2019 – What a year it has been

Ik ben het meisje met het grote verlanglijstje en de hoge lat. Zelden is het genoeg of duurt het niet lang voor de focus zich richt op hetgeen dat nog niet bereikt werd. Want het kan altijd meer én beter. Dat zorgt voor onrust maar het geeft me ook extra wind in de zeilen als er tegen de stroom ingevaard moet worden.

Om te weten wie je bent, hoor te weten waar je vandaan komt. Ookal kan ik die ene fundamentele vraag nog niet beantwoorden en zit ik nog steeds met een gemis: het afgelopen jaar heeft me veel bijgebracht.

Loop je even mee?

Dit jaar ontmoette ik mijn eerste halfbroer. Een toevalligheid deed ons pad kruisen: nietsvermoedend had hij een DNA test gedaan bij een databank waar ik ook geregistreerd stond. Hij wist toen nog niet dat hij een donorkind was, want zijn ouders hadden hem hierover nooit ingelicht. Achteraf zou hij me vertellen dat hij de nieuwsgierigheid in mijn eerste voorzichtige berichtjes tussen de regeltjes door had kunnen ontwarren. Hij was en is zo superchill met het gegeven, met mij, met ons. Op één of andere manier hebben we een evenwicht gevonden in de absurditeit waarin halfbroers en -zussen doelbewust werden gescheiden en elkaar zogezegd nooit mochten kennen. Onze takken zijn voor het eerst terug aan elkaar verbonden. Maar ook zijn zus heeft een plek in mijn hart gekregen, ookal is ze niet aan me verwant. Ze is superlief en aardig.

Ook was er die man die het niet erg zou gevonden hebben om mijn biologische vader te zijn. Ja hoor, zulke mannen bestaan. Hij nam contact op nadat hij een interview met me had gelezen. Het jaartal, de locatie van verwekking: het kon kloppen. Ietwat bevreemdend was toen ik zijn ingescande toestemmingsformulier van het verwantschapsonderzoek doorgemaild kreeg. Helaas was de uitslag negatief. Ondertussen staat hij ook een internationale DNA databank en hoop ik van harte dat hij en zijn (donor)kinderen elkaar vinden.

En er was er ook die periode dat ik dacht het bijna van de daken te kunnen schreeuwen. Mijn zus had namelijk iemand op het internet gevonden die aan mijn broers deed denken. Toen ik meer leden van zijn familie vond en verschillende gelijkenissen aantrof, was ik er van overtuigd dat het einde van mijn zoektocht in zicht was. Nog nooit had ik me aan 1 familie zo kunnen weerspiegelen, nog nooit had ik me vanbinnen zo thuis gevoeld. Maar het bleek niet zo te zijn. Toch wel even toegeven dat de boom van die familie nog ergens op mijn pc opgeslagen staat, mochten er alsnog andere aanknopingspunten aan de horizon verschijnen #justsaying .

Op het moment dat ik DNA resultaten zat af te wachten kreeg ik een DNA match met een eerste halfzus binnen. Zij had besloten zich te laten testen toen ze mijn interview in de Interne Keuken op Radio 1 had gehoord. Zelf dacht ze niet aan mij verwant te zijn, tot het gemeenschappelijk DNA percentage het tegendeel bewees. We hebben elkaar ondertussen 1 keertje ontmoet. Ergens is ze wel nieuwsgierig maar ze zit al 22 jaar in de donorkind-kast opgesloten: niemand mag weten dat ze er eentje is. Ik laat het aan haar om het tempo in een eventuele relatie/band te bepalen.

Het persoonlijke hoogtepunt aller tijden was toen we met een groep donorkinderen van over heel de wereld een presentatie op de V.N. in Genève hebben gegeven. Verbonden in verhalen en onrechten stonden we er als een front, moedig doch kwetsbaar met de hoop een verschil voor anderen te kunnen maken.

Maar dit jaar was echter ook een heftig jaar voor mijn gezin en familie. Zij zitten namelijk op de eerste rij als klappen geïncasseerd en avonturen worden aangegaan. Iets meer tranen werden in dit jaartal gedroogd, meer knuffels uitgereikt en vaker werd er in de zetel genesteld. Zonder hun steun en liefde zou ik het gevecht niet aandurven noch overleven.

Zoonlief kreeg een 5 o’clock shadow op zijn bovenlip en de dochter verlegde haar grenzen door een grotere wereld te willen verkennen. Manlief vond dit jaar een groter evenwicht tussen professioneel en privé leven, which is really nice.

Boodschap aan mijn niets(of alles)vermoedende biologische vader: hope to find you soon. Benieuwd wat het nieuwe jaar voor ons in petto heeft. Ik kan jullie alvast 1 TV-tip meegeven: allemaal kijken naar Vandaag over een jaar op donderdag 13 februari op Eén. En zet de zakdoeken alvast gereed.

Groet,
Steph

tenor.gif

Lees verder

Interview HUMO: the uncut (aka unfuck*d) version

Voor zij die de HUMO afgelopen week opensloegen, merkte mogelijks een kort interview met me op. Zelf had ik het nog niet kunnen lezen, wegens even andere prioriteiten (iets met Genève, UN, kinderrechten, ..). Toen ik gisterenavond landde en manlief terug zag, trachtte hij me voorzichtig te waarschuwen dat de gepubliceerde versie mogelijks enige frustratie bij me opwekken kon.

Nu ik het blad zelf in handen heb, kan ik niet ontkennen dat de eindredactie van de HUMO er keihard in gesnoeid heeft.  De journaliste zelf verwijt ik niets: het was echt een tof interview waaruit ze een correcte weerspiegeling in woorden, toon en inhoud had gedestilleerd.

4vrm5t4hk2p21.jpg

Aan diegene die besloot het artikel zodanig te verminken: bij deze gaat de volgende metaforische primeurkelk aan jullie voorbij.  En voor de geïnteresseerden: hieronder kan je de juiste versie van het interview terugvinden.

Groet,
Steph

Het ambtetantse donorkind van België, zo noemt Steph Raeymaekers zichzelf. Ze voert al enkele jaren een dubbele strijd: ze zoekt verbeten naar haar biologische vader, de man die ergens vóór mei ‘78 zijn kwakje dropte in een spermabank, en intussen vecht ze al even verbeten voor de rechten van alle donorkinderen. Straks, op 20 november, voert haar strijd haar naar Genève, waar ze, naar aanleiding van de 30ste verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, bij de VN zal pleiten voor meer rechten voor haar soort.

Dat klinkt cru, jouw soort. Voelt het dan alsof je tot een andere soort behoort?
STEPH RAEYMAEKERS «Ja. Wij hebben bepaalde mensenrechten niet die een ander wel heeft. Het recht op medische informatie, het recht op afkomst, het recht op familie… Dat maakt ons minderwaardig als mens. Om onze eis bij de VN kracht bij te zetten, zal iemand uit onze groep zijn geboortecertificaat voor de ogen van de aanwezigen verscheuren. Voor ons is dat geboortecertificaat een frauduleus document, dat eerder als eigendomsbewijs voor ouders dient dan de echte waarheid over het kind schetst.

»Ik weet dat de term ‘soort’ cru klinkt, maar ik benoem de dingen graag zoals ze zijn. Ik heb het ook over mijn ‘opvoedvader’ en mijn ‘100 procent-broer’. Ik heb het gehad met de termen die fertiliteitscentra ons opleggen. Ze praten over ‘de donor’, ‘behandeling’ en laten contracten ondertekenen.  Het belichaamt een kille transactie. Maar een transactie doe je met producten, niet met een mens.

»Ik maak deel uit van een drieling. Mijn broer, zus en ik zijn ooit verwekt met donorzaad. De arts van mijn ouders, Robert Schoysman, runde een privé-fertiliteitskliniek in het Brusselse. 8 jaar hadden ze geprobeerd  zwanger te worden, toen ze bij hem aanklopten. Dokter Schoysman zei hen dat het zo pover gesteld was met de zwemmers van mijn opvoedvader, dat hij onmogelijk een kind kon verwekken. Omdat in onze samenleving de kinderwens boven alles primeert, zou Schoysman dat wel even fiksen: hij insemineerde mijn moeder met donorzaad.»

Niet zomaar donorzaad: het was een cocktail van verschillende donoren.
RAEYMAEKERS «Dat zijn we pas veel later te weten gekomen. Op het feestje voor onze 25ste verjaardag heeft mijn broer ons verteld dat we donorkinderen zijn. Hij was het te weten gekomen omdat een tante zich had versproken. Ik neem die tante niks kwalijk. Integendeel, ik ben haar dankbaar. Opeens had ik een verklaring voor de onrust die al jaren in mij woedde. Waarom had ik zo’n slechte band met mijn opvoedvader? Dat ik geen spat DNA met hem deel, deed puzzelstukken in mekaar passen.

»Pas een jaar of 4 geleden heb ik besloten het mysterie van onze afkomst te ontrafelen. Mijn broer, zus en ik hebben ons DNA laten testen. Ook mijn moeder stemde toe haar DNA te laten onderzoeken. Ik wilde zekerheid. Als je op je 25ste te weten komt dat de man die je altijd papa hebt genoemd, niet je vader is, vertrouw je niets of niemand meer. Mijn moeder bleek wel degelijk mijn moeder, maar mijn zus bleek niet dezelfde vader te hebben als mijn broer en ik. Dat was opnieuw schrikken. Schoysman heeft, zonder dat mijn moeder op de hoogte was, haar geïnsemineerd met het zaad van minstens twee donoren.»

Heeft dat alles de relatie met je moeder verzuurd?
RAEYMAEKERS «Nee. De relatie met mijn opvoedvader is wel verzuurd – we zien elkaar al een tijd niet meer. In het begin hebben mijn moeder en ik wel heftige gesprekken gevoerd, maar ze heeft mijn zus en mij altijd gesteund in onze zoektocht naar onze vaders. Mijn broer heeft beslist niet op zoek gegaan, maar dat neemt niet weg dat ook in hem een onrust woedt. Hij is dan misschien niet de DNA-databanken aan het doorploegen zoals mijn zus en ik, maar hij , gaat vaak op buitenlandse mindfulness-retraite. Ook hij is aan een zoektocht bezig.»

Jullie hebben ook nog een jongere broer.
RAEYMAEKERS «Hij is, 3 jaar na ons, op natuurlijke wijze verwekt. Zoveel bleek er dus niet mis te zijn met de zwemmers van mijn opvoedvader. Sindsdien ga ik niet meer af op wat een arts zegt. Toen het nieuws kwam dat wij met z’n drieën donorkinderen zijn, is mijn broertje huilend naar het toilet gelopen. ‘Ik ben je broer niet meer,’ zei hij. Toen begreep ik dat gevoel niet. Nu wel: toen bleek dat mijn zus niet dezelfde donor deelde als mijn broer en ik, voelde ik me ook vervreemd. Opeens moesten mijn zus en ik elk op zoek naar een andere vader.»

In 2017 stond je mee aan de wieg van Donor Detectives, waar kinderen van donoren, draagmoeders en adopties terecht kunnen voor hulp bij het doorsnuffelen van DNA-databanken. Dat leverde al tal van matches op, ook voor jou en je zus.
RAEYMAEKERS «Ik heb 2 jaar geleden een halfbroer gevonden. Ik check geregeld mijn account. De mensen met wie je DNA deelt, staan er gerangschikt van grootste naar kleinste match. Mijn zus had altijd op de hoogste plaats gestaan, tot ik op een dag mijn account refreshte en er een onbekende man bovenaan floepte: mijn halfbroer. We schelen amper 12 dagen. We vermoeden dus dat we uit hetzelfde kwakje komen. Toen we elkaar de eerste keer ontmoetten, was er geen instant herkenning – mijn halfbroer ziet er totaal anders uit, met ros haar en blauwe ogen – maar er was wel meteen een gevoel van genegenheid.»

Vieren jullie nu samen kerst?
RAEYMAEKERS «Nee, maar volgende week gaan we wel samen met onze gezinnen paintballen (lacht).

»Een paar maanden terug had ik opnieuw prijs: ik vond een halfzus. We hebben elkaar ook al ontmoet, maar bij haar ligt de situatie moeilijker. Buiten haar ouders, zus en man is niemand op de hoogte dat ze een donorkind is. Maar we nemen onze tijd. Nu we weten dat we verwant zijn, hoeven we ons niet te haasten. Ik weet niet met hoeveel broers en zussen ik zal eindigen. In Nederland zijn de Karbaat-kinderen intussen met 75. Het maakt ook niet uit: mijn stamboom is nu al een onoverzichtelijk kluwen, met uitklapbare zijtakken. Die van John Snow uit ‘Game of Thrones’ is er niks bij (lacht).»

Karbaat gebruikte zijn eigen zaad om vrouwen te bevruchten. Bestaat de kans dat de arts van je moeder hetzelfde deed?
RAEYMAEKERS «Ja, maar ik kan het niet achterhalen. Hij is er niet meer en al zijn medische dossiers heeft hij verbrand. Ik heb zijn dochter om een DNA-staal gevraagd, maar haar antwoord was kort: no way.»

Het zal ongetwijfeld een opluchting zijn als je ooit je vader vindt. Maar zal het ook het einde van je onrust betekenen?
RAEYMAEKERS (stellig) «Ja. Dan moet ik me eindelijk niet meer afvragen waar ik vandaan kom. Nu screen ik elke kamer die ik binnenkom: zou mijn vader ertussen zitten? Aan elke man die in de juiste leeftijdscategorie zit, vraag ik of hij ooit zaad heeft gedoneerd. Vind ik dat er fysieke gelijkenissen zijn, dan vraag ik op de man af of ze hun DNA willen laten testen. Alles om hem te vinden. Het zou me niks verbazen als mijn vader straks een detective of journalist blijkt te zijn (lacht).

»Ik weet dat er ook een keerzijde is. Ik heb gezien wat het met mijn zus deed, toen zij haar vader vond. Het bracht ook verdriet. Haar vader is een Nederlander, die ooit één jaar in Brussel heeft gestudeerd. In die tijd vroegen proffen vaak aan hun studenten om zaad te doneren. Ze kwamen ermee op een goed blaadje te staan bij de prof, die hen vertelde dat ze met hun zaad iemand gelukkig konden maken. Soms kregen ze er zelfs een boekenbon voor.»

We hebben er vandaag veel meer voor over om een kind te krijgen. Het is big business.
RAEYMAEKERS «Mijn ouders hebben destijds 50.000 frank betaald voor ons. Tegenwoordig organiseren ze zelfs dure reizen om, pakweg in een kliniek op Cyprus, een kind te gaan construeren uit een gekochte zaad- en eicel. Het doneren van je zaad- of eicellen schuift dan ook veel geld. Dat zorgt ervoor dat we in een absurde situatie zijn beland: het is vandaag makkelijker een kind te kopen of te verkopen, dan om je eigen familie te kennen.

»Er wordt altijd geschermd met de kinderwens. Ergens snap ik die wens ook wel, maar ik geloof niet meer in het riedeltje: ‘Ik verlangde zo hard naar een kind dat ik geen andere keuze had.’ Natuurlijk heb je een keuze. Waarom zou iedereen het recht moeten hebben op een kind? We hebben toch ook niet allemaal het recht op een lief? We zijn systematisch opgeschoven van wens naar recht, en het aantal groepen dat zich beroept op dat recht, is alleen maar groter geworden: onvruchtbare koppels, lesbiennes, homo’s, alleenstaande vrouwen, tot nu ook alleenstaande mannen met een diepe kinderwens. Maar wanneer gaan we het eindelijk eens over de rechten van die kinderen hebben? Ik snap niet dat we vandaag constructies faciliteren die kinderen fundamenteel verwondt.. Je ontzegt kinderen hun broers en zussen, de helft van hun stamboom… Donorkinderen kunnen in een heel liefdevol nest zijn opgegroeid, mét de wetenschap dat ze het kind zijn van een donor, maar toch met een gapend gat rondlopen. Een vriend van mij omschrijft het zo: ze hebben onze achteruitkijkspiegel eraf geklopt. Ik kan vooruit kijken, maar niet achterom.»

Credit to journaliste Hanne Van Tendeloo.

Uitslag bekend, afkomst (nog steeds) onbekend

We hebben er lang op moeten wachten, de uitslag van de DNA test met de zus van de halfbroer. Ons geduld werd echt op de proef gesteld. Net op het moment dat ik de onrust wat heb kunnen laten varen en niet meer stond af te tellen, kreeg ik een appje van de zus.

Ze liet me weten dat de resultaten binnen waren, en dat het mysterie rond mijn afkomst nog niet opgelost was, integendeel. Haar broer blijkt slechts half verwant aan haar te zijn. De printscreen van hun DNA-match dat ze me toestuurde, bevestigde die conclusie.

Het nieuws kwam bij haar als een mokerslag binnen. Hoe kan haar broer nu slechts half verwant aan haar zijn, terwijl haar ouders hun nooit de indruk hadden gegeven dat hun oorsprong verschillend lag?

Ik werd overmand door een droefheid voor hen, omdat ik als geen ander weet hoe het voelt om erachter te komen dat een voorgeschotelde realiteit niet meer dan een halve leugen blijkt te zijn. Maar ook het besef dat je broer of zus een helft van zichzelf met een hoop onbekenden deelt waar jezelf niets mee deelt, is me ook niet vreemd.

Die avond heb ik met mijn halfbroer gebeld om te horen hoe het nieuws bij hem was binnengekomen. Hij had altijd gezegd dat hij met elke wending ok was. En lord and behold: voor hem verandert het niets. Wel was hij aangedaan door hetgeen het bij zijn zus teweeg had gebracht.

Ondertussen werd bij hun moeder verhaal gehaald. We wisten dat ze het moeilijk had gehad om zwanger te worden. Zij en haar man hadden namelijk ‘hulp’ nodig gehad bij het krijgen van hun eerste kind, maar we wisten niet wat dit exact had ingehouden.

Aanvankelijk vertelde ze dat het waarschijnlijk om vergissing bij de fertiliteitsarts zou gaan. Hij zou een verkeerd spermastaal of cocktail van verschillende stalen hebben toegediend. Zelf was ze in shock door die vaststelling.

Ik wou graag met haar praten en kreeg van haar kinderen de toestemming haar te ontmoeten. En zo teende ik vorige zondag richting haar huis. Ik zag een kleine en oudere dame die het fascinerend vond dat ik groot was. Voor zij die me ooit ontmoet hebben, groot ben ik niet echt. Maar als je zelf klein bent, lijkt al de rest uiteraard groot.

Ze zag niet meteen gelijkenissen tussen haar zoon en ik. Ik vroeg haar of ze me kon vertellen bij wie ze 40 jaar geleden was langs geweest om haar kinderwens in te vullen. Ze liet me weten dat zij en haar man verschillende jaren hadden geprobeerd om zwanger te geraken. Na twee miskramen werden ze uiteindelijk via hun gynaecoloog naar een specialist doorverwezen.

Dit bleek fertiliteitsarts Robert Schoysman te zijn. Laat dit nu net de arts zijn die mijn ouders aan ook kinderen had geholpen. En toen zei ze: ‘Niemand zou er ooit achter komen’. Ik vroeg door. ‘Hoe bedoelt u: niemand zou erachter komen?’. ‘Wel, dat er een cocktail van het sperma van mijn man en een andere man zou toegediend worden’, repliceerde ze. ‘Dus u wist dat u werd behandeld met een cocktail van verschillende spermastalen?’, vroeg ik haar.

Ze gaf toe dat Schoysman haar en haar man had voorgesteld om bij de volgende eisprong met een cocktail van spermastalen te insemineren. Het zaad van haar man zat mee in de cocktail om toch nog de kans of illusie te wekken dat indien er een zwangerschap uit volgde het kind mogelijks toch van haar man zou kunnen zijn.

Ze werd zwanger van de eerste inseminatie. De zwangerschap verliep voorspoedig en liep zelfs uit: de halfbroer zag pas het levenslicht 10 dagen na de uitgerekende bevallingsdatum. Ikzelf ben een maand te vroeggeboren wegens te weinig plek door broer en zus. Mijn moeder werd geïnsemineerd in mei ’78. Zijn moeder dus een maand eerder. Zou het zaad dan toch in verschillende rietjes in een tank hebben gestoken of was het een man die vers aan huis leverde?

 

assorted_miniature_plastic_babies.jpg

Ik vroeg haar hoeveel zij hadden moeten betalen. Ze vertelde me dat ze van de arts mochten geven wat ze wouden. Spontaan dacht ik aan de dansende Hare Krishna’s die ooit mij pad hadden gekruist: die vroegen ook altijd wat je voor een boek wou geven. Maar hier ging het niet om één of ander boek, het ging om één of ander kind. Zijn ouders zijn er wel goedkoper van af gekomen dan de mijne.

De mama gaf toe dat ze altijd het vermoeden had gehad dat haar zoon niet van haar man afstamde. Haar echtgenoot had echter nooit die twijfel gehad: hij beschouwde hem en de latere zus, die er wel natuurlijk kwam, als gelijk.

Ze zei me dat haar zoon het haar kwalijk nam dat ze hem hierover niet had ingelicht. ‘Het was een geheim, volgens de arts zou het top secret blijven’ pleitte ze in haar voordeel. ‘Dingen die enkel op jouw leven slaan mag je inderdaad voor jezelf houden. Maar dit gaat over hem. Als ouder heb je de plicht je kind te informeren of zaken die hem of haar aanbelangen, zelfs al druisen ze tegen jouw belangen in. Je zoon heeft alle recht om je de leugen kwalijk te nemen en jij hebt het recht niet (meer) om je achter het onderonsje te verschuilen.’ hoorde ik mezelf opwerpen.

Zelf wou ze niet zoeken naar de onbekende man die haar een kind had geschonken. Alle informatie die ze ooit van de arts over hem had ontvangen had ze ondertussen al lang verbrand.

Ze was er ook van overtuigd dat we hem nooit zouden kunnen vinden. Ik lichtte haar toe dat haar zoon net verwant is aan dat ene donorkind dat mee een organisatie oprichtte om onbekende vaders te traceren. En dat ik er eentje ben dat door zal blijven graven tot ik gevonden heb.

‘Of ik de identiteit van onze biologische vader zou meedelen eens ik hem gevonden heb?’ vroeg ze me. ‘Tuurlijk’, was mijn antwoord, ‘want ook jij hebt het recht te weten wie hij is, maar ik zal het eerst aan je zoon en je dochter vertellen’.

Groet,
Steph

cropped-mailchimp-header-1-2.jpg

Als 1 zoektocht naar een andere leidt

Het is ondertussen iets meer dan een jaar geleden dat een doodsbedreiging mijn elektronische postvak bereikte. Ik weet het nog goed. Het was een paar dagen na de lancering van de Donor Detectives in de HUMO. Ik kreeg nav het artikel een schriftelijke rant binnen. Het stelde dat zoekende donorkinderen naast cry baby’s met daddy issues voornamelijk uit zouden zijn op de erfenis van hun biologische vaders. Dit doet me er trouwens aan denken om bij het bij ’t Ruimerke een sponsordeal aan te vragen voor de maandelijkse shit welke op je af kan komen wanneer je fundamentele belangen van een kwetsbare groep staat te verdedigen, soit.

Ik had niet veel zin om met de persoon in kwestie in discussie te treden en stuurde een mailtje terug waarin ik zei dat het donorkinderen vooral om herkenning te doen is – niet om erfenissen – . Ik verwees hem naar mijn opiniestuk in de Knack door omdat in dat stuk genuanceerde argumenten worden aangebracht om de rechten van donorkinderen niet langer meer te ondergraven. De man had er duidelijk geen oren naar en stuurde me een tweede mail. Deze keer met minder verwijten doch met een aantal niet misverstaanbare bedreigingen. Hij gaf ook te kennen dat hij ooit donor was geweest.

Toen ik die mail binnenkreeg was ik aan het werk. Ik weet nog dat ik heel hard schrok. Ik belde huildend de politie op. De operator was heel lief, trachtte me gerust te stellen en stelde voor om klacht neer te leggen. Ik maakte een afspraak. Verdweesd achter mijn computer bracht ik de andere Donor Detectives op de hoogte. We hadden ons wel aan wat bagger verwacht zeker na het het gevoerde fear.com-persoffensief door een aantal Belgische fertiliteitsartsen, maar een persoonlijke belofte om een lichamelijke jacht te starten had niemand van ons zien aankomen.

In afwachting van mijn afspraak op het politiekantoor ging ik online op zoek naar de man die me kwaad wou doen. Er viel in eerste instantie niet veel te vinden, maar de angst zorgde ervoor dat ik echt wou weten wie het was: een foto, een adres, een leeftijd, …

Ik vond een oude website van een sportclub. Er stonden groepsfoto’s op gepubliceerd. Onder de foto stonden de namen van de afgebeelde jongens. Met mijn vinger telde ik hen en hield hij halt bij de kerel die me had aangeschreven. Ik maakte printscreens en begon een dossiertje op te maken. Tot op heden zit er een foto van die jongen in mijn gsm.

Ik begon verder te graven en vond een LinkedIn-pagina. Daarop stond vermeld waar en wat hij gestudeerd heeft. Ik ging verder graven en kwam – toeval en net niet? – uit op een stamboomwebsite. Daar vond ik hem maar ook zijn siblings en ouders in terug. Na een bijkomende googlesearch zag ik een foto van zijn ouders. Ze zagen me er lieve mensen uit. Zouden zij weten waar hun zoon mee bezig was? Heel even heb ik overwogen om rechtstreeks contact met hen op te nemen, maar heb die piste laten varen omdat ik toen niet 100% zeker wist of hun zoon wel diegene was die me bedreigd had.

Op het politiekantoor werd ik ontvangen door twee begripvolle agenten. Ze noteerden mijn klacht en namen het door mij opgestelde dossiertje in ontvangst. ‘Of ze al in eerste instantie konden nagaan of de persoon die ik dacht dat het was het ook effectief is?’ dat kon niet. Mijn klacht zou eerst naar de procureur gestuurd worden. Enkel op diens verzoek mocht de zaak onderzocht worden. De agenten konden me niet garanderen dat er gevolg aan gegeven zou worden.

images.jpg

Ik weet nog dat de eerste maanden na de bedreiging ik argwanend de straat opliep. Een aantal van mijn collega’s waren op de hoogte en vergezelde me als ik om een broodje moest ofzo. Mijn kinderen mochten niet meer buiten spelen. Na een tijdje ebte de angst weg, maar toch was er altijd een bepaalde staat van waakzaamheid. Dagen werden maanden en is ondertussen een jaar geworden.

En toen ontving ik een brief van het parket. De brief deelde mee dat de zaak was onderzocht en dat aan de verdachte pretoriaanse probatie verleend was. In gewone mensentaal betekent dit een serieuze waarschuwing met als voorwaarde dat als hij zich nog aan soortgelijke feiten schuldig maakt deze bij een volgende klacht meegeteld zullen worden. In de brief werd ook meegedeeld dat ik het dossier kon gaan inkijken. Ik zou eindelijk kunnen achterhalen wie hij is, en of ik over zijn identiteit gelijk had.

Vandaag zakte ik naar de griffie af en kreeg het dossier in handen. Het bleek inderdaad de man te zijn die ik dacht dat het was. Hier opluchting omdat ik gelijk had maar ook omdat hij terecht is gewezen voor zijn bedreigingen. Ik las dat één van zijn ouders het gehoor heeft bijgewoond. Daar gaat zijn anonimiteit en dit enkel door eigen toedoen.

Doch ik ben evenzeer droef. Droef om de onterechte woede die hij aan mijn (ons) adres richtte. Zoekende donorkinderen zijn het gevolg van de praktijkn, niet de oorzaak. Als je niet wil dat er kinderen op zoek gaan, dan moet je vooral niet aan de verwerking ervan meehelpen.

Maar ik voel ook voor de eventuele donorkinderen van deze man. Stel je voor dat zo iemand je biologische vader is. Een man die niet terug deinst om uit het niets te bedreigen. Wat zou hij doen als ooit één van zijn donorkinderen contact zoekt? Hoe zal het hen vergaan? Maar ik vraag me tevens af hoe het komt dat deze man überhaupt door de screening van een fertiliteitskliniek is geraakt.

Groet,
Steph

Ik ben niet verloren, ik ben enkel (nog) niet gevonden

Het blijft een vreemd gegeven: op zoek zijn naar iemand die ik zelf nooit echt heb gekend, doch in het diepst van mijn vezels nu al zeer vertrouwd aanvoelt. De afgelopen weken ben ik iets meer dan anders naar mijn matches in de DNA-databanken gaan kijken. Telkens met de hoop, of beter gezegd het verlangen, dat bovenaan de lijstjes nieuwe familieleden prijken zouden, maar helaas pindakaas: er kwam wat volk bij maar in een te verre graad van verwantschap om er mee aan de slag te kunnen. Het is nog steeds status quo, dus heb ik terug wat verder gewerkt aan de stamboom van mijn tot op heden dichtste match.

Het verlangen werd aangewakkerd toen vorige week verschillende matches in onze geheime groep werden gedeeld. Zo hebben 3 donorkinderen er elk een halfbroer of -zus bij, maar ook de vermoedelijke vader van iemand werd gevonden. Heel voorzichtig worden nu de eerste contacten gelegd en hopen we met zijn allen dat na het wegebben van irreële angsten hij haar ontmoeten wil. Het is de finale evenwichtsoefening op een koord dat door derden werd aangespannen. Makkelijk is het niet, maar dat is het voor het donorkind haast nooit. Je moet namelijk verdomd stevig je schoenen staan om het uitgetekende pad in tegengestelde richting te durven bewandelen. Vanuit alle hoeken wordt er ofwel aan je getrokken of er op gewezen dat je er niet alleen geen recht hebt op, je ontregelt de afgebakende constructie die volwassenen opzette zodat je geclaimd kon worden.

De afgelopen jaren wist ik de emotionele ketens van me los te schudden, vocht ik tegen (voor)oordelen, vond mijn weg en besloot ik het gegeven niet langer meer weg te stoppen maar een zichtbare plek te geven. Nog nooit heb ik me zo vrij, sterk en eigen gevoeld dan ik me nu voel. Ik ben niet verloren, ik ben enkel (nog) niet gevonden. Onvermijdelijk zullen onze wegen elkaar kruisen, het is enkel een kwestie van tijd. Geduld is een mooie deugd, maar ik kan niet ontkennen dat het wachten en hopen me ergens onrustig maakt.

Ondertussen zijn er heel wat mensen die vanop de supportersbank me succes toewensen en duimen voor een goede afloop. Hun steun en liefde doet me deugd en compenseert het boegeroep dat vanop de andere tribune te horen valt. Want naast de voorstanders heb je ook de tegenstanders: diegenen die weigeren in te zien dat door eigen belangen voorop te stellen onschuldige mensen fundamenteel tekort wordt gedaan. Van kop in het zand naar schuldig verzuim, met zelfs een snuifje anticiperend leedvermaak: wachtend op moment dat ik keihard op mijn bek ga, alsof de lijdensweg al niet zwaar en hard genoeg is.

Ze vergeten echter dat ik niks te verliezen heb. Mijn zoektocht is een poging tot wiedergutmachung, gevoerd door mezelf omdat mijn ouders, arts en maatschappij het nalieten mijn welzijn in acht te nemen. Ik kom op omdat ik in de steek werd gelaten en weiger een leven in onwetendheid te moeten leven omdat anderen hun verantwoordelijkheden niet wens(t)en op te nemen. Zoeken doe ik tot ik gevonden heb.

Groet,
Steph

oog.jpg

 

Ik ben niet alleen

Er zijn momenten in mijn leven geweest dat ik me heel alleen heb gevoeld. Zittend op het vensterbankje van het raam van de kamer welke ik met mijn zus deelde, keek ik vaak doorheen het raamkozijn naar buiten. Ik moet een jaar of negen zijn geweest toen ik op dat plekje in mezelf me het volgende insprak: nog evenveel leven als ik nu heb geleefd en dan mag ik hier weg.

Nooit heb ik kunnen aarden in het gezin waarin ik opgroeide. Ongeacht de dure en gelijkende outfits die we aan moesten trekken, klopte het plaatje nooit echt. Schoon was de schijn naar de wereld toe, maar van zodra de voordeur van het ouderlijk huis in het slot viel, ging het er bij ons heel anders aan toe.

IMG_1365.jpg

En ook al deed ik mijn best om aan de verwachtingen voldoen, altijd heb ik het gevoel gehad dat het nooit genoeg was. Talrijk waren de avonden wanneer ik mezelf in slaap huilde. Heel stilletjes lag ik in mijn bedje en voelde ik de dikke tranen neerwaarts langs mijn oren het kussen raken. Maar er zaten ook nachten tussen dat ik mijn hart van binnen letterlijk voelde breken, me afvragend of iemand van verdriet kon sterven.

Mijn jeugd heb ik overleefd. Ondertussen zijn het slechts verre herinneringen geworden. Het hart werd hersteld door de vriendschap en liefde van mensen die me de bevestiging en erkenning gaven die ik me vaak niet zelf kon geven. Zoals dit hoopje soortgenootjes en één geweldig lieve family tracker. De meesten van ons dragen dezelfde littekens van binnen, doch zijn we allen vastberaden om niet alleen (terug) te vinden maar ook om het verschil voor elkaar en anderen te maken.

16830733_10154226769576994_3616480441141235046_n.jpg

Maar ook in de weerspiegeling met mijn kinderen, heb ik geleerd om beetje bij beetje mezelf graag te zien. De wederzijdse herkenning zorgt voor een onvoorwaardelijke liefde tussen mij en hen. Wetend dat zij van me houden, doet me beseffen dat er toch iets moet zijn waar gehouden van kan worden, niet?

Nu 38 jaar later, weet ik dat ik nooit echt alleen was en dat het verdriet er voor een stuk ook was omdat iets ontbrak, namelijk jij: mijn biologische vader. Jij bent deel van mij en ik van jou. Nu ik zelf moeder ben kan ik me niet inbeelden dat een kind – dat ik zelf niet zou mogen kennen – bij vreemden opgroeit. Ik zou mijn kinderen geen dag kunnen missen. Hun nabijheid en er op toezien dat ze het goed stellen, zijn de drijfveren om keer op keer het leven tegemoet te wandelen.

Hoe je (of men) het draait of keert: jij hoort bij mij, evenzeer als ik bij jou, zoals mijn kinderen dat doen. Geen enkele tijdspanne of afstand (ver)breekt de connectie die wij met elkaar delen.

Je liet me misschien alleen toen ik op deze wereld kwam, maar ik droeg je altijd met me mee. Het is nooit te laat om je kenbaar te maken. Al was het om te laten weten dat je in wezen nooit de intentie had om me (ons) in de steek te laten.

Groet,
Steph

Wie ben ik?

Laten we het nieuwe jaar inzetten met een binnenkopper: wie ben ik eigenlijk? Een vraag welke mezelf moeilijk valt daar ik ze slecht gedeeltelijk kan beantwoorden.

Ik ben verwerkt onder anonieme noemer, ergens rond mei ’78 in de privé-praktijk van dr. Robert Schoysman. Mijn moeder haar baarmoeder werd er namelijk met wat zaad van een anonieme spermadonor gevuld. Het zou haar 3 kinderen opleveren, want ze werd zwanger van een drieling.

Het zou tot ons 25ste levensjaar duren alvorens de waarheid verteld zou worden. Decennia lang zouden we ons verkeerdelijk weerspielen aan een man waar we in wezen helemaal niet van afstammen.

De afgelopen jaren zette ik in me om veranderingen te bewerkstelligen voor donorkinderen, sociale en biologische ouders. Zo richtte ik de organisatie Donorkinderen vzw op, werkte ik aan 2 wetsvoorstellen mee en zetelde ik onder meer als officieel lid in de werkgroep afstamming van Minister Vandeurzen welke beoogt een nationale DNA databank op te richten zodat familie en verwanten elkaar eindelijk (terug) kunnen vinden.

Vanaf 2017 wil ik me naast mijn andere bezigheden, me ook eens keertje helemaal voor mezelf, broer en zus inzetten. Even alle kanonnen en connecties aanspreken, in de hoop ooit voor die deur te staan, die me dichter bij mezelf zal brengen.

Dit is dan ook de grootste reden waarom ik met 5 andere grave grieten de Donor Detectives heb opgericht. Wij helpen donorkinderen om aan de hand van testen bij internationale DNA databank(en) en stamboononderzoek de onzichtbare takken in hun stamboom toch in beeld te krijgen evenals hun onbekende ouder te traceren. Uiteraard helpen we donoren ook.

Want om te weten wie je echt bent, hoor te weten waar je vandaan komt. En omdat het leven te kort is om fundamentele vragen onbeantwoord te laten, start ik de zoektocht naar het antwoord op de vraag: waar kom ik exact vandaan?

Geen leugens of halve waarheden meer: ik wil weten wie mijn vader is, maar ook wie mijn andere broers, zussen, tantes, nonkels, grootouders, neefjes, nichtjes, … zijn.

Alle hulp is welkom. Mocht je kruimels of gigantische broodzakken aan tips hebben, aarzel niet om me te contacteren 😉