U heeft nieuwe DNA matches!

Zij die reeds in een commerciële DNA databank geregistreerd staan kennen de opflakkering in hoofd en hart wanneer een mail met zulk onderwerp je postvak instroomt. Tot op heden was ik zulke automatisch gegeneerde update-mails altijd voor omdat ik regelmatig rechtstreeks in de lijst van matches ging kijken.

Ik verwachtte dus geen echt grote verrassingen toen mijn gsm me liet weten dat er nieuwe matches waren bijgekomen. Ik scrolde in het bericht naar beneden en zag opeens 191 cM onder een onbekende naam staan. 191 cM? Dat is meer dan die match van 104 cM waar ik de afgelopen 3 jaren een heuse stamboom wist rond te bouwen.

Ik log in en ga naar het overzicht van mijn matches. Ja, hij staat er tussen. Meteen ga ik na of ik deze match deel met mijn drielingsbroer, halfbroers en halfzus. Yep, hij matcht ook met hen, zelfs meer dan met mij. In click op het profiel en zie een kleine stamboom staan. Ik zie hem en een vermelding van ouders als grootouders langs zijn moederskant. De voor- en achternaam van de grootvader trekken mijn aandacht. Ik denk na en bedenk me dat ik die ergens al eerder ben tegengekomen.

Ik ga naar de stamboom van mijn vorige grootste match en probeer te achterhalen of de grootvader van mijn nieuwe match er in voorkomt. Fuck! De namen en hun echtgenotes komen overeen.

Twee bomen die elkaar kruisen. Het hart gaat een versnelling hoger. Ik besef dat door het raakpunt als grote in DNA match de schatkaart naar mijn onbekende biologische vader aanzienlijk kleiner is geworden. Is er dan eindelijk land in zicht? Zou in die familie mijn oorsprong dan echt liggen?

Groet,
Steph

12112236_994994877208503_4672561897852604077_n.jpg

 

Een nieuwe halfbroer (!)

Ken je het gevoel wanneer je op een roetsjbaan zit, eentje waar je bent ingestapt omdat je dacht dat het al bij al zou meevallen, maar bij elke bocht de rit net iets heftiger wordt? Je kan er niet af en begint te vrezen dat de stelling vroeg of laat samen met jou ineen zal stuiken. Je hunkert naar een moment dat iets minder hard mag gaan. Hoe gek dit misschien ook klinkt maar de komst van een nieuwe halfbroer deed me terug weer een beetje naar adem happen.

Even onverwacht als de vorige keren zag ik een nieuwe naam bovenaan de lijst van matches verschijnen. Even weer die verwarring, toch nog keer dubbelchecken of ik effectief naar mijn lijst aan het kijken was, maar toen ik de namen van de eerste twee onder zijn naam geparkeerd zag, drong het door. Een nieuwe halfbroer is zonet in de lijst van DNA-matches verschenen.

In zijn profiel had hij zijn naam vermeld als een indicatie van leeftijd opgegeven. Zou hij ook in 1979 geboren zijn? Waren zijn ouders ook langs Schoysman gepasseerd? Zou hij weten dat hij een donorkind is?

Ik breng mijn halfbroer en halfzus op de hoogte. Of het ok is dat ik met hem contact maak? Beiden hebben er geen problemen mee. Voorzichtig stuur ik hem een eerste berichtje.

Het duurt twee dagen voor hij reageert. Zijn reactie is open, hartelijk en eerlijk. Hij weet nog niet zo lang dat hij een donorkind is. De test deed hij uit nieuwsgierigheid maar had nooit gedacht dat hij meteen met halfbroers of -zussen zou matchen. Emailadressen en telefoonnummers worden uitgewisseld.

Al snel volgen de eerste foto’s. Ik vind dat hij er Hollands uitziet en niet echt op mij of de anderen lijkt. Maar dan zijn er weer mensen rondom me die wel gelijkenissen (denken te) zien. Ben benieuwd om hem een keertje in levenden lijve te ontmoeten.

Ik vind hem alleszins wel leuk. Officieel is hij nu de jongste van ons groepje, hij is namelijk in 1981 geboren. Een week geleden wist ik niet van zijn bestaan af, en nu is er is geen ontkennen meer aan. Ik heb een halfbroer en ik ben er blij mee.

Groet,
Steph

Unknown.jpeg

De dag na de ontmoeting met mijn halfbroer (insert dramatic music here)

Gisteren rond deze tijd verschenen de eerste kriebels in de buik. Ik denk dat ik drie keer van outfit ben veranderd om dan terug te eindigen met hetgeen ik als eerste keuze had klaargelegd. En dan hop, de fiets op naar de afgesproken locatie in Antwerpen. De weergoden waren me iets minder goed gezind dan ik had gehoopt, dus in volle regen-plunje en met een grote bezorgdheid over mijn haar en make-up stelde ik mezelf uiteindelijk gerust dat ze de wilde look eventueel ook zouden kunnen appreciëren.

Ik zeg ‘ze’ want zijn zus kwam ook mee. Yep, hij heeft een zus waarvan ik nu nog niet weet of ze ook mijn (half)zus is. Vrijdag had ze me al wat privé WhatsApps-jes gestuurd waarin ze meedeelde dat ze best toch ook wel nieuwsgierig was: naar mij als persoon en het waarom onze levens elkaar kruisen. Ze kondigde aan dat zij en haar broer best wel verschillend waren: zij is eerder een spring in t’ veld, extravert, eentje dat eerder doet en dan pas denkt. Haar broer is eerder gereserveerd, een observator, afwachtend maar ook iemand met een warm hart.

Ik was iets vroeger in het caféetje dan gepland. Het liet me toe om de haren toch wat beter in plooi te krijgen en een tafeltje te kiezen waar we het meest op ons gemak zouden zitten. Strategisch had ik me richting voordeur gezet zodat ik ze kon zien binnenkomen. In afwachting van hun komst, sloeg ik ter afleiding mijn pc open. Ik betrapte mezelf dat ik toch wel wat zenuwachtig begon te worden. Mijn fellow Donor Detectives stuurden nog snel een berichtje dat ik niet mocht vergeten ervan te genieten.

FullSizeRender.jpg

De deur ging open. Ik herkende hen en liep ze tegemoet. Hoe begroet je mensen die je nooit gekend maar waarvan DNA-testing uitwijst dat je aan elkaar verwant bent? Ik liet mijn gevoel spreken en gaf zijn zus een grote knuffel en de traditionele 3 kennismakingszoenen. Haar broer kreeg enkel de drie zoenen (ik  ben niet zo voor het knuffelen van vreemde mannen 🙃).

Soit. Ik begeleidde hen naar tafeltje en stelde voor dat ze over mij gingen zitten zodat we elkaar goed konden bestuderen. Ze waren openhartig: over zichzelf, over het leven dat ze tot op heden had gekend, hun jeugd en de relatie met hun ouders. Zijn zus nam vooral het woord, maar dat was helemaal niet erg. Beiden hebben ze een cynisch gevoel voor humor dat ik wel smaken kan en voor een stukje ook herken.

Wat me meteen opviel toen hij woord nam, is dat hij echt wel trekken van mijn broer heeft. Ikzelf heb nooit gevonden dat ik fysiek op hem lijk. Misschien het voorhoofd en de aanleg voor moedervlekken, maar voor de rest vind ik niet dat je aan ons ziet dat we volle siblings zijn. Ook in de foto’s van vroeger zie ik haast geen gelijkenissen tussen ons: hij was blond met blauw/groene ogen, ik had bruin haar en bruine ogen. Wat wel keer op keer vreemd doet is dat in bepaalde foto’s mijn zoon hard op mijn broer wegheeft. Soms zijn de gelijkenissen zo treffend dat het lijkt alsof iemand zich Photoshop-gewijs heeft uitgeleefd.

Maar terug naar het caféetje in Antwerpen. Zijn lichaamspostuur deed me aan die van mijn broer denken maar ook zijn lichaamstaal evenals de kleine bewegingen die hij met zijn handen maakte als hij aan het woord was, verrasten me. Mijn broer kan in conversaties zijn bovenlichaam en schouders ook naar achter trekken. Raar om een kenmerk waarvan ik dacht dat deze aan één iemand eigen was bij een ander op te merken. Ik hoop van harte dat we ooit allemaal eens een keertje samen kunnen afspreken om te nagaan of het klopt wat ik zie en het niet louter een projectie van me is.

Zijn zus had een resem foto’s mee: van hun ouders, grootouders en van toen ze klein waren. Ze vertelde dat ze de afgelopen week was beginnen graven in documenten en haar licht had opgestoken bij mensen die mogelijks meer konden vertellen. Zo wist ze dat hun ouders moeite hebben gehad om zwanger te worden. Na een aantal miskramen kregen ze met ‘een beetje hulp’ hun eerste kind: een zoon. Wat die hulp was had ze niet kunnen achterhalen. Haar moeder is namelijk al op leeftijd en haalt fictie en realiteit soms door elkaar. Nooit is er bij hen thuis gesproken over een specialist noch over een behandeling met donormateriaal. 2 jaar na de geboorte van haar broer werd haar moeder natuurlijk zwanger van haar. Zij werd omschreven als het mirakel kind, eentje dat er zogezegd nooit had kunnen komen zonder hulp.

Broer en zus lijken fysiek niet echt op elkaar. Het verschil in uiterlijk heeft hun jeugd wel gekenmerkt. Zo passeerde de zin ‘jij moet er eentje van de facteur zijn’ ook bij hen regelmatig de revue.

Hun vader is ondertussen overleden, aan hem kunnen ze dus niets meer vragen. De zus heeft de afgelopen week contact opgenomen de vroegere beste vrienden van haar vader. Eén van hen had wel iets bijzonders te vertellen. Haar vader zou voor een bevriende fertiliteitsarts in de jaren zeventig sperma hebben gedoneerd. Het niet dezelfde arts als diegene die mij, mijn broer en zus verwekt heeft, doch situeert deze arts zich ook in het Brusselse. Sperma werd in die tijd al ingevroren en door artsen onderling uitgewisseld. Ik ben momenteel naarstig op zoek naar een of dè link tussen hen beiden.

In afwachting van dit alles blijft natuurlijk de vraag hoe het precies komt dat we aan gelinkt werden. Samen denken we dat er 2 opties mogelijk zijn: ofwel werd mijn halfbroer ook verwekt met donormateriaal zonder dat dit hem ooit werd meegedeeld, ofwel is hun vader mijn biologische vader.

Two-Roads.jpg

Tapdansend tussen die twee opties, hebben we gisteren getracht het antwoord te kunnen afleiden in hetgeen we vandaag de dag al weten èn wat werd afgetoetst bij onze dierbaren. Zo denkt de halfzus en haar fanbase dat mijn onderkin als lippen d’office het familiekenmerk is dat ik van haar vader heb overgeërfd. Aan andere kant heb je het verhaal van de broer die zich altijd als een vreemde eend in het nest heeft gevoeld. Het kwartje kan nog steeds aan beide kanten vallen. Kwestie van de spanning erin te houden. I always liked suspense thrillers, dus waarom dit ook niet toepassen op het leven?

De zus heeft zelf nog geen DNA-test gedaan. Haar broer heeft ondertussen wel voor haar een test gekocht. Mocht hij dat niet gedaan hebben, dan stak er eentje in mijn rugzak klaar om aan haar te geven. Binnenkort zal ze haar wangen schrapen en de stalen richting de DNA-databank opsturen in de hoop dat haar DNA een antwoord bieden kan op vragen die reeds lang sluimeren.

Needless to say dat ik benieuwd ben, maar vooral blij om aan de andere kant van de wand twee lieve als fijne mensen te mogen ontmoeten. En dat ongeacht hoe dit verhaal verder verlopen zal, ik alvast vind dat meer dan enkel wat DNA ons met elkaar verbindt.

Groet,
Steph

(Ik wou in mijn voetnoot even de schoonvader van de halbroer bijzonder bedanken dat hij wegens fascinatie en interesse voor genealogie gans zijn familie voorzag van een DNA-test. Dit deed hij om zijn stamboom accurater en voller te krijgen. Ondertussen is die familie wild enthousiast over de match en de wending die ook hun boom wat meer swung geven zal.)

ThankYouTree.jpg

Wanneer takken elkaar raken

Ik was er al een tijdje naar op zoek: het raakpunt tussen de stambomen van 2 afzonderlijke DNA matches. De ene woont in Canada, de andere komt uit België. Met de eerste match deel ik 104 cM, met de ander 32,3 cM. Beiden hebben een andere achternaam, doch deed hun genetische verwantschap maar ook het gegeven dat de achternaam van de kleinste match in de ander zijn stamboom voortkwam me vermoeden dat ze ergens een gemeenschappelijke voorouder hadden. Het vinden van dat raakpunt in beide stambomen zou mijn zoektocht vergemakkelijken daar het me toelaat me enkel te focussen op net die tak waar mijn biologische vader in hangt.

Zondagavond op de bank was het zover. Met 1 oog op de tv en het andere op het scherm van mijn laptop ging ik aan de slag met de kruimels mijn kleinste DNA match in zijn profiel kenbaar had gemaakt. Veel was dat niet, enkel de achternamen van diens ouders. Na een kleine google search kon ik ook hun voornamen achterhalen. Niet veel later vond ik de grootouders van zijn vader. Daarna grasduinde ik door openbare officiële archieven om zeker te zijn dat ik niet op een fout spoor zit. Ondertussen ken ik al aardig mijn weg doch blijft het echt speurwerk.

goed-projectmanagement.jpg

En dan het moment dat je een aantal keren grondiger naar het scherm zit te staren: in de 5e generatie van mijn kleinste match had ik prijs. Daar bleek diens over-over-overgrootvader getrouwd te zijn met de zus van de overgrootmoeder van mijn grootste DNA match. Ik had al een groot vermoeden in welke tak van de familie ik zoeken moet, doch geeft dit raakpunt me het eerste onomstotelijke bewijs dat ik juist zit. Love it when DNA proves you right.

Dus nu ga ik verder aan de slag om die tak haarfijn uit te bouwen daar ik weet dat eens ik alle deeltakjes in beeld brengen kan, ik hem onvermijdelijk vinden zal. Hope to see you soon, dad 😉.

Groet,
Steph

All you need is … een beetje hulp?

Met 3422 zijn ze al, de nieuwe familieleden van me die ik vond naar aanleiding van mijn grootste DNA match. En hoe fijn het ook is om wat gesnoeide takken uit mijn stamboom eindelijk zichtbaar te krijgen, de gouden tak waar mijn biologische vader in hangt heb ik jammer genoeg nog niet kunnen lokaliseren.

Ik heb hier ook wat zitten vloeken daar de generatie waar mijn zoektocht zich nu op focust net die generatie is die zich uitgebreid heeft voortgepland. Gezinnen met 5 tot 9 kinderen, die elk op hun beurt evenveel kinderen hebben gekregen, net omdat kindersterfte in 1800-1890 zo hoog lag.

Om me gerichter een weg te kunnen banen in het kluwen van families heb ik besloten een bijkomende boom uit te bouwen van een andere DNA match. Als ik er in slaag om de gemeenschappelijke voorouder tussen de twee bomen te pinpointen, dan weet ik met een grote zekerheid dat aan die tak mijn vader hangen moet en hoef ik niet alle takken even minutieus uit te werken. En zo geschiedde: ik begon aan een tweede (mirror) tree. Die boom telt ondertussen een 1200-tal bijkomende familieleden.

Groot was de euforie toen ik op een gemeenschappelijke achternaam botste. De adrenaline vierde hoogtij. Zou het, kon het? Met de schop in handen groef ik naar de gemeenschappelijke voorouder. Helaas vond ik er geen. En toen botste ik op een 2e, 3e, 4e, 5een 6egemeenschappelijke achternaam.

believe_me_you_leave_me____by_the_wild_monster-d36y7z4.jpg

Het duidelijk dat ik in de juiste families aan het zoeken ben, doch is het mateloos irritant en vooral vermoeiend om niet dat ene echte raakpunt te vinden. De familienamen die in beide bomen voorkomen zijn Hoornaert, De Ly, Grymonprez, Devolder, VanKeirsblick en Van Coille. Uit 1 van deze takken is de familie van mijn biologische vader ontsprongen.

Het is een soort van levensecht ‘Wie is het?’-spel geworden. In de plaats van te vragen of hij kaal is of een snor heeft, hoop ik weldra de juiste oer-familie te vinden zodat meer plaatjes naar beneden kunnen en ik eindelijk staren kan naar ogen die (her)ken.

Groet,
Steph

 

Mijn zus heeft een zus

Mijn zus heeft een zus. Een andere zus dan ik. Een zus die ik niet met haar deel omdat zij met elkaar een helft delen die wij niet gemeenschappelijk hebben. Iets meer dan een jaar geleden ontdekten we dat ondanks de vertoeving in dezelfde buik op hetzelfde moment geen garantie was op dezelfde afkomst. De arts diende nl. een spermacocktail van verschillende mannen toe. Resultaat: onze drielingsbroer en ik hebben een andere vader dan mijn zus Sophie.

phie.png

Ik kan me de dag en het moment nog herinneren dat ik haar opbelde om haar te vertellen dat het DNA-onderzoek uitgewezen had dat zij de verschillende vader had. Meteen na het breken van het nieuws zocht ik troostende woorden zodat het ‘alleen’-gevoel dat ze mogelijks ervaren zou meteen verzacht kon worden. ‘Het verandert niets tussen ons’, ‘Je blijft en bent mijn leukste zus ongeacht wat en wie we nog vinden zullen’ waren enkele van de pleisters die op een oude wonde werden gelegd. Een wonde die we in wezen al van in het begin van ons leven meedroegen alleen werd ze pas veel later zichtbaar en dieper dan aangenomen.

Onze zoektochten scheidden zich: zij op zoek naar haar vader en eventuele halfjes en ik naar de mijne. Ondertussen staan we beiden in de DNA databank Family Tree DNA en Gedmatch en zijn we onze vermoedelijke vaders op het spoor. Eerst die code kraken en dan de uitbreiding in tantes, nonkels, grootouders, broers, zussen, …  aangaan.

En toen dat onverwachte telefoontje. Met een grap en een grol nam ik op. Mijn zus was aan het huilen en ik meteen in paniek. ‘Ik heb een halfzus’ hoorde ik door haar tranen, ’maar je blijft mijn enigste leukste zus’ wierp ze me als tweede zin toe. ‘Hoe? Je hebt een haflzus gevonden? Waar en hoe dan?’ repliceerde ik enthousiast. ‘Ze staat sinds gisteren tussen mijn lijst van matches. Ik deel meer DNA met haar dan ik met Bernhard of jou deel’.

Haar echte identiteit bleef tot de na de middag voor ons nog even verborgen. Het gebruikte accountprofiel had een te abstracte naam, haar toegevoegde emailadres was nog vager. Een flipperkast aan vragen schoot in actie: zou ze ook een donorkind zijn, of misschien is ze het ‘echte’ kind van de biologische vader. Zou ze zelf haar match al gezien hebben?

Overspoeld door een instant nieuwsgierigheid en een eigen verlangen om iemand te zien waarin ik mijn zus zowel van binnen als van buiten spiegelen kan. Oprecht benieuwd naar wie ze is en het verhaal dat zij met zich meedraagt. Ik zag het al zo vaak van op een afstand bij andere donorkinderen. Nu is eindelijk één van ons beiden aan de beurt. Een heel gamma aan nieuwe gevoelens wordt voor het eerst ervaren, het bord voor de zoveelste keer herschikt.

Maar het doet ook heel vreemd en wat verdriet. Niet omdat mijn zus (eerder) vond, maar omdat dit de absurditeit en complexiteit zeer concreet maakt. Dit is geen fictie, dit is onze realiteit. Het is kennen en niet langer meer ontkennen. Zolang iets niets zichtbaar is, kan het weggestopt worden. Opgeborgen in een doosje wordt het meer dan vaak naar het kleintste hoekje van ons bestaan geschoven hetzij door onszelf of door anderen.

En dan is het daar: het eerste rechtstreekse contact tussen mijn zus en haar. Ze vertelt dat ze ook een donorkind is en dat ze haar biologische vader zoekt. Haar mail wordt ondertekend met haar echte naam. Die leidt ons naar een eerste foto.

Twee lieve ogen staren me aan. Het zijn ogen die ik herken, het zijn de ogen van mijn zus. Maar ook haar wangen, glimlach, kin, neus… gelijken op de hare. Het is raar om naar een vreemde te kijken die meteen als vertrouwd aanvoelt. Ik wil haar ooit  ontmoeten en in mijn leven begroeten. Ze is dan niet meteen mijn zus, maar ze hoort bij mijn zus. En iedereen die bij mijn zus hoort, hoort ook een stukje bij mij.

Steph

FullSizeRender 3.jpg

OMG – Ik heb een … een match(!)

Omdat je elke kans niet onbenut mag laten, stuurde ik enkele maanden geleden mijn DNA op naar een aantal internationale DNA-databanken. Bij elke bank dien je je eerst te registreren en krijg je je eigen profiel/account toegewezen (een beetje zoals facebook maar dan eentje waar DNA aan gekoppeld wordt). Je bent vrij om gegevens aan je profiel toe te voegen: naam, foto, stuk van je stamboom, …

Het duurt ongeveer een 4- tot 8tal weken voor je DNA verwerkt is. Eens verwerkt, krijg je per mail een verwittiging en kan je aan de slag.

Uiteraard ga je eerst naar je ‘matches’ kijken. Dit zijn de profielen van de mensen waarmee je DNA gemeenschappelijk hebt. Het leuke aan deze banken is dat aan elke match ook een graad van verwantschap wordt toegekend. Deze wordt op basis van de gedeelde hoeveelheid DNA bepaald. Zo staat mijn zus Phie in de lijst van matches geregistreerd als half sibling of halfzus. Mijn broer staat dan weer geregistreerd als volle broer.

En toen ging ik kijken naar mijn volgende dichtste match. Het was kerel uit Canada. Ik keek naar de graad van verwantschap: 2nd to 3rd cousin. In gewone mensentaal betekent dit wij in verwantschap tot 4 generaties van elkaar verwijderd zijn. Eén van zijn over-overgrootouders, is de overgrootouder van mijn biologische vader.

untitled.png

Dit betekent dus ook dat als ik zijn stamboom kan optekenen, ik mijn vader naar alle waarschijnlijkheid er in kan terug vinden.

‘Maar hoe je effectief aan de slag?’ hoor ik je tot hier denken. Wel, je kan ofwel je match contacteren en verzoeken om zijn of haar stamboom met je te delen, maar soms vind je al het eerste aanknopingspunt in diens profiel.

Zo vond ik er de namen van zijn ouders terug. Nog nooit ben ik zo dankbaar geweest dat Google bestaat, want na 2 zoekopdrachten had ik voor -, achternaam, geboortedatum en -plaats van het gezin ontdekt. En dan zoek je verder, het net afschuimend op zoek naar overlijdensberichten uit een familie die met me ondanks onbekend wel verwant aan me is.

genealogy-194x300.jpg

Elk overlijdensbericht bevat de kruimels die de weg bepalen. Langzaam en bedachtzaam bouw ik verder aan de stamboom waarvan een tak me niet alleen naar mijn vader zal leiden, het zal me ook naar grootouders, nonkels, tantens, neven, nichten, halfzussen en -broers brengen.

Sommige DNA-databanken hebben een handige stamboomtool, maar ik heb besloten om gebruik te maken van My Heritage. Dit is een online platform dat toelaat om per familielid informatie te bundelen zoals geboortedatum, plaats, werk, naam van partner, …

Heel wat andere mensen zitten in hetzelfde platform naarstig aan hun eigen stamboom te werken. Van zodra iets van persoonsgegevens in mijn boom overeenkomt met een persoon uit hun boom, kan je ze met elkaar vergelijken en zelfs ontbrekende informatie overhevelen.

Het is zoals het leggen van puzzelstukken. Soms vind je in de doos twee stukken die nog aan elkaar hangen. De puzzelstukjes werden misschien door een ander gelegd , maar ik kan er mijn puzzel wel sneller door leggen.

Vanaf heden heb ik er dus een nieuwe hobby bijgekregen: het maken van stambomen. Een tijdrovend werkje dat wel, maar wetende dat ik op een dag zal stuiten op de naam van mijn vermoedelijke vader doet me die kruimels najagen welke me het pad tonen.

Groet,
Steph