Droevige mama 

De afgelopen weken waren ook niet makkelijk voor mijn kinderen. Ze zagen me vroeger al een aantal keren verdrietig, deze week was toch anders. Leven met een open hart – of ik het nu zelf heb opengezet of er een gat werd ingeslagen – doet intens leven en beleven. Ze kennen mijn hoogtes en laagtes. Samen vormen we een geheel en zijn we meer dan enkel de delen samen.

Ze zijn een spiegel, hoe confronterend dit bij momenten kan zijn. Ze leren me zoveel: niet alleen over zich- en mezelf, ze leren me ook wat belangrijk is en wat minder. Het leven gaat niet altijd hoe je het zelf wil. Daar waar geluk is, zit ook verdriet. Verdriet mag er zijn, want dat wil zeggen dat er liefde was ookal kwam het misschien slechts van één kant.

Maar kinderen zouden hun ouders niet hoeven te troosten, omdat de ouders van hun ouder hen met een leegte opzadelde. Ze weten dat het verdriet dat ik in me draag, niet door hen komt. Integendeel, ze zorgen er net voor dat ik het kan kanaliseren, als kraantjes op een emmer gevuld met tranen.

Ze zitten naast me op de rollercoaster van mijn zoektocht. Met zakdoeken en knuffels bij de hand, proberen ze me ook de andere dingen te laten zien die ik misschien uit het oog verlies omdat pijn je nu eenmaal in een holletje doet kruipen. Zo heeft mijn dochter een popje gemaakt dat ik meenemen kan zodat ik niet alleen ben. De keren dat zoonlief over mijn rugje is komen wrijven om me te vertellen dat het niet zo erg is dat hij mogelijks is overleden, kan ik niet meer op mijn vingers tellen.

Ik heb verdriet om wat niet is, nooit is geweest en niet meer kan zijn. Ik rouw, doch is het heden waar ik me aan dien vast te houden. Het is het hier en nu dat telt. Ik heb de kans om mijn kinderen te kennen, voor hen te zorgen, van hen te houden en er voor te zorgen dat we zoveel mogelijk samen kunnen beleven. Want het zijn die momenten die hen troost zullen bieden als ik er zelf niet meer ben.

Groet,
Steph

moer_bg-650x337.jpg

 

Doodgeboren vader 

Ik had mezelf voorgenomen dat als ik mijn biologische vader uiteindelijk zou vinden ik mijn collega’s zou trakteren. Dat en confetti. Er liggen al jaren een aantal confetti-schieters klaar om gelanceerd te worden mocht ik eindelijk die fundamentele vraag over mezelf kunnen beantwoorden. 

Maar dit voelt niet aan als een feest. Integendeel. Het lijkt een geboorte en begrafenis tegelijkertijd. Als een koffietafel met suikerbonen of beschuiten. Het is koesteren maar ook meteen afscheid moeten nemen. Als een doodgeboren kind maar dan in omgekeerde richting: een doodgeboren ouder. Zo lang en zo hard naar verlangd. Ik zocht met als doel om hem te kunnen ontmoeten, begroeten, bekijken, bevragen, … Niets van dit alles valt mij of hem te beurt. Hij is er niet meer en zal nooit meer zijn. Man, wat wou ik dat er een teletijdmachine of de spaceraket van Kommil Foo echt bestond. 
 
Wist hij dat ik bestond? Heeft hij zich ooit iets afgevraagd? Had hij het willen weten? Lijken we op elkaar? Had hij me graag willen ontmoeten? Hoe heeft hij zijn laatste levensjaar beleefd? Was hij alleen toen hij stierf? Aan wat is hij gestorven want sterven doe je namelijk niet op zulke jonge leeftijd. 
 

Het is vreemd rouwgevoelens te ervaren voor iemand die ik niet heb gekend of waar ik 100% zeker van ben dat hij het echt is. Maar er is niemand anders in de boom die het kan zijn. Dit is iets meer dan een vermoeden of een wilde gok. Het is DNA die me de weg heeft gewezen.

Door mijn research weet ik dat hij een zus heeft. Zijn ouders zijn helaas al overleden. Er zit niets anders op dan contact met haar te zoeken in de hoop dat ze openstaat om te helpen in het finaal kunnen weten en niet langer te gissen.

Ik ben bang voor de volgende stap, bang voor de deur in het gezicht, bang voor de blinde vlek, de woekering in hart en hoofd, … Als donorkind ben je getraind het slechtste te denken of te verwachten. Het is jezelf beschermen, als het op voorhand in je huid krassen zodat het dikker wordt en een volgende weerslag beter geïncasseerd wordt. Wat je niet doorhebt is dat de zelf aangemeten eetlaag een arsenaal aan interne blauwe plekken toedekt. Misschien onzichtbaar voor het oog, des te harder voelbaar van binnenuit.

Ik duw het nog even voor me uit. 

Groet,
Steph 

1*lzamQ9Id-C6HD5MbzppfgQ.jpeg

Is hij dood?

Het nieuws van zijn overlijden slaat in als een bom. Dit kan toch niet waar zijn? Ik zoek online naar zijn rouwbrief maar vind er geen. Misschien is hij toch niet dood? Misschien is hij helemaal niet mijn bio vader. Momenteel heb ik enkel matches langs de vaderlijke tak van zijn boom. Andere kinderen komen nog in aanmerking.

Ik graaf en google. Ik vind niets terug. Het kan toch niet dat hij overleden is? Hij was jong, niet ouder dan 60 jaar. Een paniek slaat me om het hart. Het einde van mijn zoektocht is toch niet het graf van mijn biologische vader? Ik vraag vrienden om me te helpen, maar ook zij vinden niet meteen iets dat op een vroegtijdig vertrek aanstuurt. Hoop overwint het van angst. Eerst trachten te achterhalen of ik me zorgen maak om de juiste persoon.

Mijn drielingsbroer had een verre DNA match in één van de databanken. Een hele tijd terug had ik contact met die match opgenomen in de hoop de kunnen achterhalen waar onze bomen elkaar mogelijks sneden. De man was zo lief om te reageren en deelde de achternamen van zijn voorouders mee. Er was 1 achternaam die me meteen opviel. Had ik die niet ergens tegen gekomen? Ik ging mijn bomen af en zag dat de grootmoeder van mijn vermoedelijke vader langs moederszijde dezelfde achternaam had.

‘Laat het niet waar zijn’, hoor ik mezelf smeken: ‘Laat niet net daar die boom de andere kruisen …’ Ik blader door online geboorteregisters op zoek naar aanknopingspunten. Het duurt niet lang voor ik de link ontdek: de overgrootvader van mijn vermoedelijke vader was de broer van de overgrootvader van die verre DNA match. Mijn hart zakt in mijn schoenen. Het kan nu bijna niet meer anders dan dat hij mijn biologische vader moet zijn.

Hij is dood. Hij bestond, liep rond maar nu niet meer. Ik ga snel terug naar zijn facebookprofiel. Daar zie ik dat zijn laatste openbare post van november 2016 dateert. Ik ben al van 2012 superactief aan het zoeken … de tijd en ruimte waar ik zo lang en zo hard op zoek naar was, is me in een flits ontnomen. Just like that en onomkeerbaar.

Mijn hart breekt in stukken als de puzzel die ik trachtte te leggen. Misschien was het voorbestemd?

Groet,
Steph

unnamed.jpg

 

Hoe kan je iemand missen die je nooit hebt gekend?  

Het is een vraag die me en anderen regelmatig wordt gesteld. Het is inderdaad moeilijk te omschrijven dat fundamenteel gemis dat je vanbinnen voelt ten aanzien van mensen die geen (zichtbaar) deel uitmaken in je leven. Een gemis dat onmiskenbaar aan de oppervlakte komt bovendrijven wanneer je in de spiegel of naar je kinderen kijkt.

Onomstotelijk ben ik verbonden met mensen voor wie ik slechts een vermoeden ben. Het is een leegte dat in mijn ziel huist en die ik met me meedraag wanneer ik de grote boze wereld trotseer op zoek naar mijn ontnomen puzzelstukken. Het is een verdriet dat velen niet begrijpen, omdat ze niet kunnen vatten dat je iemand kan missen die je nooit hebt gekend.

Vorige week verscheen dit verhaal in de pers. Het ging over een jongen die zijn tweelingbroer nog voor hun geboorte had verloren. Zijn broertje stierf namelijk in de buik van hun mama op 23 weken zwangerschap als gevolg van het tweelingtransfusiesyndroom.

media_xll_9511460.jpg
Hij heeft hem nooit gekend doch treurt hij nog steeds om zijn heengaan. Regelmatig bezoekt hij zijn begraafplaats. Hij mist diegene waar hij mee verbonden was. Zijn broer was en is een deel van hem. En ook al is hij er niet, het gemis wordt voelbaar bij elke reflectie of belangrijke gebeurtenis.

Dat onzichtbare verdriet delen we. Mijn verdriet kent een wrede twist: ik moet mensen missen die waarschijnlijk nu nog leven, maar waar anderen voor mij beslisten om ze op een virtuele begraafplaats te leggen.

Elke dag tikt de klok ongenaakbaar verder en groeit de vrees dat als ik ooit mag vinden, ik net zoals deze jongen op een grafsteen zal moeten staren, overspoeld door spijt van de tijd die werd verloren omdat anderen – in ruil voor wat centen – kost wat kost onze connectie hebben getracht te verloochenen.

Groet,
Steph