Hem even dicht bij mij

Ik zit op een bankje wanneer ze me tegemoet komt lopen. Met een grote glimlach begroeten we elkaar. Haar telefoonnummer had ik via het meisje uit zijn vroegere woonst verkregen. Wat was ik blij dat ze me had teruggebeld. Niet alleen stond ze open voor mijn verhaal, ze was ook bereid me te ontmoeten.

Elkaar in het echt begroeten deden we ondertussen al 2 keer. Zij was één van zijn beste vriendinnen en was ook diegene die de laatste weken van zijn leven voor hem heeft gezorgd. Want hij was ziek, heel ziek toen hij in het ziekenhuis opgenomen werd. Regelmatig bezocht ze hem en bracht ze spulletjes als laatste verzoekjes mee.

5dca3531b7545f5149f8e629_Coffee Background Black.jpg

We nemen plaats in een caféetje. In mijn beste Frans vertel ik over het hoe en het waarom ik op hem ben uitgekomen. Ik laat haar weten dat zijn heengaan nog steeds een grote indruk op me achterlaat, maar dat ik rust vind in de verhalen die zijn dierbaren met me te delen hebben. Ook zij schetst een beeld van de mens die hij was en de vriendschap die ze deelden.

Hij was creatief, een kunstenaar, eerder introvert dan extravert, eigenzinnig en vasthoudend aan soms sterke meningen. Hij hield van dansen en had bovenal een gigantische voorliefde voor al wat Afrikaans was: de mensen, het eten, de culturen, de kunst, …

Hij was een recht-toe-recht-aan mens en had het niet voor double-faced people. Hij vocht tegen (sociaal) onrecht. Zo hield hij de ongepermitteerde bouw van een appartement tegen, kaartte hij gemeentelijke geldverspilling aan en waakte hij over onveilige situaties voor de daklozen uit zijn buurt. Hij was iemand die mensen kon motiveren en mobiliseren.

Hij hield van de liefde, was er even gulzig als vrijgevig mee doch mochten er niet veel dicht in de buurt van zijn hart komen. Dit had te maken met het leven dat hij leidde maar ook de jeugd die hij had gekend. Tot aan zijn dood zou hij meermaals door zijn familie verworpen worden, ongeacht zijn pogingen hem eerlijk en correct te behandelen.

Het stemt me droef te horen dat hij ook is afgewezen. Ik snap niet waarom mensen de ander soms de duvel aandoen. Niemand wint hiermee, er is alleen maar meer verlies en verdriet. Iemand ontkennen of ontzeggen doet die persoon niet verdwijnen: hij blijft iemands zoon, broer of nonkel.

Ze had foto’s van hem bij. Gretig nam ik ze ter hand. Twee ogen staren me aan. Wie had ooit kunnen denken dat ik hem zou kunnen aanstaren? Even beeld ik me in dat ik terug in de tijd kan, naar het moment waarop de foto getrokken werd en ik vanachter de camera verschijn. “Verrassing!” zou ik hem toewerpen om hem dan te vragen wat tijd, als in weken 🙂 , vrij te maken.

Zijn vriendin vertelt me dat hij het geweldig zou gevonden hebben om onverwacht op een biologische dochter te botsen. Ik blijf het doodjammer vinden dat dit ons beiden niet werd gegund. Het had vonken gegeven, daar ben ik van overtuigd. Misschien had het zijn leven nog wat bijgekleurd, de teleurstellingen wat weggevaagd en een nieuw elan aan ons beiden gegeven.

Het is tijd om te gaan. Ze zegt me dat ik alle foto’s mag hebben. Blij maar ook diep ontroerd neem ik ze in ontvangst. In de omslag zit nog iets voor me, iets persoonlijk van hem. Ook dat mag ik mee naar huis nemen.

Gescheiden door tijd, leven en dood, is het met geen pen te beschrijven hoe het voelt iets van hem dicht bij me hebben. Ik koester het elke dag.

Groet,
Steph

Op zoek naar de kruimels van zijn/mijn bestaan

Ik zal hem nooit kunnen ontmoeten, de man die ik zo graag had willen kennen. Nu ik de plattegronden van ons bestaan naast elkaar leg, merk ik dat afgelopen jaren onze wegen hadden kunnen kruisen. Misschien zijn ze zelfs gekruist maar lette ik even niet goed op. Als donorkind vaar je nu eenmaal blind doorheen de Bermuda driekhoek van een industrie, taboes en geheimen.

16 jaar lang bekeek ik alle mannen van boven een bepaalde leeftijd net iets langer aan. Deed de gelegenheid zich voor dan bevroeg ik hen of ze ooit gedoneerd hadden. Sinds ik weet hij niet meer leeft is die automatische screeningspiloot uitgeschakeld. Ik zoek niet meer tevergeefs in de menigte. Bevragen doe ik nog wel hoor, ookal kunnen ze mijn biologische vader niet zijn. Want hoe ruimer het perspectief aan de andere kant van de wand, hoe groter de kans dat andere donorkinderen wel op tijd zullen vinden.

Mijn bestaan kenmerkt zich nog steeds met een leegte en soms denk ik meer verloren dan gewonnen te hebben. Een terugblik op de weg die reeds afgelegd werd doet me beseffen dat niets minder waar is. Tuurlijk was de tocht soms bikkelhard, turbulent en eenzaam. Maar dat neemt niet weg dat het pad ook met heel wat lichtjes van mensjes en cadeautjes voor onderweg bezaaid was.

107354854_10220123947382086_8296314051493260613_n.jpg

Gisteren besloot ik om samen met zoonlief naar de straat te trekken waar hij de laatste decenia van zijn leven heeft gewoond. Het was die straat die ik meermaals via google-maps heen en weer af ben gelopen in de hoop een glimp van hem te kunnen opvangen. Dat was voor ik van zijn overlijden afwist.

Met flyers in de hand ging ik op zoek naar mensen die hem gekend hebben. Ik besloot bij het huis waar hij vroeger woonde te starten en belde aan. Onverwacht ging de deur open. Wat volgde was een fijn en een beetje onwezenlijk gesprek met iemand die mijn verhaal en stem (her)kende omdat ze ooit een interview met mij had gehoord – dank je wel Interne Keuken op Radio 1- .

Zij en haar man hadden info en wat foto’s van mijn vermoedelijke vader te geef. Het waren foto’s die ze hadden gevonden bij het opruimen van het pand. Dankbaar nam ik dit alles in ontvangst. Ze wezen me ook de weg naar zijn vrienden uit de buurt: de dame met het rode haar, de metgezel die in dezelfde actiegroepen heeft gezeten tot de dame die op de hoek woonde en ons binnen uitnodigde om over hem te vertellen. Mijn zoon vond het allemaal zeer fascinerend.

Allen hebben ze mijn vermoedelijke biologische vader goed gekend en schetsten ze elk een stukje van wie hij was. Het gehele plaatje zal ik misschien nooit kennen, maar ik ben blij met de puzzelstukken die me alsnog te beurt vallen. Het zijn kruimels van zijn bestaan, de man waaruit ik en anderen uit ontsprongen.

Want hij die dacht alleen het leven te hebben verlaten en niets te hebben achtergelaten, leeft al zeker voort in 5 biologische kinderen en 7 kleinkinderen. Hij maakt deel uit van de wortels en takken die verder zullen doorgroeien. Hij is belangrijk genoeg om hem niet langer vaag, afwezig of onbekend te laten. Dus voor zij die mijn flyer in hun bus of me online hebben gevonden: heb je informatie, foto’s of verhalen die de puzzel inkleuren kunnen, neem gerust contact.

Groet,
Steph – 0478 685 622 – stephke.r@telenet.be

De broer uit Brussel

Ah Brussel, die grote maar ook kleine stad. Steeds een fijn weerziens en -voelen van zodra ik de trappen van het Centraal Station oploop. Het is het station waar mijn zus en ik de trein richting Mechelen namen als we van het internaat in het weekend huiswaarts keerden. Maar is ook het vertrekpunt naar de alternatieve kledingswinkels die we in onze tienerjaren opzochten op zoek naar stukken die eigen maar ook apart aanvoelden.

Het is de plek waar ik 16,5 jaar geleden te horen kreeg dat ik een donorkind ben. Mijn drielingsbroer werkte namelijk in het hotel Amigo aan de Grote Markt en had er ons verjaardagsetentje georganiseerd. Woensdag keerde ik er terug om niet ver daar vandaan mijn 2e halfbroer voor het eerst in het echt te ontmoeten. Ook hij heeft een bepaalde affiniteit met onze hoofdstad, hij heeft er jaren vertoefd. De afgelopen maanden heb ik met hem het meeste over het verloop van de zoektocht gedeeld. Zo weet hij dat onze vermoedelijke biologische vader in Brussel heeft gewoond.

Voor mezelf was het de eerste keer na de lockdown dat ik er door de straten wandelde. Het voelde vertrouwd maar ook anders aan, daar ik met een ander perspectief kijken en voelen kon. Brussel, de hometown van de man waar ik naar alle waarschijnlijkheid van afstam. Meer nog, ik weet ondertussen waar hij begin jaar ’80 woonde. De buurt is me niet onbekend, integendeel: het is de buurt waar mijn zus en ik het meest hebben rondgehangen. What were the odds en zijn we elkaar ooit tegengekomen?

Met de halfbroer had ik voor de AB afgesproken. Zoals alle andere ontmoetingen was ik weer veel te vroeg. Toen zijn blonde kop op de avenue verscheen, was ik blij maar ook terug wat zenuwachtig over de begroetingsgeplogendheden. Voor mezelf heb ik allang beslist dat alles wat familie is mijn bubbel in mag, dus gaf ik hem een smakkerd op de kaak. Na wat onwennig dralen vroeg ik hem of het ok was dat ik hem de straat van onze biologische vader toonde. Hij vond het allemaal prima. De omgeving was hem tevens ook niet vreemd: hij ging vroeger in diezelfde buurt vaak uit.

Schermafbeelding 2020-07-05 om 10.59.08.png

De halfbroer is zoals de anderen toch wel een stukje groter dan ik. Hij heeft lieve blauwe ogen en blond haar. Het blijft wat bizar om met een voorheen onbekende verwante opeens aan tafel te zitten. Hij liet me honderduit kletsen, levens werden naast elkaar gelegd en vergeleken. Ikzelf zie meer fysieke gelijkenissen met hem dan met de anderen maar ik geef toe: mijn bril is gekleurd.

Daarom zou ik ontzettend fijn vinden dat wanneer hij terug in het land is, we met zijn allen afspreken zodat we naar elkaar kunnen kijken en vergelijken. Misschien ook meteen de partners en onze kinderen uitnodigen voor hun (in)zicht. Stel je voor wij allemaal in 1 ruimte op zoek naar de wortels die ons verbinden.

Nu al benieuwd.

Groet,
Steph

Detectie, reflectie, affectie

Zondag is mijn wekelijks update-momentje met de nieuwe halfbroer. Ik laat hem weten hoe het met me gaat en breng hem over de laatste stand van zaken over de zoektocht op de hoogte.

Ik vind het fijn dat hij er is. Het DNA dat we delen is het vertrekpunt van onze band, al moet ik toegeven dat elkaar zo laat in het leven vinden een bepaalde evenwichtsoefening met zich meebrengt.

Relaties zijn per definitie complex, doch bij ons zit er ook een onnatuurlijk gegeven in verweven. Door het ontwarren trachten we het natuurlijke van het on-natuurlijke te onderscheiden. Als een goudzoeker met een schaal kantelend in het hand in de hoop dat de deeltjes met een hogere dichtheid of herkenbaarheid zichtbaar worden.

We zijn nu met 5 (2 halfbroers, 1 halfzus, 1 volle broer en ik). Leg je onze foto’s naast elkaar dan zou je nooit kunnen vermoeden wat we aan elkaar verwant zijn. Allen zo verschillend doch zijn er zaken die ik bij mezelf of bij de anderen onderling herken. Ook: je ziet meer als je elkaar in het echt ontmoet.

We zagen elkaar al 1 keer hetzij digitaal via Zoom nu een maand geleden. Het viel me op dat hij ook een beetje zenuwachtig was. Het is ook wel wat raar die eerste face to face begroeting met iemand die je voorheen niet kende maar wel de helft van je biologische stamboom met je deelt.

Aanstaande woensdag gaan we elkaar in real life ontmoeten want hij en ik hebben in het vertrouwde Brussel afgesproken. Mijn beste Frans wordt uit de kast gehaald, desnoods schakelen we over naar het Engels. Misschien kan ik met hem langs het huis waar onze vermoedelijke biologische vader heeft gewoond. Het is een buurt waar mijn zus en zus zo vaak hebben rond gehangen, de alternatieve chicka’s die we toen waren.

Maar ik kijk vooral uit naar het zien van iemand aan wie ik verwant ben: het detecteren en reflecteren ten aanzien van elkaar, op zoek naar die gemeenschappelijke potgrond en kenmerken die ons verbinden.

Laat maar komen die ontmoeting.

Groet,
Steph

images.jpeg

Onward

Vlak voor de lockdown ging de film Onward in première. Door ons filmabonnement kregen we kans Pixar’s nieuwe telg als eersten te bewonderen. Omdat ik graag onbevangen naar een film kijk, had ik bewust de trailers en reviews vermeden.

Met zoete popcorn in hand, en goed gezelschap aan beide zijden, plofte ik de zetel in klaar voor de welgekome afleiding en een dosis verwondering.

Wat ik niet wist, is dat hij harder zou binnenkomen dan verwacht. Nog geen 5 minuten de film in leken de stoelen rondom me te verdwijnen en zat ik er nog maar alleen. Even geen masker, harnas of afschutting te bespeuren: de poort naar de burcht rond mijn hart stond plots wagewijd open.

251feef7-1d4a-4c6a-8326-176ea398b3b7-large16x9_ONWARDONLINEUSEt186_21d_pub.pub16.293

Dikke tranen rolden naar beneden, mijn kwetsbaarheid lag open en bloot. Ik verschoot van de puurheid van emoties die ik herbeleefde omdat ik ze met het hoofdpersonage deelde. Alsof iemand de waterput van mijn diepste pijnen gevonden had en er in was geslaagd een emmer op te halen.

De film gaat niet alleen over een gemis, verdriet of zoektocht. Zoals de titel misschien al verklapt gaat het om voorwaarts te gaan. Het verleden kan je niet meer veranderen, maar je kan er wel een andere inkleuring aan geven en koesteren wat je nog koesteren kan.

Bij deze: Onward is really on to watch en je kan hem vanaf nu thuis streamen of bestellen. En niet naar de trailers gaan kijken. It will spoil the true emotions.

Groet,
Steph

Blank space

Het nieuws dat ze geen contact met me wensen heeft er hard ingehakt. Ik nam afstand en tijd om wonden te verzorgen. Ik schreef hen nog één laatste bericht.

Dag XX,

Het is even geleden dat ik je mailtje heb binnengekregen. Ik heb nog niet gereageerd want toen mijn leven na je mailtje even stil viel, kwam het hele land door de COVID-19 epidemie tot stilstand. Ik werk in een cruciale sector en het was alle hens aan dek om onze medewerkers (verder) te helpen. De sluiting van de scholen deed de werk/gezin/vrije tijd-balans ook wat wankelen.

Nu structuur wat is terug gekeerd, neem ik het klavier nog een keertje ter hand om je te schrijven. Je mail deed me verdriet, niet zozeer omdat je geen contact wil (daar kan ik jou of een ander niet toe verplichten) maar omdat je mijn vraag niet harder had kunnen afketsen.

Ik ben niet op zoek naar contact, ik ben enkel op zoek naar een mogelijkheid om een fundamentele vraag over mezelf eindelijk te kunnen beantwoorden. Het is een vraag die me nu al 16 jaar bezig houdt, misschien in mijn onderbewustzijn nog langer. Het tekende me omdat ik niet weet wie ik ben daar ik niet weet waar ik echt vandaan kom. Daarnaast beïnvloedde het gegeven familiale relaties, maar ook andere banden bleven niet onaangetast.

Mijn leven staat los van het jouwe en omgekeerd, doch bevind ik me op een kruispunt met jouw familie. Ik vraag niet om paden naast elkaar te laten lopen, maar gewoon om te willen helpen zodat ik (weer) verder kan. Mijn onderzoek doet me ondertussen vermoeden – maar 100% zeker ben ik niet – dat je oom of je grootvader mogelijks mijn biologisch vader zou kunnen zijn. Ik denk eerder je oom gezien de leeftijd en het gegeven dat hij in Brussel studeerde toen ik verwekt werd.

Ik kan er zelf niet aandoen dat ik mijn afkomst niet ken, daar ben ik namelijk niet verantwoordelijk voor. Diegenen die hier wel een aandeel in hadden zijn ondertussen overleden. Ik zou niet liever willen dat je oom of grootvader nog leefden, dan kon ik hen mijn vraag rechtstreeks voorleggen. Maar dat gaat niet (meer), hoe hard ik altijd heb verlangd mijn biologische vader in levende lijve te kunnen ontmoeten.

De kern van mijn vraag naar jou (of jullie toe) is een vraag van empathie en wat bereidwilligheid. Ik hoef niets van jullie (geen geld, geen elkaar moeten leren kennen of andere zaken). Ik ben ook bereid om de DNA-test te betalen. De uitslag van zo een test is op geen enkele manier bindend: niet op juridisch maar ook niet op emotioneel vlak. Zijn we niet aan elkaar verwant, dan weet ik dat dat de antwoorden ergens anders moeten liggen. Of als je weet hebt dat je oom kinderen had, dan kan ik hen hierover bevragen. Voor zover ik weet had hij er geen.

De afgelopen jaren heb ik mijn zoektocht redelijk publiekelijk gedeeld. No worries: ik ben altijd zeer discreet als ik iets neerpen of een interview geef. De afgelopen blogs gaan over de ontwikkelingen van vorige maand. Misschien krijg je dan een beter beeld over mezelf en intenties. I really mean no harm.

Met vriendelijke groet,
Steph
78cd5fcb54acb0455d7f8da63a67264d

Broodje afwijzing

Het is meer dan een week geleden dat ik met één van mijn vermoedelijke nichten belde. Weer slaat de twijfel toe: had ik wel naar het juiste emailadres gemaild? Misschien wou ze me wel contacteren maar kon ze niet omdat ik tijdens het telefoongesprek mijn gsmnummer niet had vermeld.

Ik besluit terug te bellen. Deze keer zit ze niet aan haar bureau en vraag ik haar collega mijn naam en nummer te noteren. Een dag gaat voorbij en ik hoor of lees niets van haar. Die avond stuur ik haar een tweede mailtje en ga ik wachtronde 5 in. 

Er gaat een dag voorbij. Ik plof mijn tas neer en vertel mijn gezin dat ik nog altijd niets heb vernomen. Na het avondeten neem ik mijn laptop ter hand. Rechtsboven zie ik een pop up mail-icoontje met haar naam verschijnen. Ze heeft terug gemaild. Stress slaat me om het hart. Ik durf het bericht niet te openen. Mijn elfjarige dochter pakt de computer, opent de mail en leest hem voor. 

Hallo Steph,

Zowel mijn moeder, zus en ikzelf hebben jouw mail gelezen. Wij wensen echter geen contactname en hopen dat u dit zal respecteren.

Met vriendelijke groet, XX

76664766_xl-kopie-604x270.jpg

Mijn hart breekt doch probeer ik me sterk te houden. Ik zie in de ogen van mijn kinderen en manlief dat ze beseffen dat ik net afgewezen werd, maar begrijpen doen ze het niet. Ze komen rond me staan om de net ingeslagen krater met hun liefde te kunnen opvullen. Ik wuif hun bezorgdheden weg, zeg dat het me niet veel doet omdat ik toch nog een plan B heb klaar staan. 

Die avond leg ik mijn kinderen te slapen. Ik kijk naar mijn dochter en voel de tranen op zwellen. Ze legt haar hand op mijn arm en tracht me met haar blik te troosten. Ik zeg haar dat ik niet droevig wil zijn, maar dat ik het wel ben. Dat het me verdriet doet om zomaar opzij geschoven te worden nog voor ik hen oprecht mijn verhaal en vragen voorleggen kan. Dat ik meer en beter verdien dan de manier waarop ik behandeld wordt. Dat ik er niet aan kan doen dat ik besta – ik had er namelijk geen enkel aandeel in – en me afvraag waarom net de mensen bij wie ik (h)erkenning zoek me precies constant het gevoel geven dat ik er niet mag zijn.

Als een broodje dubbele afwijzing: aan de ene kant heb je mijn niet-biologische familie die me verwierp omdat ik hun bloed en genen niet had, aan de andere heb je mijn biologische familie die niet met mijn bestaan geconfronteerd wil worden. Als een straathond word je keer op keer aan de kant geschopt.

Maar ik ben er en ben het beu om altijd voorzichtig met iedereen rekening te moeten houden terwijl die ander vaak niet bereid is hetzelfde te doen. Tuurlijk had ik mijn vragen rechtstreeks aan mijn potentiële biologische vader willen stellen, maar hij is naar alle waarschijnlijkheid overleden. Ik had hem kunnen kennen, maar ik mocht niet. Meer nog: een hoop mensen hebben ontzettend hun best gedaan om het me (ons) zo moeilijk mogelijk te maken.

Ik heb het recht om te weten waar ik echt vandaan. Me negeren, cuplpabilseren of afwijzen doet me niet verdwijnen.

Groet,
Steph

Lege stoel

Drie jaar lang is Nighthawks van Edward Hopper de bureaubladachtergrond op mijn laptop geweest. Toeval deed me op deze prent botsen en ik besloot om hem tot dagelijkse metgezel te dopen daar dit beeld voor een stuk mijn zoektocht symboliseert.

Nighthawkss-644x429.jpeg

Ik hield het voor ogen omdat het een einddoel omvatte. Door het raam zie je een man met zijn rug naar je toe aan de bar zitten. Ik beeldde me in dat ik ooit op een dag op weg zou zijn naar een locatie van zijn keuze om elkaar voor het eerst in het echt te begroeten. Een omgekeerde evenredigheid zou vastgesteld worden in de hoeveelheid kriebels in de buik en de afstand die steeds kleiner werd.

Nog 1 keer diep ademhalen voor ik in het café binnen wandel. Hij kijkt op en draait zich om, zijn gelaat eindelijk zichtbaar èn in bewegende vorm. Ik zou naast hem plaats nemen en hem het eerste halfuur grondig bestuderen. Alles wat ik fysiek aan die onbekende kant toeschreef zou ik instant vergelijken: ogen, voorhoofd, handen, het putje in de kin van mijn zoon, … Ik vraag me nog steeds af of ik echt herkenning zou gezien of gevoeld hebben. Maar ook hoe het voor hem had geweest om in de nabijheid van een biologische dochter te vertoeven.

Maar het café is en blijft leeg. Niet omdat we in Corona-lockdown zitten, maar omdat hij er niet meer is.

89760353_10222298731839790_4862222400084770816_n.jpgGroet,
Steph

 

Contact

Geen van beide zussen geeft blijk mijn bericht te hebben gelezen. Het leesballetje op facebook blijft leeg en ook het vriendschapsverzoek onbeantwoord. Ik zoek verder naar mogelijkheden om hen rechtstreeks te kunnen bereiken. Van één van hen vind ik een hotmailadres. Zou het nog werken? Ik heb niets te verliezen en stuur het facebookbericht door. Ik steek er ook wat foto’s bij zodat ze zien kan dat ik en mijn kinderen echt zijn. En weer wacht ik.

Schermafbeelding 2020-04-25 om 12.37.28.png

Het wachten geeft me tijd. Tijd om na te denken en contact proberen te zoeken met andere mensen uit de familie. Een vermoedelijke achternicht vindt het alvast geweldig dat een onverwachte appel uit de stamboom gevallen is. We bellen en ik vertel haar al een deel van mijn verhaal maar ook de verschillende redenen waarom ik net denk dat mijn oorsprong in haar familie zou liggen. Ze vindt het allemaal spannend en stelt voor dat we elkaar ooit in het echt begroeten. De gemoedelijkheid van ons gesprek verwarmt mijn hart.

Ik laat haar weten wie uit haar boom mogelijks mijn biologische vader is. Wanneer ik vertel dat hij een aantal jaren geleden gestorven is schrikt ze. Ze wist het niet. Het contact tussen de afzonderlijke familietakken was het laatste decenium verwaterd. Vaag kon ze zich een vete tussen broer en zus herinneren. Niet veel later zou een oude schoolvriend me bevestigen dat ze inderdaad in onmin leefden. Zou dit de reden zijn waarom zijn zus geen contact met me wil? Word ik afgerekend voor het verleden dat ze deelden? Ik sta daar toch los van?

Vragen kunnen pas beantwoord worden als ik effectief de kans krijg om ze te stellen. Misschien is een proactieve aanpak beter dan een mail of brief te sturen? Online vind ik van 1 van de dochters het werktelefoonnummer. Weet je wat, ik ga ze gewoon bellen en vragen of ze mijn mailtje heeft gelezen.

En zo geschiedt: ik voel mijn hart weer iets harder pompen en mijn telefoon op mijn rechteroor drukken. ‘Of ik XX even kan spreken?’ vraag ik aan de receptionist. Hij verbindt me door. Ze neemt op, ik stel me voor en veronderschuldig me dat ik haar op haar werk contacteer. ‘Ik heb je een tijdje terug via facebook en hotmail een bericht gestuurd, maar weet niet of je het ontvangen en gelezen hebt.’ leid ik het gesprek in. Ze  geeft aan dat ze haar inboxen niet vaak checkt en dus nog niets had zien verschijnen.

‘De reden waarom ik je contacteer is omdat ik denk aan jou verwant te zijn. Meer uitleg kan je in het bericht terug vinden.’ zet ik het gesprek verder. ‘Het spijt me dat ik je hier nu een beetje mee overval en neem gerust wat tijd om het te bevatten. Ik hoop van harte dat je voor contact open zal staan.’ Ze belooft het mailtje te lezen en we sluiten het gesprek af.

Hop naar wachtronde 4.

Groet,
Steph

Zij-sporen

Twee weken lang heb ik geprobeerd haar te spreken, maar ze nam nooit meer op. Het begint me te dagen dat ze me niet wil spreken. Op zich niet erg, maar me negeren doet me niet in het niets verdwijnen. Ik begrijp niet waarom het zo moeilijk is om me te woord te staan. Ik stel toch gewoon maar een vraag.

Schermafbeelding 2020-04-18 om 11.36.00.png

In afwachting van enige reactie werk ik aan mijn stamboom naarstig verder en ontdek dat ze twee dochters heeft. Beiden zijn volwassen. Misschien staan zij wel open voor de vragen die ik me stel? Misschien zien zij de dingen anders en zijn ze toegankelijker? Ik schuim het net af en vind al snel hun facebookprofielen. Bij één van de dochters zie ik dezelfde ogen als mijn zoon. Zouden ze ook gelijkenissen zien? Ik moet aan hen verwant zijn, alleen weet ik nog niet hoe ver of hoe dicht.

Ik kruip in mijn pen en stuur hen het volgende:

Dag XX, 

Mijn naam is Steph. We kennen elkaar niet. Het is een lange persoonlijke zoektocht dat me vandaag over de streep trekt om contact met je te zoeken. Ik denk aan jou verwant te zijn (familie), meer bepaald: ik denk een achternicht, misschien zelfs een nicht van je te zijn.

De afgelopen 3 jaar zocht ik naar mijn onbekende afkomst. Ik kende mijn moeder maar niet mijn biologische vader. Door te testen bij internatoniale DNA databanken en het uittekenen van stambomen van mijn DNA matches, ben ik bij een tak uitgekomen waarvan ik denk dat daar mijn echte afkomst zou moeten liggen. Ik ben nog niet voor 100% zeker, but I’m getting close. Jij en je zus komen uit die tak voort.

Weet dat mijn intenties puur en oprecht zijn. Ik ben er niet op uit om levens te verstoren, wil gewoon weten waar ik echt vandaan komt zodat ik het me niet meer hoef af te vragen en eindelijk het gat in mijn identiteit kan dichten. Daarnaast zou het fijn zijn om je te leren kennen.

Ik ben 41 jaar oud, mama van twee kinderen en woon met mijn gezinnetje in Antwerpen. Mijn jeugd was niet zo geweldig, doch trots op hetgeen ik heb bereikt en ben geworden. Ik werk als management assitent op het Tropisch Instituut van Antwerpen, ben redelijk creatief, recht toe recht aan en leeft eerder vanuit het hart. Ik heb twee broers en een zus in het gezin waar ik in opgroeide. 

Ik zou je graag willen voorleggen of vertellen hoe het komt dat ik denk dat wij mogelijks aan elkaar verwant zijn. Zou je hiervoor openstaan?

Met een warme groet.
Steph 

Wat hoop ik dat ze een teken van leven geven.