Een nieuwe halfbroer (!)

Ken je het gevoel wanneer je op een roetsjbaan zit, eentje waar je bent ingestapt omdat je dacht dat het al bij al zou meevallen, maar bij elke bocht de rit net iets heftiger wordt? Je kan er niet af en begint te vrezen dat de stelling vroeg of laat samen met jou ineen zal stuiken. Je hunkert naar een moment dat iets minder hard mag gaan. Hoe gek dit misschien ook klinkt maar de komst van een nieuwe halfbroer deed me terug weer een beetje naar adem happen.

Even onverwacht als de vorige keren zag ik een nieuwe naam bovenaan de lijst van matches verschijnen. Even weer die verwarring, toch nog keer dubbelchecken of ik effectief naar mijn lijst aan het kijken was, maar toen ik de namen van de eerste twee onder zijn naam geparkeerd zag, drong het door. Een nieuwe halfbroer is zonet in de lijst van DNA-matches verschenen.

In zijn profiel had hij zijn naam vermeld als een indicatie van leeftijd opgegeven. Zou hij ook in 1979 geboren zijn? Waren zijn ouders ook langs Schoysman gepasseerd? Zou hij weten dat hij een donorkind is?

Ik breng mijn halfbroer en halfzus op de hoogte. Of het ok is dat ik met hem contact maak? Beiden hebben er geen problemen mee. Voorzichtig stuur ik hem een eerste berichtje.

Het duurt twee dagen voor hij reageert. Zijn reactie is open, hartelijk en eerlijk. Hij weet nog niet zo lang dat hij een donorkind is. De test deed hij uit nieuwsgierigheid maar had nooit gedacht dat hij meteen met halfbroers of -zussen zou matchen. Emailadressen en telefoonnummers worden uitgewisseld.

Al snel volgen de eerste foto’s. Ik vind dat hij er Hollands uitziet en niet echt op mij of de anderen lijkt. Maar dan zijn er weer mensen rondom me die wel gelijkenissen (denken te) zien. Ben benieuwd om hem een keertje in levenden lijve te ontmoeten.

Ik vind hem alleszins wel leuk. Officieel is hij nu de jongste van ons groepje, hij is namelijk in 1981 geboren. Een week geleden wist ik niet van zijn bestaan af, en nu is er is geen ontkennen meer aan. Ik heb een halfbroer en ik ben er blij mee.

Groet,
Steph

Unknown.jpeg

Rouwverlof

Afgelopen week was weer een heftige week. Ik verloor namelijk wat ik dacht in hoofd en hart erbij gewonnen te hebben.

Een maand geleden werd het vermoeden van een nieuwe halfbroer aangewakkerd. Toen manlief en dochter krak dezelfde gelijkenissen zagen, was ik er echt van overtuigd weer een stukje gevonden te hebben. Ik weet het: de puzzel is groot, maar elk stukje ik gelegd krijg schetst het geheel waar ik zo naar verlang. ‘t Is keer op keer trachten te v(erb)inden wat uit- of doorgeknipt werd.

Ik zocht contact en gaf hem tijd als ruimte om voor zichzelf te beslissen het antwoord te willen weten. Je moet daar namelijk met twee voor zijn. Zonder dat ik het wist had hij na ons eerste gesprek een DNA test besteld. Wat hij dan weer niet wist is dat ik hem de afgelopen weken een zekere genegenheid ben beginnen toeschrijven. Het is vreemd maar als je iets van je zelf of van een dierbare in een ander herkent, zet dat op één of andere manier een kamer in je hart voor een (on)bekende open.

Deze week was het resultaat gekend: hij en ik zijn niet aan elkaar verwant. Wat ik dacht erbij te hebben, voelde als een oprecht verlies aan. Ik wou naar huis, me op de bank in een dons oprollen en de rolluiken van het leven tijdelijk laten zakken.

Op het werk raadpleegde ik het arbeidsreglement en zag dat er enkel rouwverlof bij verlies van juridische 1e, 2e en 3e graad (schoon)familie toegekend wordt. Donorkinderen horen over hun andere familieleden maar te rouwen in eigen tijd. Nochtans is dat verlies en verdriet even reëel als het andere.

Daarom pleit ik bij deze om voor ons een bijkomend officieel rouwverlof beschikbaar te maken als volgende gevallen zich voordoen:

  • Als je ontdekt dat over je echte afkomst werd gelogen
  • Als de schaal aan leugens en medeplichtigen zichtbaar worden
  • Als blijkt dat je broer of zus slechts half aan jou verwant is
  • Als je vaststelt dat je onbekende bio ouder of andere verwanten gestorven blijken te zijn
  • Als je denkt familie te hebben gevonden, maar het niet zo blijkt te zijn
  • Als je contact zoekt maar afgewezen, doodgezwegen of genegeerd wordt
  • Als iemand bewust je relatie met een naverwante probeert te saboteren
  • Als anderen jouw belangen en welzijn (blijven) onderschikken

Maar voor nu rouw ik enkel tijdens werkpauzes, na de uren of in het weekend.

Groet,
Steph (Ze huilt maar ze lacht, Maan)

2019 – What a year it has been

Ik ben het meisje met het grote verlanglijstje en de hoge lat. Zelden is het genoeg of duurt het niet lang voor de focus zich richt op hetgeen dat nog niet bereikt werd. Want het kan altijd meer én beter. Dat zorgt voor onrust maar het geeft me ook extra wind in de zeilen als er tegen de stroom ingevaard moet worden.

Om te weten wie je bent, hoor te weten waar je vandaan komt. Ookal kan ik die ene fundamentele vraag nog niet beantwoorden en zit ik nog steeds met een gemis: het afgelopen jaar heeft me veel bijgebracht.

Loop je even mee?

Dit jaar ontmoette ik mijn eerste halfbroer. Een toevalligheid deed ons pad kruisen: nietsvermoedend had hij een DNA test gedaan bij een databank waar ik ook geregistreerd stond. Hij wist toen nog niet dat hij een donorkind was, want zijn ouders hadden hem hierover nooit ingelicht. Achteraf zou hij me vertellen dat hij de nieuwsgierigheid in mijn eerste voorzichtige berichtjes tussen de regeltjes door had kunnen ontwarren. Hij was en is zo superchill met het gegeven, met mij, met ons. Op één of andere manier hebben we een evenwicht gevonden in de absurditeit waarin halfbroers en -zussen doelbewust werden gescheiden en elkaar zogezegd nooit mochten kennen. Onze takken zijn voor het eerst terug aan elkaar verbonden. Maar ook zijn zus heeft een plek in mijn hart gekregen, ookal is ze niet aan me verwant. Ze is superlief en aardig.

Ook was er die man die het niet erg zou gevonden hebben om mijn biologische vader te zijn. Ja hoor, zulke mannen bestaan. Hij nam contact op nadat hij een interview met me had gelezen. Het jaartal, de locatie van verwekking: het kon kloppen. Ietwat bevreemdend was toen ik zijn ingescande toestemmingsformulier van het verwantschapsonderzoek doorgemaild kreeg. Helaas was de uitslag negatief. Ondertussen staat hij ook een internationale DNA databank en hoop ik van harte dat hij en zijn (donor)kinderen elkaar vinden.

En er was er ook die periode dat ik dacht het bijna van de daken te kunnen schreeuwen. Mijn zus had namelijk iemand op het internet gevonden die aan mijn broers deed denken. Toen ik meer leden van zijn familie vond en verschillende gelijkenissen aantrof, was ik er van overtuigd dat het einde van mijn zoektocht in zicht was. Nog nooit had ik me aan 1 familie zo kunnen weerspiegelen, nog nooit had ik me vanbinnen zo thuis gevoeld. Maar het bleek niet zo te zijn. Toch wel even toegeven dat de boom van die familie nog ergens op mijn pc opgeslagen staat, mochten er alsnog andere aanknopingspunten aan de horizon verschijnen #justsaying .

Op het moment dat ik DNA resultaten zat af te wachten kreeg ik een DNA match met een eerste halfzus binnen. Zij had besloten zich te laten testen toen ze mijn interview in de Interne Keuken op Radio 1 had gehoord. Zelf dacht ze niet aan mij verwant te zijn, tot het gemeenschappelijk DNA percentage het tegendeel bewees. We hebben elkaar ondertussen 1 keertje ontmoet. Ergens is ze wel nieuwsgierig maar ze zit al 22 jaar in de donorkind-kast opgesloten: niemand mag weten dat ze er eentje is. Ik laat het aan haar om het tempo in een eventuele relatie/band te bepalen.

Het persoonlijke hoogtepunt aller tijden was toen we met een groep donorkinderen van over heel de wereld een presentatie op de V.N. in Genève hebben gegeven. Verbonden in verhalen en onrechten stonden we er als een front, moedig doch kwetsbaar met de hoop een verschil voor anderen te kunnen maken.

Maar dit jaar was echter ook een heftig jaar voor mijn gezin en familie. Zij zitten namelijk op de eerste rij als klappen geïncasseerd en avonturen worden aangegaan. Iets meer tranen werden in dit jaartal gedroogd, meer knuffels uitgereikt en vaker werd er in de zetel genesteld. Zonder hun steun en liefde zou ik het gevecht niet aandurven noch overleven.

Zoonlief kreeg een 5 o’clock shadow op zijn bovenlip en de dochter verlegde haar grenzen door een grotere wereld te willen verkennen. Manlief vond dit jaar een groter evenwicht tussen professioneel en privé leven, which is really nice.

Boodschap aan mijn niets(of alles)vermoedende biologische vader: hope to find you soon. Benieuwd wat het nieuwe jaar voor ons in petto heeft. Ik kan jullie alvast 1 TV-tip meegeven: allemaal kijken naar Vandaag over een jaar op donderdag 13 februari op Eén. En zet de zakdoeken alvast gereed.

Groet,
Steph

tenor.gif

Lees verder

Interview HUMO: the uncut (aka unfuck*d) version

Voor zij die de HUMO afgelopen week opensloegen, merkte mogelijks een kort interview met me op. Zelf had ik het nog niet kunnen lezen, wegens even andere prioriteiten (iets met Genève, UN, kinderrechten, ..). Toen ik gisterenavond landde en manlief terug zag, trachtte hij me voorzichtig te waarschuwen dat de gepubliceerde versie mogelijks enige frustratie bij me opwekken kon.

Nu ik het blad zelf in handen heb, kan ik niet ontkennen dat de eindredactie van de HUMO er keihard in gesnoeid heeft.  De journaliste zelf verwijt ik niets: het was echt een tof interview waaruit ze een correcte weerspiegeling in woorden, toon en inhoud had gedestilleerd.

4vrm5t4hk2p21.jpg

Aan diegene die besloot het artikel zodanig te verminken: bij deze gaat de volgende metaforische primeurkelk aan jullie voorbij.  En voor de geïnteresseerden: hieronder kan je de juiste versie van het interview terugvinden.

Groet,
Steph

Het ambtetantse donorkind van België, zo noemt Steph Raeymaekers zichzelf. Ze voert al enkele jaren een dubbele strijd: ze zoekt verbeten naar haar biologische vader, de man die ergens vóór mei ‘78 zijn kwakje dropte in een spermabank, en intussen vecht ze al even verbeten voor de rechten van alle donorkinderen. Straks, op 20 november, voert haar strijd haar naar Genève, waar ze, naar aanleiding van de 30ste verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, bij de VN zal pleiten voor meer rechten voor haar soort.

Dat klinkt cru, jouw soort. Voelt het dan alsof je tot een andere soort behoort?
STEPH RAEYMAEKERS «Ja. Wij hebben bepaalde mensenrechten niet die een ander wel heeft. Het recht op medische informatie, het recht op afkomst, het recht op familie… Dat maakt ons minderwaardig als mens. Om onze eis bij de VN kracht bij te zetten, zal iemand uit onze groep zijn geboortecertificaat voor de ogen van de aanwezigen verscheuren. Voor ons is dat geboortecertificaat een frauduleus document, dat eerder als eigendomsbewijs voor ouders dient dan de echte waarheid over het kind schetst.

»Ik weet dat de term ‘soort’ cru klinkt, maar ik benoem de dingen graag zoals ze zijn. Ik heb het ook over mijn ‘opvoedvader’ en mijn ‘100 procent-broer’. Ik heb het gehad met de termen die fertiliteitscentra ons opleggen. Ze praten over ‘de donor’, ‘behandeling’ en laten contracten ondertekenen.  Het belichaamt een kille transactie. Maar een transactie doe je met producten, niet met een mens.

»Ik maak deel uit van een drieling. Mijn broer, zus en ik zijn ooit verwekt met donorzaad. De arts van mijn ouders, Robert Schoysman, runde een privé-fertiliteitskliniek in het Brusselse. 8 jaar hadden ze geprobeerd  zwanger te worden, toen ze bij hem aanklopten. Dokter Schoysman zei hen dat het zo pover gesteld was met de zwemmers van mijn opvoedvader, dat hij onmogelijk een kind kon verwekken. Omdat in onze samenleving de kinderwens boven alles primeert, zou Schoysman dat wel even fiksen: hij insemineerde mijn moeder met donorzaad.»

Niet zomaar donorzaad: het was een cocktail van verschillende donoren.
RAEYMAEKERS «Dat zijn we pas veel later te weten gekomen. Op het feestje voor onze 25ste verjaardag heeft mijn broer ons verteld dat we donorkinderen zijn. Hij was het te weten gekomen omdat een tante zich had versproken. Ik neem die tante niks kwalijk. Integendeel, ik ben haar dankbaar. Opeens had ik een verklaring voor de onrust die al jaren in mij woedde. Waarom had ik zo’n slechte band met mijn opvoedvader? Dat ik geen spat DNA met hem deel, deed puzzelstukken in mekaar passen.

»Pas een jaar of 4 geleden heb ik besloten het mysterie van onze afkomst te ontrafelen. Mijn broer, zus en ik hebben ons DNA laten testen. Ook mijn moeder stemde toe haar DNA te laten onderzoeken. Ik wilde zekerheid. Als je op je 25ste te weten komt dat de man die je altijd papa hebt genoemd, niet je vader is, vertrouw je niets of niemand meer. Mijn moeder bleek wel degelijk mijn moeder, maar mijn zus bleek niet dezelfde vader te hebben als mijn broer en ik. Dat was opnieuw schrikken. Schoysman heeft, zonder dat mijn moeder op de hoogte was, haar geïnsemineerd met het zaad van minstens twee donoren.»

Heeft dat alles de relatie met je moeder verzuurd?
RAEYMAEKERS «Nee. De relatie met mijn opvoedvader is wel verzuurd – we zien elkaar al een tijd niet meer. In het begin hebben mijn moeder en ik wel heftige gesprekken gevoerd, maar ze heeft mijn zus en mij altijd gesteund in onze zoektocht naar onze vaders. Mijn broer heeft beslist niet op zoek gegaan, maar dat neemt niet weg dat ook in hem een onrust woedt. Hij is dan misschien niet de DNA-databanken aan het doorploegen zoals mijn zus en ik, maar hij , gaat vaak op buitenlandse mindfulness-retraite. Ook hij is aan een zoektocht bezig.»

Jullie hebben ook nog een jongere broer.
RAEYMAEKERS «Hij is, 3 jaar na ons, op natuurlijke wijze verwekt. Zoveel bleek er dus niet mis te zijn met de zwemmers van mijn opvoedvader. Sindsdien ga ik niet meer af op wat een arts zegt. Toen het nieuws kwam dat wij met z’n drieën donorkinderen zijn, is mijn broertje huilend naar het toilet gelopen. ‘Ik ben je broer niet meer,’ zei hij. Toen begreep ik dat gevoel niet. Nu wel: toen bleek dat mijn zus niet dezelfde donor deelde als mijn broer en ik, voelde ik me ook vervreemd. Opeens moesten mijn zus en ik elk op zoek naar een andere vader.»

In 2017 stond je mee aan de wieg van Donor Detectives, waar kinderen van donoren, draagmoeders en adopties terecht kunnen voor hulp bij het doorsnuffelen van DNA-databanken. Dat leverde al tal van matches op, ook voor jou en je zus.
RAEYMAEKERS «Ik heb 2 jaar geleden een halfbroer gevonden. Ik check geregeld mijn account. De mensen met wie je DNA deelt, staan er gerangschikt van grootste naar kleinste match. Mijn zus had altijd op de hoogste plaats gestaan, tot ik op een dag mijn account refreshte en er een onbekende man bovenaan floepte: mijn halfbroer. We schelen amper 12 dagen. We vermoeden dus dat we uit hetzelfde kwakje komen. Toen we elkaar de eerste keer ontmoetten, was er geen instant herkenning – mijn halfbroer ziet er totaal anders uit, met ros haar en blauwe ogen – maar er was wel meteen een gevoel van genegenheid.»

Vieren jullie nu samen kerst?
RAEYMAEKERS «Nee, maar volgende week gaan we wel samen met onze gezinnen paintballen (lacht).

»Een paar maanden terug had ik opnieuw prijs: ik vond een halfzus. We hebben elkaar ook al ontmoet, maar bij haar ligt de situatie moeilijker. Buiten haar ouders, zus en man is niemand op de hoogte dat ze een donorkind is. Maar we nemen onze tijd. Nu we weten dat we verwant zijn, hoeven we ons niet te haasten. Ik weet niet met hoeveel broers en zussen ik zal eindigen. In Nederland zijn de Karbaat-kinderen intussen met 75. Het maakt ook niet uit: mijn stamboom is nu al een onoverzichtelijk kluwen, met uitklapbare zijtakken. Die van John Snow uit ‘Game of Thrones’ is er niks bij (lacht).»

Karbaat gebruikte zijn eigen zaad om vrouwen te bevruchten. Bestaat de kans dat de arts van je moeder hetzelfde deed?
RAEYMAEKERS «Ja, maar ik kan het niet achterhalen. Hij is er niet meer en al zijn medische dossiers heeft hij verbrand. Ik heb zijn dochter om een DNA-staal gevraagd, maar haar antwoord was kort: no way.»

Het zal ongetwijfeld een opluchting zijn als je ooit je vader vindt. Maar zal het ook het einde van je onrust betekenen?
RAEYMAEKERS (stellig) «Ja. Dan moet ik me eindelijk niet meer afvragen waar ik vandaan kom. Nu screen ik elke kamer die ik binnenkom: zou mijn vader ertussen zitten? Aan elke man die in de juiste leeftijdscategorie zit, vraag ik of hij ooit zaad heeft gedoneerd. Vind ik dat er fysieke gelijkenissen zijn, dan vraag ik op de man af of ze hun DNA willen laten testen. Alles om hem te vinden. Het zou me niks verbazen als mijn vader straks een detective of journalist blijkt te zijn (lacht).

»Ik weet dat er ook een keerzijde is. Ik heb gezien wat het met mijn zus deed, toen zij haar vader vond. Het bracht ook verdriet. Haar vader is een Nederlander, die ooit één jaar in Brussel heeft gestudeerd. In die tijd vroegen proffen vaak aan hun studenten om zaad te doneren. Ze kwamen ermee op een goed blaadje te staan bij de prof, die hen vertelde dat ze met hun zaad iemand gelukkig konden maken. Soms kregen ze er zelfs een boekenbon voor.»

We hebben er vandaag veel meer voor over om een kind te krijgen. Het is big business.
RAEYMAEKERS «Mijn ouders hebben destijds 50.000 frank betaald voor ons. Tegenwoordig organiseren ze zelfs dure reizen om, pakweg in een kliniek op Cyprus, een kind te gaan construeren uit een gekochte zaad- en eicel. Het doneren van je zaad- of eicellen schuift dan ook veel geld. Dat zorgt ervoor dat we in een absurde situatie zijn beland: het is vandaag makkelijker een kind te kopen of te verkopen, dan om je eigen familie te kennen.

»Er wordt altijd geschermd met de kinderwens. Ergens snap ik die wens ook wel, maar ik geloof niet meer in het riedeltje: ‘Ik verlangde zo hard naar een kind dat ik geen andere keuze had.’ Natuurlijk heb je een keuze. Waarom zou iedereen het recht moeten hebben op een kind? We hebben toch ook niet allemaal het recht op een lief? We zijn systematisch opgeschoven van wens naar recht, en het aantal groepen dat zich beroept op dat recht, is alleen maar groter geworden: onvruchtbare koppels, lesbiennes, homo’s, alleenstaande vrouwen, tot nu ook alleenstaande mannen met een diepe kinderwens. Maar wanneer gaan we het eindelijk eens over de rechten van die kinderen hebben? Ik snap niet dat we vandaag constructies faciliteren die kinderen fundamenteel verwondt.. Je ontzegt kinderen hun broers en zussen, de helft van hun stamboom… Donorkinderen kunnen in een heel liefdevol nest zijn opgegroeid, mét de wetenschap dat ze het kind zijn van een donor, maar toch met een gapend gat rondlopen. Een vriend van mij omschrijft het zo: ze hebben onze achteruitkijkspiegel eraf geklopt. Ik kan vooruit kijken, maar niet achterom.»

Credit to journaliste Hanne Van Tendeloo.

Terug-(bl)-ik

30 juni 2016. Ik zie mezelf daar nog zitten in die overvolle trein op weg naar een meeting in Brussel. De meeting was die dag een bijzaak daar er iets veel grootster speelde. Het was namelijk dè dag dat ik eindelijk voor de resultaten van onze DNA-test kon bellen.

Mijn drielingsbroer, – zus en ik hadden namelijk een maand daarvoor de binnenkant van onze wangen vakkundig laten schrapen om te kunnen achterhalen of we dezelfde biologische vader hadden. “Huh?”, hoor ik je denken.  Het vermoeden dwaalde al langer in mijn gedachten rond. Ik wou een zwart op wit antwoord daar ik ondertussen weet dat artsen maar ook naasten niet altijd even eerlijk zijn. Zeker niet, als er iets toegedekt moet worden.

De eerste drie weken van wachten gingen nog, maar naarmate D(NA)-day eraan kwam, ontpopten de rupsen in het lijf tot een onrustige vlindertuin.  Ik kon bellen vanaf 9u. Maar daar zat ik dan tussen al die mensen in de wagon. Omdat ik vond dat mijn geduld echt wel al lang genoeg op de proef gesteld was, dacht ik “F*ck it, ik bel gewoon. Ik zie mensen toch niet meer terug en wie weet houden zij er een good dinner story aan over”.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.07.45.png

Met mijn verificatiecode in de hand bel ik het nummer dat op het kaartje vermeld stond. De secretaresse neemt op. Ik probeer mijn zenuwachtigheid te onderdrukken en vraag naar de resultaten. Ze tokkelt op het klavier. Er valt een stilte. ‘Ik vind u niet terug in het systeem. Is het goed dat de professor uw straks even opbelt?’.  Teleurgesteld stem ik daar mee in. Van binnen denk ik ‘Typisch dat ze weer mij niet vinden. En kak, wat als er een fout is gebeurd en de resultaten er niet zijn dan moeten we nog langer wachten’.  De trein komt aan en wat droef zet ik mijn weg verder.

De meeting vond plaats in een restaurant. Ik bedacht me dat ik geen cash geld bij me had en sprong nog even snel een bankcontact binnen. Opeens gaat mijn gsm af. Op het scherm zie ik het 016 zonenummer. Ik neem op. De professor stelt zich voor en vertelt dat de resultaten binnen zijn. Hersenen als emoties trachten van een ‘terug naar af’ naar een ‘brace yourself’ modus te schakelen. De innerlijke versnellingspook blijft even steken.

Schermafbeelding 2019-06-28 om 21.19.27.png

Hij zegt: “Sophie heeft een andere biologische vader dan jij en je broer.”. Ik sta verstomd en weet het ff niet meer. “Gaat het met je?” hoor ik de professor vragen. “Ik weet niet hoe het nu met me gaat. Dit had ik niet zien aankomen. Ik had altijd gedacht dat als we verschillende vaders hadden, ik diegene was met een andere vader, niet mijn zus of mijn broer. Dit herschikt weer alles.” De professor wenste me sterkte toe. Needless to say dat die dag in mijn ziel gegrift staat.

Nu drie jaar later kijk ik terug op zoveel emoties, heb ik zoveel van me afgeschreven maar er werd ook gevonden. Mijn zus heeft ondertussen haar biologische vader en 5 halfzussen getraceerd (de kinderen van de man in kwestie trouwens meegeteld).  Ikzelf heb een eerste halfbroer bij toeval gevonden. Maar ik loop vandaag ook met een groot buikgevoel rond dat ik bijna weet wie mijn biologische vader is. Het is een kwestie van de losse eindjes aan elkaar te knopen. Zou ik al die jaren eindelijk mijn cirkel rondkrijgen?

Groet,
Steph

O Brother, Where Art Thou?

Snapchat heeft een nieuwe leuke filter. Zo leuk dat ie ondertussen wereldwijd werd opgepikt en mensen massaal hun genderswitch delen. De gimmick is simpel, je kan er visueel mee van geslacht veranderen. Het geeft een indicatie hoe je er had kunnen uitzien indien de bevruchtende zaadcel van je biologische vader een X-of Y-chromosoom met zich meedroeg.

Je biologisch geslacht wordt hier namelijk door bepaald. Bevatte de zaadcel een X-chromosoom, dan ben je een meisje geworden. Droeg het de Y-chromosoom met zich mee, dan werd je een jongen. Wist je dat tot de eerste negen à tien weken van de zwangerschap mannelijke en vrouwelijke embryo’s zich hetzelfde ontwikkelen? Het is pas op de 11ste week dat de piemel zich bij de jongetjes ontwikkelt en via echo het geslacht van een kind afgeleid kan worden.

Maar terug naar gimmick :).  Het blijkt ook een handige tool voor donorkinderen die op zoek zijn naar een hint hoe een halfbroer, halfzus en hun onbekende biologische ouder er zouden kunnen uitzien. En yep, uiteraard is zo goed als iedereen in onze groep aan het Snapchatten gegaan om met eigen ogen zichzelf in het andere geslacht weerspiegeld te zien.

Hieronder een potentiële versie van een halfbroer van me. Mocht iemand iets van gelijkenissen zien met een bestaand persoon, dan ben ik hier nog altijd steeds bereid mezelf aan een vergelijkend onderzoek te onderwerpen.

Groet,
Steph

IMG_2527.PNG

Uitslag bekend, afkomst (nog steeds) onbekend

We hebben er lang op moeten wachten, de uitslag van de DNA test met de zus van de halfbroer. Ons geduld werd echt op de proef gesteld. Net op het moment dat ik de onrust wat heb kunnen laten varen en niet meer stond af te tellen, kreeg ik een appje van de zus.

Ze liet me weten dat de resultaten binnen waren, en dat het mysterie rond mijn afkomst nog niet opgelost was, integendeel. Haar broer blijkt slechts half verwant aan haar te zijn. De printscreen van hun DNA-match dat ze me toestuurde, bevestigde die conclusie.

Het nieuws kwam bij haar als een mokerslag binnen. Hoe kan haar broer nu slechts half verwant aan haar zijn, terwijl haar ouders hun nooit de indruk hadden gegeven dat hun oorsprong verschillend lag?

Ik werd overmand door een droefheid voor hen, omdat ik als geen ander weet hoe het voelt om erachter te komen dat een voorgeschotelde realiteit niet meer dan een halve leugen blijkt te zijn. Maar ook het besef dat je broer of zus een helft van zichzelf met een hoop onbekenden deelt waar jezelf niets mee deelt, is me ook niet vreemd.

Die avond heb ik met mijn halfbroer gebeld om te horen hoe het nieuws bij hem was binnengekomen. Hij had altijd gezegd dat hij met elke wending ok was. En lord and behold: voor hem verandert het niets. Wel was hij aangedaan door hetgeen het bij zijn zus teweeg had gebracht.

Ondertussen werd bij hun moeder verhaal gehaald. We wisten dat ze het moeilijk had gehad om zwanger te worden. Zij en haar man hadden namelijk ‘hulp’ nodig gehad bij het krijgen van hun eerste kind, maar we wisten niet wat dit exact had ingehouden.

Aanvankelijk vertelde ze dat het waarschijnlijk om vergissing bij de fertiliteitsarts zou gaan. Hij zou een verkeerd spermastaal of cocktail van verschillende stalen hebben toegediend. Zelf was ze in shock door die vaststelling.

Ik wou graag met haar praten en kreeg van haar kinderen de toestemming haar te ontmoeten. En zo teende ik vorige zondag richting haar huis. Ik zag een kleine en oudere dame die het fascinerend vond dat ik groot was. Voor zij die me ooit ontmoet hebben, groot ben ik niet echt. Maar als je zelf klein bent, lijkt al de rest uiteraard groot.

Ze zag niet meteen gelijkenissen tussen haar zoon en ik. Ik vroeg haar of ze me kon vertellen bij wie ze 40 jaar geleden was langs geweest om haar kinderwens in te vullen. Ze liet me weten dat zij en haar man verschillende jaren hadden geprobeerd om zwanger te geraken. Na twee miskramen werden ze uiteindelijk via hun gynaecoloog naar een specialist doorverwezen.

Dit bleek fertiliteitsarts Robert Schoysman te zijn. Laat dit nu net de arts zijn die mijn ouders aan ook kinderen had geholpen. En toen zei ze: ‘Niemand zou er ooit achter komen’. Ik vroeg door. ‘Hoe bedoelt u: niemand zou erachter komen?’. ‘Wel, dat er een cocktail van het sperma van mijn man en een andere man zou toegediend worden’, repliceerde ze. ‘Dus u wist dat u werd behandeld met een cocktail van verschillende spermastalen?’, vroeg ik haar.

Ze gaf toe dat Schoysman haar en haar man had voorgesteld om bij de volgende eisprong met een cocktail van spermastalen te insemineren. Het zaad van haar man zat mee in de cocktail om toch nog de kans of illusie te wekken dat indien er een zwangerschap uit volgde het kind mogelijks toch van haar man zou kunnen zijn.

Ze werd zwanger van de eerste inseminatie. De zwangerschap verliep voorspoedig en liep zelfs uit: de halfbroer zag pas het levenslicht 10 dagen na de uitgerekende bevallingsdatum. Ikzelf ben een maand te vroeggeboren wegens te weinig plek door broer en zus. Mijn moeder werd geïnsemineerd in mei ’78. Zijn moeder dus een maand eerder. Zou het zaad dan toch in verschillende rietjes in een tank hebben gestoken of was het een man die vers aan huis leverde?

 

assorted_miniature_plastic_babies.jpg

Ik vroeg haar hoeveel zij hadden moeten betalen. Ze vertelde me dat ze van de arts mochten geven wat ze wouden. Spontaan dacht ik aan de dansende Hare Krishna’s die ooit mij pad hadden gekruist: die vroegen ook altijd wat je voor een boek wou geven. Maar hier ging het niet om één of ander boek, het ging om één of ander kind. Zijn ouders zijn er wel goedkoper van af gekomen dan de mijne.

De mama gaf toe dat ze altijd het vermoeden had gehad dat haar zoon niet van haar man afstamde. Haar echtgenoot had echter nooit die twijfel gehad: hij beschouwde hem en de latere zus, die er wel natuurlijk kwam, als gelijk.

Ze zei me dat haar zoon het haar kwalijk nam dat ze hem hierover niet had ingelicht. ‘Het was een geheim, volgens de arts zou het top secret blijven’ pleitte ze in haar voordeel. ‘Dingen die enkel op jouw leven slaan mag je inderdaad voor jezelf houden. Maar dit gaat over hem. Als ouder heb je de plicht je kind te informeren of zaken die hem of haar aanbelangen, zelfs al druisen ze tegen jouw belangen in. Je zoon heeft alle recht om je de leugen kwalijk te nemen en jij hebt het recht niet (meer) om je achter het onderonsje te verschuilen.’ hoorde ik mezelf opwerpen.

Zelf wou ze niet zoeken naar de onbekende man die haar een kind had geschonken. Alle informatie die ze ooit van de arts over hem had ontvangen had ze ondertussen al lang verbrand.

Ze was er ook van overtuigd dat we hem nooit zouden kunnen vinden. Ik lichtte haar toe dat haar zoon net verwant is aan dat ene donorkind dat mee een organisatie oprichtte om onbekende vaders te traceren. En dat ik er eentje ben dat door zal blijven graven tot ik gevonden heb.

‘Of ik de identiteit van onze biologische vader zou meedelen eens ik hem gevonden heb?’ vroeg ze me. ‘Tuurlijk’, was mijn antwoord, ‘want ook jij hebt het recht te weten wie hij is, maar ik zal het eerst aan je zoon en je dochter vertellen’.

Groet,
Steph

cropped-mailchimp-header-1-2.jpg

Crazy little thing called … a half brother

Hij is exact 12 dagen jonger dan ik. Vreemd om te beseffen dat hij en ik in tijd en ruimte niet zo ver van elkaar gescheiden waren, doch vonden we elkaar 40 jaar later pas. Ik ben geboren in Mechelen, hij ergens in het Brusselse. Hij zelf zou later in het gezin waar hij opgroeide nog een zus krijgen. Eentje die hij wel van in het begin mocht kennen. Ikzelf werd op mijn beurt meteen vergezeld door mijn broer en zus. Drie jaar later zouden mijn ouders nog een zoon krijgen. Mijn jongste broer deelt zijn geboortedag met de halfbroer. Vreemd, raar en absurd.

little brother

 

Mijn halfbroer plaagt me soms (zoals broers dat horen te doen) door te stellen dat hij jonger is. Ik schud dan het hoofd en vertel hem dat vrouwen er d’office jonger uitzien en ik een maand te vroeg geboren ben. In wezen is hij volgens conceptie dus ouder: hij werd namelijk voor mij verwekt. Meteen vraag ik me ook af of zijn ouders ook langs dezelfde fertiliteitsarts zijn gepasseerd, maar hem hier nooit over hebben ingelicht. Zouden we uit dezelfde batch van spermarietjes komen? Of was het een overschotstaal dat ergens binnen handbereik lag toen mijn ouders zich voor hun afspraak aanmeldde?

De arts was naast een donorkinderen-verwekker tevens een gewone fertiliteitsarts. Hij ‘hielp’ ook andere koppels om met hun eigen materiaal zwanger te worden. Hierbij diende de echtgenoot een spermastaal af te leveren, werd de vruchtbaarheidscyclus van de vrouw zodanig geregeld zodat ze er op het juiste moment mee geïnsemineerd kon worden. Per poging werd niet al het zaad van de echtgenoot gebruikt. Misschien heeft de arts de overschot in het reservekastje gestoken? Uit research weet ik dat uit één kwak 12 rietjes gevuld kunnen worden en dat die praktijk niet ongewoon was, want wie zou er ooit echter komen?

Het mysterie bij ons is nog groter daar mijn drielingszus een andere biologische vader bleek te hebben. Eén van de medewerkers van de arts suggereerde ooit dat er waarschijnlijk wat zaad van een vorige klant aan de handschoenen van de arts was blijven plakken dat er voor had gezorgd dat er toch twee vreemde spermatozoïden ‘Look who’s talking’- gewijs hun weg naar de eicellen hadden kunnen vinden.

Een andere fertiliteitsarts opperde dan weer om in gedachte te houden dat mijn moeder rond die periode een affaire kon gehad hebben. Misschien ben ik dan toch uit liefde ontstaan en niet uit klinisch gemanipuleerd bouwpakket? Ikzelf dacht nog aan een onbevlekte ontvangenis ware het niet dat ik niet gelovig ben en mijn buik een beetje vol heb van alle mogelijke pistes die ik als kind dien te overwegen om toch maar iets dichter tegen de waarheid te geraken.

Desalniettemin ben ik blij met de halfbroer en tot op heden is dit gevoel wederzijds. Maar ik blijf het een fucked up situatie vinden om te beseffen dat een hoop volwassenen als officiële instanties het ok vond (en nog steeds vinden) om heel bewust broers en zussen van elkaar te scheiden. En dit alles zonder te willen beseffen of te erkennen dat de impact van de ontworteling, leugens en misleiding tav de kinderen verder reikt dan de leegte die kost wat kost ingevuld diende te worden.

Groet,
Steph

The waiting is almost over

‘Vertel nooit meer op nationale TV wanneer je de uitslag van een DNA test verwacht’, dacht ik bij mezelf toen vorige week een pak mensen me hoopvol aanstaarden of een berichtje stuurden om te vragen of de resultaten al bekend waren. Aan de ene kant is het heel fijn te weten hoeveel mensen met me meeleven,  doch kan ik niet ontkennen dat het de stress die ik net voor me had kunnen uitschuiven terug dichterbij brengt.

giphy.gif

En voor wie nu nieuwsgierig is maar en het misschien niet meer durft te vragen: neen, de resultaten zijn nog niet binnen. Hoe ik dat weet? Wel, elke dag duw ik een twintig keer op de refresh button van website van de DNA databank waar het resultaat binnen moet rollen. Ik heb ook eens bij de (hopelijke) halfzus gepolst, want als zij niet aan mij verwant is, zal ze natuurlijk niet in mijn lijst van matches verschijnen. Het antwoord ligt binnen in handbereik, nu moeten we gewoon nog een paar dagen geduld opbrengen.

Ik durf niet te hopen maar uiterdaard doe ik dat wel. Zou het dat hun vader mijn biologische vader is? Zal ik mijn zoektocht eindelijk kunnen afsluiten? Ben ik klaar om mijn hart voor nieuwe familie open te zetten: een halfzus, neefjes, nichtjes, een grootmoeder, .. ? Ik verlang naar rust, naar het me niet meer hoeven af te vragen: zou het dan eindelijk zover zijn?

Maar misschien valt het kwartje geheel anders en blijkt mijn halfbroer een donorkind. Een jongen die nooit verteld kreeg dat hij met het zaad van een onbekende verwekt werd. Toen we elkaar ontmoet hebben, polste ik of hij hier al had bij stilgestaan. Hij zei dat het voor hem niet veel zou uitmaken. Hij zou het vooral voor mij erg vinden omdat ik dan zogezegd niet verder in mijn zoektocht zou staan. Hij beseft niet dat ik in mijn zoektocht niet achteruit kan gaan. Een halfbroer is d’office winst, of zo zie ik het toch althans.

Ik maak me dan weer zorgen om hem. Want stel dat hij een donorkind is, dan krijgt hij er een pak vragen bij en worden relaties onvermijdelijk (aan)geraakt. Want hoe losjes je er ook in staat, het besef komt soms harder toe dan aanvankelijk ingeschat.

Hoe dan ook: let’s brace for impact.

Groet,
Steph

De dag na de ontmoeting met mijn halfbroer (insert dramatic music here)

Gisteren rond deze tijd verschenen de eerste kriebels in de buik. Ik denk dat ik drie keer van outfit ben veranderd om dan terug te eindigen met hetgeen ik als eerste keuze had klaargelegd. En dan hop, de fiets op naar de afgesproken locatie in Antwerpen. De weergoden waren me iets minder goed gezind dan ik had gehoopt, dus in volle regen-plunje en met een grote bezorgdheid over mijn haar en make-up stelde ik mezelf uiteindelijk gerust dat ze de wilde look eventueel ook zouden kunnen appreciëren.

Ik zeg ‘ze’ want zijn zus kwam ook mee. Yep, hij heeft een zus waarvan ik nu nog niet weet of ze ook mijn (half)zus is. Vrijdag had ze me al wat privé WhatsApps-jes gestuurd waarin ze meedeelde dat ze best toch ook wel nieuwsgierig was: naar mij als persoon en het waarom onze levens elkaar kruisen. Ze kondigde aan dat zij en haar broer best wel verschillend waren: zij is eerder een spring in t’ veld, extravert, eentje dat eerder doet en dan pas denkt. Haar broer is eerder gereserveerd, een observator, afwachtend maar ook iemand met een warm hart.

Ik was iets vroeger in het caféetje dan gepland. Het liet me toe om de haren toch wat beter in plooi te krijgen en een tafeltje te kiezen waar we het meest op ons gemak zouden zitten. Strategisch had ik me richting voordeur gezet zodat ik ze kon zien binnenkomen. In afwachting van hun komst, sloeg ik ter afleiding mijn pc open. Ik betrapte mezelf dat ik toch wel wat zenuwachtig begon te worden. Mijn fellow Donor Detectives stuurden nog snel een berichtje dat ik niet mocht vergeten ervan te genieten.

FullSizeRender.jpg

De deur ging open. Ik herkende hen en liep ze tegemoet. Hoe begroet je mensen die je nooit gekend maar waarvan DNA-testing uitwijst dat je aan elkaar verwant bent? Ik liet mijn gevoel spreken en gaf zijn zus een grote knuffel en de traditionele 3 kennismakingszoenen. Haar broer kreeg enkel de drie zoenen (ik  ben niet zo voor het knuffelen van vreemde mannen 🙃).

Soit. Ik begeleidde hen naar tafeltje en stelde voor dat ze over mij gingen zitten zodat we elkaar goed konden bestuderen. Ze waren openhartig: over zichzelf, over het leven dat ze tot op heden had gekend, hun jeugd en de relatie met hun ouders. Zijn zus nam vooral het woord, maar dat was helemaal niet erg. Beiden hebben ze een cynisch gevoel voor humor dat ik wel smaken kan en voor een stukje ook herken.

Wat me meteen opviel toen hij woord nam, is dat hij echt wel trekken van mijn broer heeft. Ikzelf heb nooit gevonden dat ik fysiek op hem lijk. Misschien het voorhoofd en de aanleg voor moedervlekken, maar voor de rest vind ik niet dat je aan ons ziet dat we volle siblings zijn. Ook in de foto’s van vroeger zie ik haast geen gelijkenissen tussen ons: hij was blond met blauw/groene ogen, ik had bruin haar en bruine ogen. Wat wel keer op keer vreemd doet is dat in bepaalde foto’s mijn zoon hard op mijn broer wegheeft. Soms zijn de gelijkenissen zo treffend dat het lijkt alsof iemand zich Photoshop-gewijs heeft uitgeleefd.

Maar terug naar het caféetje in Antwerpen. Zijn lichaamspostuur deed me aan die van mijn broer denken maar ook zijn lichaamstaal evenals de kleine bewegingen die hij met zijn handen maakte als hij aan het woord was, verrasten me. Mijn broer kan in conversaties zijn bovenlichaam en schouders ook naar achter trekken. Raar om een kenmerk waarvan ik dacht dat deze aan één iemand eigen was bij een ander op te merken. Ik hoop van harte dat we ooit allemaal eens een keertje samen kunnen afspreken om te nagaan of het klopt wat ik zie en het niet louter een projectie van me is.

Zijn zus had een resem foto’s mee: van hun ouders, grootouders en van toen ze klein waren. Ze vertelde dat ze de afgelopen week was beginnen graven in documenten en haar licht had opgestoken bij mensen die mogelijks meer konden vertellen. Zo wist ze dat hun ouders moeite hebben gehad om zwanger te worden. Na een aantal miskramen kregen ze met ‘een beetje hulp’ hun eerste kind: een zoon. Wat die hulp was had ze niet kunnen achterhalen. Haar moeder is namelijk al op leeftijd en haalt fictie en realiteit soms door elkaar. Nooit is er bij hen thuis gesproken over een specialist noch over een behandeling met donormateriaal. 2 jaar na de geboorte van haar broer werd haar moeder natuurlijk zwanger van haar. Zij werd omschreven als het mirakel kind, eentje dat er zogezegd nooit had kunnen komen zonder hulp.

Broer en zus lijken fysiek niet echt op elkaar. Het verschil in uiterlijk heeft hun jeugd wel gekenmerkt. Zo passeerde de zin ‘jij moet er eentje van de facteur zijn’ ook bij hen regelmatig de revue.

Hun vader is ondertussen overleden, aan hem kunnen ze dus niets meer vragen. De zus heeft de afgelopen week contact opgenomen de vroegere beste vrienden van haar vader. Eén van hen had wel iets bijzonders te vertellen. Haar vader zou voor een bevriende fertiliteitsarts in de jaren zeventig sperma hebben gedoneerd. Het niet dezelfde arts als diegene die mij, mijn broer en zus verwekt heeft, doch situeert deze arts zich ook in het Brusselse. Sperma werd in die tijd al ingevroren en door artsen onderling uitgewisseld. Ik ben momenteel naarstig op zoek naar een of dè link tussen hen beiden.

In afwachting van dit alles blijft natuurlijk de vraag hoe het precies komt dat we aan gelinkt werden. Samen denken we dat er 2 opties mogelijk zijn: ofwel werd mijn halfbroer ook verwekt met donormateriaal zonder dat dit hem ooit werd meegedeeld, ofwel is hun vader mijn biologische vader.

Two-Roads.jpg

Tapdansend tussen die twee opties, hebben we gisteren getracht het antwoord te kunnen afleiden in hetgeen we vandaag de dag al weten èn wat werd afgetoetst bij onze dierbaren. Zo denkt de halfzus en haar fanbase dat mijn onderkin als lippen d’office het familiekenmerk is dat ik van haar vader heb overgeërfd. Aan andere kant heb je het verhaal van de broer die zich altijd als een vreemde eend in het nest heeft gevoeld. Het kwartje kan nog steeds aan beide kanten vallen. Kwestie van de spanning erin te houden. I always liked suspense thrillers, dus waarom dit ook niet toepassen op het leven?

De zus heeft zelf nog geen DNA-test gedaan. Haar broer heeft ondertussen wel voor haar een test gekocht. Mocht hij dat niet gedaan hebben, dan stak er eentje in mijn rugzak klaar om aan haar te geven. Binnenkort zal ze haar wangen schrapen en de stalen richting de DNA-databank opsturen in de hoop dat haar DNA een antwoord bieden kan op vragen die reeds lang sluimeren.

Needless to say dat ik benieuwd ben, maar vooral blij om aan de andere kant van de wand twee lieve als fijne mensen te mogen ontmoeten. En dat ongeacht hoe dit verhaal verder verlopen zal, ik alvast vind dat meer dan enkel wat DNA ons met elkaar verbindt.

Groet,
Steph

(Ik wou in mijn voetnoot even de schoonvader van de halbroer bijzonder bedanken dat hij wegens fascinatie en interesse voor genealogie gans zijn familie voorzag van een DNA-test. Dit deed hij om zijn stamboom accurater en voller te krijgen. Ondertussen is die familie wild enthousiast over de match en de wending die ook hun boom wat meer swung geven zal.)

ThankYouTree.jpg