Broodje afwijzing

Het is meer dan een week geleden dat ik met één van mijn vermoedelijke nichten belde. Weer slaat de twijfel toe: had ik wel naar het juiste emailadres gemaild? Misschien wou ze me wel contacteren maar kon ze niet omdat ik tijdens het telefoongesprek mijn gsmnummer niet had vermeld.

Ik besluit terug te bellen. Deze keer zit ze niet aan haar bureau en vraag ik haar collega mijn naam en nummer te noteren. Een dag gaat voorbij en ik hoor of lees niets van haar. Die avond stuur ik haar een tweede mailtje en ga ik wachtronde 5 in. 

Er gaat een dag voorbij. Ik plof mijn tas neer en vertel mijn gezin dat ik nog altijd niets heb vernomen. Na het avondeten neem ik mijn laptop ter hand. Rechtsboven zie ik een pop up mail-icoontje met haar naam verschijnen. Ze heeft terug gemaild. Stress slaat me om het hart. Ik durf het bericht niet te openen. Mijn elfjarige dochter pakt de computer, opent de mail en leest hem voor. 

Hallo Steph,

Zowel mijn moeder, zus en ikzelf hebben jouw mail gelezen. Wij wensen echter geen contactname en hopen dat u dit zal respecteren.

Met vriendelijke groet, XX

76664766_xl-kopie-604x270.jpg

Mijn hart breekt doch probeer ik me sterk te houden. Ik zie in de ogen van mijn kinderen en manlief dat ze beseffen dat ik net afgewezen werd, maar begrijpen doen ze het niet. Ze komen rond me staan om de net ingeslagen krater met hun liefde te kunnen opvullen. Ik wuif hun bezorgdheden weg, zeg dat het me niet veel doet omdat ik toch nog een plan B heb klaar staan. 

Die avond leg ik mijn kinderen te slapen. Ik kijk naar mijn dochter en voel de tranen op zwellen. Ze legt haar hand op mijn arm en tracht me met haar blik te troosten. Ik zeg haar dat ik niet droevig wil zijn, maar dat ik het wel ben. Dat het me verdriet doet om zomaar opzij geschoven te worden nog voor ik hen oprecht mijn verhaal en vragen voorleggen kan. Dat ik meer en beter verdien dan de manier waarop ik behandeld wordt. Dat ik er niet aan kan doen dat ik besta – ik had er namelijk geen enkel aandeel in – en me afvraag waarom net de mensen bij wie ik (h)erkenning zoek me precies constant het gevoel geven dat ik er niet mag zijn.

Als een broodje dubbele afwijzing: aan de ene kant heb je mijn niet-biologische familie die me verwierp omdat ik hun bloed en genen niet had, aan de andere heb je mijn biologische familie die niet met mijn bestaan geconfronteerd wil worden. Als een straathond word je keer op keer aan de kant geschopt.

Maar ik ben er en ben het beu om altijd voorzichtig met iedereen rekening te moeten houden terwijl die ander vaak niet bereid is hetzelfde te doen. Tuurlijk had ik mijn vragen rechtstreeks aan mijn potentiële biologische vader willen stellen, maar hij is naar alle waarschijnlijkheid overleden. Ik had hem kunnen kennen, maar ik mocht niet. Meer nog: een hoop mensen hebben ontzettend hun best gedaan om het me (ons) zo moeilijk mogelijk te maken.

Ik heb het recht om te weten waar ik echt vandaan. Me negeren, cuplpabilseren of afwijzen doet me niet verdwijnen.

Groet,
Steph

Zij-sporen

Twee weken lang heb ik geprobeerd haar te spreken, maar ze nam nooit meer op. Het begint me te dagen dat ze me niet wil spreken. Op zich niet erg, maar me negeren doet me niet in het niets verdwijnen. Ik begrijp niet waarom het zo moeilijk is om me te woord te staan. Ik stel toch gewoon maar een vraag.

Schermafbeelding 2020-04-18 om 11.36.00.png

In afwachting van enige reactie werk ik aan mijn stamboom naarstig verder en ontdek dat ze twee dochters heeft. Beiden zijn volwassen. Misschien staan zij wel open voor de vragen die ik me stel? Misschien zien zij de dingen anders en zijn ze toegankelijker? Ik schuim het net af en vind al snel hun facebookprofielen. Bij één van de dochters zie ik dezelfde ogen als mijn zoon. Zouden ze ook gelijkenissen zien? Ik moet aan hen verwant zijn, alleen weet ik nog niet hoe ver of hoe dicht.

Ik kruip in mijn pen en stuur hen het volgende:

Dag XX, 

Mijn naam is Steph. We kennen elkaar niet. Het is een lange persoonlijke zoektocht dat me vandaag over de streep trekt om contact met je te zoeken. Ik denk aan jou verwant te zijn (familie), meer bepaald: ik denk een achternicht, misschien zelfs een nicht van je te zijn.

De afgelopen 3 jaar zocht ik naar mijn onbekende afkomst. Ik kende mijn moeder maar niet mijn biologische vader. Door te testen bij internatoniale DNA databanken en het uittekenen van stambomen van mijn DNA matches, ben ik bij een tak uitgekomen waarvan ik denk dat daar mijn echte afkomst zou moeten liggen. Ik ben nog niet voor 100% zeker, but I’m getting close. Jij en je zus komen uit die tak voort.

Weet dat mijn intenties puur en oprecht zijn. Ik ben er niet op uit om levens te verstoren, wil gewoon weten waar ik echt vandaan komt zodat ik het me niet meer hoef af te vragen en eindelijk het gat in mijn identiteit kan dichten. Daarnaast zou het fijn zijn om je te leren kennen.

Ik ben 41 jaar oud, mama van twee kinderen en woon met mijn gezinnetje in Antwerpen. Mijn jeugd was niet zo geweldig, doch trots op hetgeen ik heb bereikt en ben geworden. Ik werk als management assitent op het Tropisch Instituut van Antwerpen, ben redelijk creatief, recht toe recht aan en leeft eerder vanuit het hart. Ik heb twee broers en een zus in het gezin waar ik in opgroeide. 

Ik zou je graag willen voorleggen of vertellen hoe het komt dat ik denk dat wij mogelijks aan elkaar verwant zijn. Zou je hiervoor openstaan?

Met een warme groet.
Steph 

Wat hoop ik dat ze een teken van leven geven.

Hello from the other side?

Zes dagen geleden reed ik naar het huis van iemand waarvan ik vermoed verwant aan te zijn. Ze was niet thuis dus liet ik een brief achter. Ik merk dat ik iets regelmatiger naar mijn telefoon en mails ga kijken. Zou ze mijn brief hebben gelezen? Hoe lang zou ik moeten wachten voor ze iets van zich laat horen? Bij elk onbekende beller schiet mijn hartslag de hoogte in. Instinctief check ik elke ruimte op de mogelijkheid me apart te kunnen zetten mocht ze bellen.

Maar ze belt niet. Mijn inbox blijft leeg. Wat nu? De 1207 search leverde me niet alleen aan adres, er stond ook een telefoonnummer bij vermeldt. Ik besluit haar te bellen, maar wanneer? Ik stel nog even uit. Net na het werk? Neen, dan niet want dan moet ik naar huis fietsen. Als ik thuis ben gekomen? Neen, want dan moeten we eten. Na het eten? Ja, dat kan of toch maar niet?  Vragen en antwoorden pingpongen door het hoofd. Mijn maag draait in een knoop.

Ik overleg met manlief en stel hem de vraag waarom ik me zo zenuwachtig voel. Is omdat uiteindelijke antwoorden binnen handbereik liggen, me stress geeft? Wat maakt me zo onzeker? Ik weet het niet. Ik haal me vroegere momenten voor mijn geest dat me als stoere griet typeren. Neen, ik hoef me voor niets te schamen, ik kan en mag dit.

images.jpeg

Ik druk haar telefoonnummer in en begeef me naar de gang in ons huis waar ik op de trap ga zitten. De beltoon gaat, ik voel mijn hart pompen en ik haal diep adem. Ik bedenk me dat ik me zoveel beter ga voelen als ik haar aan de lijn heb gehad en het eerste gesprek heeft plaatsgevonden.

Er wordt opgenomen. Een vrouwenstem begroet me en ik zeg: ‘Goedenavond, spreek ik met XX?’. De lijn valt weg. Even denk ik dat het een slechte verbinding was en bel ik terug. Ze neemt niet meer op. Ik neem me voor om het de komende dagen het nog keer te proberen.

Groet,
Steph

Droevige mama 

De afgelopen weken waren ook niet makkelijk voor mijn kinderen. Ze zagen me vroeger al een aantal keren verdrietig, deze week was toch anders. Leven met een open hart – of ik het nu zelf heb opengezet of er een gat werd ingeslagen – doet intens leven en beleven. Ze kennen mijn hoogtes en laagtes. Samen vormen we een geheel en zijn we meer dan enkel de delen samen.

Ze zijn een spiegel, hoe confronterend dit bij momenten kan zijn. Ze leren me zoveel: niet alleen over zich- en mezelf, ze leren me ook wat belangrijk is en wat minder. Het leven gaat niet altijd hoe je het zelf wil. Daar waar geluk is, zit ook verdriet. Verdriet mag er zijn, want dat wil zeggen dat er liefde was ookal kwam het misschien slechts van één kant.

Maar kinderen zouden hun ouders niet hoeven te troosten, omdat de ouders van hun ouder hen met een leegte opzadelde. Ze weten dat het verdriet dat ik in me draag, niet door hen komt. Integendeel, ze zorgen er net voor dat ik het kan kanaliseren, als kraantjes op een emmer gevuld met tranen.

Ze zitten naast me op de rollercoaster van mijn zoektocht. Met zakdoeken en knuffels bij de hand, proberen ze me ook de andere dingen te laten zien die ik misschien uit het oog verlies omdat pijn je nu eenmaal in een holletje doet kruipen. Zo heeft mijn dochter een popje gemaakt dat ik meenemen kan zodat ik niet alleen ben. De keren dat zoonlief over mijn rugje is komen wrijven om me te vertellen dat het niet zo erg is dat hij mogelijks is overleden, kan ik niet meer op mijn vingers tellen.

Ik heb verdriet om wat niet is, nooit is geweest en niet meer kan zijn. Ik rouw, doch is het heden waar ik me aan dien vast te houden. Het is het hier en nu dat telt. Ik heb de kans om mijn kinderen te kennen, voor hen te zorgen, van hen te houden en er voor te zorgen dat we zoveel mogelijk samen kunnen beleven. Want het zijn die momenten die hen troost zullen bieden als ik er zelf niet meer ben.

Groet,
Steph

moer_bg-650x337.jpg

 

Doodgeboren vader 

Ik had mezelf voorgenomen dat als ik mijn biologische vader uiteindelijk zou vinden ik mijn collega’s zou trakteren. Dat en confetti. Er liggen al jaren een aantal confetti-schieters klaar om gelanceerd te worden mocht ik eindelijk die fundamentele vraag over mezelf kunnen beantwoorden. 

Maar dit voelt niet aan als een feest. Integendeel. Het lijkt een geboorte en begrafenis tegelijkertijd. Als een koffietafel met suikerbonen of beschuiten. Het is koesteren maar ook meteen afscheid moeten nemen. Als een doodgeboren kind maar dan in omgekeerde richting: een doodgeboren ouder. Zo lang en zo hard naar verlangd. Ik zocht met als doel om hem te kunnen ontmoeten, begroeten, bekijken, bevragen, … Niets van dit alles valt mij of hem te beurt. Hij is er niet meer en zal nooit meer zijn. Man, wat wou ik dat er een teletijdmachine of de spaceraket van Kommil Foo echt bestond. 
 
Wist hij dat ik bestond? Heeft hij zich ooit iets afgevraagd? Had hij het willen weten? Lijken we op elkaar? Had hij me graag willen ontmoeten? Hoe heeft hij zijn laatste levensjaar beleefd? Was hij alleen toen hij stierf? Aan wat is hij gestorven want sterven doe je namelijk niet op zulke jonge leeftijd. 
 

Het is vreemd rouwgevoelens te ervaren voor iemand die ik niet heb gekend of waar ik 100% zeker van ben dat hij het echt is. Maar er is niemand anders in de boom die het kan zijn. Dit is iets meer dan een vermoeden of een wilde gok. Het is DNA die me de weg heeft gewezen.

Door mijn research weet ik dat hij een zus heeft. Zijn ouders zijn helaas al overleden. Er zit niets anders op dan contact met haar te zoeken in de hoop dat ze openstaat om te helpen in het finaal kunnen weten en niet langer te gissen.

Ik ben bang voor de volgende stap, bang voor de deur in het gezicht, bang voor de blinde vlek, de woekering in hart en hoofd, … Als donorkind ben je getraind het slechtste te denken of te verwachten. Het is jezelf beschermen, als het op voorhand in je huid krassen zodat het dikker wordt en een volgende weerslag beter geïncasseerd wordt. Wat je niet doorhebt is dat de zelf aangemeten eetlaag een arsenaal aan interne blauwe plekken toedekt. Misschien onzichtbaar voor het oog, des te harder voelbaar van binnenuit.

Ik duw het nog even voor me uit. 

Groet,
Steph 

1*lzamQ9Id-C6HD5MbzppfgQ.jpeg

Computer says no(t related)

Nog nooit was ik zo ver uit mijn goal gekomen. Never ever had ik gedacht zo dicht tegen mijn onbekende familie te zitten. Voor wie mijn zoektocht een beetje volgt, weet dat ik vorige zomer via een toevallige vondst door mijn zus op LinkedIn op een man ben gebotst die toch wel wat fysieke gelijkenissen met zowel mijn volle broer als halfbroer vertoont.

Voor donorkinderen die vandaag willen weten zijn er maar twee mogelijkheden: ofwel zoeken via DNA of zoeken naar mensen die op je lijken. Die laatste dien je dan nog wel met een DNA test te verifiëren want het kan ook zijn dat die fysieke gelijkenissen louter op toeval berusten. Om het toeval wat uit te sluiten zocht ik naar foto’s van andere familieleden om na te gaan of daar ook gemeenschappelijke fysieke kenmerken konden vastgesteld worden. Na wat zoekwerk van een vriend (Max De Bie, hier is je eervolle vermelding 😉 ) vond ik foto’s van onder meer zijn vader als zijn neven. Ik kan je alleen maar meegeven dat de aanblik ervan niet alleen mij maar ook anderen kippenvel bezorgde. Nog nooit heb ik me zo kunnen weerspiegelen in mensen die ik nooit heb gekend.

Het zou even duren voor ik contact durfde te leggen. Maar uiteindelijk sprong ik, want wat had ik te verliezen? Yep, niets. Ik verzond een bericht en niet veel later werd er heen- en weer gemaild. Uiteraard was mijn eerste vraag: hebt u ooit sperma gedoneerd? Kwestie van meteen met de deur in huis te vallen. Hij kon mijn directheid appreciëren, maar moest me teleurstellen daar hij nooit gedoneerd had.

Hij vond het jammer dat hij me de antwoorden waar ik zo naar op zoek was niet geven kon. Ik legde uit dat hij me wel verder kon helpen door een test bij een DNA databank te overwegen. Want ook al was hij niet mijn biologische vader, mijn roots konden in zijn familie liggen. Ik weet het, het was een wilde gok maar het was er één die ik moest wagen. Want verder in dubio leven helpt niemand vooruit doch geef ik toe dat de finale antwoorden me ergens angst ook inboezemen. Onwetendheid biedt je op een verknipte manier ook veiligheid omdat je er al zo lang in vertoeft. Maar fuck it, we gaan voor the truth and nothing but the truth.

Ik zond hem een DNA test welke haast meteen met het nodige wangslijm richting databank vertrok. Het leuke aan de databank is dat je het traject van je test kan volgen: van toekomen, tot het doorlopen van alle stappen en het uiteindelijke resultaat. De test is daar 11 september gearriveerd. Vandaag ken ik de uitslag. Ik kan niet ontkennen dat ik met bepaalde verwachtingen uitkeek naar het moment dat we in elkaars matches verschijnen zouden.

07c09564126487520dced287468562be--mom-and-me-ugly-duckling.jpg

Maar tot mijn grote spijt zegt het resultaat dat we totaal niet aan elkaar verwant zijn. Zelfs niet in de verste verte wat de hoop om mijn afkomst daar te vinden doet smelten als sneeuw in de zon. We delen zelfs geen verre achter-achter-achter-achter neef of nicht met elkaar. Wat had ik hen graag in mijn boom kunnen hangen. Maar het is wat het is, doch regent het vanbinnen wel een beetje. Voor donorkinderen liggen hoop en teleurstelling vaak dicht tegen elkaar. Als het peper en zout vaatje dat standaard naast ons bord werd gezet. Zout voor de wonden, en wat peper als je een opflakkering in mogelijk vinden ervaart. Het is absurd dat zovelen van ons dezelfde eenzame lijdensweg voorgeschoteld krijgen.

Bij deze ga ik terug naar ‘Start’ op het grote kennis-Monopoly spel van de industrie zonder iets te ontvangen. Met de dobbelstenen in de hand blijf ik echter hopen dat de kaarten ooit in mijn voordeel zullen vallen.

Met een ‘toch wel wat hard aan het balen’-groet,
Steph

Schermafbeelding 2019-10-02 om 07.40.07.png

 

Soundtrack van mijn zoektocht – part 9

Hey,

Voor zij die er nood (en troost) aan hebben, hier de muziek die oren en hart bijstaan:

Groet,
Steph

 

240_F_123259639_1oA0MAff9R0tJdooQzgqEVxu6kxOcmNU.jpg

 

Voor zij die Spotify hebben (of overwegen).

Docu Three identical strangers: eentje om te zien, want anders geloof je het niet

Wat als je een identieke broer of zus rondlopen hebt zonder dat je van elkaars bestaan afweet? Het is een wending die je most likely in een fictiereeks verwacht, maar zou dit ook in het echte leven kunnen? 

De documentaire Three Identical Strangers neemt je mee op de rollercoaster van drie broers en hun familie. Wie goed oplet, zal bij aanvang hartslagen horen als een omen dat er naar het hart gegrepen zal worden.

Als eerste ontmoeten we Bobby. Hij zet zich neer, kijkt recht in de camera en tracht te vertellen wat hij vandaag nog steeds niet volledig uitgelegd krijgt omdat het zo absurd en twisted is.   

58 jaar geleden werd hij geboren, maar het lot zou pas verschijnen als hij op 19 jarige leeftijd de campus van de hogeschool oploopt. Nooit was hij echt een populaire jongen. Dat een hoop onbekenden hem die dag ontzettend hartelijk begroetten, deed vreemd maar dat lag misschien aan de omgang daar? En toen zei iemand “Welcome back Eddy”. Dat was raar, doch is Bobby zich nog van niets bewust.

Er wordt op de deur van zijn studentenkamer geklopt. Bobby draait zich om. In de deuropening staat een jongen wiens aangezicht bleek slaat. Het is Michael die niet kan geloven dat de dubbelganger van zijn beste vriend Eddy voor zijn neus staat. Hij vraagt Bobby of hij geadopteerd en wanneer hij jarig is. ‘Ja, ik ben geadopteerd en geboren op 12 juli’, repliceert Bobby. Zelfs het Joods adoptiebureau blijkt hetzelfde te zijn.

Wat volgt is verstomming, fascinatie en euforie als een sprint naar het dichtstbijzijnde telefoonkotje om Eddy het nieuws mee te delen. Michael en Bobby besluiten die avond om nog naar hem toe te rijden. Zenuwen gieren, het gaspedaal stevig ingedrukt.

1530915174150-1-TIS_Courtesy-of-NEON.jpeg
En dan heb je daar die eerste foto van hun twee samen. De natuurlijke cohesie tussen hen is instant duidelijk en laat niet onberoerd. De beste vriend van Eddy omschrijft het als twee spiegelbeelden die oog in oog met elkaar staan. De omgeving vervaagt. Wat er overblijft zijn twee broers die altijd al bij elkaar hoorden.

Het duurt niet lang of het onwaarschijnlijke verhaal wordt door een krant opgepikt. Niet zo ver daar vandaan botst een vriend op een zekere David en overhandigt hem een krantenartikel met de woorden ‘Looks familiar?’. Het artikel gaat over de tweelingsbroers die elkaar onverwacht vonden. David is eerst wat sceptisch maar kijkt dan naar de foto bij het artikel. Hij herkent zichzelf en langzaam aan begint het door te dringen. Hij denkt: ‘Wauw. Dit is groots en kan geen toeval zijn’.  Bij thuiskomst zit zijn moeder met hetzelfde krantenartikel klaar. 

David besluit contact te zoeken met één van de jongens. Hij belt en krijgt uiteindelijk de moeder van Eddy aan de lijn. ‘Hallo, ik ben David. Is Eddy thuis?’. ‘Neen. Wie en waarom bel je?’ vraagt ze. ‘Wel, mijn naam is David. Ik ben ook geadopteerd èn jarig op 12 juli. Ik zie twee van mezelf als ik naar de foto in de krant kijk’. Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoort David haar zeggen: ‘OMG, they are coming out of the woodwork’. Wat zoveel wil zeggen als: ze blijven maar komen.

Schermafbeelding 2019-06-21 om 22.25.21.png
Het duurt niet lang voor de drie jongens elkaar ontmoeten. Voor eenieder is het duidelijk: ze behoren elkaar toe en eindelijk bij elkaar. Eén van hun tantes benoemt de scheiding letterlijk als deprivation: een beroving.

De media heeft een field day met het opvoeren van de drieling en het hartverwarmend sprookje dat ze belichamen. Het was Eddy die stelde: ‘Ofwel wordt dit een geweldig of afschuwelijk verhaal.’ Hij kon niet dichter tegen de uiteindelijke waarheid zitten.

Aangetrokken door gelijkenissen lijken ze meer clones dan broers van elkaar. Opvallend is dat naast hun parelle levens ze in totaal verschillende gezinnen opgroeiden. David werd door laaggeschoolde ouders grootgebracht, Eddy kwam in een matig geschoold middenklas gezin terecht en Bobby belandde bij hooggeschoolde tweeverdieners. Alle broers hadden een twee jaar oudere geadopteerde zus.

Hun adoptieouders waren de eersten die kritische vragen begonnen te stellen. Want hoe kon het dat een identieke drieling op 6 maanden van elkaar gescheiden werd en ze nooit verteld kregen hun zoon nog broers had?

Ik kan en wil geen spoilers weggeven, maar wat ik je wel kan vertellen is dat de schaduwzijde van hun verhaal donkerder is dan je ooit voor mogelijk achtte. Een rilling van herkenning had ik toen één van de ouders vertelde dat hij had gezien hoe de mensen van het adoptiebureau champagne zaten te toasten nadat ze succesvol de onthulling van de waarheid hadden kunnen afwenden. Het bracht me terug naar mijn eigen verhaal waar dezelfde flessen opengetrokken werden en schouderklopjes uitgedeeld als het zoveelste donorkind verwekt was. 

Deze documentaire moet je zien, want anders geloof je het niet. Daarnaast je krijgt ook een inzicht over hoe het voor een geadopteerde of donorkind is om te achterhalen dat jouw belangen nooit echt van tel zijn geweest. En hoe het Gods complex van anderen mensenlevens fundamenteel tekenen kan.

Groet,
Steph

De docu Three Identical Strangers wordt door Dalton Distribution verdeeld en kan je vanaf 26 juni gaan zien in:

 

Als een donor uit de schaduw treedt 

Ik was nog maar net de oprit opgereden en ik hoorde een lieve stem me reeds begroeten. ‘Of ik het makkelijk had gevonden?’ vroeg ze me, waarop ik repliceerde dat de GPS speciaal voor mij was uitgevonden. Lang leve google maps.

Samen met haar man woonde ze in Nederland. Na een kleine dans van vergewissing hoeveel zoenen er bij de begroeting aan bod horen te komen leidde ze me naar inkomhal van hun huis. Aan de deur stond haar echtgenoot. Ook hier werd aarzelend gedanst maar even hartelijk begroet.

Hun huisje was ruim en gezellig tussen het groen. We namen plaats op het terras. Ik heb de afgelopen jaren heel wat donoren ontmoet, maar deze keer was het toch net ff iets anders. Ik kwam namelijk voor het eerst een DNA test afnemen.

Zijn vrouw had contact met me opgenomen. Haar man is ooit spermadonor geweest bij een Belgische fertiliteitsarts in Limburg. Hij kwam er ooit terecht nadat op zijn werk werd geopperd sperma te gaan doneren bij een gynaecoloog uit de buurt.

Hij lichtte zijn vrouw hierover in en vroeg haar of zij ok zou vinden mocht hij zijn zaad gaan doneren. Hun eigen kinderwens was reeds compleet: ze hadden 2 gezonde jonge kinderen. Als ik me niet vergis was dat een voorwaarde voor die arts: enkel mannen met  gezonde kinderen kwamen in aanmerking.

Het gevoel anderen te kunnen helpen gaf voor hen de doorslag. Zelf stonden ze toen niet echt stil bij de gevolgen of vragen welke zouden kunnen rijzen bij de kinderen die er uit voortkwamen. De focus lag helemaal op de onvervulde kinderwens van anderen.

Nu ze de afgelopen jaren in de media heel wat getuigenissen van donorkinderen hadden opgepikt, begon het besef te groeien dat mogelijks ook zijn onbekende donorkinderen met vragen zaten. Hun eigen kinderen bleken hierin ook niet onverschillig in te zijn en vonden het prima dat hun vader zich vindbaar opstellen zou.

uitgestoken_hand-faithful

En daar zat ik dan op hun terras. Na een gezellige kennismaking babbel nam ik de test af. Ze vroegen me of ik het account wil beheren, als een zachte buffer wanneer er mogelijks matches met kinderen uit de bus zouden vallen. Maar ook hun kinderen hebben volledige toegang tot zijn DNA profiel.

Ik dankte hen beiden voor deze stap. Stiekem hoopt zijn vrouw dat ik 1 van zijn donorkinderen ben. Ikzelf denk van niet, daar ik uit ander fertiliteitsnest werd voortgebracht dan hetgeen waar hij ooit heeft gedoneerd.

Doch zou het wel fijn zijn om van zo een man af te stammen. Hij is namelijk ook meer dan enkel de spermatozoïden die hij ooit afleverde. Hij is mens, met zoveel fijne kenmerken en een familiegeschiedenis waarover hij terecht met trots over vertelt. De gedachte dat mogelijks andere donorkinderen via DNA met hem matchen elkaar kunnen ontmoeten stemt me vrolijk. Daar doen we het toch allemaal voor, niet?

Groet,
Steph