Lege stoel

Drie jaar lang is Nighthawks van Edward Hopper de bureaubladachtergrond op mijn laptop geweest. Toeval deed me op deze prent botsen en ik besloot om hem tot dagelijkse metgezel te dopen daar dit beeld voor een stuk mijn zoektocht symboliseert.

Nighthawkss-644x429.jpeg

Ik hield het voor ogen omdat het een einddoel omvatte. Door het raam zie je een man met zijn rug naar je toe aan de bar zitten. Ik beeldde me in dat ik ooit op een dag op weg zou zijn naar een locatie van zijn keuze om elkaar voor het eerst in het echt te begroeten. Een omgekeerde evenredigheid zou vastgesteld worden in de hoeveelheid kriebels in de buik en de afstand die steeds kleiner werd.

Nog 1 keer diep ademhalen voor ik in het café binnen wandel. Hij kijkt op en draait zich om, zijn gelaat eindelijk zichtbaar èn in bewegende vorm. Ik zou naast hem plaats nemen en hem het eerste halfuur grondig bestuderen. Alles wat ik fysiek aan die onbekende kant toeschreef zou ik instant vergelijken: ogen, voorhoofd, handen, het putje in de kin van mijn zoon, … Ik vraag me nog steeds af of ik echt herkenning zou gezien of gevoeld hebben. Maar ook hoe het voor hem had geweest om in de nabijheid van een biologische dochter te vertoeven.

Maar het café is en blijft leeg. Niet omdat we in Corona-lockdown zitten, maar omdat hij er niet meer is.

89760353_10222298731839790_4862222400084770816_n.jpgGroet,
Steph

 

Zij-sporen

Twee weken lang heb ik geprobeerd haar te spreken, maar ze nam nooit meer op. Het begint me te dagen dat ze me niet wil spreken. Op zich niet erg, maar me negeren doet me niet in het niets verdwijnen. Ik begrijp niet waarom het zo moeilijk is om me te woord te staan. Ik stel toch gewoon maar een vraag.

Schermafbeelding 2020-04-18 om 11.36.00.png

In afwachting van enige reactie werk ik aan mijn stamboom naarstig verder en ontdek dat ze twee dochters heeft. Beiden zijn volwassen. Misschien staan zij wel open voor de vragen die ik me stel? Misschien zien zij de dingen anders en zijn ze toegankelijker? Ik schuim het net af en vind al snel hun facebookprofielen. Bij één van de dochters zie ik dezelfde ogen als mijn zoon. Zouden ze ook gelijkenissen zien? Ik moet aan hen verwant zijn, alleen weet ik nog niet hoe ver of hoe dicht.

Ik kruip in mijn pen en stuur hen het volgende:

Dag XX, 

Mijn naam is Steph. We kennen elkaar niet. Het is een lange persoonlijke zoektocht dat me vandaag over de streep trekt om contact met je te zoeken. Ik denk aan jou verwant te zijn (familie), meer bepaald: ik denk een achternicht, misschien zelfs een nicht van je te zijn.

De afgelopen 3 jaar zocht ik naar mijn onbekende afkomst. Ik kende mijn moeder maar niet mijn biologische vader. Door te testen bij internatoniale DNA databanken en het uittekenen van stambomen van mijn DNA matches, ben ik bij een tak uitgekomen waarvan ik denk dat daar mijn echte afkomst zou moeten liggen. Ik ben nog niet voor 100% zeker, but I’m getting close. Jij en je zus komen uit die tak voort.

Weet dat mijn intenties puur en oprecht zijn. Ik ben er niet op uit om levens te verstoren, wil gewoon weten waar ik echt vandaan komt zodat ik het me niet meer hoef af te vragen en eindelijk het gat in mijn identiteit kan dichten. Daarnaast zou het fijn zijn om je te leren kennen.

Ik ben 41 jaar oud, mama van twee kinderen en woon met mijn gezinnetje in Antwerpen. Mijn jeugd was niet zo geweldig, doch trots op hetgeen ik heb bereikt en ben geworden. Ik werk als management assitent op het Tropisch Instituut van Antwerpen, ben redelijk creatief, recht toe recht aan en leeft eerder vanuit het hart. Ik heb twee broers en een zus in het gezin waar ik in opgroeide. 

Ik zou je graag willen voorleggen of vertellen hoe het komt dat ik denk dat wij mogelijks aan elkaar verwant zijn. Zou je hiervoor openstaan?

Met een warme groet.
Steph 

Wat hoop ik dat ze een teken van leven geven.

Soundtrack van mijn zoektocht – part 10

Muziek was en is een rode draad doorheen al die jaren van zoeken, denken, vinden en voelen. Voor zij die er nood (of troost) aan hebben:

Groet,
Steph

crying-anime-girls-3164.jpg

Van 2 takken naar 1 straat 

Ik zoek me plat naar de zoon van mijn vermoedelijke biologische grootvader. Zij die mijn vorige blog lazen, merkten op dat hij niet op de doodsbrief van zijn moeder vermeld stond. Veel aanknopingspunten heb ik dus niet.
Ik google zijn naam. De search leidt me naar verschillende mannen met dezelfde naam. De online ‘Wie is het?’-versie kan beginnen. Ondertussen ook horendol van het zoeken naar foto’s van onbekenden waar ik mezelf, of mijn broers als halfzus in herken. Ik heb er al zo vaak naast gezeten dat ik mijn intuitie niet meer durf te vertrouwen. Enkel zwart op wit-bewijs zal uitsluitsel kunnen brengen.

Ik stoot op een man met zijn naam op Facebook. Geboren in het buitenland maar nu wonende in Brussel. Ik vind een foto welke me aantoont dat het gaat om de zoon van de man beschreven in het boek van de journalist die ik contacteerde. Hij moet het zijn.

Ik kijk naar zijn profielfoto. De goden kunnen me niet harder uitlachen: het is een foto van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt. Really? Moet het zo? Ik moet het doen met de vorm van de handen en de neus die ik door zijn handen kan ontwarren.

Zijn er neusale gelijkenissen? Met de mijne alleszins niet. Misschien met die van mijn halfbroer, als je je ogen half dichtknijpt. Ik stuur hem een facebook-vriendschapsverzoek en een berichtje. Ik wacht, maar geen antwoord noch een vol vinkje verschijnt onder de eerste woorden die ik aan hem richt.

Omdat een hardware-iaanse blokkade me niet tegenhouden kan, google ik me te pleuris. Ik stoot op een artikel waarin een man met zijn naam aan het woord komt. Het gaat om een protest dat hij startte nav de afbraak van een huis in de buurt. Zou dit de straat zijn waar hij woont?

Google-maps is slechts één click verwijderd. Digitaal wandel ik door ‘zijn vermoedelijke straat’. Door de ramen zoek ik naar een glimp van hem. Misschien zet hij net het vuilnis buiten? Ookal is hij dan misschien geblurred, nog nooit was ik zo dichtbij.

Ik vraag aan mijn ventje of hij misschien deze zondag met mij richting Brussel wil tenen om er deurbellen aandachtig te bestuderen. Bel ik aan? Misschien moet ik een briefje maken à la ‘gezocht: mijn kat’ maar dan ‘gezocht: mijn vader’. Ik blijf het debiel vinden dat ik het internet en straten afschuimen moet omdat ik zogezegd niet het recht heb om te weten waar ik vandaan kom.

Schermafbeelding 2020-03-19 om 19.24.35.png
In aanloop van de father-sightseeing citytrip zend ik wat berichtjes uit naar mensen op facebook waar ik van vermoedde dat ze hem in het echte leven kennen. Eén iemand reageerde op mijn berichtje en we bellen.

Ik licht hem toe waarom ik op zoek ben naar iemand die hij kent. Hij vertelt me dat hij zich wat ongemakkelijk voelt om te vertellen over een oude vriend aan een onbekende. Ik snap hem ergens ook, ookal weet ik van mezelf dat mijn intenties echt oprecht zijn.

En dan zegt hij mij het volgende: ‘ik vind het jammer u dit te moeten zeggen, maar hij is een tijdje geleden overleden’.
Mijn bloed trekt weg richting hart om de net plaatsgevonden scheur te bepleisteren. ‘Overleden zegt u?’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Dat is jammer, niet alleen voor hem zelf en de mensen die hem gekend hebben’ terwijl ik tevens denk ‘maar ook heel jammer voor diegenen die hem graag hadden gekend’.

‘Mocht u zijn biologische dochter blijken te zijn, dan wil ik u gerust wel een keertje ontmoeten om over hem vertellen’ sloot hij het gesprek af. Een soelaas voor iemand die hem zo graag ontmoet had, als broodkruimels die van tafel vallen.

Groet,
Steph

Computer says no(t related)

Nog nooit was ik zo ver uit mijn goal gekomen. Never ever had ik gedacht zo dicht tegen mijn onbekende familie te zitten. Voor wie mijn zoektocht een beetje volgt, weet dat ik vorige zomer via een toevallige vondst door mijn zus op LinkedIn op een man ben gebotst die toch wel wat fysieke gelijkenissen met zowel mijn volle broer als halfbroer vertoont.

Voor donorkinderen die vandaag willen weten zijn er maar twee mogelijkheden: ofwel zoeken via DNA of zoeken naar mensen die op je lijken. Die laatste dien je dan nog wel met een DNA test te verifiëren want het kan ook zijn dat die fysieke gelijkenissen louter op toeval berusten. Om het toeval wat uit te sluiten zocht ik naar foto’s van andere familieleden om na te gaan of daar ook gemeenschappelijke fysieke kenmerken konden vastgesteld worden. Na wat zoekwerk van een vriend (Max De Bie, hier is je eervolle vermelding 😉 ) vond ik foto’s van onder meer zijn vader als zijn neven. Ik kan je alleen maar meegeven dat de aanblik ervan niet alleen mij maar ook anderen kippenvel bezorgde. Nog nooit heb ik me zo kunnen weerspiegelen in mensen die ik nooit heb gekend.

Het zou even duren voor ik contact durfde te leggen. Maar uiteindelijk sprong ik, want wat had ik te verliezen? Yep, niets. Ik verzond een bericht en niet veel later werd er heen- en weer gemaild. Uiteraard was mijn eerste vraag: hebt u ooit sperma gedoneerd? Kwestie van meteen met de deur in huis te vallen. Hij kon mijn directheid appreciëren, maar moest me teleurstellen daar hij nooit gedoneerd had.

Hij vond het jammer dat hij me de antwoorden waar ik zo naar op zoek was niet geven kon. Ik legde uit dat hij me wel verder kon helpen door een test bij een DNA databank te overwegen. Want ook al was hij niet mijn biologische vader, mijn roots konden in zijn familie liggen. Ik weet het, het was een wilde gok maar het was er één die ik moest wagen. Want verder in dubio leven helpt niemand vooruit doch geef ik toe dat de finale antwoorden me ergens angst ook inboezemen. Onwetendheid biedt je op een verknipte manier ook veiligheid omdat je er al zo lang in vertoeft. Maar fuck it, we gaan voor the truth and nothing but the truth.

Ik zond hem een DNA test welke haast meteen met het nodige wangslijm richting databank vertrok. Het leuke aan de databank is dat je het traject van je test kan volgen: van toekomen, tot het doorlopen van alle stappen en het uiteindelijke resultaat. De test is daar 11 september gearriveerd. Vandaag ken ik de uitslag. Ik kan niet ontkennen dat ik met bepaalde verwachtingen uitkeek naar het moment dat we in elkaars matches verschijnen zouden.

07c09564126487520dced287468562be--mom-and-me-ugly-duckling.jpg

Maar tot mijn grote spijt zegt het resultaat dat we totaal niet aan elkaar verwant zijn. Zelfs niet in de verste verte wat de hoop om mijn afkomst daar te vinden doet smelten als sneeuw in de zon. We delen zelfs geen verre achter-achter-achter-achter neef of nicht met elkaar. Wat had ik hen graag in mijn boom kunnen hangen. Maar het is wat het is, doch regent het vanbinnen wel een beetje. Voor donorkinderen liggen hoop en teleurstelling vaak dicht tegen elkaar. Als het peper en zout vaatje dat standaard naast ons bord werd gezet. Zout voor de wonden, en wat peper als je een opflakkering in mogelijk vinden ervaart. Het is absurd dat zovelen van ons dezelfde eenzame lijdensweg voorgeschoteld krijgen.

Bij deze ga ik terug naar ‘Start’ op het grote kennis-Monopoly spel van de industrie zonder iets te ontvangen. Met de dobbelstenen in de hand blijf ik echter hopen dat de kaarten ooit in mijn voordeel zullen vallen.

Met een ‘toch wel wat hard aan het balen’-groet,
Steph

Schermafbeelding 2019-10-02 om 07.40.07.png

 

Help, ik heb een halfzus (en weet ff nog niet wat ik hiermee moet)

Zaterdag landde ik met het vliegtuig terug op Belgische bodem. Ik had er net twee dagen Genève op zitten om er de rechten van mensen die uit donorconceptie en draagmoederschap geboren worden te bepleiten. Vlak voor de aankomsthal in de luchthaven kwam ik de woorden ‘do you have something to declare’ tegen. Even hield ik halt en keek ik om me heen. Ja, ik had iets aan te geven. Iets wat ik nog niet bij me had toen ik vertrok: ik kwam namelijk met de kennis over een halfzus terug.

Een halfzus, ik kan er nog steeds niet bij. Het kwam weer zo onverwacht, maar nu precies onverwachter omdat ik het echt niet had verwacht. Na de match met mijn halfbroer nu een jaar geleden was ik gewoon geworden aan hoe mijn lijst met DNA matches er nu uit ziet. Omdat ik iets meer DNA met de halfbroer dan met mijn zus deel, staat hij nu reeds een 400 dagen lang boven aan de lijst te prijken. Onder hem, maar daarom niet minder belangrijk staat mijn zus. Nog steeds met haar verticale foto waardoor de linkerkant van mijn nek ook dit jaar meer lichaamsbeweging kreeg dan de andere kant.

Vrijdagochtend, ik was vroeg wakker en beantwoordde een vraag over een DNA match van iemand uit onze groep. Ik bedacht me dat er misschien bij mij ook wat nieuwe matches uit de hemel waren gevallen, maar dan eerder in de lijn dat ik de grote schatkaart richting biologische vader misschien iets scherper ingesteld kon krijgen.

Ik refreshte mijn lijst aan matches en werd gewaar dat hij er iets anders uitzag dan daarvoor. Boven mijn zus zag ik twee DNA matches staan. Van boven stond nog steeds de halfbroer, maar tussen hem en mijn zus stond een nieuwe match. Het duurde even voor de woorden naast het gedeelde DNA me doordrongen. Er stond halfzus, nicht of tante.

Ik las haar naam en zag haar leeftijd. Zij kon geen nicht of tante zijn. Neen, dit is een match met een halfzus. Even blinde paniek. Even niet goed weten  wat te doen. Ik appte de meiden van de Donor Detectives. Meteen daarna volgde een telefoontje aan het thuisfront. Manlief en kinderen zaten net aan de ontbijttafel toen ik met de deur in huis viel: “Ik denk dat ik een halfzus heb”.

Schermafbeelding 2019-09-24 om 00.46.18.png

Het voelde zo raar. Ik was er niet aan toe. Daar zat ik dan helemaal alleen en gereed voor een dag vol besprekingen met allerlei mensen die ik niet ken, terwijl zich net een aardverschuiving in mijn bestaan had plaatsgevonden. Zaterdag had ik zelfs ook nog een presentatie te geven. Op één of andere manier heb ik een automatische schakelaar ingebouwd die wisselen kan in een versie van mezelf die op dat moment nodig is. Echt dealen met stuff kan ik pas als ik mezelf de tijd en ruimte voor geef. En zelfs dan nog: mijn rugzakje heeft heel wat verborgen compartimenten.

Ik appte mijn zus om haar het nieuws mee te delen. Ook hier weer een vreemd gevoel. Het bracht me terug naar de tijd dat zij me opbelde om te vertellen dat ze een match met een halfzus had. Haar grootste bezorgheid toen was dat ik me gekwetst of zelfs gepasseerd zou voelen. Wat niet is natuurlijk. Maar iemand nieuw doet bestaande structuren bewegen. Binnenin voelt het alsof loyaliteit en nieuwsgierigheid met elkaar in strijd gaan.

Ik ben trouw aan diegenen die me dierbaarst zijn. Doch kan ik de lokroep naar antwoorden over mezelf niet negeren. Wel weet ik dat die twee best naast elkaar kunnen en mogen bestaan. Maar ik heb tijd nodig om te weten wat ik zelf wil dan me te laten sturen door wat anderen (van me) willen.

Ergens heb ik het vermoeden dat zij mogelijks ook een donorkind is, maar ik weet niet of ze dit zelf al weet. Ik maak me zorgen om haar. De kans zit er in dat ze de match heeft gezien en het kwartje is beginnen te vallen. Ik geef het nog wat tijd voor ik de hand uitreik.

Groet,
Steph

Terug-(bl)-ik

30 juni 2016. Ik zie mezelf daar nog zitten in die overvolle trein op weg naar een meeting in Brussel. De meeting was die dag een bijzaak daar er iets veel grootster speelde. Het was namelijk dè dag dat ik eindelijk voor de resultaten van onze DNA-test kon bellen.

Mijn drielingsbroer, – zus en ik hadden namelijk een maand daarvoor de binnenkant van onze wangen vakkundig laten schrapen om te kunnen achterhalen of we dezelfde biologische vader hadden. “Huh?”, hoor ik je denken.  Het vermoeden dwaalde al langer in mijn gedachten rond. Ik wou een zwart op wit antwoord daar ik ondertussen weet dat artsen maar ook naasten niet altijd even eerlijk zijn. Zeker niet, als er iets toegedekt moet worden.

De eerste drie weken van wachten gingen nog, maar naarmate D(NA)-day eraan kwam, ontpopten de rupsen in het lijf tot een onrustige vlindertuin.  Ik kon bellen vanaf 9u. Maar daar zat ik dan tussen al die mensen in de wagon. Omdat ik vond dat mijn geduld echt wel al lang genoeg op de proef gesteld was, dacht ik “F*ck it, ik bel gewoon. Ik zie mensen toch niet meer terug en wie weet houden zij er een good dinner story aan over”.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.07.45.png

Met mijn verificatiecode in de hand bel ik het nummer dat op het kaartje vermeld stond. De secretaresse neemt op. Ik probeer mijn zenuwachtigheid te onderdrukken en vraag naar de resultaten. Ze tokkelt op het klavier. Er valt een stilte. ‘Ik vind u niet terug in het systeem. Is het goed dat de professor uw straks even opbelt?’.  Teleurgesteld stem ik daar mee in. Van binnen denk ik ‘Typisch dat ze weer mij niet vinden. En kak, wat als er een fout is gebeurd en de resultaten er niet zijn dan moeten we nog langer wachten’.  De trein komt aan en wat droef zet ik mijn weg verder.

De meeting vond plaats in een restaurant. Ik bedacht me dat ik geen cash geld bij me had en sprong nog even snel een bankcontact binnen. Opeens gaat mijn gsm af. Op het scherm zie ik het 016 zonenummer. Ik neem op. De professor stelt zich voor en vertelt dat de resultaten binnen zijn. Hersenen als emoties trachten van een ‘terug naar af’ naar een ‘brace yourself’ modus te schakelen. De innerlijke versnellingspook blijft even steken.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.19.27.png

Hij zegt: “Sophie heeft een andere biologische vader dan jij en je broer.”. Ik sta verstomd en weet het ff niet meer. “Gaat het met je?” hoor ik de professor vragen. “Ik weet niet hoe het nu met me gaat. Dit had ik niet zien aankomen. Ik had altijd gedacht dat als we verschillende vaders hadden, ik diegene was met een andere vader, niet mijn zus of mijn broer. Dit herschikt weer alles.” De professor wenste me sterkte toe. Needless to say dat die dag in mijn ziel gegrift staat.

Nu drie jaar later kijk ik terug op zoveel emoties, heb ik zoveel van me afgeschreven maar er werd ook gevonden. Mijn zus heeft ondertussen haar biologische vader en 5 halfzussen getraceerd (de kinderen van de man in kwestie trouwens meegeteld).  Ikzelf heb een eerste halfbroer bij toeval gevonden. Maar ik loop vandaag ook met een groot buikgevoel rond dat ik bijna weet wie mijn biologische vader is. Het is een kwestie van de losse eindjes aan elkaar te knopen. Zou ik al die jaren eindelijk mijn cirkel rondkrijgen?

Groet,
Steph

Docu Three identical strangers: eentje om te zien, want anders geloof je het niet

Wat als je een identieke broer of zus rondlopen hebt zonder dat je van elkaars bestaan afweet? Het is een wending die je most likely in een fictiereeks verwacht, maar zou dit ook in het echte leven kunnen? 

De documentaire Three Identical Strangers neemt je mee op de rollercoaster van drie broers en hun familie. Wie goed oplet, zal bij aanvang hartslagen horen als een omen dat er naar het hart gegrepen zal worden.

Als eerste ontmoeten we Bobby. Hij zet zich neer, kijkt recht in de camera en tracht te vertellen wat hij vandaag nog steeds niet volledig uitgelegd krijgt omdat het zo absurd en twisted is.   

58 jaar geleden werd hij geboren, maar het lot zou pas verschijnen als hij op 19 jarige leeftijd de campus van de hogeschool oploopt. Nooit was hij echt een populaire jongen. Dat een hoop onbekenden hem die dag ontzettend hartelijk begroetten, deed vreemd maar dat lag misschien aan de omgang daar? En toen zei iemand “Welcome back Eddy”. Dat was raar, doch is Bobby zich nog van niets bewust.

Er wordt op de deur van zijn studentenkamer geklopt. Bobby draait zich om. In de deuropening staat een jongen wiens aangezicht bleek slaat. Het is Michael die niet kan geloven dat de dubbelganger van zijn beste vriend Eddy voor zijn neus staat. Hij vraagt Bobby of hij geadopteerd en wanneer hij jarig is. ‘Ja, ik ben geadopteerd en geboren op 12 juli’, repliceert Bobby. Zelfs het Joods adoptiebureau blijkt hetzelfde te zijn.

Wat volgt is verstomming, fascinatie en euforie als een sprint naar het dichtstbijzijnde telefoonkotje om Eddy het nieuws mee te delen. Michael en Bobby besluiten die avond om nog naar hem toe te rijden. Zenuwen gieren, het gaspedaal stevig ingedrukt.

1530915174150-1-TIS_Courtesy-of-NEON.jpeg
En dan heb je daar die eerste foto van hun twee samen. De natuurlijke cohesie tussen hen is instant duidelijk en laat niet onberoerd. De beste vriend van Eddy omschrijft het als twee spiegelbeelden die oog in oog met elkaar staan. De omgeving vervaagt. Wat er overblijft zijn twee broers die altijd al bij elkaar hoorden.

Het duurt niet lang of het onwaarschijnlijke verhaal wordt door een krant opgepikt. Niet zo ver daar vandaan botst een vriend op een zekere David en overhandigt hem een krantenartikel met de woorden ‘Looks familiar?’. Het artikel gaat over de tweelingsbroers die elkaar onverwacht vonden. David is eerst wat sceptisch maar kijkt dan naar de foto bij het artikel. Hij herkent zichzelf en langzaam aan begint het door te dringen. Hij denkt: ‘Wauw. Dit is groots en kan geen toeval zijn’.  Bij thuiskomst zit zijn moeder met hetzelfde krantenartikel klaar. 

David besluit contact te zoeken met één van de jongens. Hij belt en krijgt uiteindelijk de moeder van Eddy aan de lijn. ‘Hallo, ik ben David. Is Eddy thuis?’. ‘Neen. Wie en waarom bel je?’ vraagt ze. ‘Wel, mijn naam is David. Ik ben ook geadopteerd èn jarig op 12 juli. Ik zie twee van mezelf als ik naar de foto in de krant kijk’. Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoort David haar zeggen: ‘OMG, they are coming out of the woodwork’. Wat zoveel wil zeggen als: ze blijven maar komen.

Schermafbeelding 2019-06-21 om 22.25.21.png
Het duurt niet lang voor de drie jongens elkaar ontmoeten. Voor eenieder is het duidelijk: ze behoren elkaar toe en eindelijk bij elkaar. Eén van hun tantes benoemt de scheiding letterlijk als deprivation: een beroving.

De media heeft een field day met het opvoeren van de drieling en het hartverwarmend sprookje dat ze belichamen. Het was Eddy die stelde: ‘Ofwel wordt dit een geweldig of afschuwelijk verhaal.’ Hij kon niet dichter tegen de uiteindelijke waarheid zitten.

Aangetrokken door gelijkenissen lijken ze meer clones dan broers van elkaar. Opvallend is dat naast hun parelle levens ze in totaal verschillende gezinnen opgroeiden. David werd door laaggeschoolde ouders grootgebracht, Eddy kwam in een matig geschoold middenklas gezin terecht en Bobby belandde bij hooggeschoolde tweeverdieners. Alle broers hadden een twee jaar oudere geadopteerde zus.

Hun adoptieouders waren de eersten die kritische vragen begonnen te stellen. Want hoe kon het dat een identieke drieling op 6 maanden van elkaar gescheiden werd en ze nooit verteld kregen hun zoon nog broers had?

Ik kan en wil geen spoilers weggeven, maar wat ik je wel kan vertellen is dat de schaduwzijde van hun verhaal donkerder is dan je ooit voor mogelijk achtte. Een rilling van herkenning had ik toen één van de ouders vertelde dat hij had gezien hoe de mensen van het adoptiebureau champagne zaten te toasten nadat ze succesvol de onthulling van de waarheid hadden kunnen afwenden. Het bracht me terug naar mijn eigen verhaal waar dezelfde flessen opengetrokken werden en schouderklopjes uitgedeeld als het zoveelste donorkind verwekt was. 

Deze documentaire moet je zien, want anders geloof je het niet. Daarnaast je krijgt ook een inzicht over hoe het voor een geadopteerde of donorkind is om te achterhalen dat jouw belangen nooit echt van tel zijn geweest. En hoe het Gods complex van anderen mensenlevens fundamenteel tekenen kan.

Groet,
Steph

De docu Three Identical Strangers wordt door Dalton Distribution verdeeld en kan je vanaf 26 juni gaan zien in:

 

Uitslag bekend, afkomst (nog steeds) onbekend

We hebben er lang op moeten wachten, de uitslag van de DNA test met de zus van de halfbroer. Ons geduld werd echt op de proef gesteld. Net op het moment dat ik de onrust wat heb kunnen laten varen en niet meer stond af te tellen, kreeg ik een appje van de zus.

Ze liet me weten dat de resultaten binnen waren, en dat het mysterie rond mijn afkomst nog niet opgelost was, integendeel. Haar broer blijkt slechts half verwant aan haar te zijn. De printscreen van hun DNA-match dat ze me toestuurde, bevestigde die conclusie.

Het nieuws kwam bij haar als een mokerslag binnen. Hoe kan haar broer nu slechts half verwant aan haar zijn, terwijl haar ouders hun nooit de indruk hadden gegeven dat hun oorsprong verschillend lag?

Ik werd overmand door een droefheid voor hen, omdat ik als geen ander weet hoe het voelt om erachter te komen dat een voorgeschotelde realiteit niet meer dan een halve leugen blijkt te zijn. Maar ook het besef dat je broer of zus een helft van zichzelf met een hoop onbekenden deelt waar jezelf niets mee deelt, is me ook niet vreemd.

Die avond heb ik met mijn halfbroer gebeld om te horen hoe het nieuws bij hem was binnengekomen. Hij had altijd gezegd dat hij met elke wending ok was. En lord and behold: voor hem verandert het niets. Wel was hij aangedaan door hetgeen het bij zijn zus teweeg had gebracht.

Ondertussen werd bij hun moeder verhaal gehaald. We wisten dat ze het moeilijk had gehad om zwanger te worden. Zij en haar man hadden namelijk ‘hulp’ nodig gehad bij het krijgen van hun eerste kind, maar we wisten niet wat dit exact had ingehouden.

Aanvankelijk vertelde ze dat het waarschijnlijk om vergissing bij de fertiliteitsarts zou gaan. Hij zou een verkeerd spermastaal of cocktail van verschillende stalen hebben toegediend. Zelf was ze in shock door die vaststelling.

Ik wou graag met haar praten en kreeg van haar kinderen de toestemming haar te ontmoeten. En zo teende ik vorige zondag richting haar huis. Ik zag een kleine en oudere dame die het fascinerend vond dat ik groot was. Voor zij die me ooit ontmoet hebben, groot ben ik niet echt. Maar als je zelf klein bent, lijkt al de rest uiteraard groot.

Ze zag niet meteen gelijkenissen tussen haar zoon en ik. Ik vroeg haar of ze me kon vertellen bij wie ze 40 jaar geleden was langs geweest om haar kinderwens in te vullen. Ze liet me weten dat zij en haar man verschillende jaren hadden geprobeerd om zwanger te geraken. Na twee miskramen werden ze uiteindelijk via hun gynaecoloog naar een specialist doorverwezen.

Dit bleek fertiliteitsarts Robert Schoysman te zijn. Laat dit nu net de arts zijn die mijn ouders aan ook kinderen had geholpen. En toen zei ze: ‘Niemand zou er ooit achter komen’. Ik vroeg door. ‘Hoe bedoelt u: niemand zou erachter komen?’. ‘Wel, dat er een cocktail van het sperma van mijn man en een andere man zou toegediend worden’, repliceerde ze. ‘Dus u wist dat u werd behandeld met een cocktail van verschillende spermastalen?’, vroeg ik haar.

Ze gaf toe dat Schoysman haar en haar man had voorgesteld om bij de volgende eisprong met een cocktail van spermastalen te insemineren. Het zaad van haar man zat mee in de cocktail om toch nog de kans of illusie te wekken dat indien er een zwangerschap uit volgde het kind mogelijks toch van haar man zou kunnen zijn.

Ze werd zwanger van de eerste inseminatie. De zwangerschap verliep voorspoedig en liep zelfs uit: de halfbroer zag pas het levenslicht 10 dagen na de uitgerekende bevallingsdatum. Ikzelf ben een maand te vroeggeboren wegens te weinig plek door broer en zus. Mijn moeder werd geïnsemineerd in mei ’78. Zijn moeder dus een maand eerder. Zou het zaad dan toch in verschillende rietjes in een tank hebben gestoken of was het een man die vers aan huis leverde?

 

assorted_miniature_plastic_babies.jpg

Ik vroeg haar hoeveel zij hadden moeten betalen. Ze vertelde me dat ze van de arts mochten geven wat ze wouden. Spontaan dacht ik aan de dansende Hare Krishna’s die ooit mij pad hadden gekruist: die vroegen ook altijd wat je voor een boek wou geven. Maar hier ging het niet om één of ander boek, het ging om één of ander kind. Zijn ouders zijn er wel goedkoper van af gekomen dan de mijne.

De mama gaf toe dat ze altijd het vermoeden had gehad dat haar zoon niet van haar man afstamde. Haar echtgenoot had echter nooit die twijfel gehad: hij beschouwde hem en de latere zus, die er wel natuurlijk kwam, als gelijk.

Ze zei me dat haar zoon het haar kwalijk nam dat ze hem hierover niet had ingelicht. ‘Het was een geheim, volgens de arts zou het top secret blijven’ pleitte ze in haar voordeel. ‘Dingen die enkel op jouw leven slaan mag je inderdaad voor jezelf houden. Maar dit gaat over hem. Als ouder heb je de plicht je kind te informeren of zaken die hem of haar aanbelangen, zelfs al druisen ze tegen jouw belangen in. Je zoon heeft alle recht om je de leugen kwalijk te nemen en jij hebt het recht niet (meer) om je achter het onderonsje te verschuilen.’ hoorde ik mezelf opwerpen.

Zelf wou ze niet zoeken naar de onbekende man die haar een kind had geschonken. Alle informatie die ze ooit van de arts over hem had ontvangen had ze ondertussen al lang verbrand.

Ze was er ook van overtuigd dat we hem nooit zouden kunnen vinden. Ik lichtte haar toe dat haar zoon net verwant is aan dat ene donorkind dat mee een organisatie oprichtte om onbekende vaders te traceren. En dat ik er eentje ben dat door zal blijven graven tot ik gevonden heb.

‘Of ik de identiteit van onze biologische vader zou meedelen eens ik hem gevonden heb?’ vroeg ze me. ‘Tuurlijk’, was mijn antwoord, ‘want ook jij hebt het recht te weten wie hij is, maar ik zal het eerst aan je zoon en je dochter vertellen’.

Groet,
Steph

cropped-mailchimp-header-1-2.jpg

Soundtrack van mijn zoektocht – part 8

Hey,

Gelukkig is de schaduw een vertrouwde plek, want je kan niet altijd in het zonlicht staan. Op zoek naar een deken dat me omhult en me de troost biedt die ik af en toe gewoon heel hard nodig heb.

  1. Gravity – John Mayer
  2. No rain – Blind Melon
  3. When you gonna learn – Jamiroquai
  4. Het doet me toch iets – Bazart (Radio 1 sessie)
  5. Poplife – Prince
  6. The Living Years – Mike & The Mechanics
  7. Don’t give up – Peter Gabriel (ft. Kate Bush)

Groet,
Steph

4013ba158ed01f6c24a263383d7b8f4c