I did it (because of you)

Bij thuiskomst wacht mijn dochter me op. Haar handen omsluiten een doosje. “Dit is voor jou” zegt ze. Ik open het en vind er een grote trofee button in met de woorden ‘I did it’ op. Indeed, ik deed het wat velen voor niet voor mogelijk achten of hadden aangegeven dat ik geen recht op had: de kennis over echte afkomst. 

Zoals eenieder heb ik maar 1 biologische vader. De mijne was zogezegd onbekend of onbestaand. Die ene heb ik nu echter gevonden. 

Terugblikkend op het afgelegde pad in het doolhof dat anderen aanlegden zijn er een aantal mensen waar ik in het bijzonder aan moet terugdenken. 

Ik denk aan alle fertiliteitsartsen terug die logen, intimideerden of beschimpten: 

  • Robert Schoysman, de man die mij en zovele anderen verwekten zowel in als buiten zijn privépraktijk. 
    Hij die:
    • bij mijn moeder een cocktail toediende zonder haar en haar echtgenoot hierover in te lichten.
    • aan de ouders vertelde dat de donor een getrouwde man met gezonde kinderen was (zowel onze bio vader als die van mijn zus bleken jonge naïeve ongetrouwde en kinderloze studenten te zijn).
    • ouders garandeerde dat het volgende kind met het sperma van dezelfde donor zou verwekt worden.  
    • stiekem sperma van UZ Jette meenam om er zijn eigen spermatank mee te vullen.
    • zijn vrouw alle dossiers in de fik liet steken.

  • Thomas D’Hooghe (ooit hoofd fertiliteit KU Leuven): “het is omdat je niet gewenst was dat je persé wil weten waar je vandaan komt” – vlak voor ik met hem de live studio van Terzake in 2013 betrad en later ook nog met het vingertje ‘jij gaat hier niet de anonimiteit afschaffen hé’ in mijn gezicht stond te wijzen.

  • Luc Segal (ooit hoofd fertiliteit Sint-Augustinus en vroegere assistent bij Robert Schoysman) die toen hij vaststelde dat ik hem niet kwam bedanken als grondlegger van het Belgisch donorconceptie-beleid (which he is not) me de deur wees, aangaf dat ik vooral blij moest zijn dat ik bestond en me achteraf me nog een factuur toestuurde.
     
  • Mireille Merckx (gynaecoloog en oud- assistente bij Robert Schoysman) toen ik haar vertelde dat haar oppergod bij mijn moeder een spermacocktail had toegediend, ze dit ten stelligste verwierp en opperde dat ik de seksuele relaties van mijn moeder maar van dichterbij moest gaan bekijken. 

  • Het rijtje aan fertiliteitsartsen en de ‘ethicus’ die mij en mijn soortgenoten in een krant van genetisch fundamentalisme beschuldigden gewoon omdat we gewoon onze roots willen kennen.  In dat rijtje: Thomas D’Hooghe (KU Leuven), Herman Tournaye (VUB), Yvon Englert (ULB), Anne Delbaere (ULB), Willem Ombelet (U Hasselt), Christine Wyns (UCL) en Guido Pennings (U Gent).
  • Aan de Orde van Geneesheren maar ook de voormalige ministers van Volksgezondheid Laurette Onkelinx en Maggie De Block die liever hun hoofden in de grond staken dan effectief in het belang en het welzijn van donorkinderen te handelen. De handjes bleven echter wel boven de grond, meer bepaald over de hoofdjes van fertiliteitsartsen en de industrie die ze vertegenwoordigen. Ikzelf kijk alvast onzettend uit naar de dag dat de lijken uit de kasten van hun legislatuur vallen.

Jullie hebben allemaal niets gedaan behalve mij, en anderen zo hard mogelijk proberen tegen te werken of te schofferen. Iemand anders zou het misschien opgegeven hebben. Doch voor mezelf gaf het meer stuwingskracht om de queeste verder te zetten. Weet dat ik voor jullie allen speciaal het middelvingerpak ook effectief heb aangekocht. F*ck you and no thank you.

Maar ik denk ook aan diegenen die me een hart onder de riem staken, me kracht lieten bijtanken door hart en armen open te stellen en zij die me echt verder hebben geholpen. Dat rijtje van mensen is zo veel langer en schoner dan het allegaartje van hierboven. 

Allereerst een gigantische shout out naar manlief en mijn 2 geweldige kinderen. Zonder hen had ik dit echt niet gekund. Ze zijn mijn trouw en toeverlaat, mijn thuis en haven als ik met mijn geabimeerde speedboot binnen kwam varen. Dank voor het geduld, geborgenheid, troost, luisterende oortjes en jullie gevoel voor humor. 

Hier is ze dan dames en heren: de enige en echte zus Phie (maar ze reageert ook op ko-fieeeee). Zij is de zus die me haar op speeltouw liet nemen, zij bij wie een half woord of één blik genoeg is om elkaar te begrijpen. Ookal kwam mijn queeste je af en toe de oren uit, ik heb je hart en jij het mijne nooit verlaten.

Aan die grote meneer die menig anderen met verschillende titels horen te benaderen. Ik heb je altijd als mijn vriend en geadopteerde grootvader mogen benoemen. Ondanks de pensioengerechtigde leeftijd stond en sta je naast mijn zij. Ofwel in het echt, ofwel in hart en gedachten. Ik had je bij de aanvang van onze vriendschap beloofd je je geen moment zou vervelen. Kijk eens aan: ik heb meer dan mijn woord gehouden. Dank voor je steun, je humor en wie je bent. Ook dank aan je lieve vrouw van wie ik je regelmatig lenen mag zodat we samen het grotere perspectief kunnen gaan schetsten. Dat we nog lang mogen mogen en kunnen kunnen.

Aan de grieten van de Donor Detectives Monique, Ester, Eefje, An, Emi en Els Leijs die zomaar even de beste maar ook liefste familiedetective is. Verbonden door dezelfde strijd werden onze levens ook voor een stuk in elkaar verweven. Nu we met zijn allen hebben gevonden, maakt dit van ons a very bad ass crew, eentje waar we met zijn allen met gigantisch veel trots op kunnen terugkijken. Wij deden wat anderen nalieten om voor ons te waarborgen. Daar bovenop hebben we al zoveel anderen geholpen om te vinden of gevonden te worden. 

Aan alle donorkinderen, donoren en ouders die ik tot op heden mocht begroeten. Jullie gaven en geven me de kracht om elke keer weer te staan. Ik weet dat slechts weinigen publiekelijk willen, kunnen of durven spreken.  Dit neemt niet weg dat ik jullie verhalen en vragen met me meedraag in hoop dat er ooit echt en oprecht naar jullie allen geluisterd wordt. Voor zij met wie ik een nauwere band opbouwen kan: dank voor je vriendschap, je troost en herkenning. Ookal voelde ik me bij momenten alleen, ik was het nooit omdat er altijd iemand van jullie in de buurt was.

Aan de familie van Marc, meer bepaald zij die me te woord stonden en me hun leven lieten binnenwandelen. Dank voor jullie vertrouwen en geduld. Marc leeft misschien dan niet meer, ik ben blij ook jullie gevonden te hebben. Ik kijk naar uit naar onze eerste echte fysieke ontmoeting, naar de verhalen, naar de knuffels en wederzijdse schouderklopjes.

Aan de dichte vrienden van Marc die de kruimels van zijn bestaan te delen hadden. Dank om hem even dicht te laten voelen ook al is hij er niet meer. Dank voor de foto’s, een aantal van zijn persoonlijke spullen, de verhalen evenals als de richtingaanwijzers naar de kern van wie hij echt was of wou zijn. Dat ik met jullie allen ooit op een dag in dichte nabijheid op zijn leven het glas mag heffen. 

Rest mij enkel een groep van individuen te bedanken die elk van zichzelf weten waar ze voor mij een steen wisten te verleggen zodat het pad naar hem korter werd of me verluchting boden toen het te zwaar werd om te dragen. Dank aan Irma, Kaat, Zoë en Glenn, Monique, Serge, Michel, Benny, Rose, Rik, Carl, Jaak, Patrick, Natascha, Jean, Jeanine, Caro, Paul, Richard, Miranda, Emily en Benoit, Evi, Chantal en Philippe.

Jullie behoren voor altijd tot de troetelberen-squad.

Groet,
Steph

Appel: As-tu connu mon père biologique ?

Après 17 ans Steph Raeymaekers, un enfant de donneur, trouve son père biologique qui est malheureusement décédé. Elle lance un appel: “As-tu connu mon père ?”

Anvers, 2 janvier 2021 – Après une recherche de 17 ans, Steph Raeymaekers (41 ans), présidente de l’asbl Donorkinderen et membre des Donor Detectives, a enfin réussi à découvrir ses vraies origines. Elle y est parvenue en élaborant les arbres généalogiques de ses correspondances ADN les plus proches qu’elle avait dans la base de données de MyHeritage. Des tests ADN supplémentaires avec des proches ont confirmé ce qu’elle soupçonnait depuis un an. 

« Mon père biologique s’appelle Marc Folens. Son nom et son identité m’appartiennent finalement. Chaque personne n’a qu’un seul père biologique : Marc est le mien. Cela fait du bien d’enfin le connaitre et de pouvoir lui donner un nom », dit Steph émue. 

« J’ai cherché et combattu pendant si longtemps, luttant à travers le labyrinthe que d’autres ont construit. Aujourd’hui, je peux dire avec une certitude de 99,98% que je suis sa fille biologique. Mes origines ne sont plus une question, elles sont devenues une réponse. »

Steph avait 25 ans lorsqu’elle, son frère et sa sœur triplés ont découvert qu’ils étaient des enfants de donneurs. Jusque-là, c’était resté un grand secret de famille. Une fois ce secret dévoilé, ils ont découvert que leur mère était traitée dans le cabinet de fertilité privé d’un certain Robert Schoysman à Berchem-Sainte-Agathe. Ce médecin a également travaillé à l’AZ-VUB (aujourd’hui UZ Jette) et à l’hôpital Van Helmont (aujourd’hui AZ Jan Portaels). »

« Après avoir su que nous étions des enfants de donneurs, ma sœur et moi avons immédiatement commencé à chercher. On a d’abord essayé de contacter le médecin responsable de notre conception, mais il a refusé de nous parler. En passant, il a aussi délibérément détruit les fichiers de mes parents et d’autres. Courageusement, j’ai alors frappé à d’autres portes et me suis adressée aux instances officielles pour découvrir où nos vraies origines se situaient. Personne ne pouvait ou ne voulait nous aider », poursuit-elle. « 

Pendant 17 ans, j’ai cherché et demandé à plusieurs hommes s’ils pouvaient être mon père biologique. Aujourd’hui, cette question passe de “Es-tu mon père ?” À “As-tu connu mon père ?” Parce que Marc est malheureusement décédé il y a 3 ans. 

Le soulagement d’enfin savoir fut à double tranchant car au-delà de connaître son identité, je désirais par-dessus tout le connaître lui et être capable de me refléter en lui pour que le trou dans mon identité et mon âme puisse enfin se refermer », dit Steph. 

« Je ne peux pas le ramener à la vie, mais en partageant publiquement mon histoire, je lance une bouteille à la mer et j’espère que ceux qui ont connu Marc me contacteront. Je suis curieuse d’entendre et de lire les souvenirs partagés, même s’ils sont mauvais, d’avoir des photos, clips, ou de l’audio de lui, son écriture et peut-être aussi une de ses œuvres d’art parce qu’il était sculpteur à Bruxelles. Si vous avez des miettes de son existence à me proposer, n’hésitez pas à me contacter via stephke.r@telenet.be ou mon blog », conclut-elle. 

Marc Folens

Steph est la dernière des 6 membres à avoir réussi à retrouver sa famille biologique depuis la fondation des Donor Détectives en mai 2017. Donor Détectives est une organisation qui aide les enfants de donneurs et leur montre le chemin pour répondre à leurs questions existentielles les plus fondamentales. 

Êtes-vous également à la recherche de vos proches ou souhaitez-vous contribuer à accélérer considérablement les recherches de quelqu’un ? Inscrivez-vous dans une base de données ADN internationale telle que MyHeritage

En plus des tests ADN, MyHeritage offre également une plateforme où développer des arbres généalogiques et échanger des informations. La découverte de points de contact entre les arbres généalogiques de vos correspondances ADN permet de retrouver ou de vérifier votre ascendance.

Information

En haut: Emi, Eefje, Ester, Els Leijs (detective de famille), En bas: Steph, An, Monique 

Oproep: heb jij mijn biologische vader gekend?

Na 17 jaar vindt donorkind Steph Raeymaekers eindelijk haar – helaas – overleden biologische vader. Ze lanceert een oproep: heb jij hem soms gekend? 

Antwerpen, 2 januari 2021 – Na een zoektocht van 17 jaar is Steph Raeymaekers (41), voorzitter van Donorkinderen vzw en bestuurslid bij de Donor Detectives, er in geslaagd om ook haar echte afkomst eindelijk te achterhalen. Dit deed ze door het uitwerken van de stambomen van haar dichtste DNA-matches die ze bij de databank van MyHeritage had. Een bijkomend DNA-onderzoek met dichte verwanten bevestigde wat ze al een jaar vermoedde. 

“Mijn biologische vader heet Marc Folens. Zijn naam en identiteit behoren mij toe. Iedereen heeft slechts 1 biologische vader: hij is de mijne. Het lucht op om hem eindelijk te kunnen noemen en benoemen.” aldus een emotionele Steph. 

“Ik heb zo lang gezocht en gevochten, worstelend door het doolhof dat ik zelf niet aanlegde. Vandaag kan ik met een zekerheid van 99,98% kan zeggen ik zijn biologische dochter ben. Mijn afkomst is geen vraag meer, het is een antwoord geworden.”

25 jaar oud was Steph toen zij, haar drielingsbroer en -zus achterhaalden dat ze donorkinderen waren. Tot dan was het namelijk een groot familiegeheim gebleven. Eens onthuld ontdekten ze dat ze in de privé fertiliteitspraktijk van een zekere Robert Schoysman te Sint-Agatha-Berchem verwerkt werden. Deze arts werkte onder meer ook in AZ-VUB (nu UZ Jette) en Van Helmont ziekenhuis (nu AZ Jan Portaels). 

“Nadat we wisten dat we donorkinderen waren, zijn mijn zus en ik meteen op zoek gegaan. Eerst werd er bij de fertiliteitsarts aangeklopt maar die wou ons niet te woord staan. Hij heeft trouwens ook het dossier van mijn en andere ouders bewust vernietigd. Moedig ben ik dan aan elke deur en bij officiële instanties gaan aankloppen om te kunnen weten waar onze echte afkomst lag. Niemand kon of wou ons helpen.” gaat ze verder. 

“17 jaar lang heb ik gezocht en mannen bevraagd of zij misschien mijn biologische vader waren. Vandaag verandert die vraag van ‘Ben jij mijn vader?’ naar ‘Heb jij mijn vader gekend?’ want Marc is helaas 3 jaar geleden overleden.” 

“De opluchting van het eindelijk weten, is er eentje met een vlijmscherpe rand want los van het eindelijk weten had ik er nog harder naar uitgekeken om hem te kennen en te kunnen spiegelen zodat het gat in mijn identiteit en ziel dichten kan.” aldus Steph. 

“Ik kan hem niet terug tot leven wekken maar hoop door mijn verhaal en oproep publiekelijk te delen dat zij die Marc hebben gekend contact met me opnemen. Ik ben nieuwsgierig naar goede maar evenzeer ook de minder goede verhalen, naar foto’s, audio, filmpjes, handschrift en zelfs kunstwerken van Marc. Heb je kruimels van zijn bestaan te geef, neem gerust contact met me op via stephke.r@telenet.be of mijn blog.“ sluit ze af. 

Marc Folens

Steph is de laatste van de 6 bestuursleden bij de Donor Detectives die sinds de oprichting in mei 2017 er in slaagde haar onbekende biologische familie te vinden. Donor Detectives is een organisatie die mensen helpt en de weg wijst zodat fundamentele vragen beantwoord kunnen worden. 

Ben je ook naar verwanten op zoek of wil je graag helpen om iemands zoektocht aanzienlijk in te korten? Overweeg een registratie bij  een internationale DNA-databanken zoals MyHeritage.

MyHeritage biedt naast DNA-testen ook een platform aan stambomen uit te bouwen en informatie uit te wisselen. Door raakpunten tussen de stambomen van je DNA-matches te lokaliseren is het mogelijk je afkomst te vinden of te controleren. 

Gegevens

Boven: Emi, Eefje, Ester, Els Leijs (familie detective), Onder: Steph, An, Monique 

Einde in zicht

Op de vooravond van de bekendmaking van de resultaten ben ik door een aantal van mijn vorige blogs gescrold. Wat een heftige jaren heb ik achter de kiezen.

Zoveel intens beleefd, zoveel ups en downs gekend, zo hard zo hardnekkig moedig mijn weg voort gezet ondanks de her en der verspreide betonblokken. Zelfs het finale antwoord kostte me bloed, zweet en tranen. Maar ik ben er bijna.  

Ze zeggen soms ‘it’s all about the journey, not the destination’. Ergens ligt daar een waarheid in verscholen doch kan ik niet ontkennen dat zijn vroegtijdig heengaan er nog steeds diep inhakt. Het een zure kers op de grote onrecht-taart, geserveerd door fertiliteitartsen met Godcomplexen, volwassenen die zich het ook-recht-op-een-kind aanmeten, zij die er geen graten in zien om een aantal van hun kinderen bij volslagen vreemden te dumpen en een overheid die deze praktijken (onder)steunt. 

In realiteit is het één groot schouwspel. Op scène een hoop acteurs die het kunstmatig plaatje naar believen knippen, plakken en inkleuren. De kinderen zijn slechts de rekwisieten. Tegen de tijd dat ze groot genoeg zijn een blik achter de coulissen te werpen, rest hen enkel de laag stof en assen van de verbrande dossiers die al die jaren op het taboe of geheim neerdwarrelden. Het is het stof waar je als kind doormoet als je wil weten waar je echt vandaan komt. 

Wel dit kind is boos maar bovenal verdrietig. Ik had mijn biologische vader 38 jaar in mijn leven kunnen hebben. Misschien had ik die jaren niet ten volle benut, maar die ook keuze had bij mij moeten liggen.

Leeg blijft de kamer in mijn hart die ik voor hem voorzien had. Het is en blijft wrang. Ik weet dat mezelf niets te verwijten valt: ik heb de afgelopen jaren alles op alles gezet. Misschien had ik de fertiliteitsarts toch moeten aanklagen zodat het pad richting voordeur van mijn biologische vader ingekort had kunnen worden. Had het verschil gemaakt en me tijd gegund met die persoon die ik zo graag had willen kennen? 

Ik weet het niet. Misschien wel, misschien ook niet. Ergens hoop ik dat hij het misschien toch niet is, dat het een buitenechtelijk kind van zijn vader moet zijn, zodat er nog een kans bestaat iemand te vinden die nog leeft. Either way, het einde is in zicht. Dat het me verlossing mag brengen.

Groet, 
Steph 

Altijd wind tegen

Alsof de goden op een bonte avond besloten een toevallige passant een kloot af te draaien, zo voel ik me vandaag. Het is 4u s nachts, ben wakker geworden door de pijn in mijn kaken van het tandenknarsen en een hoofd dat blijft malen over hetgeen gisteren plaatsvond of beter gezegd net niet heeft plaatsgevonden. 

Mijn zoektocht is als een slechte grap, and the joke is on me. Waar het begin me deed denken aan een ‘Verborgen camera’-prank lijkt het einde eerder op het MTV’s ‘Boiling points’, een reality spelprogramma waarbij aan de hand van absurde scènes het interne kookgehalte van een medemens wordt getest. Zij die ondanks alles de kalmte weten te bewaren krijgen 100 dollar, kan je dat niet dan is er geen prijs en word je gratuite aan het rijtje van de zogezegde driftkikkertjes toegevoegd.

Na een wachtperiode van 2 maanden stond gisteren de DNA test met de zus van mijn vermoedelijke vader ingepland. Zo lang er naar uitgekeken, zo blij dat het eindelijk zover was. Zeker omdat ik sinds februari die wens met het hart in het hand uitgedrukt had. De laatste horde richting finaal antwoord leek aan de horizon te verschijnen. Alsof je bijna aan de top van een berg bent en denkt ‘we zijn er bijna’ maar in de verte ergens de echo ‘maar toch niet helemaal’ lijkt te onderscheiden. Hoofdschuddend werp je dat laatste van je af omdat je denkt dat na alle genomen hordes het ook een keertje mag en kan meezitten.

In gedachten heb ik gisteren een arsenaal aan kaarsen aangestoken in de hoop dat aan de andere kant van het land alles vlot verliep. Ik had zelfs een mailtje klaar voor de prof met de vraag of hij ondanks zijn drukke agenda me kort kon laten weten of alles goed was gegaan. 

Mijn telefoon ging, het was mijn advocaat. Ik nam op. ‘Het is niet doorgegaan’, zei hij. Net de woorden die ik niet wou horen.

Haar dochter had speciaal verlof genomen om haar moeder naar het erfelijkheidscentrum te brengen. Als final check voor hun vertrek hadden ze naar het centrum gebeld om zeker te zijn dat de afspraak ingeboekt stond. Ze kregen meegedeeld dat er helemaal geen afspraak ingepland was. Hierdoor besloten ze niet te vertrekken. De receptioniste liet het na om bij de prof na te horen, maar noteerde wel een nieuwe afspraak: 7 weken van nu. Alsof de queeste nog niet lang genoeg geduurd heeft.

Eerlijk gezegd: ik trek dit niet meer. Mijn zoektocht is gewoon een shitty soap die ik vooral aan mezelf niet meer uitgelegd krijg. Het is weer wachten, terug door het stof gaan, nog een keer die onzekerheid te moeten doorstaan en mezelf wederom moed in te spreken om er in te blijven geloven. Wat als de zus toch besluit van een vrijwillige DNA afname af te zien? 

Het is dat continue gevoel van ondergeschikt te zijn dat zo hard me weegt. Komt dit omdat alle betrokken partijen vanaf de meet hun belangen boven de mijne schikten, dat de wind des levens zelden in mijn rug zit? Het lijkt alsof je gedoemd bent om in de steek gelaten worden omdat dit net het vertrekpunt van je ontstaan omvatte. 

Ik neem het mijn ouders (alle 3), de fertiliteitsarts maar ook mijn overheid kwalijk dat ze allemaal de dans der verantwoordelijkheid onstspringen en onschuldigen met een aanhoudende gigantische fundamentele last blijven opzadelen.

Groet,
Steph 

Door De Wind (met een kleine/grote aanpassing)

Ik zie je voor me
Met m’n ogen dicht
Ik kan je voelen
Met m’n hart op slot
Ik hoor je praten
Maar je bent er niet
Je bent er niet

Ik voel me verloren
Als ik jou moet verliezen
En ik blijf van je dromen
Want ik kan je niet missen
Ik kan je niet missen

Door de wind
Door de regen
Dwars door alles heen
Door de storm
Al zit alles me tegen
Door jou
Ben ik altijd alleen

Ik voel je naast me
Als ik ’s nachts op straat
Wil vergeten
Wat in mijn ogen staat
Geschreven
Je moest eens weten

En ik wil me verliezen
In de roes van een winnaar
En ik zou willen schreeuwen
Maar ik kan alleen zingen

Door de wind
Door de regen
Dwars door alles heen
Door de storm
Al zit alles me tegen
Door jou
Ben ik altijd alleen

Door een zee van afstand
Door een muur van leegte
Door een land van stilte
Door een muur van leegte
Door de wind

Plan B

Soms benoem ik mezelf als het Plan B-kind, het kind dat er ter vervanging kwam omdat het biologisch kind van mijn beide ouders er maar niet kwam. In hun geval had de alternatieve route alles te maken met de zogezegde onvruchtbaarheid van mijn opvoedvader en hardnekkigheid van een vrouw die kost wat kost naar een kind verlangde.

Het Plan B-kind staat in mijn woordenboek ook voor het ‘Beter dan niets-kind’. Eentje dat het Plan A-kind zo goed mogelijk moest evenaren. Viel dat tegen: zelfs het beste namaakmodel had mijn vader niet kunnen overtuigen dat het ook effectief als het zijne zou aanvoelen.

De doorgedreven doortastendheid die ik vanbinnen voel doet me aan een Rorschach-inktvlek denken. Gevouwen in twee helften zorgt elke afruk bij een fertiliteitsarts dat een menselijke afdruk zich aan de andere zijde vormt. Ik verlang er zo naar om dat blad eindelijk te kunnen dichtvouwen, als een boek dat je kan dichtslaan. 

Na maanden op kousenvoeten en met fluwelen handschoenen me een weg banend door het doolhof ben ik er helemaal klaar mee dat mijn vraag afgeketst wordt. Ik doel dan op de vraag die ik de zus van mijn vermoedelijke vader had voorgelegd: of ze voor mij een DNA test wou laten afnemen.

Ik zocht contact met een advocaat, eentje die ik al jaren ken. Zijn naam is Alain De Jonge en is partner bij Seeds of Law. Onze wegen kruisten toen hij samen met anderen de slag der erkenning als biologische dochter van onze voormalige koning inzette. Het werd een rechtszaak die ik met argusogen zou volgen net omdat ze heel dicht aanleunt bij de fundamentele onrechten die donorkinderen ook ervaren. Niet dat ik me zoals Delphine juridisch wens te koppelen aan de familie waarvan ik denk af te stammen; ik wil enkel zekerheid over mijn afkomst. 

Kan je een juridische procedure starten louter te bevestiging van je biologische afkomst hoor ik je denken? Het antwoord is volmondig JA. In Nederland vonden we zelfs een recent juridisch precedent van een vrouw met een soortgelijke afstammingsvraag. De vermoedelijke vader was overleden, doch was er een dochter van hem nog in leven. De vermoedelijke halfzus weigerde in eerste instantie zich te laten testen.

Belangen en argumentaties van beiden partijen werd beoordeeld, t.o.v. elkaar gewogen en afgetoetst aan internationale verdragen, meer bepaald artikel 8 van het EVRM.

De uitspraak was in het voordeel van de eiseres: de rechtbank verzocht de gedaagde tot het overgaan van het DNA test. Quote uit het vonnisHet is evident dat [eiseres] een door artikel 8 EVRM beschermd recht heeft om zekerheid te krijgen over haar afstamming. De biologische afstamming vormt immers een wezenlijk onderdeel van de identiteit van een mens. Er is geen reden om aan te nemen dat dat bij [eiseres] niet het geval zou zijn. Integendeel, [eiseres] heeft gesteld dat zij last heeft van de voortdurende onzekerheid over haar afstamming. Zij heeft benadrukt dat zekerheid haar eindelijk rust zou kunnen geven. De rechtbank acht dit zeer begrijpelijk.

Dit Plan B-kind heeft dus naast haar status een duidelijk een Plan B. Een aangetekend schrijven werd verstuurd, hoe hard ik mijn best heb gedaan dit te moeten vermijden. 

Ondertussen liet de advocaat me weten dat er reactie op is gekomen. De zus van mijn vermoedelijke biologische vader gaat dan toch akkoord met het afleggen van een DNA-test. Zal het dan toch eindelijk een keertje meezitten?  

Groet, 
Steph 

Back and forth

Er zijn momenten dat ik ervan overtuigd ben dat ik de man heb gevonden waar ik van afstam, doch twijfel ik soms. Ik slaag voor de zoveelste keer de stamboom-routemap open en leg nog eens alle info samen. Het kan toch alleen maar hij zijn? 


Heb ik na 4 jaar intensief zoeken dan uiteindelijk gevonden? Is dit de eindhalte? Zal ik eindelijk kunnen afronden, rouwen, omarmen en proberen te aanvaarden? Of ligt er nog één of andere absurde wending ergens verscholen? 

Het is om zoveel redenen rot dat hij overleden is. Los van al het emotionele speelt ook het rationele me parten.  Soms is iets zo complex dat je naar een mathematische manier van benaderen overschakelt. Voor velen gaat het zoeken en hopelijk vinden aan de hand van wat je uitsluiten kan. Edward Scissorhands-gewijs knip je datgene eraf zodat iets behapbaar en ordelijk overblijft. Eens de grote takken met de snoeischaar verwijderd werden, ga je met het kleine Bonsai-schaartje aan de slag.

Had hij nog geleefd dan had ik hem kunnen laten testen. Het antwoord van die test had me het duidelijkst antwoord geboden, namelijk zo een 99,9% aan helderheid i.p.v. de 100% blinde vlek. Maar hij is er niet meer, hij is dood. 

Hij heeft wel een zus die momenteel niets van me wil weten. Ervan uit gaand dat zowel zij als hij dezelfde biologische ouders delen, is zij diegene die het dichtst tegen de bron van mijn vermoedelijke oorsprong staat.

Mocht ik met haar kunnen testen dan levert me dit een duidelijkheidsindicatie van 75% op. Niet alleen wordt er nagegaan of en hoeveel DNA we gemeenschappelijk hebben, onze X-chromosomen kunnen ook vergeleken worden. Er is 1 kans op twee dat zij en ik over dezelfde X-chromosoom beschikken.  Elke vader heeft een X- of Y-chromosoom te geef. Zonen krijgen het Y-chromosoom van hun vader en 1 van de 2 X-chromosomen van hun moeder. Dochters krijgen 1 X-chromosoom van hun moeder en de andere enige X-chromosoom van hun vader.

Stel dat we hetzelfde X-chromosoom en een grote hoeveelheid DNA delen dan levert dit een hoge plausibiliteit in directe verwantschap op.


Ik kan dit percentage nog verhogen door een man uit dezelfde familie te laten testen die op papier hetzelfde Y-chromosoom als mijn vermoedelijke vader zou moeten hebben. Het Y-chromosoom is uniek en wordt in de mannelijke afstammingslijn doorgegeven, namelijk van vaders op zonen. 

De grootvader van mijn vermoedelijke vader had een aantal zonen. Slechts 2 van hen kregen op hun beurt ook een zoon: een achterneef en de man waarvan ik denk af te stammen. Mijn drielingsbroer zou dezelfde Y-chromosoom als de achterneef moeten hebben. Ondertussen hebben beide heren me de toestemming verleent om dit via via DNA-onderzoek na te gaan. 

Het blijft absurd hoeveel moeite ik (en anderen) moeten doen om uiteindelijk te kunnen achterhalen wie mijn biologische vader effectief was. Los van de uren, dagen, weken, maanden, jaren die ik erin stak zit er ook een financieel prijskaartje aan verbonden. 

Dubbelop verknipt eigenlijk: aan de ene kant heb je zij die groot geld verdien(d)en door kinderen zonder afkomst te verwekken en te verhandelen. Aan de andere kant heb je zij die heuse graanvelden oogsten zodat de gaten die anderen sloegen eindelijk gedicht worden. 

Hoe dan ook, dit is hoe de kaarten nu liggen of verdeeld werden. Ik hoop alleen dat na al die inspanningen, het licht aan het einde van de tunnel eindelijk zichtbaar wordt.

Groet, 
Steph 

Droom

In mijn droom belandde ik in zijn huis. Hij was er niet doch kon ik zijn aanwezigheid voelen. Zijn appartement lag er kaal bij. Het was leeggehaald omdat hij overleden was. Ik probeerde hem voor de geest te halen: hij die er rondliep, aan tafel zat, tv keek, muziek opzette of stond te koken. De Afrikaanse keuken kon hij naar het schijnt als geen ander klaarmaken. Wat zou ik ervoor gegeven hebben om één keer mee aan tafel te zitten.

De plancher onder mijn voeten kraakt bij het betreden van de ruimte waar hij het grootste deel zijn leven had vertoefd. Centimer per centimer tast ik alles af tot ik uiteindelijk op een luikje in het verlaagde plafond stoot. Voorzichtig open ik het en zie een kleine zolder volgestouwd met werken, van zijn hand, kaders en dozen.

Als een klein kind met kerstmis baan ik me weg door spullen die hij daar heeft gestockeerd. Een aantal neem ik ter hand en besef dat mijn beweging ooit zijn beweging was geweest maar dan in omgekeerde richting. Voor altijd zijn we slechts gespiegeld en gescheiden door een ondringbare wand omdat tijd, ruimte en handelen ons niet toeliet bij elkaar te zijn. 

In een doos steken foto’s van hem, zijn zus maar ook zijn ouders, grootouders, nonkels en tantes. In gedachte photoshop ik me er zelf in. Ik bestond toen al, ik mocht er alleen niet bij. Als het kind dat niet of als laatste in de turnles gekozen wordt. Steeds uit beeld of ergens op de achtergrond, zelden op de voorgrond. 

In wezen hebben donorkinderen, maar ook andere ontwortelden, twee soorten fotoboeken in hun leven: de boeken waar ze uit geknipt werden zodat ze in andere boeken geplakt konden worden. En dan zijn er die zich nog steeds afvragen waarom we diep van binnen een fundamenteel gemis voelen.

Groet,
Steph 

In my dreams – James Morrison

Piece of (he)art

Hij was een kunstenaar die biologische vader me. Miskend doch had hij wel talent. Van een aantal van zijn werken heb ik foto’s maar ik wou graag echt een stuk van hem hebben. Een goeie vriendin van hem liet me weten dat er een online verkoop ging plaatsvinden met twee van zijn werken.

Eén van mijn halfbroers wees me er op dat het misschien te voorbarig is iets van hem aan te schaffen zonder de zekerheid dat mijn oorsprong effectief bij hem ligt. Doch, de vrees ook hier te laat zijn, trok me over de streep om het niet aan me voorbij te laten gaan.

Ik zocht het op en al snel vond ik. Niet veel later plaatste ik een bod en wachtte af. Er werd tegengeboden maar uiteindelijk was mijn finale bod hèt bod die het eigenaarschap toewees. 

Afgelopen zondag ben ik het in Brussel gaan ophalen en ondertussen kreeg het een plaats in mijn living. Het doet vreemd maar het voelt ook vertrouwd om iets van zijn hand te hebben. Ik weet niet of hij ooit aan zijn biologische kinderen heeft gedacht – ik denk eerlijk gezegd van niet – laat staan dat hij zou stil gestaan hebben dat een dochter van hem ooit verbeten naar hem en zijn creaties op zoek zou gaan. 

Ik ben blij met het stuk ookal zal het nooit de leegte die ik nog steeds van binnen voel nooit kunnen opvullen. 

Groet,
Steph 

Cadeautjes van mensen

In een vorige blog had ik over de cadeautjes van mensen die me de afgelopen jaren te beurt zijn gevallen. Ik heb er nog een paar in mijn borstzakje steken, dicht tegen het hart waar ik nooit eerder over schreef omdat wat meer zekerheid wou hebben alvorens ik hen mee in mijn verhaal verweef.

Toen die nieuwe DNA-match een aantal maanden geleden uit de lucht is komen vallen en ik het raakpunt tussen de onderlinge stambomen kon lokaliseren, wist ik in welke voorouder-tak mijn biologische vader verscholen moest zitten. Ik vervolledigde de boom met broers en zussen, hun kinderen en kleinkinderen. Na wat dieper graven maar ook ploeteren door het struikgewas met een aantal doornige twijgen denk ik hem nu gevonden te hebben. 

Maar ik was niet alleen op zoek naar hem, ik verlangde er ook naar om de familie te leren kennen waar ik ben uit voortgekomen: grootouders, nonkels, tantes, neven, nichten, zelfs de aangetrouwde familie behoort tot het gehele plaatje.

Zo stootte ik een aantal maanden geleden op een achternicht. Zij is een dochter van de broer van mijn vermoedelijke biologische grootvader. Ik kan me ons eerste telefoontje nog heel goed herinneren, het was op een zondag. Ze hield een verjaardagsfeestje voor 1 van haar kleinkinderen toen ik belde. 

Met een bang hart stelde ik me kort voor. Haar reactie was goud waard: ze was verwonderd doch instant nieuwsgierig en oprecht blij met die onbekende die mogelijks aan haar verwant kon zijn. Vanaf het eerste moment had ze me niet warmer en liever kunnen omsluiten.

Er volgde nog een paar telefoongesprekken en ondertussen weet ik dat ze de rest van de familie over mijn bestaan heeft ingelicht, werden interviews die ik ooit heb gegeven naarstig rondgemaild en vindt ze het zelf zo ontzettend spannend om meer duidelijkheid te krijgen. 

Ze bezorgde me kinderfoto’s van mijn vermoedelijke vader en bracht me in contact met een achterneef: een zoon van een zus van mijn vermoedelijke grootvader. Ook hij had me niet hartelijker kunnen ontvangen. Nog nooit werden zoveel oude fotoalbums van op zolders en kelders van onder het stof gehaald om me een glimp van hen, hem, zijn ouders en grootouders te gunnen. 

Maar ik vond ook een achterneef langs grootmoederskant, een zoon van de broer van mijn vermoedelijke grootmoeder. Bijzonder aan hem is dat hij meteen en volmondig ‘ja, dat wil ik wel’ repliceerde toen ik hem bij onze eerste kennismaking vroeg of hij voor mij een DNA test wou doen. 

1 DNA test deed er 44 dagen over om nog maar tot bij de DNA-databank te geraken. Mochten mensen zich afvragen waarom ik op mijn nagels bijt, aanschouw de reden: het wachten komt met een thrillergehalte dat soms gewoon te groot is om de vingers onberoerd te laten.

R., C., J. en P., het is haast met geen pen te beschrijven hoe dankbaar ik jullie ben dat jullie voor mijn verhaal en vragen openstonden. Als donorkind was ik het gewoon om slechts een half bestaansrecht te hebben en continu te moeten opboksen tegen muren van veronderstellingen, verantwoording en afwijzing. Hier oprechte dank om er te zijn en me te willen helpen in het kunnen beantwoorden van die ene vraag die me al die jaren bezighoudt. 

Vandaag zijn de resultaten binnen. Ze bevestigen de richting: ik zit wel degelijk juist. Doch biedt het me niet de volle 100% zekerheid dat diegene waarvan ik vermoed mijn biologische vader te zijn, dat hij het ook effectief is. Ik moet dichter naar de bron toe boren. 

Groet, 
Steph