Rouwverlof

Afgelopen week was weer een heftige week. Ik verloor namelijk wat ik dacht in hoofd en hart erbij gewonnen te hebben.

Een maand geleden werd het vermoeden van een nieuwe halfbroer aangewakkerd. Toen manlief en dochter krak dezelfde gelijkenissen zagen, was ik er echt van overtuigd weer een stukje gevonden te hebben. Ik weet het: de puzzel is groot, maar elk stukje ik gelegd krijg schetst het geheel waar ik zo naar verlang. ‘t Is keer op keer trachten te v(erb)inden wat uit- of doorgeknipt werd.

Ik zocht contact en gaf hem tijd als ruimte om voor zichzelf te beslissen het antwoord te willen weten. Je moet daar namelijk met twee voor zijn. Zonder dat ik het wist had hij na ons eerste gesprek een DNA test besteld. Wat hij dan weer niet wist is dat ik hem de afgelopen weken een zekere genegenheid ben beginnen toeschrijven. Het is vreemd maar als je iets van je zelf of van een dierbare in een ander herkent, zet dat op één of andere manier een kamer in je hart voor een (on)bekende open.

Deze week was het resultaat gekend: hij en ik zijn niet aan elkaar verwant. Wat ik dacht erbij te hebben, voelde als een oprecht verlies aan. Ik wou naar huis, me op de bank in een dons oprollen en de rolluiken van het leven tijdelijk laten zakken.

Op het werk raadpleegde ik het arbeidsreglement en zag dat er enkel rouwverlof bij verlies van juridische 1e, 2e en 3e graad (schoon)familie toegekend wordt. Donorkinderen horen over hun andere familieleden maar te rouwen in eigen tijd. Nochtans is dat verlies en verdriet even reëel als het andere.

Daarom pleit ik bij deze om voor ons een bijkomend officieel rouwverlof beschikbaar te maken als volgende gevallen zich voordoen:

  • Als je ontdekt dat over je echte afkomst werd gelogen
  • Als de schaal aan leugens en medeplichtigen zichtbaar worden
  • Als blijkt dat je broer of zus slechts half aan jou verwant is
  • Als je vaststelt dat je onbekende bio ouder of andere verwanten gestorven blijken te zijn
  • Als je denkt familie te hebben gevonden, maar het niet zo blijkt te zijn
  • Als je contact zoekt maar afgewezen, doodgezwegen of genegeerd wordt
  • Als iemand bewust je relatie met een naverwante probeert te saboteren
  • Als anderen jouw belangen en welzijn (blijven) onderschikken

Maar voor nu rouw ik enkel tijdens werkpauzes, na de uren of in het weekend.

Groet,
Steph (Ze huilt maar ze lacht, Maan)

Er zit meer in een rietje dan je denkt

Voor zij die nog niet op de hoogte zijn: vorige zomer ontdekte we dat mijn drielingszus van een andere man afstamt dan mijn broer en ik. ‘Hoe kan dat’? hoor ik u tot hier denken. Wel, de fertiliteitsarts vond het een ge-wel-dig idee om mijn moeder te insemineren met een cocktail van verschillende spermastalen. Praktisch betekent dit dat verscheidende kwakjes bij elkaar werden gemixt alvorens het goedje d.m.v. van een rietje of spuitje haar baarmoeder werd ingespoten.

IMG_1381.JPG

De arts besloot voor mijn ouders dat het gerust wat meer mocht zijn. Zijn experiment lukte en bracht ineens 3 kinderen op. Wist hij veel dat we later het geheim van de ‘succesformule’ zouden kraken. Op de achtergrond zie ik nog steeds een vertwijfelende vader onze geboorte gadeslaan terwijl het 3e kind (ik) met een spoedkeizersnede ter wereld werd gebracht. Voor hem mocht het heus wat minder zijn geweest. Bij voorkeur geen kind. Hij stapte mee in het verhaal toen mijn moeder bleef aandringen ongekende terreinen te verkennen omdat ze maar niet zwanger werd.

Intuïtie is iets geks en wordt vaak onderschat. Ik kan niet verklaren waarom ik bij mijn broer en zus bleef aandringen voor een DNA-test. Ik voelde dat er iets niet klopte, doch had ik nooit durven inschatten dat mijn zus een andere biologische vader zou hebben. En nu ik het weet en naar foto’s van vroeger kijk, zit de kennis vervat in de aanblik ervan. Het is zo duidelijk dat we niet dezelfde biologische vader hebben. Je kan het niet meer ontkennen, noch ondergraven.

De schok was groot. Zowel mijn zus als ik gingen (terug) door een rouwperiode heen. Mensen vragen me soms hoe het voelde toen ik de resultaten meegedeeld kreeg. De aanloop naar het moment van de waarheid was gigantisch stresserend. Je probeert zo normaal mogelijk je leven te leiden doch het besef dat nieuwe kennis de grondvesten van je zijn mogelijks zullen doen daveren, boezemde angst in. Ik weet nog welke dag en waar ik was toen de geneticus me opbelde. Laconiek as ever deed ik me stoer voor. De resultaten overvielen me. Te horen krijgen dat je zus opeens je halfzus is verschieten. Het herschikt, doch blijft heel wat hetzelfde als ervoor.

Neen, de band tussen mijn zus en ik is niet veranderd. Ze zal altijd de beste zus blijven. Heb ik spijt dat ik het weet? Neen, dat nooit. Ik wil leven vanuit de waarheid en niet vanuit de leugens van anderen. Geeft de kennis me verdriet? Ja, maar ik heb geen verdriet omdat ik het weet. Ik heb verdriet omdat het de zaken extra bemoeilijkt. Als ik vind zal ik niet meer voor ons drieën hebben gevonden. Een zoektocht die ik me altijd zij aan zij altijd voorstelde, brengt ons naar twee wegen die splitsen. Aan onze bomen hangen opeens verschillende takken. Takken uit het verleden die we niet met elkaar delen.

6a1eb170e5d77c02613c106200052a5f.jpg

Ben ik boos? Tuurlijk, maar niet uitsluitend om het cocktail-gegeven. Donorconceptie vertrekt namelijk niet vanuit de belangen of toekomstig welzijn van het kind. Men dacht toen, maar evenzeer nu nog steeds, niet aan de gevolgen voor de mensen erdoor verwekt worden. Doch zijn wij diegenen die de grootste gevolgen (moeten) ondergaan van de constructies die werden opgezet om volwassenen alsnog van een kind te voorzien.

Groet,
Steph