Onward

Vlak voor de lockdown ging de film Onward in première. Door ons filmabonnement kregen we kans Pixar’s nieuwe telg als eersten te bewonderen. Omdat ik graag onbevangen naar een film kijk, had ik bewust de trailers en reviews vermeden.

Met zoete popcorn in hand, en goed gezelschap aan beide zijden, plofte ik de zetel in klaar voor de welgekome afleiding en een dosis verwondering.

Wat ik niet wist, is dat hij harder zou binnenkomen dan verwacht. Nog geen 5 minuten de film in leken de stoelen rondom me te verdwijnen en zat ik er nog maar alleen. Even geen masker, harnas of afschutting te bespeuren: de poort naar de burcht van mijn hart stond plots wagewijd open.

251feef7-1d4a-4c6a-8326-176ea398b3b7-large16x9_ONWARDONLINEUSEt186_21d_pub.pub16.293

Dikke tranen rolden naar beneden, mijn kwetsbaarheid lag open en bloot. Ik verschoot van de puurheid van emoties die ik herbeleefde omdat ik ze met het hoofdpersonage deelde. Alsof iemand de waterput van mijn diepste pijnen gevonden had en er in was geslaagd een emmer op te halen.

De film gaat niet alleen over een gemis, verdriet of zoektocht. Zoals de titel misschien al verklapt gaat het om voorwaarts te gaan. Het verleden kan je niet meer veranderen, maar je kan er wel een andere inkleuring aan geven en koesteren wat je nog koesteren kan.

Bij deze: Onward is really on to watch en je kan hem vanaf nu thuis streamen of bestellen. En niet naar de trailers gaan kijken. It will spoil the true emotions.

Groet,
Steph

Lege stoel

Drie jaar lang is Nighthawks van Edward Hopper de bureaubladachtergrond op mijn laptop geweest. Toeval deed me op deze prent botsen en ik besloot om hem tot dagelijkse metgezel te dopen daar dit beeld voor een stuk mijn zoektocht symboliseert.

Nighthawkss-644x429.jpeg

Ik hield het voor ogen omdat het een einddoel omvatte. Door het raam zie je een man met zijn rug naar je toe aan de bar zitten. Ik beeldde me in dat ik ooit op een dag op weg zou zijn naar een locatie van zijn keuze om elkaar voor het eerst in het echt te begroeten. Een omgekeerde evenredigheid zou vastgesteld worden in de hoeveelheid kriebels in de buik en de afstand die steeds kleiner werd.

Nog 1 keer diep ademhalen voor ik in het café binnen wandel. Hij kijkt op en draait zich om, zijn gelaat eindelijk zichtbaar èn in bewegende vorm. Ik zou naast hem plaats nemen en hem het eerste halfuur grondig bestuderen. Alles wat ik fysiek aan die onbekende kant toeschreef zou ik instant vergelijken: ogen, voorhoofd, handen, het putje in de kin van mijn zoon, … Ik vraag me nog steeds af of ik echt herkenning zou gezien of gevoeld hebben. Maar ook hoe het voor hem had geweest om in de nabijheid van een biologische dochter te vertoeven.

Maar het café is en blijft leeg. Niet omdat we in Corona-lockdown zitten, maar omdat hij er niet meer is.

89760353_10222298731839790_4862222400084770816_n.jpgGroet,
Steph

 

Contact

Geen van beide zussen geeft blijk mijn bericht te hebben gelezen. Het leesballetje op facebook blijft leeg en ook het vriendschapsverzoek onbeantwoord. Ik zoek verder naar mogelijkheden om hen rechtstreeks te kunnen bereiken. Van één van hen vind ik een hotmailadres. Zou het nog werken? Ik heb niets te verliezen en stuur het facebookbericht door. Ik steek er ook wat foto’s bij zodat ze zien kan dat ik en mijn kinderen echt zijn. En weer wacht ik.

Schermafbeelding 2020-04-25 om 12.37.28.png

Het wachten geeft me tijd. Tijd om na te denken en contact proberen te zoeken met andere mensen uit de familie. Een vermoedelijke achternicht vindt het alvast geweldig dat een onverwachte appel uit de stamboom gevallen is. We bellen en ik vertel haar al een deel van mijn verhaal maar ook de verschillende redenen waarom ik net denk dat mijn oorsprong in haar familie zou liggen. Ze vindt het allemaal spannend en stelt voor dat we elkaar ooit in het echt begroeten. De gemoedelijkheid van ons gesprek verwarmt mijn hart.

Ik laat haar weten wie uit haar boom mogelijks mijn biologische vader is. Wanneer ik vertel dat hij een aantal jaren geleden gestorven is schrikt ze. Ze wist het niet. Het contact tussen de afzonderlijke familietakken was het laatste decenium verwaterd. Vaag kon ze zich een vete tussen broer en zus herinneren. Niet veel later zou een oude schoolvriend me bevestigen dat ze inderdaad in onmin leefden. Zou dit de reden zijn waarom zijn zus geen contact met me wil? Word ik afgerekend voor het verleden dat ze deelden? Ik sta daar toch los van?

Vragen kunnen pas beantwoord worden als ik effectief de kans krijg om ze te stellen. Misschien is een proactieve aanpak beter dan een mail of brief te sturen? Online vind ik van 1 van de dochters het werktelefoonnummer. Weet je wat, ik ga ze gewoon bellen en vragen of ze mijn mailtje heeft gelezen.

En zo geschiedt: ik voel mijn hart weer iets harder pompen en mijn telefoon op mijn rechteroor drukken. ‘Of ik XX even kan spreken?’ vraag ik aan de receptionist. Hij verbindt me door. Ze neemt op, ik stel me voor en veronderschuldig me dat ik haar op haar werk contacteer. ‘Ik heb je een tijdje terug via facebook en hotmail een bericht gestuurd, maar weet niet of je het ontvangen en gelezen hebt.’ leid ik het gesprek in. Ze  geeft aan dat ze haar inboxen niet vaak checkt en dus nog niets had zien verschijnen.

‘De reden waarom ik je contacteer is omdat ik denk aan jou verwant te zijn. Meer uitleg kan je in het bericht terug vinden.’ zet ik het gesprek verder. ‘Het spijt me dat ik je hier nu een beetje mee overval en neem gerust wat tijd om het te bevatten. Ik hoop van harte dat je voor contact open zal staan.’ Ze belooft het mailtje te lezen en we sluiten het gesprek af.

Hop naar wachtronde 4.

Groet,
Steph

Alternatieve route

Ondertussen heb ik de stamboom van mijn vermoedelijke biologische grootouders uitgewerkt. Zelf  hadden ze twee kinderen maar hun familie telt ook een handvol achterneven en -nichten. Voorzichtig verstuur ik wat berichten uit in de hoop contact te leggen.

Om dat mijn vermoedelijke biologische vader overleden is en zijn beide ouders niet meer leven, ligt het sluitend antwoord mbt mijn afkomst bij het dichtst mogelijke familielid. In mijn geval is dat zijn zus.

Op het overlijdensbericht van hun moeder vind ik een adres terug. Een 1207 search bevestigt wat ik dacht: het is het adres van zijn zus.

Ik besluit om op een zondagmiddag er naar toe te rijden. De stress slaat rond mijn maag. Angst en onzekerheid proberen twijfel te zaaien. Het is gek hoe de aanhoudende verloochening van je gevoelens, rechten en verlangens door anderen jezelf hebben wijsgemaakt dat het donker de plek is waar je thuishoort. Het is de plek die je werd aangewezen en je uiteindelijk ook hebt aangemeten.

Maar ik heb geen jaren gezocht en geploeterd om onder een steen te kruipen, zeker niet nu ik zo dicht ben. Ik stel een brief op voor het geval ze niet  thuis is en bak mijn lekkerste cake. Want stel dat ze thuis is en me binnen laat, dan hebben we toch iets om bij de koffie te serveren.

Het stormt op de baan. Ik volg de route die mijn gps aangeeft en besef dat hij hier waarschijnlijk ook vaak heeft rondgereden. Het doet vreemd. De hartslag gaat de hoogte in als ik de straat van zijn zus inrij. Ik parkeer mijn wagen en veeg mijn zweethandjes aan mijn broek af. Ik haal diep adem, stap uit en wandel richting haar voordeur. De rolluiken zijn naar beneden.

Er hangen twee deurbellen. Eén lijkt kapot. Op de andere staat haar achternaam. Oef, ik zit juist. Nog 1 keer diep adem halen, ik druk op de bel.

Mijn hart gaat hard te keer en probeer mezelf te kalmeren. Ben benieuwd om haar te zien en misschien iets van mezelf, mijn kinderen of van de anderen te herkennen. Maar de deur blijft dicht. Ook de rolluiken blijven onaangeroerd. Ze is niet thuis. Ietwat teleurgesteld steek ik mijn brief in haar brievenbus.

Nu hopen en wachten dat ze hem leest en contact met me opneemt.

Groet,
Steph

images.jpeg

 

(p.s.: deze blog is voor de COVID19-pandemie geschreven)

Soundtrack van mijn zoektocht – part 10

Muziek was en is een rode draad doorheen al die jaren van zoeken, denken, vinden en voelen. Voor zij die er nood (of troost) aan hebben:

Groet,
Steph

crying-anime-girls-3164.jpg

Van 2 takken naar 1 straat 

Ik zoek me plat naar de zoon van mijn vermoedelijke biologische grootvader. Zij die mijn vorige blog lazen, merkten op dat hij niet op de doodsbrief van zijn moeder vermeld stond. Veel aanknopingspunten heb ik dus niet.
Ik google zijn naam. De search leidt me naar verschillende mannen met dezelfde naam. De online ‘Wie is het?’-versie kan beginnen. Ondertussen ook horendol van het zoeken naar foto’s van onbekenden waar ik mezelf, of mijn broers als halfzus in herken. Ik heb er al zo vaak naast gezeten dat ik mijn intuitie niet meer durf te vertrouwen. Enkel zwart op wit-bewijs zal uitsluitsel kunnen brengen.

Ik stoot op een man met zijn naam op Facebook. Geboren in het buitenland maar nu wonende in Brussel. Ik vind een foto welke me aantoont dat het gaat om de zoon van de man beschreven in het boek van de journalist die ik contacteerde. Hij moet het zijn.

Ik kijk naar zijn profielfoto. De goden kunnen me niet harder uitlachen: het is een foto van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt. Really? Moet het zo? Ik moet het doen met de vorm van de handen en de neus die ik door zijn handen kan ontwarren.

Zijn er neusale gelijkenissen? Met de mijne alleszins niet. Misschien met die van mijn halfbroer, als je je ogen half dichtknijpt. Ik stuur hem een facebook-vriendschapsverzoek en een berichtje. Ik wacht, maar geen antwoord noch een vol vinkje verschijnt onder de eerste woorden die ik aan hem richt.

Omdat een hardware-iaanse blokkade me niet tegenhouden kan, google ik me te pleuris. Ik stoot op een artikel waarin een man met zijn naam aan het woord komt. Het gaat om een protest dat hij startte nav de afbraak van een huis in de buurt. Zou dit de straat zijn waar hij woont?

Google-maps is slechts één click verwijderd. Digitaal wandel ik door ‘zijn vermoedelijke straat’. Door de ramen zoek ik naar een glimp van hem. Misschien zet hij net het vuilnis buiten? Ookal is hij dan misschien geblurred, nog nooit was ik zo dichtbij.

Ik vraag aan mijn ventje of hij misschien deze zondag met mij richting Brussel wil tenen om er deurbellen aandachtig te bestuderen. Bel ik aan? Misschien moet ik een briefje maken à la ‘gezocht: mijn kat’ maar dan ‘gezocht: mijn vader’. Ik blijf het debiel vinden dat ik het internet en straten afschuimen moet omdat ik zogezegd niet het recht heb om te weten waar ik vandaan kom.

Schermafbeelding 2020-03-19 om 19.24.35.png
In aanloop van de father-sightseeing citytrip zend ik wat berichtjes uit naar mensen op facebook waar ik van vermoedde dat ze hem in het echte leven kennen. Eén iemand reageerde op mijn berichtje en we bellen.

Ik licht hem toe waarom ik op zoek ben naar iemand die hij kent. Hij vertelt me dat hij zich wat ongemakkelijk voelt om te vertellen over een oude vriend aan een onbekende. Ik snap hem ergens ook, ookal weet ik van mezelf dat mijn intenties echt oprecht zijn.

En dan zegt hij mij het volgende: ‘ik vind het jammer u dit te moeten zeggen, maar hij is een tijdje geleden overleden’.
Mijn bloed trekt weg richting hart om de net plaatsgevonden scheur te bepleisteren. ‘Overleden zegt u?’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Dat is jammer, niet alleen voor hem zelf en de mensen die hem gekend hebben’ terwijl ik tevens denk ‘maar ook heel jammer voor diegenen die hem graag hadden gekend’.

‘Mocht u zijn biologische dochter blijken te zijn, dan wil ik u gerust wel een keertje ontmoeten om over hem vertellen’ sloot hij het gesprek af. Een soelaas voor iemand die hem zo graag ontmoet had, als broodkruimels die van tafel vallen.

Groet,
Steph

Van een heel bos naar slechts 2 takken

Het gaat snel, het snoeien in het doolhof dat de afgelopen drie jaar een dagelijkse routine is geworden. De grootvader van mijn laatste DNA match bracht me naar zijn broers en zussen. In totaal had hij er 5. Slechts twee ervan kregen ook kinderen. Voorlopig heb ik het raden naar hoeveel dat er precies zijn want op een doodsbrief vond ik enkel de woordelijke vermelding van ‘kinderen’ naast hun naam. Als alles een beetje meezit is 1 van hen mijn biologische vader. Ik schuim het internet af op zoek naar kruimels van hun bestaan, maar het is niet makkelijk. Her en der vind ik de puzzelstukken die van de delen een geheel maken. Zou het me dan toch echt lukken?

Bij 1 van de broers vind ik enkel 1 kind doch viel het gezinsgeluk hem meervoudig te beurt. Enige tegenstrijdigheid duikt op als ik het overlijdensbericht van zijn echtgenote vind. Op de doodsbrief wordt slechts 1 kind vermeld: een dochter.

Een volgende google search brengt me naar een scriptie met een citaat uit een boek van een Belgische journalist. In het citaat wordt de broer met naam genoemd. Hij spreekt er over zijn vrouw en kind-eren. Zou deze persoon dè persoon zijn wiens kinderen ik zoek?

Ik neem met de journalist contact op en bel hem. We praten over de man die hij een twintig jaar geleden voor zijn boek heeft geïnterviewd. Hij kan hem zich namelijk nog tamelijk goed herinneren. Niet veel later vertel ik hem waarom ik op zoek ben naar die persoon: de man die hij ooit heeft gesproken zou mogelijks mijn biologische grootvader kunnen zijn. De journalist stuurt me zijn boek in pdf door. Een Crtl + F brengt me naar 15 fragmenten over hem en zijn gezin. Daar spreekt hij over twee kinderen: een meisje en een jongen.

Beide kinderen zagen het levenslicht midden jaren ’50. De leeftijd klopt, nu nog de locatie.

Groet,
Steph

labyrinth-2730731__340.png

 

Een nieuwe halfbroer (!)

Ken je het gevoel wanneer je op een roetsjbaan zit, eentje waar je bent ingestapt omdat je dacht dat het al bij al zou meevallen, maar bij elke bocht de rit net iets heftiger wordt? Je kan er niet af en begint te vrezen dat de stelling vroeg of laat samen met jou ineen zal stuiken. Je hunkert naar een moment dat iets minder hard mag gaan. Hoe gek dit misschien ook klinkt maar de komst van een nieuwe halfbroer deed me terug weer een beetje naar adem happen.

Even onverwacht als de vorige keren zag ik een nieuwe naam bovenaan de lijst van matches verschijnen. Even weer die verwarring, toch nog keer dubbelchecken of ik effectief naar mijn lijst aan het kijken was, maar toen ik de namen van de eerste twee onder zijn naam geparkeerd zag, drong het door. Een nieuwe halfbroer is zonet in de lijst van DNA-matches verschenen.

In zijn profiel had hij zijn naam vermeld als een indicatie van leeftijd opgegeven. Zou hij ook in 1979 geboren zijn? Waren zijn ouders ook langs Schoysman gepasseerd? Zou hij weten dat hij een donorkind is?

Ik breng mijn halfbroer en halfzus op de hoogte. Of het ok is dat ik met hem contact maak? Beiden hebben er geen problemen mee. Voorzichtig stuur ik hem een eerste berichtje.

Het duurt twee dagen voor hij reageert. Zijn reactie is open, hartelijk en eerlijk. Hij weet nog niet zo lang dat hij een donorkind is. De test deed hij uit nieuwsgierigheid maar had nooit gedacht dat hij meteen met halfbroers of -zussen zou matchen. Emailadressen en telefoonnummers worden uitgewisseld.

Al snel volgen de eerste foto’s. Ik vind dat hij er Hollands uitziet en niet echt op mij of de anderen lijkt. Maar dan zijn er weer mensen rondom me die wel gelijkenissen (denken te) zien. Ben benieuwd om hem een keertje in levenden lijve te ontmoeten.

Ik vind hem alleszins wel leuk. Officieel is hij nu de jongste van ons groepje, hij is namelijk in 1981 geboren. Een week geleden wist ik niet van zijn bestaan af, en nu is er is geen ontkennen meer aan. Ik heb een halfbroer en ik ben er blij mee.

Groet,
Steph

Unknown.jpeg

Rouwverlof

Afgelopen week was weer een heftige week. Ik verloor namelijk wat ik dacht in hoofd en hart erbij gewonnen te hebben.

Een maand geleden werd het vermoeden van een nieuwe halfbroer aangewakkerd. Toen manlief en dochter krak dezelfde gelijkenissen zagen, was ik er echt van overtuigd weer een stukje gevonden te hebben. Ik weet het: de puzzel is groot, maar elk stukje ik gelegd krijg schetst het geheel waar ik zo naar verlang. ‘t Is keer op keer trachten te v(erb)inden wat uit- of doorgeknipt werd.

Ik zocht contact en gaf hem tijd als ruimte om voor zichzelf te beslissen het antwoord te willen weten. Je moet daar namelijk met twee voor zijn. Zonder dat ik het wist had hij na ons eerste gesprek een DNA test besteld. Wat hij dan weer niet wist is dat ik hem de afgelopen weken een zekere genegenheid ben beginnen toeschrijven. Het is vreemd maar als je iets van je zelf of van een dierbare in een ander herkent, zet dat op één of andere manier een kamer in je hart voor een (on)bekende open.

Deze week was het resultaat gekend: hij en ik zijn niet aan elkaar verwant. Wat ik dacht erbij te hebben, voelde als een oprecht verlies aan. Ik wou naar huis, me op de bank in een dons oprollen en de rolluiken van het leven tijdelijk laten zakken.

Op het werk raadpleegde ik het arbeidsreglement en zag dat er enkel rouwverlof bij verlies van juridische 1e, 2e en 3e graad (schoon)familie toegekend wordt. Donorkinderen horen over hun andere familieleden maar te rouwen in eigen tijd. Nochtans is dat verlies en verdriet even reëel als het andere.

Daarom pleit ik bij deze om voor ons een bijkomend officieel rouwverlof beschikbaar te maken als volgende gevallen zich voordoen:

  • Als je ontdekt dat over je echte afkomst werd gelogen
  • Als de schaal aan leugens en medeplichtigen zichtbaar worden
  • Als blijkt dat je broer of zus slechts half aan jou verwant is
  • Als je vaststelt dat je onbekende bio ouder of andere verwanten gestorven blijken te zijn
  • Als je denkt familie te hebben gevonden, maar het niet zo blijkt te zijn
  • Als je contact zoekt maar afgewezen, doodgezwegen of genegeerd wordt
  • Als iemand bewust je relatie met een naverwante probeert te saboteren
  • Als anderen jouw belangen en welzijn (blijven) onderschikken

Maar voor nu rouw ik enkel tijdens werkpauzes, na de uren of in het weekend.

Groet,
Steph (Ze huilt maar ze lacht, Maan)

2019 – What a year it has been

Ik ben het meisje met het grote verlanglijstje en de hoge lat. Zelden is het genoeg of duurt het niet lang voor de focus zich richt op hetgeen dat nog niet bereikt werd. Want het kan altijd meer én beter. Dat zorgt voor onrust maar het geeft me ook extra wind in de zeilen als er tegen de stroom ingevaard moet worden.

Om te weten wie je bent, hoor te weten waar je vandaan komt. Ookal kan ik die ene fundamentele vraag nog niet beantwoorden en zit ik nog steeds met een gemis: het afgelopen jaar heeft me veel bijgebracht.

Loop je even mee?

Dit jaar ontmoette ik mijn eerste halfbroer. Een toevalligheid deed ons pad kruisen: nietsvermoedend had hij een DNA test gedaan bij een databank waar ik ook geregistreerd stond. Hij wist toen nog niet dat hij een donorkind was, want zijn ouders hadden hem hierover nooit ingelicht. Achteraf zou hij me vertellen dat hij de nieuwsgierigheid in mijn eerste voorzichtige berichtjes tussen de regeltjes door had kunnen ontwarren. Hij was en is zo superchill met het gegeven, met mij, met ons. Op één of andere manier hebben we een evenwicht gevonden in de absurditeit waarin halfbroers en -zussen doelbewust werden gescheiden en elkaar zogezegd nooit mochten kennen. Onze takken zijn voor het eerst terug aan elkaar verbonden. Maar ook zijn zus heeft een plek in mijn hart gekregen, ookal is ze niet aan me verwant. Ze is superlief en aardig.

Ook was er die man die het niet erg zou gevonden hebben om mijn biologische vader te zijn. Ja hoor, zulke mannen bestaan. Hij nam contact op nadat hij een interview met me had gelezen. Het jaartal, de locatie van verwekking: het kon kloppen. Ietwat bevreemdend was toen ik zijn ingescande toestemmingsformulier van het verwantschapsonderzoek doorgemaild kreeg. Helaas was de uitslag negatief. Ondertussen staat hij ook een internationale DNA databank en hoop ik van harte dat hij en zijn (donor)kinderen elkaar vinden.

En er was er ook die periode dat ik dacht het bijna van de daken te kunnen schreeuwen. Mijn zus had namelijk iemand op het internet gevonden die aan mijn broers deed denken. Toen ik meer leden van zijn familie vond en verschillende gelijkenissen aantrof, was ik er van overtuigd dat het einde van mijn zoektocht in zicht was. Nog nooit had ik me aan 1 familie zo kunnen weerspiegelen, nog nooit had ik me vanbinnen zo thuis gevoeld. Maar het bleek niet zo te zijn. Toch wel even toegeven dat de boom van die familie nog ergens op mijn pc opgeslagen staat, mochten er alsnog andere aanknopingspunten aan de horizon verschijnen #justsaying .

Op het moment dat ik DNA resultaten zat af te wachten kreeg ik een DNA match met een eerste halfzus binnen. Zij had besloten zich te laten testen toen ze mijn interview in de Interne Keuken op Radio 1 had gehoord. Zelf dacht ze niet aan mij verwant te zijn, tot het gemeenschappelijk DNA percentage het tegendeel bewees. We hebben elkaar ondertussen 1 keertje ontmoet. Ergens is ze wel nieuwsgierig maar ze zit al 22 jaar in de donorkind-kast opgesloten: niemand mag weten dat ze er eentje is. Ik laat het aan haar om het tempo in een eventuele relatie/band te bepalen.

Het persoonlijke hoogtepunt aller tijden was toen we met een groep donorkinderen van over heel de wereld een presentatie op de V.N. in Genève hebben gegeven. Verbonden in verhalen en onrechten stonden we er als een front, moedig doch kwetsbaar met de hoop een verschil voor anderen te kunnen maken.

Maar dit jaar was echter ook een heftig jaar voor mijn gezin en familie. Zij zitten namelijk op de eerste rij als klappen geïncasseerd en avonturen worden aangegaan. Iets meer tranen werden in dit jaartal gedroogd, meer knuffels uitgereikt en vaker werd er in de zetel genesteld. Zonder hun steun en liefde zou ik het gevecht niet aandurven noch overleven.

Zoonlief kreeg een 5 o’clock shadow op zijn bovenlip en de dochter verlegde haar grenzen door een grotere wereld te willen verkennen. Manlief vond dit jaar een groter evenwicht tussen professioneel en privé leven, which is really nice.

Boodschap aan mijn niets(of alles)vermoedende biologische vader: hope to find you soon. Benieuwd wat het nieuwe jaar voor ons in petto heeft. Ik kan jullie alvast 1 TV-tip meegeven: allemaal kijken naar Vandaag over een jaar op donderdag 13 februari op Eén. En zet de zakdoeken alvast gereed.

Groet,
Steph

tenor.gif

Lees verder