes, nichtjes en nieuwe partners bijkwamen. Elk van hen wist wat wij niet over onszelf mochten weten. Nu nog steeds vraag ik me af of een liefde echt puur en oprecht kan zijn als je bereid bent te liegen over iets dat de ander aanbelangt. Liegen of niet vertellen doe je namelijk niet uit het belang van het kind, meestal wegen andere belangen net iets harder door.

Ik kan begrijpen dat de gedachte dat het niet aan jou is om de kinderen in te lichten of een vrees dat complicaties optreden zullen eens de waarheid wordt verteld, mogelijks mensen tegenhouden om door de appel heen te bijten. Maar niet vertellen maakt je schuldig aan medeplichtigheid aan een grove leugen. Een soort van schuldig verzuim daar verantwoordelijkheden worden verzaakt ten aanzien van het kind of het nu je neefje, nicht, … of kleinkind is.

Er zijn heel wat donorkinderen die nu nog steeds niet weten dat ze van andere makelij zijn dan de afkomst hen werd aangemeten. Weet wel dat als het donorkind erachter komt, het d ‘office nagaan zal wie allemaal op de hoogte was en dus naliet het eerder in te lichten.

Ikzelf wist het pas op mijn 25ste. Veel te laat. Zo laat dat zelfs psychologen sympathiek knikkend een luisterend oor aanbieden. Tuurlijk had ik het liever vroeger geweten. Naast een onvermijdelijke identiteitscrisis deed het ook mijn al relaties vraag stellen. Want als de mensen die het dichtst bij me staan zulke fundamentele leugen lieten manifesteren, wat heeft de rest dan voor me in petto?

Groet,
Steph

Ode aan mijn oma’s

Ooit had ik er fysiek twee. De ene misschien iets liever dan de ander, maar de ander was dan weer koddiger. Beiden waren ze wat oma’s moeten zijn: zorgzaam en altijd ergens in de achtergrond aanwezig met wat snoep of koeken achter de hand.

De eerste oma verloor ik jammer genoeg nog voor ik zelf moeder werd. Marijn was haar naam. Ze was klein en rond en had een bochel op haar rug. Het beeld dat ik het meest van haar in mijn hoofd heb is zij die voor het raam van haar appartementje op uitkijk zat. Dit het liefst zo dicht mogelijk tegen de chauffage want ze had het namelijk altijd koud. Warmte was haar gezelligheid en letterlijke houvast toen haar kinders het nest  uitgevlogen waren. Zelf had ze het niet altijd even makkelijk gehad: ze was met een niet zo lieve man getrouwd. Gelukkig stierf hij veel eerder dan haar.

FullSizeRender 2.jpg

Toen ze al wat op leeftijd was vroeg ik haar ooit: ‘Wat zou je nog graag willen doen?’ Ze zei: ‘Ik zou graag voor een laatste keer naar de film gaan.’ Zij mocht de film kiezen en ik zou alles regelen. Ze koos voor de film La meglio gioventù. Voor zij die iets van film kennen: dit is een 6 uur durende film die de makers in twee delen opsplitsten. Ik ben met haar dus twee keer naar de film geweest. Hier moet ik nog altijd om lachen. Tuurlijk koos ze die uit. Ik zie ons nog steeds arm in arm schuifelen richting stoelen in de Cartoons terwijl achter ons de pile van ongeduldigen alleen maar groter werd omdat de gang van de cinema slechts een bomma en kleindochter breed was.

En dan was er j-oma. De moeder van mijn (sociale) vader. Zij was iets meer in ons leven dan Marijn wegens geografische nabijheid. Ook met haar deel ik heel wat herinneringen. Zo kwam ze naar mijn eindwerk kijken en liet ik Pieter Embrechts een ode aan haar zingen. Ik denk zelfs dat ik dat moment nog ergens op tape heb staan.

1395298_10201365880202130_1034687312_n.jpg

Mijn vader was echter niet opgezet met het contact dat we aanhielden nadat het bekend was dat we donorkinderen waren. Alles deed hij er aan om onze band te verbreken. Zelf wou hij geen rol noch betekenis in het leven van mijn eerste kind. Hij wou ook niet dat mijn zoon in het leven van mijn oma zou verschijnen. Stiekem kwam ze toch op babyvisite. Helemaal opgesmukt, als de fiere dame die we altijd hebben gekend, betrad ze de living om haar eerste achterkleinkind te aanschouwen. Met dezelfde twinkel in haar ogen keek ze naar hem zoals ze vroeger naar ons keek. Alle achterkleinkinderen die nog zouden volgen zouden met dezelfde liefde omarmt worden. Oma overleed 8 jaar geleden.

Missen doe ik hen allebei. Hoe ouder je wordt, hoe harder je ook beseft hoe graag je meer tijd met hen gewild had om samen te zijn maar ook de geleigenheid te hebben om die vragen te stellen die nu pas aan de oppervlakte komen bovendrijven. Doch ben ik dankbaar voor wie ze waren en de momenten die we konden delen. In het medaillon van mijn hart kregen ze beiden een eigen plekje toegewezen.

nvcH3Cc.jpg

Maar er is ook nog een andere oma die ik mis: de moeder van mijn biologische vader. Ik heb haar nooit gekend omdat ik haar niet mocht kennen. Doch vraag ik me regelmatig af wie ze is en of we op elkaar gelijken. Ik vraag me af of ze weet dat ze nog meer kleinkinderen heeft dan het bevolkingsregister doet vermoeden omdat een gefaciliteerde distributiesysteem van kinderen er voor zorgde dat die van haar zoon bij vreemde families moesten opgroeien.

Krijg ik de kans haar te ontmoeten? Misschien is ze reeds overleden. Ookal heb ik haar nooit gekend, ik ben wel heel benieuwd naar haar. Diep van binnen hoop ik dat ze er nog is en dat ze ooit weten zal dat in dat hart van me ook voor haar altijd een plekje is voorbehouden.

Groet,
Steph

Soundtrack van mijn zoektocht – part 7

Hey daar,

Tijd om een volgende afspeellijst met jullie te delen. Ook deze keer met songs die een snaar bij me raken of me net kracht geven om door te gaan met de tocht doorheen het doofhof waar ik zelf nooit om heb gevraagd, noch aandeel in had.

  1. Nobody knows – Pink
  2. Just a Girl – No Doubt
  3. Just An Illusion – Imagination
  4. Another Part of Me – Michael Jackson
  5. Chained To The Rhythm – Katy Perry
  6. The Message – Grand Master Flash & The Furious Five
  7. Take a Look Around – Limp Bizkit
  8. Because of You – Kelly Clarkson

Groet,
Steph

tumblr_n1q6g5n39T1sf82gro1_500.png

Dag van de kinderwens: heiligschennis op het enige stukje grond waar ik aarden kon

Onlangs maakte een vriendin me attent van volgend event: ‘Dag van de kinderwens’. Dit is een namiddag door De Verdwaalde Ooievaar georganiseerd voor volwassenen met het onvervuld verlangen om ouders te worden. Volgens de aankondiging kan je er met lotgenoten en deskundigen kennis maken. Zo zullen 4 thema’s aangekaart worden: ‘Behandelen = grenzen verleggen’, ‘De stap naar een donor’, ‘Adoptie en pleegzorg’ en ‘Samen verder’.

Op mijn vraag aan de organisatie of er die dag ook aandacht zal geschonken worden aan belangen en welzijn voor het kind, kreeg ik als repliek dat de namiddag gericht is op delen van verhalen en het niet gaat over informeren noch belangen verdediging. Op zich een vreemd antwoord daar:

  1. Als je niet wenst te informeren waarom zijn er dan deskundigen uitgenodigd of kom je überhaupt bijeen om het over die 4 thema’s te hebben?
  2. Maar ook, er worden wel degelijk belangen verdedigd namelijk die van de volwassene die een eicel, sperma of baarmoeder te kort komt/kwam zodat alsnog via allerhande constructies een kind in handen gelegd kan worden.

‘Dag van de wensouder’ had als naam correcter geweest gezien het gebrek aan net die essentiële inhoud om het woord ‘kind’ er aan te kunnen plakken, maar ergens weet ik ook dat je niet meer kan verwachten van een organisatie dat zich financieel laat sponseren door een eicelkliniek in Spanje.

Maar dit terzijde. Dit is niet hetgeen me het meeste stoort aan het event daar overal in Vlaanderen zulke bijeenkomsten worden georganiseerd, of het nu in een kliniek of het Hilton in Brussel is.

662_265_200_FSImage_1_koningsteen 2.jpg

Hetgeen het meeste wringt is dat het event plaatsvinden zal op het Koningsteen te Kapelle-op-den-Bos. Voor velen onder jullie zal de naam of het dorp niets zeggen. Voor mezelf is dit één van mijn dierbaarste plekken, daar ik er ben opgegroeid. Het was namelijk het vroegere domein van mijn grootouders. Mijn ouderlijk huis ligt op een 100 meter afstand vandaan. Heel vaak nam ik het bosweggetje tussendoor om mijn grootmoeder tegemoet te wandelen.

Deze plek bracht me iets van zorgeloosheid in een jeugd die moeilijk te bevatten was. Samen met mijn broers en zus liep ik er rond, zat ik onder de grote eik of in de kleine keuken terwijl oma pudding maakte en ik vingerkoekjes aftroggelen ging. Steeds in mijn buurt de Duitse scheper van mijn grootouders met wie ik mijn eerste hechte vriendschap deelde. Uren hebben we samen gespeeld.

Maar het domein is ook een plek waar de leugens zich verder en dieper manifesteerde. Wie had ooit kunnen denken dat deze plek net die donorkinderen de wereld zou insturen die het huidige beleid in vraag zouden beginnen te stellen? Die kinderen die voor bewustwording trachten te zorgen zodat kinderwensen niet langer meer met een sleutelgatperspectief bekeken worden? Maar ook diegenen die er in slagen om andere donorkinderen waarheden aan te reiken zodat ze niet langer meer worden voorgelogen.

Hoe ironisch is het dat in november net daar volwassenen te beperkt advies zullen krijgen welke mogelijks resulteren zal in de verwekking van nieuwe Steph, Sophie en Bernhards, 39 jaar na datum. Donorkinderen die achteraf mogelijks zullen achterhalen dat op de grond waar de eerste generatie opstond om het fundamentele onrecht aan te kaarten het plan werd gesmeed om net op dezelfde manier in hun belangen en stambomen te snoeien.

Groet,
Steph

Evenbeeld (door mijn zusje)

Mijn zus schrijft niet zoveel maar als ze iets schrijft is het er altijd wel boenk op. Met haar toestemming mag ik haar tekst met jullie delen. Hope you like it as much as I do.

41697216_10215673935335979_2396443914098704384_n.jpg

15 jaar lang zocht ik naar mijn evenbeeld. Op 11 oktober 2008, bijna 5 jaar na onze ontdekking, kwam mijn eerste persartikel over donorkind zijn de wereld in. Ik zou het eerste kind in Belgie zijn, die durfde met naam, toenaam en foto, onthulling te doen wat het betekende om donorkind te zijn.

Ik had een wens, mijn biologische vader te vinden en een platform mee op te richten zodat donorkinderen elkaar konden vinden, steunen, en informeren.

Ik weet nog dat ik volgende hardop zei: De kans dat ik ooit zal weten wie mijn biologische vader is, is erg klein. En toch is de hoop niet dood. Het blijft een diep verlangen. En een gemis. Ik lijk zelfs niet eens op mijn moeder, zie je? Ik wil weten van wie ik mijn creativiteit geërfd heb, mijn liefde voor architectuur. Ik wil zo graag met hem kunnen praten over wat ons bindt.

Nog eens 6 jaar later in 2014 startte mijn zus en ik Donorkinderen vzw. Een vereniging gericht op het geven van voorlichting op het vlak van donorconceptie.

Ongeveer een jaar geleden kwam mijn droom uit. Ik vond een halfzus en mijn biologische vader. 14 jaar lang had ik gewenst, gedroomd, gehoopt. Rekening gehouden dat het waarschijnlijk nooit mogelijk zou zijn, maar toch bleef een klein sprankeltje hoop leven.

Niet weten wie je biologische vader is, waar je vandaan komt is een groot gemis. Toen kwam de dag dat ik met ontzettend veel geluk en stamboomervaring van mijn zus, de puzzel rond had en een groot vermoeden had wie hij zou zijn. Mijn allergrootste moed verzamelde ik en schreef hem een brief, recht uit mijn hart. In de hoop dat hij me niet zou afwijzen. Want die kans bestaat natuurlijk altijd.

4 dagen na mijn bericht, mailde hij me terug en gaf me te kennen dat hij 2 maanden later de tijd zou hebben, om me te ontmoeten. 2 maanden, een ander zou denken, wtf. zo lang. Maar ik vond het ok, had er de rust in, want ik had al zolang gewacht.

We ontmoetten elkaar, in een cafe, niet ver van mijn werk. Wat bleek, dat hij al 2 jaar een paar honderd meter van mijn werk woonde. Al 2 jaar passeer ik zijn huis en zijn straat, niets vermoedend dat mijn biologische vader zich al die tijd zo dicht bij mij vandaan bevond.

De ontmoeting was onwezenlijk, want het blijft een vreemde voor je. Het is aftasten of er verbinding ontstaat of niet. Of diegene wel werkelijk voor je openstaat, voor verder contact.

Zoekend naar even-beelden, gelijkenissen en verschillen. 1 uur om je een beeld te vormen, wie de man is die je de mogelijkheid heeft gegeven om te leven. 1 uur om te vragen en te delen. 1 uur alsof je leven ervan afhangt. Na dat ene uur, is je leven niet meer wat het was.

Beelden verschuiven, ook je spiegelbeeld.

Het bleef bij dat ene uur, omdat … omdat ik weet het niet. Omdat het waarschijnlijk te complex is en te moeilijk is. Omdat er zoveel meer mensen, familieleden bij betrokken zijn. Omdat een donorkind, niet altijd datgene is waarop je zit te wachten.

Doch sta ik niet aan zijn stoep, 150 m verder. Maar kijk ik elke ochtend over mijn linkerschouder naar zijn voordeur, en elke avond over mijn rechterschouder, met een glimlach op mijn gezicht.

En toch zal mijn hoop nooit sterven. Het is en blijft een diep verlangen. Ik wil nog steeds graag met hem kunnen praten over wat ons bindt.

Sophie, [14-09-2018]

 

 

Moederdag

Met 2 zijn ze, mijn allergrootste fans en ik de hunne.  Ze zijn mijn squad en onzichtbare spierballen wanneer ik gaten door muren tracht te slaan. Onverwacht gaven ze me een stukje grond waar mijn ontblote wortels alsnog aarden konden. Groeien doen we zij aan zij, elk met ons gietertje in de hand.  Voor elkaar zorgen doen we samen en nooit alleen. They are my one and only VIP: Very Important Peeters-sen.

FullSizeRender.jpg

De afgelopen 10 jaren vlogen voorbij. Van kleine baby’s zijn ze nu niet-meer-zo-mini mensjes wiens voetstapsgeluiden ik van elkaar onderscheiden kan. Zo verschillend doch met dezelfde fond de coeur en kleuren ze niet alleen elkaars leven, ze kleuren ook het mijne in.

Ze zijn de enige spiegel waar de aanblik geen verdriet of gemis met zich meebrengt. Als ik naar hen kijk ben ik trots en gelukkig. Trots om wie ze zijn: 2 heerlijke grappige mensen. Hun geluk maakt mij gelukkig. Het is raar maar op 1 of andere manier overschrijft hun heden voor een stuk mijn verleden.

En ondanks de imperfecties en de never ending zorgen is het fijn vertoeven op de eerste rij van deze ukkies en vice versa. Dat we samen nog heel veel mogen mogen en nog lang kunnen kunnen.

Groet,
Steph

FullSizeRender 2.jpg