Blank space

Het nieuws dat ze geen contact met me wensen heeft er hard ingehakt. Ik nam afstand en tijd om wonden te verzorgen. Ik schreef hen nog één laatste bericht.

Dag XX,

Het is even geleden dat ik je mailtje heb binnengekregen. Ik heb nog niet gereageerd want toen mijn leven na je mailtje even stil viel, kwam het hele land door de COVID-19 epidemie tot stilstand. Ik werk in een cruciale sector en het was alle hens aan dek om onze medewerkers (verder) te helpen. De sluiting van de scholen deed de werk/gezin/vrije tijd-balans ook wat wankelen.

Nu structuur wat is terug gekeerd, neem ik het klavier nog een keertje ter hand om je te schrijven. Je mail deed me verdriet, niet zozeer omdat je geen contact wil (daar kan ik jou of een ander niet toe verplichten) maar omdat je mijn vraag niet harder had kunnen afketsen.

Ik ben niet op zoek naar contact, ik ben enkel op zoek naar een mogelijkheid om een fundamentele vraag over mezelf eindelijk te kunnen beantwoorden. Het is een vraag die me nu al 16 jaar bezig houdt, misschien in mijn onderbewustzijn nog langer. Het tekende me omdat ik niet weet wie ik ben daar ik niet weet waar ik echt vandaan kom. Daarnaast beïnvloedde het gegeven familiale relaties, maar ook andere banden bleven niet onaangetast.

Mijn leven staat los van het jouwe en omgekeerd, doch bevind ik me op een kruispunt met jouw familie. Ik vraag niet om paden naast elkaar te laten lopen, maar gewoon om te willen helpen zodat ik (weer) verder kan. Mijn onderzoek doet me ondertussen vermoeden – maar 100% zeker ben ik niet – dat je oom of je grootvader mogelijks mijn biologisch vader zou kunnen zijn. Ik denk eerder je oom gezien de leeftijd en het gegeven dat hij in Brussel studeerde toen ik verwekt werd.

Ik kan er zelf niet aandoen dat ik mijn afkomst niet ken, daar ben ik namelijk niet verantwoordelijk voor. Diegenen die hier wel een aandeel in hadden zijn ondertussen overleden. Ik zou niet liever willen dat je oom of grootvader nog leefden, dan kon ik hen mijn vraag rechtstreeks voorleggen. Maar dat gaat niet (meer), hoe hard ik altijd heb verlangd mijn biologische vader in levende lijve te kunnen ontmoeten.

De kern van mijn vraag naar jou (of jullie toe) is een vraag van empathie en wat bereidwilligheid. Ik hoef niets van jullie (geen geld, geen elkaar moeten leren kennen of andere zaken). Ik ben ook bereid om de DNA-test te betalen. De uitslag van zo een test is op geen enkele manier bindend: niet op juridisch maar ook niet op emotioneel vlak. Zijn we niet aan elkaar verwant, dan weet ik dat dat de antwoorden ergens anders moeten liggen. Of als je weet hebt dat je oom kinderen had, dan kan ik hen hierover bevragen. Voor zover ik weet had hij er geen.

De afgelopen jaren heb ik mijn zoektocht redelijk publiekelijk gedeeld. No worries: ik ben altijd zeer discreet als ik iets neerpen of een interview geef. De afgelopen blogs gaan over de ontwikkelingen van vorige maand. Misschien krijg je dan een beter beeld over mezelf en intenties. I really mean no harm.

Met vriendelijke groet,
Steph
78cd5fcb54acb0455d7f8da63a67264d

Is hij dood?

Het nieuws van zijn overlijden slaat in als een bom. Dit kan toch niet waar zijn? Ik zoek online naar zijn rouwbrief maar vind er geen. Misschien is hij toch niet dood? Misschien is hij helemaal niet mijn bio vader. Momenteel heb ik enkel matches langs de vaderlijke tak van zijn boom. Andere kinderen komen nog in aanmerking.

Ik graaf en google. Ik vind niets terug. Het kan toch niet dat hij overleden is? Hij was jong, niet ouder dan 60 jaar. Een paniek slaat me om het hart. Het einde van mijn zoektocht is toch niet het graf van mijn biologische vader? Ik vraag vrienden om me te helpen, maar ook zij vinden niet meteen iets dat op een vroegtijdig vertrek aanstuurt. Hoop overwint het van angst. Eerst trachten te achterhalen of ik me zorgen maak om de juiste persoon.

Mijn drielingsbroer had een verre DNA match in één van de databanken. Een hele tijd terug had ik contact met die match opgenomen in de hoop de kunnen achterhalen waar onze bomen elkaar mogelijks sneden. De man was zo lief om te reageren en deelde de achternamen van zijn voorouders mee. Er was 1 achternaam die me meteen opviel. Had ik die niet ergens tegen gekomen? Ik ging mijn bomen af en zag dat de grootmoeder van mijn vermoedelijke vader langs moederszijde dezelfde achternaam had.

‘Laat het niet waar zijn’, hoor ik mezelf smeken: ‘Laat niet net daar die boom de andere kruisen …’ Ik blader door online geboorteregisters op zoek naar aanknopingspunten. Het duurt niet lang voor ik de link ontdek: de overgrootvader van mijn vermoedelijke vader was de broer van de overgrootvader van die verre DNA match. Mijn hart zakt in mijn schoenen. Het kan nu bijna niet meer anders dan dat hij mijn biologische vader moet zijn.

Hij is dood. Hij bestond, liep rond maar nu niet meer. Ik ga snel terug naar zijn facebookprofiel. Daar zie ik dat zijn laatste openbare post van november 2016 dateert. Ik ben al van 2012 superactief aan het zoeken … de tijd en ruimte waar ik zo lang en zo hard op zoek naar was, is me in een flits ontnomen. Just like that en onomkeerbaar.

Mijn hart breekt in stukken als de puzzel die ik trachtte te leggen. Misschien was het voorbestemd?

Groet,
Steph

unnamed.jpg

 

Van 2 takken naar 1 straat 

Ik zoek me plat naar de zoon van mijn vermoedelijke biologische grootvader. Zij die mijn vorige blog lazen, merkten op dat hij niet op de doodsbrief van zijn moeder vermeld stond. Veel aanknopingspunten heb ik dus niet.
Ik google zijn naam. De search leidt me naar verschillende mannen met dezelfde naam. De online ‘Wie is het?’-versie kan beginnen. Ondertussen ook horendol van het zoeken naar foto’s van onbekenden waar ik mezelf, of mijn broers als halfzus in herken. Ik heb er al zo vaak naast gezeten dat ik mijn intuitie niet meer durf te vertrouwen. Enkel zwart op wit-bewijs zal uitsluitsel kunnen brengen.

Ik stoot op een man met zijn naam op Facebook. Geboren in het buitenland maar nu wonende in Brussel. Ik vind een foto welke me aantoont dat het gaat om de zoon van de man beschreven in het boek van de journalist die ik contacteerde. Hij moet het zijn.

Ik kijk naar zijn profielfoto. De goden kunnen me niet harder uitlachen: het is een foto van iemand die zijn handen voor zijn gezicht houdt. Really? Moet het zo? Ik moet het doen met de vorm van de handen en de neus die ik door zijn handen kan ontwarren.

Zijn er neusale gelijkenissen? Met de mijne alleszins niet. Misschien met die van mijn halfbroer, als je je ogen half dichtknijpt. Ik stuur hem een facebook-vriendschapsverzoek en een berichtje. Ik wacht, maar geen antwoord noch een vol vinkje verschijnt onder de eerste woorden die ik aan hem richt.

Omdat een hardware-iaanse blokkade me niet tegenhouden kan, google ik me te pleuris. Ik stoot op een artikel waarin een man met zijn naam aan het woord komt. Het gaat om een protest dat hij startte nav de afbraak van een huis in de buurt. Zou dit de straat zijn waar hij woont?

Google-maps is slechts één click verwijderd. Digitaal wandel ik door ‘zijn vermoedelijke straat’. Door de ramen zoek ik naar een glimp van hem. Misschien zet hij net het vuilnis buiten? Ookal is hij dan misschien geblurred, nog nooit was ik zo dichtbij.

Ik vraag aan mijn ventje of hij misschien deze zondag met mij richting Brussel wil tenen om er deurbellen aandachtig te bestuderen. Bel ik aan? Misschien moet ik een briefje maken à la ‘gezocht: mijn kat’ maar dan ‘gezocht: mijn vader’. Ik blijf het debiel vinden dat ik het internet en straten afschuimen moet omdat ik zogezegd niet het recht heb om te weten waar ik vandaan kom.

Schermafbeelding 2020-03-19 om 19.24.35.png
In aanloop van de father-sightseeing citytrip zend ik wat berichtjes uit naar mensen op facebook waar ik van vermoedde dat ze hem in het echte leven kennen. Eén iemand reageerde op mijn berichtje en we bellen.

Ik licht hem toe waarom ik op zoek ben naar iemand die hij kent. Hij vertelt me dat hij zich wat ongemakkelijk voelt om te vertellen over een oude vriend aan een onbekende. Ik snap hem ergens ook, ookal weet ik van mezelf dat mijn intenties echt oprecht zijn.

En dan zegt hij mij het volgende: ‘ik vind het jammer u dit te moeten zeggen, maar hij is een tijdje geleden overleden’.
Mijn bloed trekt weg richting hart om de net plaatsgevonden scheur te bepleisteren. ‘Overleden zegt u?’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Dat is jammer, niet alleen voor hem zelf en de mensen die hem gekend hebben’ terwijl ik tevens denk ‘maar ook heel jammer voor diegenen die hem graag hadden gekend’.

‘Mocht u zijn biologische dochter blijken te zijn, dan wil ik u gerust wel een keertje ontmoeten om over hem vertellen’ sloot hij het gesprek af. Een soelaas voor iemand die hem zo graag ontmoet had, als broodkruimels die van tafel vallen.

Groet,
Steph

Van een heel bos naar slechts 2 takken

Het gaat snel, het snoeien in het doolhof dat de afgelopen drie jaar een dagelijkse routine is geworden. De grootvader van mijn laatste DNA match bracht me naar zijn broers en zussen. In totaal had hij er 5. Slechts twee ervan kregen ook kinderen. Voorlopig heb ik het raden naar hoeveel dat er precies zijn want op een doodsbrief vond ik enkel de woordelijke vermelding van ‘kinderen’ naast hun naam. Als alles een beetje meezit is 1 van hen mijn biologische vader. Ik schuim het internet af op zoek naar kruimels van hun bestaan, maar het is niet makkelijk. Her en der vind ik de puzzelstukken die van de delen een geheel maken. Zou het me dan toch echt lukken?

Bij 1 van de broers vind ik enkel 1 kind doch viel het gezinsgeluk hem meervoudig te beurt. Enige tegenstrijdigheid duikt op als ik het overlijdensbericht van zijn echtgenote vind. Op de doodsbrief wordt slechts 1 kind vermeld: een dochter.

Een volgende google search brengt me naar een scriptie met een citaat uit een boek van een Belgische journalist. In het citaat wordt de broer met naam genoemd. Hij spreekt er over zijn vrouw en kind-eren. Zou deze persoon dè persoon zijn wiens kinderen ik zoek?

Ik neem met de journalist contact op en bel hem. We praten over de man die hij een twintig jaar geleden voor zijn boek heeft geïnterviewd. Hij kan hem zich namelijk nog tamelijk goed herinneren. Niet veel later vertel ik hem waarom ik op zoek ben naar die persoon: de man die hij ooit heeft gesproken zou mogelijks mijn biologische grootvader kunnen zijn. De journalist stuurt me zijn boek in pdf door. Een Crtl + F brengt me naar 15 fragmenten over hem en zijn gezin. Daar spreekt hij over twee kinderen: een meisje en een jongen.

Beide kinderen zagen het levenslicht midden jaren ’50. De leeftijd klopt, nu nog de locatie.

Groet,
Steph

labyrinth-2730731__340.png

 

U heeft nieuwe DNA matches!

Zij die reeds in een commerciële DNA databank geregistreerd staan kennen de opflakkering in hoofd en hart wanneer een mail met zulk onderwerp je postvak instroomt. Tot op heden was ik zulke automatisch gegeneerde update-mails altijd voor omdat ik regelmatig rechtstreeks in de lijst van matches ging kijken.

Ik verwachtte dus geen echt grote verrassingen toen mijn gsm me liet weten dat er nieuwe matches waren bijgekomen. Ik scrolde in het bericht naar beneden en zag opeens 191 cM onder een onbekende naam staan. 191 cM? Dat is meer dan die match van 104 cM waar ik de afgelopen 3 jaren een heuse stamboom wist rond te bouwen.

Ik log in en ga naar het overzicht van mijn matches. Ja, hij staat er tussen. Meteen ga ik na of ik deze match deel met mijn drielingsbroer, halfbroers en halfzus. Yep, hij matcht ook met hen, zelfs meer dan met mij. In click op het profiel en zie een kleine stamboom staan. Ik zie hem en een vermelding van ouders als grootouders langs zijn moederskant. De voor- en achternaam van de grootvader trekken mijn aandacht. Ik denk na en bedenk me dat ik die ergens al eerder ben tegengekomen.

Ik ga naar de stamboom van mijn vorige grootste match en probeer te achterhalen of de grootvader van mijn nieuwe match er in voorkomt. Fuck! De namen en hun echtgenotes komen overeen.

Twee bomen die elkaar kruisen. Het hart gaat een versnelling hoger. Ik besef dat door het raakpunt als grote in DNA match de schatkaart naar mijn onbekende biologische vader aanzienlijk kleiner is geworden. Is er dan eindelijk land in zicht? Zou in die familie mijn oorsprong dan echt liggen?

Groet,
Steph

12112236_994994877208503_4672561897852604077_n.jpg

 

Een nieuwe halfbroer (!)

Ken je het gevoel wanneer je op een roetsjbaan zit, eentje waar je bent ingestapt omdat je dacht dat het al bij al zou meevallen, maar bij elke bocht de rit net iets heftiger wordt? Je kan er niet af en begint te vrezen dat de stelling vroeg of laat samen met jou ineen zal stuiken. Je hunkert naar een moment dat iets minder hard mag gaan. Hoe gek dit misschien ook klinkt maar de komst van een nieuwe halfbroer deed me terug weer een beetje naar adem happen.

Even onverwacht als de vorige keren zag ik een nieuwe naam bovenaan de lijst van matches verschijnen. Even weer die verwarring, toch nog keer dubbelchecken of ik effectief naar mijn lijst aan het kijken was, maar toen ik de namen van de eerste twee onder zijn naam geparkeerd zag, drong het door. Een nieuwe halfbroer is zonet in de lijst van DNA-matches verschenen.

In zijn profiel had hij zijn naam vermeld als een indicatie van leeftijd opgegeven. Zou hij ook in 1979 geboren zijn? Waren zijn ouders ook langs Schoysman gepasseerd? Zou hij weten dat hij een donorkind is?

Ik breng mijn halfbroer en halfzus op de hoogte. Of het ok is dat ik met hem contact maak? Beiden hebben er geen problemen mee. Voorzichtig stuur ik hem een eerste berichtje.

Het duurt twee dagen voor hij reageert. Zijn reactie is open, hartelijk en eerlijk. Hij weet nog niet zo lang dat hij een donorkind is. De test deed hij uit nieuwsgierigheid maar had nooit gedacht dat hij meteen met halfbroers of -zussen zou matchen. Emailadressen en telefoonnummers worden uitgewisseld.

Al snel volgen de eerste foto’s. Ik vind dat hij er Hollands uitziet en niet echt op mij of de anderen lijkt. Maar dan zijn er weer mensen rondom me die wel gelijkenissen (denken te) zien. Ben benieuwd om hem een keertje in levenden lijve te ontmoeten.

Ik vind hem alleszins wel leuk. Officieel is hij nu de jongste van ons groepje, hij is namelijk in 1981 geboren. Een week geleden wist ik niet van zijn bestaan af, en nu is er is geen ontkennen meer aan. Ik heb een halfbroer en ik ben er blij mee.

Groet,
Steph

Unknown.jpeg

Computer says no(t related)

Nog nooit was ik zo ver uit mijn goal gekomen. Never ever had ik gedacht zo dicht tegen mijn onbekende familie te zitten. Voor wie mijn zoektocht een beetje volgt, weet dat ik vorige zomer via een toevallige vondst door mijn zus op LinkedIn op een man ben gebotst die toch wel wat fysieke gelijkenissen met zowel mijn volle broer als halfbroer vertoont.

Voor donorkinderen die vandaag willen weten zijn er maar twee mogelijkheden: ofwel zoeken via DNA of zoeken naar mensen die op je lijken. Die laatste dien je dan nog wel met een DNA test te verifiëren want het kan ook zijn dat die fysieke gelijkenissen louter op toeval berusten. Om het toeval wat uit te sluiten zocht ik naar foto’s van andere familieleden om na te gaan of daar ook gemeenschappelijke fysieke kenmerken konden vastgesteld worden. Na wat zoekwerk van een vriend (Max De Bie, hier is je eervolle vermelding 😉 ) vond ik foto’s van onder meer zijn vader als zijn neven. Ik kan je alleen maar meegeven dat de aanblik ervan niet alleen mij maar ook anderen kippenvel bezorgde. Nog nooit heb ik me zo kunnen weerspiegelen in mensen die ik nooit heb gekend.

Het zou even duren voor ik contact durfde te leggen. Maar uiteindelijk sprong ik, want wat had ik te verliezen? Yep, niets. Ik verzond een bericht en niet veel later werd er heen- en weer gemaild. Uiteraard was mijn eerste vraag: hebt u ooit sperma gedoneerd? Kwestie van meteen met de deur in huis te vallen. Hij kon mijn directheid appreciëren, maar moest me teleurstellen daar hij nooit gedoneerd had.

Hij vond het jammer dat hij me de antwoorden waar ik zo naar op zoek was niet geven kon. Ik legde uit dat hij me wel verder kon helpen door een test bij een DNA databank te overwegen. Want ook al was hij niet mijn biologische vader, mijn roots konden in zijn familie liggen. Ik weet het, het was een wilde gok maar het was er één die ik moest wagen. Want verder in dubio leven helpt niemand vooruit doch geef ik toe dat de finale antwoorden me ergens angst ook inboezemen. Onwetendheid biedt je op een verknipte manier ook veiligheid omdat je er al zo lang in vertoeft. Maar fuck it, we gaan voor the truth and nothing but the truth.

Ik zond hem een DNA test welke haast meteen met het nodige wangslijm richting databank vertrok. Het leuke aan de databank is dat je het traject van je test kan volgen: van toekomen, tot het doorlopen van alle stappen en het uiteindelijke resultaat. De test is daar 11 september gearriveerd. Vandaag ken ik de uitslag. Ik kan niet ontkennen dat ik met bepaalde verwachtingen uitkeek naar het moment dat we in elkaars matches verschijnen zouden.

07c09564126487520dced287468562be--mom-and-me-ugly-duckling.jpg

Maar tot mijn grote spijt zegt het resultaat dat we totaal niet aan elkaar verwant zijn. Zelfs niet in de verste verte wat de hoop om mijn afkomst daar te vinden doet smelten als sneeuw in de zon. We delen zelfs geen verre achter-achter-achter-achter neef of nicht met elkaar. Wat had ik hen graag in mijn boom kunnen hangen. Maar het is wat het is, doch regent het vanbinnen wel een beetje. Voor donorkinderen liggen hoop en teleurstelling vaak dicht tegen elkaar. Als het peper en zout vaatje dat standaard naast ons bord werd gezet. Zout voor de wonden, en wat peper als je een opflakkering in mogelijk vinden ervaart. Het is absurd dat zovelen van ons dezelfde eenzame lijdensweg voorgeschoteld krijgen.

Bij deze ga ik terug naar ‘Start’ op het grote kennis-Monopoly spel van de industrie zonder iets te ontvangen. Met de dobbelstenen in de hand blijf ik echter hopen dat de kaarten ooit in mijn voordeel zullen vallen.

Met een ‘toch wel wat hard aan het balen’-groet,
Steph

Schermafbeelding 2019-10-02 om 07.40.07.png

 

Help, ik heb een halfzus (en weet ff nog niet wat ik hiermee moet)

Zaterdag landde ik met het vliegtuig terug op Belgische bodem. Ik had er net twee dagen Genève op zitten om er de rechten van mensen die uit donorconceptie en draagmoederschap geboren worden te bepleiten. Vlak voor de aankomsthal in de luchthaven kwam ik de woorden ‘do you have something to declare’ tegen. Even hield ik halt en keek ik om me heen. Ja, ik had iets aan te geven. Iets wat ik nog niet bij me had toen ik vertrok: ik kwam namelijk met de kennis over een halfzus terug.

Een halfzus, ik kan er nog steeds niet bij. Het kwam weer zo onverwacht, maar nu precies onverwachter omdat ik het echt niet had verwacht. Na de match met mijn halfbroer nu een jaar geleden was ik gewoon geworden aan hoe mijn lijst met DNA matches er nu uit ziet. Omdat ik iets meer DNA met de halfbroer dan met mijn zus deel, staat hij nu reeds een 400 dagen lang boven aan de lijst te prijken. Onder hem, maar daarom niet minder belangrijk staat mijn zus. Nog steeds met haar verticale foto waardoor de linkerkant van mijn nek ook dit jaar meer lichaamsbeweging kreeg dan de andere kant.

Vrijdagochtend, ik was vroeg wakker en beantwoordde een vraag over een DNA match van iemand uit onze groep. Ik bedacht me dat er misschien bij mij ook wat nieuwe matches uit de hemel waren gevallen, maar dan eerder in de lijn dat ik de grote schatkaart richting biologische vader misschien iets scherper ingesteld kon krijgen.

Ik refreshte mijn lijst aan matches en werd gewaar dat hij er iets anders uitzag dan daarvoor. Boven mijn zus zag ik twee DNA matches staan. Van boven stond nog steeds de halfbroer, maar tussen hem en mijn zus stond een nieuwe match. Het duurde even voor de woorden naast het gedeelde DNA me doordrongen. Er stond halfzus, nicht of tante.

Ik las haar naam en zag haar leeftijd. Zij kon geen nicht of tante zijn. Neen, dit is een match met een halfzus. Even blinde paniek. Even niet goed weten  wat te doen. Ik appte de meiden van de Donor Detectives. Meteen daarna volgde een telefoontje aan het thuisfront. Manlief en kinderen zaten net aan de ontbijttafel toen ik met de deur in huis viel: “Ik denk dat ik een halfzus heb”.

Schermafbeelding 2019-09-24 om 00.46.18.png

Het voelde zo raar. Ik was er niet aan toe. Daar zat ik dan helemaal alleen en gereed voor een dag vol besprekingen met allerlei mensen die ik niet ken, terwijl zich net een aardverschuiving in mijn bestaan had plaatsgevonden. Zaterdag had ik zelfs ook nog een presentatie te geven. Op één of andere manier heb ik een automatische schakelaar ingebouwd die wisselen kan in een versie van mezelf die op dat moment nodig is. Echt dealen met stuff kan ik pas als ik mezelf de tijd en ruimte voor geef. En zelfs dan nog: mijn rugzakje heeft heel wat verborgen compartimenten.

Ik appte mijn zus om haar het nieuws mee te delen. Ook hier weer een vreemd gevoel. Het bracht me terug naar de tijd dat zij me opbelde om te vertellen dat ze een match met een halfzus had. Haar grootste bezorgheid toen was dat ik me gekwetst of zelfs gepasseerd zou voelen. Wat niet is natuurlijk. Maar iemand nieuw doet bestaande structuren bewegen. Binnenin voelt het alsof loyaliteit en nieuwsgierigheid met elkaar in strijd gaan.

Ik ben trouw aan diegenen die me dierbaarst zijn. Doch kan ik de lokroep naar antwoorden over mezelf niet negeren. Wel weet ik dat die twee best naast elkaar kunnen en mogen bestaan. Maar ik heb tijd nodig om te weten wat ik zelf wil dan me te laten sturen door wat anderen (van me) willen.

Ergens heb ik het vermoeden dat zij mogelijks ook een donorkind is, maar ik weet niet of ze dit zelf al weet. Ik maak me zorgen om haar. De kans zit er in dat ze de match heeft gezien en het kwartje is beginnen te vallen. Ik geef het nog wat tijd voor ik de hand uitreik.

Groet,
Steph

Terug-(bl)-ik

30 juni 2016. Ik zie mezelf daar nog zitten in die overvolle trein op weg naar een meeting in Brussel. De meeting was die dag een bijzaak daar er iets veel grootster speelde. Het was namelijk dè dag dat ik eindelijk voor de resultaten van onze DNA-test kon bellen.

Mijn drielingsbroer, – zus en ik hadden namelijk een maand daarvoor de binnenkant van onze wangen vakkundig laten schrapen om te kunnen achterhalen of we dezelfde biologische vader hadden. “Huh?”, hoor ik je denken.  Het vermoeden dwaalde al langer in mijn gedachten rond. Ik wou een zwart op wit antwoord daar ik ondertussen weet dat artsen maar ook naasten niet altijd even eerlijk zijn. Zeker niet, als er iets toegedekt moet worden.

De eerste drie weken van wachten gingen nog, maar naarmate D(NA)-day eraan kwam, ontpopten de rupsen in het lijf tot een onrustige vlindertuin.  Ik kon bellen vanaf 9u. Maar daar zat ik dan tussen al die mensen in de wagon. Omdat ik vond dat mijn geduld echt wel al lang genoeg op de proef gesteld was, dacht ik “F*ck it, ik bel gewoon. Ik zie mensen toch niet meer terug en wie weet houden zij er een good dinner story aan over”.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.07.45.png

Met mijn verificatiecode in de hand bel ik het nummer dat op het kaartje vermeld stond. De secretaresse neemt op. Ik probeer mijn zenuwachtigheid te onderdrukken en vraag naar de resultaten. Ze tokkelt op het klavier. Er valt een stilte. ‘Ik vind u niet terug in het systeem. Is het goed dat de professor uw straks even opbelt?’.  Teleurgesteld stem ik daar mee in. Van binnen denk ik ‘Typisch dat ze weer mij niet vinden. En kak, wat als er een fout is gebeurd en de resultaten er niet zijn dan moeten we nog langer wachten’.  De trein komt aan en wat droef zet ik mijn weg verder.

De meeting vond plaats in een restaurant. Ik bedacht me dat ik geen cash geld bij me had en sprong nog even snel een bankcontact binnen. Opeens gaat mijn gsm af. Op het scherm zie ik het 016 zonenummer. Ik neem op. De professor stelt zich voor en vertelt dat de resultaten binnen zijn. Hersenen als emoties trachten van een ‘terug naar af’ naar een ‘brace yourself’ modus te schakelen. De innerlijke versnellingspook blijft even steken.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.19.27.png

Hij zegt: “Sophie heeft een andere biologische vader dan jij en je broer.”. Ik sta verstomd en weet het ff niet meer. “Gaat het met je?” hoor ik de professor vragen. “Ik weet niet hoe het nu met me gaat. Dit had ik niet zien aankomen. Ik had altijd gedacht dat als we verschillende vaders hadden, ik diegene was met een andere vader, niet mijn zus of mijn broer. Dit herschikt weer alles.” De professor wenste me sterkte toe. Needless to say dat die dag in mijn ziel gegrift staat.

Nu drie jaar later kijk ik terug op zoveel emoties, heb ik zoveel van me afgeschreven maar er werd ook gevonden. Mijn zus heeft ondertussen haar biologische vader en 5 halfzussen getraceerd (de kinderen van de man in kwestie trouwens meegeteld).  Ikzelf heb een eerste halfbroer bij toeval gevonden. Maar ik loop vandaag ook met een groot buikgevoel rond dat ik bijna weet wie mijn biologische vader is. Het is een kwestie van de losse eindjes aan elkaar te knopen. Zou ik al die jaren eindelijk mijn cirkel rondkrijgen?

Groet,
Steph

Crazy little thing called … a half brother

Hij is exact 12 dagen jonger dan ik. Vreemd om te beseffen dat hij en ik in tijd en ruimte niet zo ver van elkaar gescheiden waren, doch vonden we elkaar 40 jaar later pas. Ik ben geboren in Mechelen, hij ergens in het Brusselse. Hij zelf zou later in het gezin waar hij opgroeide nog een zus krijgen. Eentje die hij wel van in het begin mocht kennen. Ikzelf werd op mijn beurt meteen vergezeld door mijn broer en zus. Drie jaar later zouden mijn ouders nog een zoon krijgen. Mijn jongste broer deelt zijn geboortedag met de halfbroer. Vreemd, raar en absurd.

little brother

 

Mijn halfbroer plaagt me soms (zoals broers dat horen te doen) door te stellen dat hij jonger is. Ik schud dan het hoofd en vertel hem dat vrouwen er d’office jonger uitzien en ik een maand te vroeg geboren ben. In wezen is hij volgens conceptie dus ouder: hij werd namelijk voor mij verwekt. Meteen vraag ik me ook af of zijn ouders ook langs dezelfde fertiliteitsarts zijn gepasseerd, maar hem hier nooit over hebben ingelicht. Zouden we uit dezelfde batch van spermarietjes komen? Of was het een overschotstaal dat ergens binnen handbereik lag toen mijn ouders zich voor hun afspraak aanmeldde?

De arts was naast een donorkinderen-verwekker tevens een gewone fertiliteitsarts. Hij ‘hielp’ ook andere koppels om met hun eigen materiaal zwanger te worden. Hierbij diende de echtgenoot een spermastaal af te leveren, werd de vruchtbaarheidscyclus van de vrouw zodanig geregeld zodat ze er op het juiste moment mee geïnsemineerd kon worden. Per poging werd niet al het zaad van de echtgenoot gebruikt. Misschien heeft de arts de overschot in het reservekastje gestoken? Uit research weet ik dat uit één kwak 12 rietjes gevuld kunnen worden en dat die praktijk niet ongewoon was, want wie zou er ooit echter komen?

Het mysterie bij ons is nog groter daar mijn drielingszus een andere biologische vader bleek te hebben. Eén van de medewerkers van de arts suggereerde ooit dat er waarschijnlijk wat zaad van een vorige klant aan de handschoenen van de arts was blijven plakken dat er voor had gezorgd dat er toch twee vreemde spermatozoïden ‘Look who’s talking’- gewijs hun weg naar de eicellen hadden kunnen vinden.

Een andere fertiliteitsarts opperde dan weer om in gedachte te houden dat mijn moeder rond die periode een affaire kon gehad hebben. Misschien ben ik dan toch uit liefde ontstaan en niet uit klinisch gemanipuleerd bouwpakket? Ikzelf dacht nog aan een onbevlekte ontvangenis ware het niet dat ik niet gelovig ben en mijn buik een beetje vol heb van alle mogelijke pistes die ik als kind dien te overwegen om toch maar iets dichter tegen de waarheid te geraken.

Desalniettemin ben ik blij met de halfbroer en tot op heden is dit gevoel wederzijds. Maar ik blijf het een fucked up situatie vinden om te beseffen dat een hoop volwassenen als officiële instanties het ok vond (en nog steeds vinden) om heel bewust broers en zussen van elkaar te scheiden. En dit alles zonder te willen beseffen of te erkennen dat de impact van de ontworteling, leugens en misleiding tav de kinderen verder reikt dan de leegte die kost wat kost ingevuld diende te worden.

Groet,
Steph