Blank space

Het nieuws dat ze geen contact met me wensen heeft er hard ingehakt. Ik nam afstand en tijd om wonden te verzorgen. Ik schreef hen nog één laatste bericht.

Dag XX,

Het is even geleden dat ik je mailtje heb binnengekregen. Ik heb nog niet gereageerd want toen mijn leven na je mailtje even stil viel, kwam het hele land door de COVID-19 epidemie tot stilstand. Ik werk in een cruciale sector en het was alle hens aan dek om onze medewerkers (verder) te helpen. De sluiting van de scholen deed de werk/gezin/vrije tijd-balans ook wat wankelen.

Nu structuur wat is terug gekeerd, neem ik het klavier nog een keertje ter hand om je te schrijven. Je mail deed me verdriet, niet zozeer omdat je geen contact wil (daar kan ik jou of een ander niet toe verplichten) maar omdat je mijn vraag niet harder had kunnen afketsen.

Ik ben niet op zoek naar contact, ik ben enkel op zoek naar een mogelijkheid om een fundamentele vraag over mezelf eindelijk te kunnen beantwoorden. Het is een vraag die me nu al 16 jaar bezig houdt, misschien in mijn onderbewustzijn nog langer. Het tekende me omdat ik niet weet wie ik ben daar ik niet weet waar ik echt vandaan kom. Daarnaast beïnvloedde het gegeven familiale relaties, maar ook andere banden bleven niet onaangetast.

Mijn leven staat los van het jouwe en omgekeerd, doch bevind ik me op een kruispunt met jouw familie. Ik vraag niet om paden naast elkaar te laten lopen, maar gewoon om te willen helpen zodat ik (weer) verder kan. Mijn onderzoek doet me ondertussen vermoeden – maar 100% zeker ben ik niet – dat je oom of je grootvader mogelijks mijn biologisch vader zou kunnen zijn. Ik denk eerder je oom gezien de leeftijd en het gegeven dat hij in Brussel studeerde toen ik verwekt werd.

Ik kan er zelf niet aandoen dat ik mijn afkomst niet ken, daar ben ik namelijk niet verantwoordelijk voor. Diegenen die hier wel een aandeel in hadden zijn ondertussen overleden. Ik zou niet liever willen dat je oom of grootvader nog leefden, dan kon ik hen mijn vraag rechtstreeks voorleggen. Maar dat gaat niet (meer), hoe hard ik altijd heb verlangd mijn biologische vader in levende lijve te kunnen ontmoeten.

De kern van mijn vraag naar jou (of jullie toe) is een vraag van empathie en wat bereidwilligheid. Ik hoef niets van jullie (geen geld, geen elkaar moeten leren kennen of andere zaken). Ik ben ook bereid om de DNA-test te betalen. De uitslag van zo een test is op geen enkele manier bindend: niet op juridisch maar ook niet op emotioneel vlak. Zijn we niet aan elkaar verwant, dan weet ik dat dat de antwoorden ergens anders moeten liggen. Of als je weet hebt dat je oom kinderen had, dan kan ik hen hierover bevragen. Voor zover ik weet had hij er geen.

De afgelopen jaren heb ik mijn zoektocht redelijk publiekelijk gedeeld. No worries: ik ben altijd zeer discreet als ik iets neerpen of een interview geef. De afgelopen blogs gaan over de ontwikkelingen van vorige maand. Misschien krijg je dan een beter beeld over mezelf en intenties. I really mean no harm.

Met vriendelijke groet,
Steph
78cd5fcb54acb0455d7f8da63a67264d

Broodje afwijzing

Het is meer dan een week geleden dat ik met één van mijn vermoedelijke nichten belde. Weer slaat de twijfel toe: had ik wel naar het juiste emailadres gemaild? Misschien wou ze me wel contacteren maar kon ze niet omdat ik tijdens het telefoongesprek mijn gsmnummer niet had vermeld.

Ik besluit terug te bellen. Deze keer zit ze niet aan haar bureau en vraag ik haar collega mijn naam en nummer te noteren. Een dag gaat voorbij en ik hoor of lees niets van haar. Die avond stuur ik haar een tweede mailtje en ga ik wachtronde 5 in. 

Er gaat een dag voorbij. Ik plof mijn tas neer en vertel mijn gezin dat ik nog altijd niets heb vernomen. Na het avondeten neem ik mijn laptop ter hand. Rechtsboven zie ik een pop up mail-icoontje met haar naam verschijnen. Ze heeft terug gemaild. Stress slaat me om het hart. Ik durf het bericht niet te openen. Mijn elfjarige dochter pakt de computer, opent de mail en leest hem voor. 

Hallo Steph,

Zowel mijn moeder, zus en ikzelf hebben jouw mail gelezen. Wij wensen echter geen contactname en hopen dat u dit zal respecteren.

Met vriendelijke groet, XX

76664766_xl-kopie-604x270.jpg

Mijn hart breekt doch probeer ik me sterk te houden. Ik zie in de ogen van mijn kinderen en manlief dat ze beseffen dat ik net afgewezen werd, maar begrijpen doen ze het niet. Ze komen rond me staan om de net ingeslagen krater met hun liefde te kunnen opvullen. Ik wuif hun bezorgdheden weg, zeg dat het me niet veel doet omdat ik toch nog een plan B heb klaar staan. 

Die avond leg ik mijn kinderen te slapen. Ik kijk naar mijn dochter en voel de tranen op zwellen. Ze legt haar hand op mijn arm en tracht me met haar blik te troosten. Ik zeg haar dat ik niet droevig wil zijn, maar dat ik het wel ben. Dat het me verdriet doet om zomaar opzij geschoven te worden nog voor ik hen oprecht mijn verhaal en vragen voorleggen kan. Dat ik meer en beter verdien dan de manier waarop ik behandeld wordt. Dat ik er niet aan kan doen dat ik besta – ik had er namelijk geen enkel aandeel in – en me afvraag waarom net de mensen bij wie ik (h)erkenning zoek me precies constant het gevoel geven dat ik er niet mag zijn.

Als een broodje dubbele afwijzing: aan de ene kant heb je mijn niet-biologische familie die me verwierp omdat ik hun bloed en genen niet had, aan de andere heb je mijn biologische familie die niet met mijn bestaan geconfronteerd wil worden. Als een straathond word je keer op keer aan de kant geschopt.

Maar ik ben er en ben het beu om altijd voorzichtig met iedereen rekening te moeten houden terwijl die ander vaak niet bereid is hetzelfde te doen. Tuurlijk had ik mijn vragen rechtstreeks aan mijn potentiële biologische vader willen stellen, maar hij is naar alle waarschijnlijkheid overleden. Ik had hem kunnen kennen, maar ik mocht niet. Meer nog: een hoop mensen hebben ontzettend hun best gedaan om het me (ons) zo moeilijk mogelijk te maken.

Ik heb het recht om te weten waar ik echt vandaan. Me negeren, cuplpabilseren of afwijzen doet me niet verdwijnen.

Groet,
Steph

Hello from the other side?

Zes dagen geleden reed ik naar het huis van iemand waarvan ik vermoed verwant aan te zijn. Ze was niet thuis dus liet ik een brief achter. Ik merk dat ik iets regelmatiger naar mijn telefoon en mails ga kijken. Zou ze mijn brief hebben gelezen? Hoe lang zou ik moeten wachten voor ze iets van zich laat horen? Bij elk onbekende beller schiet mijn hartslag de hoogte in. Instinctief check ik elke ruimte op de mogelijkheid me apart te kunnen zetten mocht ze bellen.

Maar ze belt niet. Mijn inbox blijft leeg. Wat nu? De 1207 search leverde me niet alleen aan adres, er stond ook een telefoonnummer bij vermeldt. Ik besluit haar te bellen, maar wanneer? Ik stel nog even uit. Net na het werk? Neen, dan niet want dan moet ik naar huis fietsen. Als ik thuis ben gekomen? Neen, want dan moeten we eten. Na het eten? Ja, dat kan of toch maar niet?  Vragen en antwoorden pingpongen door het hoofd. Mijn maag draait in een knoop.

Ik overleg met manlief en stel hem de vraag waarom ik me zo zenuwachtig voel. Is omdat uiteindelijke antwoorden binnen handbereik liggen, me stress geeft? Wat maakt me zo onzeker? Ik weet het niet. Ik haal me vroegere momenten voor mijn geest dat me als stoere griet typeren. Neen, ik hoef me voor niets te schamen, ik kan en mag dit.

images.jpeg

Ik druk haar telefoonnummer in en begeef me naar de gang in ons huis waar ik op de trap ga zitten. De beltoon gaat, ik voel mijn hart pompen en ik haal diep adem. Ik bedenk me dat ik me zoveel beter ga voelen als ik haar aan de lijn heb gehad en het eerste gesprek heeft plaatsgevonden.

Er wordt opgenomen. Een vrouwenstem begroet me en ik zeg: ‘Goedenavond, spreek ik met XX?’. De lijn valt weg. Even denk ik dat het een slechte verbinding was en bel ik terug. Ze neemt niet meer op. Ik neem me voor om het de komende dagen het nog keer te proberen.

Groet,
Steph

Alternatieve route

Ondertussen heb ik de stamboom van mijn vermoedelijke biologische grootouders uitgewerkt. Zelf  hadden ze twee kinderen maar hun familie telt ook een handvol achterneven en -nichten. Voorzichtig verstuur ik wat berichten uit in de hoop contact te leggen.

Om dat mijn vermoedelijke biologische vader overleden is en zijn beide ouders niet meer leven, ligt het sluitend antwoord mbt mijn afkomst bij het dichtst mogelijke familielid. In mijn geval is dat zijn zus.

Op het overlijdensbericht van hun moeder vind ik een adres terug. Een 1207 search bevestigt wat ik dacht: het is het adres van zijn zus.

Ik besluit om op een zondagmiddag er naar toe te rijden. De stress slaat rond mijn maag. Angst en onzekerheid proberen twijfel te zaaien. Het is gek hoe de aanhoudende verloochening van je gevoelens, rechten en verlangens door anderen jezelf hebben wijsgemaakt dat het donker de plek is waar je thuishoort. Het is de plek die je werd aangewezen en je uiteindelijk ook hebt aangemeten.

Maar ik heb geen jaren gezocht en geploeterd om onder een steen te kruipen, zeker niet nu ik zo dicht ben. Ik stel een brief op voor het geval ze niet  thuis is en bak mijn lekkerste cake. Want stel dat ze thuis is en me binnen laat, dan hebben we toch iets om bij de koffie te serveren.

Het stormt op de baan. Ik volg de route die mijn gps aangeeft en besef dat hij hier waarschijnlijk ook vaak heeft rondgereden. Het doet vreemd. De hartslag gaat de hoogte in als ik de straat van zijn zus inrij. Ik parkeer mijn wagen en veeg mijn zweethandjes aan mijn broek af. Ik haal diep adem, stap uit en wandel richting haar voordeur. De rolluiken zijn naar beneden.

Er hangen twee deurbellen. Eén lijkt kapot. Op de andere staat haar achternaam. Oef, ik zit juist. Nog 1 keer diep adem halen, ik druk op de bel.

Mijn hart gaat hard te keer en probeer mezelf te kalmeren. Ben benieuwd om haar te zien en misschien iets van mezelf, mijn kinderen of van de anderen te herkennen. Maar de deur blijft dicht. Ook de rolluiken blijven onaangeroerd. Ze is niet thuis. Ietwat teleurgesteld steek ik mijn brief in haar brievenbus.

Nu hopen en wachten dat ze hem leest en contact met me opneemt.

Groet,
Steph

images.jpeg

 

(p.s.: deze blog is voor de COVID19-pandemie geschreven)

Droevige mama 

De afgelopen weken waren ook niet makkelijk voor mijn kinderen. Ze zagen me vroeger al een aantal keren verdrietig, deze week was toch anders. Leven met een open hart – of ik het nu zelf heb opengezet of er een gat werd ingeslagen – doet intens leven en beleven. Ze kennen mijn hoogtes en laagtes. Samen vormen we een geheel en zijn we meer dan enkel de delen samen.

Ze zijn een spiegel, hoe confronterend dit bij momenten kan zijn. Ze leren me zoveel: niet alleen over zich- en mezelf, ze leren me ook wat belangrijk is en wat minder. Het leven gaat niet altijd hoe je het zelf wil. Daar waar geluk is, zit ook verdriet. Verdriet mag er zijn, want dat wil zeggen dat er liefde was ookal kwam het misschien slechts van één kant.

Maar kinderen zouden hun ouders niet hoeven te troosten, omdat de ouders van hun ouder hen met een leegte opzadelde. Ze weten dat het verdriet dat ik in me draag, niet door hen komt. Integendeel, ze zorgen er net voor dat ik het kan kanaliseren, als kraantjes op een emmer gevuld met tranen.

Ze zitten naast me op de rollercoaster van mijn zoektocht. Met zakdoeken en knuffels bij de hand, proberen ze me ook de andere dingen te laten zien die ik misschien uit het oog verlies omdat pijn je nu eenmaal in een holletje doet kruipen. Zo heeft mijn dochter een popje gemaakt dat ik meenemen kan zodat ik niet alleen ben. De keren dat zoonlief over mijn rugje is komen wrijven om me te vertellen dat het niet zo erg is dat hij mogelijks is overleden, kan ik niet meer op mijn vingers tellen.

Ik heb verdriet om wat niet is, nooit is geweest en niet meer kan zijn. Ik rouw, doch is het heden waar ik me aan dien vast te houden. Het is het hier en nu dat telt. Ik heb de kans om mijn kinderen te kennen, voor hen te zorgen, van hen te houden en er voor te zorgen dat we zoveel mogelijk samen kunnen beleven. Want het zijn die momenten die hen troost zullen bieden als ik er zelf niet meer ben.

Groet,
Steph

moer_bg-650x337.jpg

 

Soundtrack van mijn zoektocht – part 10

Muziek was en is een rode draad doorheen al die jaren van zoeken, denken, vinden en voelen. Voor zij die er nood (of troost) aan hebben:

Groet,
Steph

crying-anime-girls-3164.jpg

Doodgeboren vader 

Ik had mezelf voorgenomen dat als ik mijn biologische vader uiteindelijk zou vinden ik mijn collega’s zou trakteren. Dat en confetti. Er liggen al jaren een aantal confetti-schieters klaar om gelanceerd te worden mocht ik eindelijk die fundamentele vraag over mezelf kunnen beantwoorden. 

Maar dit voelt niet aan als een feest. Integendeel. Het lijkt een geboorte en begrafenis tegelijkertijd. Als een koffietafel met suikerbonen of beschuiten. Het is koesteren maar ook meteen afscheid moeten nemen. Als een doodgeboren kind maar dan in omgekeerde richting: een doodgeboren ouder. Zo lang en zo hard naar verlangd. Ik zocht met als doel om hem te kunnen ontmoeten, begroeten, bekijken, bevragen, … Niets van dit alles valt mij of hem te beurt. Hij is er niet meer en zal nooit meer zijn. Man, wat wou ik dat er een teletijdmachine of de spaceraket van Kommil Foo echt bestond. 
 
Wist hij dat ik bestond? Heeft hij zich ooit iets afgevraagd? Had hij het willen weten? Lijken we op elkaar? Had hij me graag willen ontmoeten? Hoe heeft hij zijn laatste levensjaar beleefd? Was hij alleen toen hij stierf? Aan wat is hij gestorven want sterven doe je namelijk niet op zulke jonge leeftijd. 
 

Het is vreemd rouwgevoelens te ervaren voor iemand die ik niet heb gekend of waar ik 100% zeker van ben dat hij het echt is. Maar er is niemand anders in de boom die het kan zijn. Dit is iets meer dan een vermoeden of een wilde gok. Het is DNA die me de weg heeft gewezen.

Door mijn research weet ik dat hij een zus heeft. Zijn ouders zijn helaas al overleden. Er zit niets anders op dan contact met haar te zoeken in de hoop dat ze openstaat om te helpen in het finaal kunnen weten en niet langer te gissen.

Ik ben bang voor de volgende stap, bang voor de deur in het gezicht, bang voor de blinde vlek, de woekering in hart en hoofd, … Als donorkind ben je getraind het slechtste te denken of te verwachten. Het is jezelf beschermen, als het op voorhand in je huid krassen zodat het dikker wordt en een volgende weerslag beter geïncasseerd wordt. Wat je niet doorhebt is dat de zelf aangemeten eetlaag een arsenaal aan interne blauwe plekken toedekt. Misschien onzichtbaar voor het oog, des te harder voelbaar van binnenuit.

Ik duw het nog even voor me uit. 

Groet,
Steph 

1*lzamQ9Id-C6HD5MbzppfgQ.jpeg

Is hij dood?

Het nieuws van zijn overlijden slaat in als een bom. Dit kan toch niet waar zijn? Ik zoek online naar zijn rouwbrief maar vind er geen. Misschien is hij toch niet dood? Misschien is hij helemaal niet mijn bio vader. Momenteel heb ik enkel matches langs de vaderlijke tak van zijn boom. Andere kinderen komen nog in aanmerking.

Ik graaf en google. Ik vind niets terug. Het kan toch niet dat hij overleden is? Hij was jong, niet ouder dan 60 jaar. Een paniek slaat me om het hart. Het einde van mijn zoektocht is toch niet het graf van mijn biologische vader? Ik vraag vrienden om me te helpen, maar ook zij vinden niet meteen iets dat op een vroegtijdig vertrek aanstuurt. Hoop overwint het van angst. Eerst trachten te achterhalen of ik me zorgen maak om de juiste persoon.

Mijn drielingsbroer had een verre DNA match in één van de databanken. Een hele tijd terug had ik contact met die match opgenomen in de hoop de kunnen achterhalen waar onze bomen elkaar mogelijks sneden. De man was zo lief om te reageren en deelde de achternamen van zijn voorouders mee. Er was 1 achternaam die me meteen opviel. Had ik die niet ergens tegen gekomen? Ik ging mijn bomen af en zag dat de grootmoeder van mijn vermoedelijke vader langs moederszijde dezelfde achternaam had.

‘Laat het niet waar zijn’, hoor ik mezelf smeken: ‘Laat niet net daar die boom de andere kruisen …’ Ik blader door online geboorteregisters op zoek naar aanknopingspunten. Het duurt niet lang voor ik de link ontdek: de overgrootvader van mijn vermoedelijke vader was de broer van de overgrootvader van die verre DNA match. Mijn hart zakt in mijn schoenen. Het kan nu bijna niet meer anders dan dat hij mijn biologische vader moet zijn.

Hij is dood. Hij bestond, liep rond maar nu niet meer. Ik ga snel terug naar zijn facebookprofiel. Daar zie ik dat zijn laatste openbare post van november 2016 dateert. Ik ben al van 2012 superactief aan het zoeken … de tijd en ruimte waar ik zo lang en zo hard op zoek naar was, is me in een flits ontnomen. Just like that en onomkeerbaar.

Mijn hart breekt in stukken als de puzzel die ik trachtte te leggen. Misschien was het voorbestemd?

Groet,
Steph

unnamed.jpg

 

Van 2 takken naar 1 straat 

Ik zoek me plat naar de zoon van mijn vermoedelijke biologische grootvader. Zij die mijn vorige blog lazen, merkten op dat hij niet op de doodsbrief van zijn moeder vermeld stond. Veel aanknopingspunten heb ik dus niet.
Ik google zijn naam. De search leidt me naar verschillende mannen met dezelfde naam. De online ‘Wie is het?’-versie kan beginnen. Ondertussen ook horendol van het zoeken naar foto’s van onbekenden waar ik mezelf, of mijn broers als halfzus in herken. Ik heb er al zo vaak naast gezeten dat ik mijn intuitie niet meer durf te vertrouwen. Enkel zwart op wit-bewijs zal uitsluitsel kunnen brengen.

Ik stoot op een man met zijn naam op Facebook. Geboren in het buitenland maar nu wonende in Brussel. Ik vind een foto welke me aantoont dat het gaat om de zoon van de man beschreven in het boek van de journalist die ik contacteerde. Hij moet het zijn.

Ik kijk naar zijn profielfoto. De goden kunnen me niet harder uitlachen: het is een foto van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt. Really? Moet het zo? Ik moet het doen met de vorm van de handen en de neus die ik door zijn handen kan ontwarren.

Zijn er neusale gelijkenissen? Met de mijne alleszins niet. Misschien met die van mijn halfbroer, als je je ogen half dichtknijpt. Ik stuur hem een facebook-vriendschapsverzoek en een berichtje. Ik wacht, maar geen antwoord noch een vol vinkje verschijnt onder de eerste woorden die ik aan hem richt.

Omdat een hardware-iaanse blokkade me niet tegenhouden kan, google ik me te pleuris. Ik stoot op een artikel waarin een man met zijn naam aan het woord komt. Het gaat om een protest dat hij startte nav de afbraak van een huis in de buurt. Zou dit de straat zijn waar hij woont?

Google-maps is slechts één click verwijderd. Digitaal wandel ik door ‘zijn vermoedelijke straat’. Door de ramen zoek ik naar een glimp van hem. Misschien zet hij net het vuilnis buiten? Ookal is hij dan misschien geblurred, nog nooit was ik zo dichtbij.

Ik vraag aan mijn ventje of hij misschien deze zondag met mij richting Brussel wil tenen om er deurbellen aandachtig te bestuderen. Bel ik aan? Misschien moet ik een briefje maken à la ‘gezocht: mijn kat’ maar dan ‘gezocht: mijn vader’. Ik blijf het debiel vinden dat ik het internet en straten afschuimen moet omdat ik zogezegd niet het recht heb om te weten waar ik vandaan kom.

Schermafbeelding 2020-03-19 om 19.24.35.png
In aanloop van de father-sightseeing citytrip zend ik wat berichtjes uit naar mensen op facebook waar ik van vermoedde dat ze hem in het echte leven kennen. Eén iemand reageerde op mijn berichtje en we bellen.

Ik licht hem toe waarom ik op zoek ben naar iemand die hij kent. Hij vertelt me dat hij zich wat ongemakkelijk voelt om te vertellen over een oude vriend aan een onbekende. Ik snap hem ergens ook, ookal weet ik van mezelf dat mijn intenties echt oprecht zijn.

En dan zegt hij mij het volgende: ‘ik vind het jammer u dit te moeten zeggen, maar hij is een tijdje geleden overleden’.
Mijn bloed trekt weg richting hart om de net plaatsgevonden scheur te bepleisteren. ‘Overleden zegt u?’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Dat is jammer, niet alleen voor hem zelf en de mensen die hem gekend hebben’ terwijl ik tevens denk ‘maar ook heel jammer voor diegenen die hem graag hadden gekend’.

‘Mocht u zijn biologische dochter blijken te zijn, dan wil ik u gerust wel een keertje ontmoeten om over hem vertellen’ sloot hij het gesprek af. Een soelaas voor iemand die hem zo graag ontmoet had, als broodkruimels die van tafel vallen.

Groet,
Steph

Van een heel bos naar slechts 2 takken

Het gaat snel, het snoeien in het doolhof dat de afgelopen drie jaar een dagelijkse routine is geworden. De grootvader van mijn laatste DNA match bracht me naar zijn broers en zussen. In totaal had hij er 5. Slechts twee ervan kregen ook kinderen. Voorlopig heb ik het raden naar hoeveel dat er precies zijn want op een doodsbrief vond ik enkel de woordelijke vermelding van ‘kinderen’ naast hun naam. Als alles een beetje meezit is 1 van hen mijn biologische vader. Ik schuim het internet af op zoek naar kruimels van hun bestaan, maar het is niet makkelijk. Her en der vind ik de puzzelstukken die van de delen een geheel maken. Zou het me dan toch echt lukken?

Bij 1 van de broers vind ik enkel 1 kind doch viel het gezinsgeluk hem meervoudig te beurt. Enige tegenstrijdigheid duikt op als ik het overlijdensbericht van zijn echtgenote vind. Op de doodsbrief wordt slechts 1 kind vermeld: een dochter.

Een volgende google search brengt me naar een scriptie met een citaat uit een boek van een Belgische journalist. In het citaat wordt de broer met naam genoemd. Hij spreekt er over zijn vrouw en kind-eren. Zou deze persoon dè persoon zijn wiens kinderen ik zoek?

Ik neem met de journalist contact op en bel hem. We praten over de man die hij een twintig jaar geleden voor zijn boek heeft geïnterviewd. Hij kan hem zich namelijk nog tamelijk goed herinneren. Niet veel later vertel ik hem waarom ik op zoek ben naar die persoon: de man die hij ooit heeft gesproken zou mogelijks mijn biologische grootvader kunnen zijn. De journalist stuurt me zijn boek in pdf door. Een Crtl + F brengt me naar 15 fragmenten over hem en zijn gezin. Daar spreekt hij over twee kinderen: een meisje en een jongen.

Beide kinderen zagen het levenslicht midden jaren ’50. De leeftijd klopt, nu nog de locatie.

Groet,
Steph

labyrinth-2730731__340.png